In juni 1976 dacht iedereen nog dat Bohemian Rhapsody van Queen dé single van het jaar zou worden, maar plotseling dook er een ernstige concurrent op voor die felbegeerde titel.

De single “Music” van John Miles beloofde namelijk een internationale knaller te worden, waarmee Engeland er in één klap een nieuw fenomeen bij had.

Zeker na het uitbrengen van zijn prachtige debuutalbum Rebel, met daarop ook de eerdere single Highfly, werd de muzikant door velen meteen in hetzelfde rijtje geplaatst als idolen zoals Leo Sayer en David Essex.

In tegenstelling tot die twee langharige krullenbollen, die er destijds zeer modieus bij liepen, presenteerde John Miles zich op foto’s, op televisie en op zijn platenhoezen liever met een ouderwetse vetkuif.

In reclamecampagnes werd hij dan ook volop gelanceerd als een soort zingende James Dean.

Toen hem werd gevraagd of een flinke portie muzikaal talent alleen niet voldoende was, legde hij lachend uit dat dit imago hem juist heel snel naar de top had gebracht.

Vroeger had hij net zo’n grote bos krullen als Leo Sayer en David Essex, alleen nog een stuk langer, maar hij wilde simpelweg anders zijn.

Het besluit om zich bij zijn televisieoptreden als James Dean te stylen, bleek een gouden greep. Binnen twee weken schreven de kranten volop over de vergelijking, en dat is daarna altijd zo gebleven.

Niet alleen de hoesfoto, die zo weggeslopen leek uit Deans bekende film ‘Giant’, deed aan de legendarische filmheld denken; ook de titeltrack van de elpee Rebel verwees naar hem.

John Miles gaf toe dat hij altijd al een enorme bewondering voor de acteur had gehad.

Hij had talloze boeken en biografieën over hem gelezen en al zijn films intensief bekeken. Op basis daarvan concludeerde hij dat James Dean feitelijk helemaal geen rebel was, een standpunt dat hij destijds ook letterlijk bezong in het titelnummer van zijn eerste plaat.

Hoewel hij dacht nooit te worden zoals zijn idool, vond hij de constante vergelijking door het publiek absoluut niet erg.

De zanger, die destijds werd begeleid door Alan Parsons, de bekende producer van onder andere Pilot en Cockney Rebel, maakte zich weinig illusies over de vluchtigheid van populariteit.

Toch zorgden zijn verfijnde composities, met de toenmalige hit ‘Music’ voorop, er destijds al voor dat hij in één moeite door tussen de allergrootste artiesten werd geplaatst.

Op jonge leeftijd leerde John Miles al piano en gitaar spelen en op zijn achttiende speelde hij in de groep The Influence, met gitarist Vic Malcolm en drummer Paul Thompson, die vanaf 1971 de drummer bij Roxy Music werd.

In 1976 produceerde Alan Parsons zijn eerste album, Rebel.

De rockballade Music werd een wereldhit en leidde tot een Amerikaanse tournee met Elton John.

Nadat zijn eigen carrière later vastliep, werkte John Miles vervolgens als studiomuzikant voor andere artiesten.

Hij werd vooral bekend als de vaste gitarist van Tina Turner, met wie hij vanaf 1987 toerde. Bij het Alan Parsons Project zong hij een aantal nummers, waaronder La Sagrada Familia in 1987, en in 1992 begeleidde hij Joe Cocker.

John Miles werd daarnaast door grote artiesten als Jethro Tull, Fleetwood Mac, Tom Petty, Stevie Wonder en Jimmy Page van Led Zeppelin mee op tournee gevraagd.

In 1985 was John Miles al aanwezig bij de allereerste editie van Night of the Proms in Antwerpen.

Sindsdien was hij als zanger en als leider van de Electric Band een vast onderdeel van Night of the Proms, met uitzondering van 2008, toen hij op tournee was met Tina Turner en tijdelijk werd vervangen door Midge Ure.

Miles is een muzikale uitdaging nooit uit de weg gegaan, wat zorgde voor onvergetelijke muzikale momenten, waaronder zijn duetten met Andrea Bocelli, Michael McDonald, Sharon den Adel, Anastacia, Zucchero, Emily Bear, Lara Fabian, Milow en Ronan Keating.

Daarnaast verzorgde hij schitterende covers van hits van Queen, Led Zeppelin, ELO, Miley Cyrus, Avicii en Van Halen.

John Miles overleed op 5 december 2021 op 72-jarige leeftijd na een kort ziekbed door kanker in zijn woonplaats Newcastle.

Naast zijn vrouw Eileen, met wie hij 49 jaar getrouwd was, liet hij een zoon, een dochter en twee kleinkinderen na.

John Miles, ik ben geen James Dean, ik lijk er alleen maar op (Joepie 6 juni 1976)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 50 jaar geleden: huwelijk van Carl Gustaf van Zweden met Silvia Sommerlath

Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München leerden ze elkaar kennen.

Na de dood van koning Gustaaf VI Adolf op 14 september 1973 werd Carl Gustaf koning.

Op 12 maart 1976 werd de verloving van Carl Gustaf en Silvia bekendgemaakt. Ongeveer drie maanden later, op 19 juni 1976, trouwden ze in de Storkyrkan, de domkerk van Stockholm.

Koningin Silvia is de enige dochter van de Duitse zakenman Walther Sommerlath en de Braziliaanse Alice Soares de Toledo. Haar vader was directeur van de Braziliaanse afdeling van het Zweedse bedrijf Böhler-Uddeholm.

Silvia werd tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren in Heidelberg (Duitsland).

In 1947 verhuisde de familie naar Brazilië en Silvia groeide op in São Paulo.

In 1957 keerde de familie terug naar Duitsland. Silvia heeft drie nationaliteiten: Duits, Braziliaans en Zweeds.

Voor haar huwelijk werkte Silvia op het Argentijnse consulaat in München, was een gastvrouw gedurende de Olympische Spelen en was dienstdoend hoofd van Protocol voor de Winterspelen in Innsbruck, Oostenrijk.

Silvia is gediplomeerd tolk-vertaler. Ze spreekt zes talen: Zweeds, Duits, Portugees, Frans, Spaans en Engels. Silvia is ook grotendeels vloeiend in gebarentaal.

Hoewel Carl Gustaf altijd al een zwak had voor mooie vrouwen, werd hij pas in 2010 het middelpunt van een pittig schandaal.

Het boek ‘Carl XVI Gustaf: Den motvillige monarken’ (koning met tegenzin) beschreef hoe hij ‘genoot van getortel in ranzige nachtclubs van duistere onderwereldfiguren’.

Daar bleef het niet bij; hij was ook nog betrokken bij ‘wilde, van alcohol doordrenkte orgieën en naakte jacuzzifeestjes met modellen’.

Dat had niemand gezocht achter de wat streng ogende brillendrager.

Uit de kast rolden vervolgens een paar koninklijke minnaressen, onder wie Camilla Henemark, een Zweeds-Nigeriaans zingend model dat eind jaren negentig een affaire van een jaar met de koning had gehad.

‘De koning was zo verliefd als een tiener,’ zo valt in het boek te lezen. De koningin wist ervan, maar stond machteloos.’

Dat gold uiteindelijk ook voor Camilla Henemark, bekend van de groep Army of Lovers en hun hits ‘Obsession’ en ‘Crucified’, op wie de relatie een enorme wissel trok.

“Het was een aanhoudend feest met veel geld en champagne,” zei ze. “Maar aan het einde werd ik afstandelijk en dronk ik aanhoudend.”

Ik zakte dieper en dieper weg in een depressie en haatte de wereld.” Van haar lover had ze toen niets meer te verwachten.

Tijdens het schandaal bleek ook dat een Servische gangster, Mille Markovic, feestjes voor de koning en zijn vrienden organiseerde in een ondergrondse club onder het Nationale Politiedepartement (!).

Volgens Mille was het de normaalste zaak van de wereld dat meisjes “hun kleren uitgooiden en bij de mannen op schoot kropen”.

’s Avonds kregen de vrouwen kamers toegewezen met op de deur bordjes wie met wie naar bed zou gaan. “Ik heb bewijs,” zei Markovic. “De hele wereld kan het zien.”, “Dit is niet fake, maar echt.”, “Ik kan alles bewijzen.”

Alle sensatie ten spijt bleven de Zweden vrij onverstoorbaar achter hun koning staan: dat hij vreemd was gegaan, daar konden ze best mee leven en vonden ze een privézaak.

Met belastinggeld betaalde bodyguards meenemen naar stripclubs en daarover liegen, bleek echter wel een pijnpuntje voor het volk.

Vandaag, 50 jaar geleden, was Charles Aznavour te zien met het nummer Mes Emmerdes in het muziekprogramma TopPop.

Het nummer is door hemzelf geschreven en staat op zijn album Voilà que tu reviens.

Naast dit nummer bevat datzelfde album ook bekende hits zoals ‘Par Gourmandise’ en ‘Ils sont tombés’.

Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat de tekst van het nummer verwijst naar de moeizame relatie van de zanger met de Franse fiscus.

Nadat hij naar Zwitserland verhuisde, werd hij in 1972 beschuldigd van fiscale fraude.

Dit juridische getouwtrek leidde in 1979 tot een boete van drie miljoen Franse frank (FRF), wat neerkomt op ongeveer 450.000 euro, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar.

Pas na de uiteindelijke betaling in 1980 werd de rechtsvervolging officieel gestaakt.

De titel ‘Mes Emmerdes’ draagt een interessante dubbele lading die perfect aansluit bij dit verhaal.

In het Frans wordt het woord emmerdes vaak gebruikt om te verwijzen naar dagelijkse beslommeringen en kleine ergernissen waarover de zanger in de tekst zingt.

Tegelijkertijd heeft de term een veel plattere, volkse bijbetekenis die verwijst naar diepe narigheid of stront aan de knikker.

Met deze titel wist Aznavour op een ironische en melancholische manier zowel de onschuldige kopzorgen van vroeger als zijn zware juridische strijd met de overheid te vatten.

Hoewel ‘Mes Emmerdes’ in Wallonië een groot succes was met een vierde plaats in de hitlijsten, bleef het succes in Vlaanderen opvallend genoeg beperkt tot een notering in de tipparade.

In Nederland wist het nummer door te dringen tot de vijfentwintigste positie in de Top 40.

De gierigste miljardair ter wereld: een terugblik op het meedogenloze leven van Jean Paul Getty, een halve eeuw na zijn overlijden.

Jean Paul Getty was met een persoonlijk vermogen van 15 miljard dollar een van de rijkste mensen ter wereld.

De in de Verenigde Staten geboren oliemagnaat had al op 24-jarige leeftijd zijn eerste miljoen verdiend, waarna hij tijdelijk met pensioen ging om een playboyleven in Los Angeles te leiden.

Hoewel hij al snel terugkeerde naar de zakenwereld en een van de omvangrijkste kunstcollecties op deze planeet opbouwde, was hij op iets heel anders het meest trots: een mannelijk geslacht van meer dan dertig centimeter.

Zijn immense fortuin kwam overigens in een stroomversnelling toen hij in 1949 een gok waagde in het Midden-Oosten en Arabisch leerde om persoonlijk de uiterst lucratieve oliecontracten met Saoedi-Arabië uit te onderhandelen.

Hij sprak daarnaast ook vloeiend Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch.

Zijn privéleven was een aaneenschakeling van schandalen en huwelijken, want Getty trouwde maar liefst vijf keer.

Zijn echtgenotes waren achtereenvolgens Jeanette Dumont, met wie hij van 1923 tot 1925 getrouwd was en zoon George Franklin Getty II kreeg.

Daarna volgde Allene Ashby van 1926 tot 1928 en Adolphine Helmle van 1928 tot 1932, met wie hij zoon Jean Ronald Getty kreeg.

Met Ann Rork, getrouwd van 1932 tot 1935, kreeg hij twee zonen: Paul Getty en Gordon Getty.

Tot slot was er Louise Dudley Lynch van 1939 tot 1958, de moeder van zijn op twaalfjarige leeftijd overleden zoon Timothy.

Omdat scheiden voor hem niet snel genoeg kon gaan, leefde de miljardair twee keer in bigamie.

Dat hij hiervoor niet meermaals gerechtelijk werd vervolgd, had hij uitsluitend aan zijn grote invloed te danken.

Tijdens de scheiding van zijn vierde vrouw Ann bracht haar getuigenis echter alsnog een gigantisch schandaal aan het licht.

Terwijl zij acht maanden zwanger was, vertrok Getty naar Europa om de bloemetjes buiten te zetten.

Toen zij hem achterna reisde, sloot hij haar op in zijn Parijse liefdesnest aan de Rue Saint-Didier, terwijl hij zichzelf amuseerde in een hotel met jonge Françaises.

Bovendien verplichtte hij de hoogzwangere vrouw om de Vesuvius te bewandelen, wat erin resulteerde dat het kind enkele dagen later te vroeg werd geboren op een Italiaans vrachtschip.

Terug in Los Angeles huurde hij een goedkope flat voor zijn vrouw en kind, en trok zelf weer in bij zijn moeder.

Een later bezoekje aan Ann resulteerde in een nieuwe zwangerschap, wat voor Getty de ultieme reden was om prompt weer naar Europa te vluchten.

Kort na de geboorte keerde hij even terug, keek in het ziekenhuis naar de baby, zei enkel dat het kind op haar leek, en vertrok direct weer.

Zijn zonen konden de meedogenloze oliemagnaat net zo min schelen als zijn vrouwen.

De oudste dreef hij tot drank en zelfmoord in 1973.

De volgende onterfde hij kort na de geboorte, puur uit wraak op de moeder, omdat zij weigerde genoegen te nemen met een karige alimentatie.

Zijn derde zoon werd al snel drugsverslaafd, en over zijn vierde gaf hij zijn advocaat letterlijk de opdracht om hem kapot te maken.

Het meest hartverscheurend was de situatie rond zijn jongste zoon Timothy, die op negenjarige leeftijd een hersentumor kreeg.

Getty maakte zich voornamelijk kwaad over de hoge behandelingskosten.

Toen het jongetje op twaalfjarige leeftijd stierf, kwam de miljardair niet eens naar de begrafenis, maar was hij wel razend, omdat hij de uitvaartkosten te hoog vond.

Op latere leeftijd verklaarde Getty over zijn relaties dan ook stellig dat een blijvende relatie met een vrouw alleen mogelijk is als je een zakelijke mislukkeling bent.

Gisteren nog vandaag

(Foto met fotomodel Dorien Leigh)

Wat veel mensen niet weten, is dat hij ondanks deze kille opvattingen wel zelfhulpboeken schreef, waaronder het bekende How to Be Rich, en in zijn vrije tijd een leeuwenwelp als huisdier hield.

Ondanks zijn immense fortuin was Old John, zoals de oliebaron werd genoemd, een notoire gierigaard.

Om geld uit te sparen, waste hij zijn eigen kleding met de hand, zodat hij de stomerij niet hoefde te betalen.

Op recepties en cocktailparty’s stond hij erom bekend zijn zakken te vullen met gratis sigaren en gebakjes.

Op zijn landgoed Sutton Place in het Britse Surrey liet hij zelfs een betaaltelefoon installeren, speciaal om te voorkomen dat hij moest opdraaien voor de telefoontjes van zijn personeel en gasten.

Als hij reisde, onderhandelde hij eindeloos tot hij de mooiste kamer in het meest luxe hotel kreeg voor een absoluut minimumbedrag, een tactiek die hij ook steevast toepaste bij het afdingen op kunst en onroerend goed.

Deze drang naar gierigheid bleek ook toen de schatrijke Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis bij hem op bezoek kwam; de gast kreeg niet eens een stoel aangeboden om op te zitten, wat pijnlijk duidelijk maakte dat er zelfs onder de allerrijksten nog steeds ongelijkheid bestond.

Het absolute dieptepunt van zijn krenterigheid werd bereikt toen zijn zestienjarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 in Rome werd ontvoerd door de Italiaanse maffia.

De ontvoerders eisten zeventien miljoen dollar losgeld, wat voor Getty een peulenschil was, maar hij weigerde stellig te betalen.

Pas toen de kidnappers een afgesneden oor en een haarlok naar een krant stuurden met de dreigende boodschap dat het andere oor zou volgen of de jongen in stukjes zou terugkeren als het geld niet binnen tien dagen werd betaald, kwam de oude Getty in actie.

De losgeldprijs was inmiddels gezakt naar drie miljoen dollar, maar Getty wilde niet meer dan 2,2 miljoen betalen, omdat dit precies het maximale bedrag was dat hij fiscaal van de belasting kon aftrekken.

De resterende 800.000 dollar mocht zijn zoon van hem lenen, uiteraard wel tegen een rente van vier procent.

Zijn kleinzoon kwam dit immense trauma nooit te boven; hij raakte verslaafd aan drugs, kreeg een beroerte door een overdosis drank en medicijnen en eindigde zwaar verlamd en vrijwel blind.

Gisteren nog vandaag

(Foto met Onassis)

Regisseur Ridley Scott verfilmde dit ijzingwekkende verhaal in 2017 in de film All the Money in the World, die geïnspireerd was op het boek Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty van auteur John Pearson.

In zijn latere jaren trok de hoogbejaarde Getty, die een cosmetische facelift had ondergaan die enigszins mislukt was en hem een onnatuurlijke uitdrukking gaf, zich terug op zijn kasteel Sutton Place, waar hij samenleefde met maar liefst zes vriendinnen.

Hij vergeleek zichzelf met een boosaardige duivel en gaf openlijk toe dat zijn enige overgebleven plezier was om deze vrouwen tegen elkaar op te hitsen.

Elke avond koos hij zijn bedpartner door een van hen met een klap op de bips te sommeren.

De onderlinge concurrentiestrijd was intens; er ging geen week voorbij zonder hysterische aanvallen en woede-uitbarstingen.

Krijsend vlogen de vrouwen elkaar in de haren, vielen ze elkaar aan met bestek en aan de eettafel werd continu gebekvecht om de ereplaats naast Getty.

Tijdens wandelingen duwden ze elkaar letterlijk aan de kant om naast hem te kunnen lopen.

Er heerste oorlog op alle fronten, maar de vrouwen verdroegen het in de vaste overtuiging dat zij voor hun beste jaren rijkelijk beloond zouden worden in zijn testament.

Gisteren nog vandaag

(foto met de zes vrouwen die hij op het einde van zijn leven deelde)

De oude miljardair bedroog hen echter nog in de dood.

Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, was de vervreemding van zijn familie zo groot dat uitsluitend zijn oudste zoon Paul op de begrafenis verscheen.

De ontsteltenis was enorm toen bleek dat Getty enkele weken voor zijn dood zijn testament ingrijpend had gewijzigd.

Hij liet zijn volledige bezit niet na aan zijn zonen, maar vermaakte alles aan zijn museum in Malibu.

Ook de zes vriendinnen kwamen bedrogen uit: op één na kregen zij allemaal slechts een handvol aandelen met een magere waarde van een paar duizend dollar.

Voor het zwakke geslacht had hij nog een allerlaatste cynische verrassing in petto.

Al wie kon bewijzen dat zij ooit intiem met hem was geweest, ontving exact tien dollar uit de erfenis, en ook zonen of dochters die uit een dergelijke relatie waren voortgekomen, moesten het met precies datzelfde bedrag doen.

Gisteren nog vandaag

(foto 1 met fotomodel Danielle Hegeler)

50 jaar geleden, het filmdebuut van Julien Clerc in de film D’amour et d’eau fraîche met Miou-Miou en Annie Girardot.

In de zomer van 1976 was het filmdebuut van Julien Clerc te zien in de Vlaamse bioscopen, een gebeurtenis die destijds uitgebreid de aandacht trok.

De zanger, destijds omschreven als het enfant terrible van de Franse pop, draaide op dat moment al meer dan acht jaar mee in de muziekwereld.

Zijn carrière had een grote vlucht genomen sinds zijn ontdekking in de musical Hair, waarna de hits zich in zijn eigen land snel opstapelden.

Ook in de Lage Landen had hij in die periode definitief voet aan de grond gekregen.

Met zijn toen recente plaat ‘This Melody’ behaalde de Franse krullebol in amper enkele maanden tijd zijn tweede grote succes in onze hitlijsten, maar hij bleek destijds nog andere artistieke plannen te hebben.

Julien Clerc stond er destijds om bekend dat hij niet graag te koop liep met zijn veelzijdige talent.

Hij wilde in de eerste plaats vooral zichzelf overtuigen, terwijl de mening van het publiek voor hem eerder bijzaak was.

Zonder veel tamtam stortte hij zich destijds in het voor hem onbekende avontuur van de filmwereld.

Hij vertelde toen dat hij daar al een hele tijd van droomde en dat de filmkunst hem altijd had geboeid.

Ook gaf hij destijds toe dat hij al vaker aanbiedingen had gekregen, maar die aanbiedingen had hij altijd geweigerd, omdat hij niet achter de verhalen stond.

Dat veranderde toen zijn vriend en regisseur Jean Pierre Blanc hem op een dag opzocht en een scenario overhandigde dat hem wel aansprak.

De film kreeg de titel ‘D’Amour et D’Eau Fraîche’.

Omdat het een zeer romantisch verhaal was en hij bovendien Annie Girardot en Miou-Miou als tegenspeelsters kreeg, kon hij zich destijds nauwelijks een beter gezelschap voorstellen om zijn debuut te vieren.

Voor de opnames van start gingen, probeerde Miou-Miou nog met alle macht haar toenmalige partner Patrick Dewaere aan de mannelijke hoofdrol te helpen, maar regisseur Jean-Pierre Blanc verzette zich hiertegen.

Julien Clerc was immers al een gekende en populaire muzikant in Frankrijk en kreeg de voorkeur.

Op de set speelden Julien Clerc en Miou-Miou een pril liefdeskoppel, wat ze ook tijdens de opnames in het echte leven werden, tot grote wanhoop van Patrick Dewaere.

Het verhaal van de film, dat destijds als een Franse Love Story werd onthaald, draaide om het personage Jip, een rol die door Julien zelf werd gespeeld.

Jip was een jongen van 25 jaar die samenwoonde met de 40-jarige Mona, gespeeld door Annie Girardot.

Zijn leven nam een wending toen hij Rita ontmoette, een rol van Miou-Miou.

Zij was een jonge Hollandse die namaakjuwelen maakte, terwijl Jip de kost verdiende als pianoleraar.

Jip raakte destijds zo in haar ban dat hij besloot Mona te verlaten om met Rita te gaan samenwonen.

Met hun gespaarde geld trokken de twee op vakantie naar het Zuiden, maar bij hun terugkeer sloeg het noodlot toe en werd Rita ziek.

Enkele weken later overleed ze, waarna Jip, die destijds ziek was van verdriet, uiteindelijk terugkeerde naar Mona.

Zij ontving hem destijds met open armen en veel begrip, wat het emotionele slot vormde van deze film die vijftig jaar geleden in de zalen draaide.

Ondanks de sterke cast flopte de film in de bioscoop.

Het zou uiteindelijk ook bij zijn enige hoofdrol als acteur blijven.

Clerc zelf vertelde later dat hij begreep dat acteren niet echt zijn ding was. Wel was hij veel later nog te zien in een cameo als zichzelf in de films Guy, onder regie van Alex Lutz, en On l’appelait Roda, die allebei in 2018 uitkwamen.

Het jonge koppel trouwde en kreeg twee dochters.

Het gezinsleven maakte hem blijkbaar wat rustiger en met het knippen van zijn krullen leken ook zijn wilde haren te zijn verdwenen.

Niets was echter minder waar.

Vlak voordat hij in 1982 het album Femmes, Indiscrétion, Blasphème uitbracht, verbrak Julien de relatie met Miou-Miou

Gisteren nog vandaag