Vandaag, 55 jaar geleden, was er een poging om Panamarenko’s zeppelin The Aeromodeller in de lucht te krijgen.

Op 3 juli 1971, een datum die exact vijftig jaar later nog steeds als een legendarisch moment in de kunstgeschiedenis werd herdacht, probeerde hij de luchtwaardigheid van zijn majestueuze zeppelin te testen.

Een jaar lang had Panamarenko gewerkt aan dit luchtschip, of beter de officiële benaming aerostat, en hij ontwierp zelf het plan van het tuig.

De ballon was een heuse nieuwigheid, omdat er geen binnenballons in voorzien waren, en een van de laatste wijmenvlechters hielp hem bij de bouw.

Panamarenko had zich op dit moment voorbereid in een gehuurde loods.

Dit gebeurde op de weide van collega-kunstenaar Jef Geys in het Kempense Balen-Neet, waar de zeppelin zou opstijgen.

Het grote doel van deze testvlucht was om de oversteek te wagen naar het kunstenevenement Sonsbeek buiten de perken in Nederland.

De gedurfde overtocht werd echter in de kiem gesmoord toen deze formeel werd verboden door de Nederlandse luchtvaartpolitie, die Panamarenko hiervan per telegram op de hoogte bracht.

Tot overmaat van ramp stak er net op dat moment boven de weide in Balen een hevige storm op, die de fysieke poging om op te stijgen definitief deed mislukken.

Op zondag waaide er een strakke wind over de weiden.

Terwijl Panamarenko zenuwachtig de omstandigheden in de gaten hield, speelde de wind hevig in op het omhulsel.

Even leek het erop dat de zeppelin van Panamarenko toch de lucht in zou gaan, maar zowel de kajuit als de ballon scheurden wat voortijdig.

Het project eindigde al snel als een brandende ontgoocheling, klapperend achter de bomen.

Iedereen probeerde te redden wat er nog te redden viel, maar de droom ging onherroepelijk in flarden en de hoop viel in duigen.

Panamarenko bevond zich in de stuurloze kajuit en zag hoe de resten van zijn vliegend tapijt verspreid raakten over de vallei van de Nete.

Uiteindelijk was het enkel het bekende busje van Panamarenko dat ongeschonden op het terrein achterbleef.

Henri Van Herwegen, wereldwijd beter bekend onder zijn pseudoniem Panamarenko, was een van de meest eigenzinnige Belgische kunstenaars van de twintigste eeuw.

Zijn opvallende artiestennaam was een speelse samenvoeging van de toenmalige luchtvaartmaatschappij Pan American Airlines en de naam van een Russische generaal die hij ooit op de radio hoorde.

Tussen 1969 en 1971 bouwde deze visionaire Antwerpenaar zijn meest tot de verbeelding sprekende zeppelin, genaamd The Aeromodeller.

Het tuig belichaamde de diepe droom van de kunstenaar om zich te allen tijde in absolute vrijheid door het luchtruim te kunnen voortbewegen.

Het was niet zomaar een voertuig; de gondel, gemaakt van gevlochten rotan, was werkelijk geconcipieerd als een functionele woonruimte.

Boven op deze gondel stonden twee vliegtuigmotoren gemonteerd voor de besturing van het imposante geheel, dat gedragen werd door de sigaarvormige ballon van bijna dertig meter lang.

Panamarenko was mateloos gefascineerd door aerodynamica, al bevonden zijn poëtische constructies zich altijd precies op de flinterdunne grens tussen droom en wetenschap.

Ondanks de tegenslag in Balen groeide The Aeromodeller uit tot het absolute meesterwerk van Panamarenko’s rijke oeuvre.

In de decennia die volgden, bleef zijn drang om de zwaartekracht te overwinnen ongekend groot.

In zijn bekende huis in de Antwerpse Biekorfstraat, waar hij van 1970 tot 2002 woonde en werkte, bouwde hij nog tal van variantmodellen en prototypes voor luchtschepen, telkens met andere vormen, kleuren en verhoudingen.

Daarnaast creëerde hij een fascinerend universum van vliegende tapijten, duikboten en tuigen aangedreven door menselijke spierkracht of ingenieuze veermechanismen.

Toen de kunstenaar in 2005 besloot om met pensioen te gaan en naar Horebeke verhuisde, kwam het pand in de Biekorfstraat in het bezit van het museum voor hedendaagse kunst M HKA.

In die latere levensfase vond Panamarenko ook groot persoonlijk geluk.

Op 18 oktober 2003 trouwde hij met de opgeleide modeontwerpster Eveline Hoorens, die hij steevast liefkozend zijn Sneeuwwitje noemde.

Eveline runt de familiale koffiebranderij Hoorens Koffie en Thee in het Oost-Vlaamse Zottegem.

Het echtpaar deelde een grote creatieve passie en ontwierp samen een unieke zeppelin als blikvanger voor haar winkel.

Het afscheid van Panamarenko uit de actieve kunstwereld betekende allerminst stilzitten; hij stortte zich mee op de branderij, die een speciale en zeer toepasselijke koffiemélange op de markt bracht onder de naam Panamajumbo.

Sinds het overlijden van de kunstenaar in december 2019 beheert Eveline met veel toewijding zijn artistieke nalatenschap.

Door regelmatig herdenkingen en boeiende exposities rond zijn werk te organiseren, zorgt zij ervoor dat de dromen en de verbeelding van Panamarenko levend blijven voor de volgende generaties.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Pieter François Heckers: Een bescheiden Gents kunstenaar ten dienste van de stad en haar bevolking

Pieter François Heckers, ook wel Piet of Pier genoemd, was een bekende Gentse beeldhouwer die in 1891 in zijn geboortestad het levenslicht zag en er in 1965 overleed.

Van jongs af aan, toen hij nog de lagere school doorliep, voelde hij in zich de onweerstaanbare roeping om uit de materie de vormen te scheppen die zijn ideeën en zijn emoties zouden vertolken.

De schooljaren waren nog niet voorbij of hij werd steenkapper.

Hij deed dat niet zomaar om stenen te houwen, maar om de materie te leren kennen en zich de geheimen van de bewerking ervan eigen te maken.

Na twee harde jaren ging de jongen in de leer bij Theofiel Soudeyns, die op dat moment belast was met de restauratie van de Minardschouwburg.

Hierdoor kwam de jonge artiest direct in de praktijk terecht.

Op zeventienjarige leeftijd slaagde hij erin de leerling te worden in het gerenommeerde atelier van de Gentse kunstenaars Louis-Pierre en Jules-Pierre Van Biesbroeck.

Voor hen koesterde hij steeds een grote bewondering en onder hun invloed leerde hij de kneepjes van het beeldhouwersvak verder verfijnen.

In het atelier van de bakkerij Vooruit werkte hij vanaf dat moment aan de zijde van Jules Van Biesbroeck aan het Monument voor François Laurent, dat toen te zien was aan de fontein van de wereldtentoonstelling van 1913 (vandaag staat het op het François Laurentplein in het historische hart van Gent), en aan talloze andere stukken die evenzovele fasen van vooruitgang vormden in die unieke leerschool.

Ondertussen bekwaamde Heckers zich verder aan de Stedelijke Academie van Gent.

Het is opmerkelijk dat hij daar in eerste instantie ook muziek en architectuur studeerde, en zich tevens toelegde op het schilderen onder leiding van meester Jean Delvin.

Hij combineerde zijn artistieke carrière met een baan als tekenleraar, een stap die hij in 1917 zette.

Tijdens zijn leven woonde hij op verschillende plekken in Gent, waaronder aan de Plezante Vest en later in de Ekkergemstraat.

Hoewel het onderwijs een groot deel van zijn tijd opslokt, bleef hij toch dapper doorwerken in zijn kunstenaarsatelier.

Daar wist hij zich gaandeweg los te maken van de invloed van zijn leermeesters om een geheel eigen, fijnere en meer sobere persoonlijkheid in zijn kunst te leggen.

Deze jarenlange inzet werd in 1925 bekroond toen hij de prestigieuze Prijs Paul De Vigne in de wacht sleepte.

Heckers richtte zich in zijn oeuvre voornamelijk op het boetseren en kappen van figuren, bustes en torso’s.

Een mooi en bewaard gebleven werk van hem bevindt zich in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, waar een marmeren borstbeeld van Lucienne Schelstraete uit 1934 in de collectie zit.

Daarnaast leverde hij een belangrijke bijdrage aan het oorlogsgedenkteken op de Blaisantvest, een monument dat de slachtoffers uit die wijk eert.

De sculpturen die Heckers hiervoor ontwierp, werden destijds gegoten door de befaamde Gentse bronsgieter Lentacker.

Zijn werk werd getypeerd als een lofzang op de schoonheid en de arbeid.

De vele sirenen, bacchanten, saters en flora’s van zijn hand waren nooit louter decoratieve figuren, maar brokken waarin het levensgeheim trilt en die bezield zijn.

Hij besefte vanaf het begin dat materiële gelijkenis waardeloos is als de ziel niet spreekt door de schoonheid of de tragiek van de modellering.

Naast deze mythologische figuren wekte hij ook veel andere karakters tot leven, zoals blijkt uit afbeeldingen uit die tijd waarop een smid, een glasblazer, een mijnwerker, een steenkapper, een jong meisje, en beelden genaamd Jantje, Annie en een werk met de titel Stilte te zien zijn.

Heckers was tevens zeer actief voor de socialistische arbeidersbeweging in de stad en stelde zijn kunst vaak ten dienste van de arbeidersklasse.

Als diepvoelend mens ontging het lot van de ongelukkigen en onterfden ook niet aan zijn oog, en hij wist fabrieksslaven in ontroerende, gestileerde vormen weer te geven.

Voor verschillende stoeten ontwierp hij praalwagens, waaronder wagens met imposante allegorische vrouwenfiguren die bijvoorbeeld de sociale zekerheid uitbeeldden.

Het jaar 1931 was voor hem een periode van uitzonderlijk hard labeur, toen de maatschappij Vooruit hem de taak toevertrouwde om aan hun onvergetelijke jubileumstoet mee te werken.

In een koortsig tempo van amper een half jaar sculpteerde hij toen maar liefst 39 grote figuren, waaronder een opvallend fragment van een praalwagen dat later nog vaak in beeld werd gebracht.

Zijn beelden over de coöperatie werden door Waalse arbeiders zelfs naar Jolimont overgebracht om daar als monument ter ere van hun heldenkamp te prijken.

Toen op de eerste mei 1936 de schoonheid, de jeugd, de kracht en de arbeid werden verheerlijkt, vond men in de pers geen beter illustratiemateriaal voor deze gedachte dan dat van Heckers, de artiest die zijn leven had gewijd aan de lofzang op precies die elementen.

Daarom werd met dat doel een interview met hem afgenomen.

Dat was beslist niet gemakkelijk geweest, want de kunstcriticus die ongeveer tien jaar eerder schreef dat wie wilde vernemen wat P. Heckers betekende hem in zijn atelier moest gaan opzoeken, had op dat moment nog altijd gelijk.

Pier hield zich immers altijd op de achtergrond en was over zichzelf niet te spreken.

Zijn werk, dat getuigde van ernst en doorgedreven studie, deed dat des te meer. Alvorens het succes te boeken dat hem in die dagen van gerijpt talent en wijdontplooide kunstzin ten deel was gevallen, had hij een hele weg afgelegd.

Hij stond in 1936 in de volle bloei van het leven en wist toen ook heel goed dat zijn kunstenaarsloopbaan verre van voltrokken was en de strijd met het ideaal nog lang niet was uitgevochten.

De blijvende verbondenheid van deze bescheiden kunstenaar met de stad Gent blijkt ten slotte ook uit zijn laatste rustplaats.

Hij ligt begraven op de bekende Westerbegraafplaats, een plek die rijk is aan funerair erfgoed.

Het grafmonument waaronder hij rust, is een eigen ontwerp. Hiermee heeft hij letterlijk en figuurlijk een blijvende stempel gedrukt op de Gentse geschiedenis en heeft hij bewezen dat hij er heel zijn leven aan wijdde.

Gisteren nog vandaag

Herman Verbaere was een bijzonder veelzijdig kunstenaar: hij maakte naam als kunstschilder, tekenaar, aquarellist, lithograaf én ontwerper van postzegels.

Hij zag het levenslicht in Wetteren als oudste zoon in een groot gezin van negen kinderen.

Dat hij een grafische richting uitging, was misschien geen toeval: zijn vader Leo Joseph was immers drukker-uitgever.

Zijn artistieke fundamenten werden gelegd aan de academie van zijn geboortedorp Wetteren, waar hij tot 1924 les volgde bij Prosper Böss.

Gisteren nog vandaag

Nadien trok hij naar de Academie van Gent om zijn talent verder te polijsten onder leiding van meesters als Jan Frans De Boever en Oscar Coddron.

Met succes, want in 1933 studeerde hij er af als laureaat.

Later zou hij zijn kennis zelf doorgeven als docent aan de School of Arts van Hogeschool in Gent.

In zijn privéleven trad hij in de zomer van 1935 in het huwelijk met Bertha Maria De Block, met wie hij een dochter kreeg, Huguette.

Verbaere was een uiterst productief kunstenaar die duizenden aquarellen op zijn naam heeft staan.

Zijn inspiratie vond hij vooral buiten: hij schilderde talloze landschappen en pittoreske dorpjes langs de Schelde, aan de kust, in Zeeland en in de Kempen.

Hij stond bekend om zijn opmerkelijke penseelvaardigheid, zijn sterke gevoel voor compositie en stond bekend om zijn meesterlijk kleurgebruik.

Maar zijn faam reikte verder dan het schildersezel.

Gisteren nog vandaag

Verbaere genoot internationale erkenning dankzij zijn illustraties en affiches voor diverse wereldtentoonstellingen.

Een absoluut hoogtepunt was de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs, waar zijn affiches met Vlaamse landschappen bekroond werden.

Ook in eigen land was zijn werk alomtegenwoordig in het straatbeeld.

Vanaf 1948 werkte hij belangeloos mee aan een aantal projecten van de Provincie Oost-Vlaanderen en de Federatie voor Toerisme in Oost-Vlaanderen. Zijn talloze illustraties voor De spiegel van Oost-Vlaanderen getuigen van zijn liefde voor de stad Gent en zijn provincie.

Tussen 1935 en 1967 ontwierp hij talrijke affiches voor de NMBS en hij werkte ook voor de privésector, waaronder voor het bedrijf De Vreese-Van Loo uit Lokeren.

Daarnaast is zijn werk bekend bij verzamelaars, dankzij de reeks postzegels die hij tussen 1962 en 1970 ontwierp.

Herman Verbaere overleed op 26 augustus 1993 en liet een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre na.

Gisteren nog vandaag

90 jaar geleden, te gast bij de kunstschilder Gerlo Urbain

Urbain Gerlo, geboren in Sombeke in 1897 en overleden in Waasmunster in 1986, was een Belgische kunstenaar.

Hij studeerde aan de academies van Waasmunster en Sint-Niklaas onder leiding van J. Horenbant.

Zijn leertijd bracht hij door bij schilder Felix Eyskens in Ranst en later bij een fotograaf in Brussel. Uiteindelijk vestigde hij zich in Gent, waar hij zijn opleiding vervolgde aan de Academie en tevens een kunstgalerie opende.

Gerlo’s oeuvre omvat landschappen, dorps- en hoevegezichten uit de omgeving van Gent, de Durme- en Scheldestreek, en Bretagne.

Daarnaast schilderde hij portretten, stillevens en bloemen, vaak met een voorliefde voor ochtend- en avondstemmingen.

Zijn werken kenmerken zich door een zekere weemoed en tere poëzie, gecombineerd met een stevige, constructieve vormgeving en een sober kleurenpalet.

In 1964 en 1965 exposeerde Gerlo op de Wereldtentoonstelling in New York.

Over zijn werk werd in de pers geschreven: “Het werk van U.G. bezorgt de toeschouwer weinig hoofdbrekens. Die eenvoud, het zuiver figuratieve karakter en het intieme, wat melancholische levensgevoel werd in zijn werk door tal van critici bij herhaling onderstreept.”

Urbain Gerlo is opgenomen in de naslagwerken CRICK, BAS I en Twee eeuwen signaturen van Belgische kunstenaars (Piron en ABC 26 maart 1935)

Gisteren nog vandaag

55 jaar geleden, Floriano Bodini en zijn houten paus krijgen veel media-aandacht.


Eind 1968 exposeerde hij het beeld “Portret van een paus”, in Zwitsers dennenhout, in de Gian Ferrari-galerij in Milaan, Italië.

Toen was op dit werk enorm veel kritiek en stelde men zich de vraag kunst of gedrocht?

Gisteren nog vandaag

Ondanks heftige kritiek op het werk, kreeg het toch een plaats in het Vaticaanse museum.

Na werken met hout en brons voor zijn werken, schakel hij over naar marmer.

Gisteren nog vandaag

In 1982 nam hij deel aan de Biënnale van Venetië met overzicht van zijn werken.

In 1998 werd het Museo Civico Floriano Bodini ingehuldigd in Gemonio, met een grote schenking van de kunstenaar, die zijn werken aan het museum gaf.

Gisteren nog vandaag

Hij stierf in Milaan op 2 juli 2005 en op 2 november 2007 verleent Milaan hem de eer van de Famedio aan de monumentale begraafplaats, als een burger die deel is gaan uitmaken van de geschiedenis van de stad.

Gisteren nog vandaag

65 jaar geleden, nieuwjaarskaart van een schilderij van kunstschilder Raphaël Pricert

Raphaël Pricert is een kunstschilder die in Oekraïne geboren is op 19 december 1905 in de familie van een rijke graanhandelaar uit De Krim.

Zijn vader stuurde Raphaël in 1918 naar Odessa, om tekenen en schilderen te studeren bij meester Ilya Bersetski.

In 1919 zocht de familie Pricert, verdreven door de Oktoberrevolutie, hun toevlucht in Roemenië.

Raphaël Pricert vervolgt zijn artistieke opleiding aan de School voor Schone Kunsten in Boekarest.

Daarna volgde hij een opleiding aan de Academie van Florence.

Hij verhuisde in 1930 permanent naar Parijs, waar hij zich onderdompelde in het artistieke leven van Montparnasse.

Op 29 juni 1935 trouwde hij met Lisa Samsovici, ook een Russische emigrant zoals hijzelf.

Het koppel woonde toen in het 14e arrondissement van Parijs.

Eén van de kamers van het appartement doet dienst als atelier en de opslagruimte voor zijn schilderijen.

Dankzij zijn vriendschap met de eigenaar Faivret van een groot reclamebureau aan de Quai d’Orsay, in Parijs. Kreeg hij opdrachten om reclameposters te ontwerpen en werden zijn schilderijen gebruikt voor postkaarten.

Maar ook bleef hij actief meewerken aan artistieke leven van Montparnasse.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij weg uit Parijs en leefde hij en zijn gezin naar de streek van Auvergne.

In de maanden na de bevrijding exposeerde hij zijn schilderijen in Vixouze, Polminhac, Vic sur Cère en Aurillac.

Ondanks de grote armoede van de naoorlogse periode werden er veel werken van hem aangekocht.

Omdat er geen geld is, bieden sommigen hem in ruil daarvoor kaas en andere voedselproducten aan.

Bij zijn terugkeer naar Parijs in 1945 ontdekte hij dat zijn appartement bewoond werd door een oorlogsweduwe.

Al zijn middelgrote en grote schilderijen die hij tijdens de uittocht niet mee kon nemen, zijn verdwenen.

Gelukkig kreeg hij de kans om zijn nieuwe werken tentoon te stellen en met veel succes.

Hij besluit dan ook om zich volledig te wijden als schilder en stop dan ook met werken voor het reclamebureau van de heer Faivret.

Hij reist vaak naar verschillende landen, zoals Frankrijk, Italië, de VS, Zweden, Spanje, Engeland, Israël enz.

Raphaël heeft dan ook veel vrienden over de hele wereld, waaronder Abe Saperstein, de baas van de Harlem Globe Trotters, met wie hij een hechte band had tot aan zijn dood in 1966.

Raphaël is een polyglot die zes talen vloeiend spreekt: Russisch, Roemeens, Italiaans, Duits, Frans en Engels.

Hij raakte gefascineerd door Zweden en zijn cultuur toen hij daar in 1951 tentoonstellingen hield.

Hij leerde snel Zweeds en verraste zijn vrouw Lisa en dochter met zijn taalvaardigheid tijdens een reis door Frankrijk in datzelfde jaar.

Raphaël Pricert stierf op 2 februari 1967 na zijn lange en pijnlijke ziekte.

Kan een afbeelding zijn van tekst

100 jaar geleden, te gast bij kunstschilder Gaston Joseph Wallaert (Ons Land november 1923).

Gaston Joseph Wallaert werd geboren in Brussel in 1889.

Reeds vroeg voelde hij zich geroepen om schilder te worden.

In 1906 volgde hij opleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten.

Aanvankelijk schilderde hij grote composities die dramatisch romantisch geladen zijn.

Wallaert trouwde in Hasselt met Maria Brauns (Hasselt 1894-1975).

Hij woonde aan de Kuringersteenweg 223 en daar in Limburg ontdekte hij het weidse landschap.

Zijn werken werden daardoor kleurrijker.

Met de steun van het ministerie van Cultuur maakte hij in 1923 een reis van acht maanden doorheen het klassieke Italië.

Die reis heeft een kentering in zijn kunst gebracht.

Wallaert was op de eerste plaats een schilder en etser, maar hij liet zich ook als schrijver gelden.

Hij was lid van de Vereniging van Limburgse Schrijvers en van de P.E.N. te Brussel.

Hij schreef bijdragen in De Standaard, De Zweep, Nieuw Limburg.

Van zijn hand zijn: Linnekeverzen en houtsneden (1939), Bij Memlinc op bezoek (1939), Dien ongewone winternacht (1944, kerstverhaal), Schoon Limburg, 14 etsen en droge naalden in geleid door M. Rutten (1952) en Eeuwig Italië(1953, relaas van verblijf in dat land).

Vandaag 100 jaar geleden, huldebetoon voor beeldhouwers Hendrik en Gustaaf Pickery in Brugge (14 oktober 1923)

Hendrik en Gustaaf Pickery waren twee broers die bekend stonden als beeldhouwers in de 19e eeuw.

Ze werden geboren in Brugge, waar ze hun artistieke opleiding kregen aan de Academie voor Schone Kunsten.

Beiden waren later ook leerkracht aan de Academie voor Schone Kunsten

Ze werkten vooral in neogotische en neorenaissance stijlen, en maakten zowel religieuze als profane sculpturen.

Hun werken zijn te vinden in verschillende kerken, openbare gebouwen en musea in België en Nederland.

Ze worden beschouwd als belangrijke vertegenwoordigers van de Vlaamse beeldhouwkunst in de 19e eeuw.

75 jaar geleden, op bezoek bij de priester van de bijen en zijn kerk Église Saint-Firmin de Rochehaut in Bouillon.

Over deze priester kan ik niets meer terugvinden, maar wel over zijn prachtige kerk Saint-Firmin de Rochehaut in de Belgische provincie Luxemburg.

De kerk dateert uit de 18e eeuw en is gewijd aan de heilige Firminus, een bisschop van Amiens die in de 4e eeuw leefde.

De kerk is vooral bekend om zijn muurschilderingen, die het leven van Christus en de heiligen voorstellen.

De muurschilderingen zijn gemaakt door de lokale kunstenaar Albert Raty in de jaren 1930 en 1940.

Raty was een gepassioneerde kunstenaar die zich liet inspireren door de natuur en de landschappen van de Ardennen.

Hij werkte meer dan tien jaar aan dit project dat een hoogtepunt vormt in zijn carrière.

De muurschilderingen zijn prachtig en getuigen van zijn meesterschap in het gebruik van kleuren, licht en schaduw.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Belgische kunstenaar Serge Vandercam

Serge Vandercam begon zijn carrière als schilder, maar maakte ook sculpturen, keramiek, fotografie, collages en grafiek.

Ook maakte hij in deze jaren enkele films.

Hij was een van de oprichters van de Cobra-beweging, die zich liet inspireren door de spontane en expressieve kunst van kinderen en primitieve culturen.

Vandercam was ook actief in de politieke en sociale strijd van zijn tijd, en nam deel aan verschillende protestacties en manifestaties.

Zijn werk getuigt van een voortdurende zoektocht naar vrijheid, vernieuwing en authenticiteit.

Hij kwam te overlijden op 10 maart 2005.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan

Atlan verhuisde naar Parijs in 1930 en studeerde daar filosofie aan de Sorbonne, waar hij later ook les gaf.

Als Jood overleefde hij de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken in een tehuis voor geestesziekten, nadat hij eerder gearresteerd was als lid van het Franse verzet.

In dit tehuis leerde hij zich zelf schilderen en schrijven.

In 1944 keerde hij terug naar Parijs, waar hij in 1946 zijn eerste expositie had, samen met schilders als Georges Braque en Henri Matisse.

In dat jaar ontmoette hij Asger Jorn en sloot zich aan bij de Cobra-groep.

Zijn atelier werd een ontmoetingsplaats voor Cobra leden in Parijs.

Zijn werk staat bekend om het gebruik van pasteltinten, waarbij de kleurvlakken met dikke zwarte lijnen zijn omrand.

Er is een duidelijke invloed van Cobra te zien, maar Atlan behield altijd een eigen stijl.

Hij stierf op 12 februari 1960 ten gevolgen van kanker.

Jean-Michel Atlan is 37 jaar geworden.(Diverse bronnen, Wikipedia, foto 2 samen met zijn vrouw en foto 4 zijn atelier)

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan
Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan
Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaams zanger en kunstenaar Willem Vermandere (De Post oktober 1962)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaams zanger en kunstenaar Willem Vermandere (De Post oktober 1962)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaams zanger en kunstenaar Willem Vermandere (De Post oktober 1962)
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaams zanger en kunstenaar Willem Vermandere (De Post oktober 1962)
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaams zanger en kunstenaar Willem Vermandere (De Post oktober 1962)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaams zanger en kunstenaar Willem Vermandere (De Post oktober 1962)