Van burgerlijke trots naar koninklijke eenheid: Govert Flinck en de wording van Nederland.

Govert Flinck was een van de meest getalenteerde leerlingen van Rembrandt en ontwikkelde zich tot een van de meest gevierde portretschilders van de Nederlandse Gouden Eeuw.

Hoewel hij aanvankelijk de dramatische stijl en het donkere kleurgebruik van zijn leermeester nauwgezet overnam, verschoof zijn werk later naar een lichtere en meer elegante stijl die beter aansloot bij de veranderende smaak van de elite.

Hij werd een favoriet van de regenten en kreeg prestigieuze opdrachten binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een uniek politiek verschijnsel in het zeventiende-eeuwse Europa.

Deze republiek kende geen centraal gezag van een koning, maar werd bestuurd als een confederatie van zelfstandige gewesten, waarbij de werkelijke macht vaak lag bij de rijke handelssteden en de regenten.

De bloei in de wetenschap en de kunsten werd gefinancierd door de enorme rijkdom die de handelscompagnieën binnenbrachten, waardoor een burgerlijke cultuur ontstond waarin succesvolle kooplieden de belangrijkste opdrachtgevers werden.

In deze context van burgerlijke trots en economische macht vervaardigde Flinck in 1645 het imposante werk Officieren van het schuttersgilde.

Op dit doek zien we de compagnie van kapitein Joan Huydecoper en luitenant Frans van Waveren, die in een levendige en informele setting zijn afgebeeld.

In plaats van een stijve rij vormt de groep van twaalf schutters een dynamisch geheel; sommigen staan op de voorgrond, terwijl anderen op een verhoging achter een balustrade zijn geplaatst, wat het schilderij een grote dieptewerking geeft.

Flinck wist de waardigheid van deze mannen perfect te vangen door hen af te beelden als zelfverzekerde burgers in hun meest kostbare kleding.

De verfijnde weergave van glanzend satijn en fijn kant onderstreept de rijkdom die door de wereldwijde handel was binnengebracht.

Het werk fungeert als een visueel manifest van de macht en onafhankelijkheid van de Amsterdamse burgerij in de jaren rond de Vrede van Münster.

Dit verdrag, dat in 1648 werd getekend, maakte officieel een einde aan de Tachtigjarige Oorlog en zorgde ervoor dat de Republiek eindelijk als soevereine staat werd erkend door de internationale gemeenschap.

Na deze bloeiperiode van de Republiek volgde aan het einde van de achttiende eeuw een periode van grote politieke instabiliteit en buitenlandse overheersing.

In 1795 werd de oude Republiek omvergeworpen door patriotten met steun van Franse troepen, waarna de Bataafse Republiek ontstond.

De definitieve overgang naar een koningschap begon toen Napoleon Bonaparte in 1806 zijn broer, Lodewijk Napoleon, benoemde tot koning van het Koninkrijk Holland.

Lodewijk regeerde echter alleen over het noordelijke deel, terwijl de zuidelijke Nederlanden, het huidige België, in deze periode als departementen rechtstreeks deel uitmaakten van het Franse Keizerrijk van Napoleon zelf.

Pas na de nederlaag van Napoleon in 1813 ontstond de behoefte aan een sterke centrale staat om toekomstige agressie te voorkomen en de rust te herstellen.

Tijdens het Congres van Wenen in 1815 werd besloten tot de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een machtige bufferstaat tegen Frankrijk.

Hierbij werden het noorden en het zuiden voor het eerst verenigd onder koning Willem I, de zoon van de laatste stadhouder.

Deze nieuwe monarchie moest de versnipperde macht van de oude republiek vervangen door een moderne centrale eenheid.

Hoewel deze vereniging bedoeld was als een economisch blok waarbij de zuidelijke industrie en de noordelijke handel elkaar zouden versterken, bleek de samenwerking moeizaam.

Grote verschillen in religie, taal en politiek beleid leidden in 1830 tot de Belgische Revolutie, waarna België zich afscheidde en als onafhankelijk koninkrijk verderging.

Herman Verbaere was een bijzonder veelzijdig kunstenaar: hij maakte naam als kunstschilder, tekenaar, aquarellist, lithograaf én ontwerper van postzegels.

Hij zag het levenslicht in Wetteren als oudste zoon in een groot gezin van negen kinderen.

Dat hij een grafische richting uitging, was misschien geen toeval: zijn vader Leo Joseph was immers drukker-uitgever.

Zijn artistieke fundamenten werden gelegd aan de academie van zijn geboortedorp Wetteren, waar hij tot 1924 les volgde bij Prosper Böss.

Gisteren nog vandaag

Nadien trok hij naar de Academie van Gent om zijn talent verder te polijsten onder leiding van meesters als Jan Frans De Boever en Oscar Coddron.

Met succes, want in 1933 studeerde hij er af als laureaat.

Later zou hij zijn kennis zelf doorgeven als docent aan de School of Arts van Hogeschool in Gent.

In zijn privéleven trad hij in de zomer van 1935 in het huwelijk met Bertha Maria De Block, met wie hij een dochter kreeg, Huguette.

Verbaere was een uiterst productief kunstenaar die duizenden aquarellen op zijn naam heeft staan.

Zijn inspiratie vond hij vooral buiten: hij schilderde talloze landschappen en pittoreske dorpjes langs de Schelde, aan de kust, in Zeeland en in de Kempen.

Hij stond bekend om zijn opmerkelijke penseelvaardigheid, zijn sterke gevoel voor compositie en stond bekend om zijn meesterlijk kleurgebruik.

Maar zijn faam reikte verder dan het schildersezel.

Gisteren nog vandaag

Verbaere genoot internationale erkenning dankzij zijn illustraties en affiches voor diverse wereldtentoonstellingen.

Een absoluut hoogtepunt was de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs, waar zijn affiches met Vlaamse landschappen bekroond werden.

Ook in eigen land was zijn werk alomtegenwoordig in het straatbeeld.

Vanaf 1948 werkte hij belangeloos mee aan een aantal projecten van de Provincie Oost-Vlaanderen en de Federatie voor Toerisme in Oost-Vlaanderen. Zijn talloze illustraties voor De spiegel van Oost-Vlaanderen getuigen van zijn liefde voor de stad Gent en zijn provincie.

Tussen 1935 en 1967 ontwierp hij talrijke affiches voor de NMBS en hij werkte ook voor de privésector, waaronder voor het bedrijf De Vreese-Van Loo uit Lokeren.

Daarnaast is zijn werk bekend bij verzamelaars, dankzij de reeks postzegels die hij tussen 1962 en 1970 ontwierp.

Herman Verbaere overleed op 26 augustus 1993 en liet een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre na.

Gisteren nog vandaag

Vlak bij de bekende Hotsy Totsy in Gent ligt een verborgen parel: de Turrepoortsteeg.

Velen lopen er achteloos voorbij, maar wie de steeg inwandelt, vindt een oase van rust die de Gentse kunstenaar Gustave Dierkens (1878 – 1940) al in 1936 wist te vatten op doek.

Zijn schilderij toont een tafereel uit een ongetwijfeld rustiger tijdperk, maar ook vandaag nog ademt het steegje een sfeer waarin je de wereld even vergeet.

De naam ‘Turrepoort’ (of Torenpoort) is een historische verwijzing naar een van de vier 13e-eeuwse stadspoorten die ooit aan de Oude Houtlei stond.

Vandaag is van de poort enkel een doodlopend steegje over, dat eindigt tegen een blinde muur met een nis.

Het meest opvallende element, zowel in de steeg als op het schilderij, is een bakstenen poortgebouw uit 1764.

Dit gebouw werd dwars over de doorgang gemetseld en fungeerde als achterhuis voor een woning aan de Oude Houtlei.

Tussen de twee ramen van dit poortgebouw prijkt een muurkapelletje met een kleurrijk beeld van Onze-Lieve-Vrouw.

Dit zogenaamde ‘gebuurtekapelletje’, ingewijd in 1929, was nog relatief nieuw toen de kunstenaar het vereeuwigde.

Dit soort kapelletjes ontstond vaak uit dankbaarheid en werd door de buurt zelf gefinancierd.

Dierkens had oog voor detail: op zijn doek zijn aan weerszijden van de kapel ‘zaterdags lichtjes’ te zien. Deze verwijzen naar de oude gewoonte om op zaterdag, de Mariadag, extra verlichting te branden.

De kunstenaar achter dit sfeervolle werk, Gustave Dierkens, was een rasechte Gentenaar.

Hij genoot zijn opleiding aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, waar hij later ook als tekenaar en leraar aan verbonden was.

Hoewel hij vooral bekend stond om zijn stadsgezichten, schilderde hij ook landschappen, bloemen, portretten en stillevens.

Zijn belangrijkste werk buiten zijn thuisstad is te vinden in Leuven, waar hij in 1935 de kruisweg voor de kapel van het Heilige Drievuldigheidscollege ontwierp.

Een leuke wetenswaardigheid is dat deze school lange tijd de bijnaam ‘Gentsch College’ droeg, omdat ze werd opgericht door de Gentse humanist Frans van de Nieulande (Bronnen Robert Declerck en Ghendtsche Tydinghen)

De Nederlandse kunstschilder Johannes Cornelis Roelandse wordt gerekend tot de Leidse School, een groep impressionistische schilders die in de vroege twintigste eeuw werkten in de traditie van de Haagse School.

Hoewel Roelandse zichzelf altijd als autodidact beschouwde, kreeg hij wel aanwijzingen van schilders als Floris Verster en Willem van der Nat.

Zijn talent werd officieel erkend toen hij in 1927 en 1928 de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst ontving.

Zijn stijl wordt vaak omschreven als laat-Haagse School, waarbij zijn impressionisme vooral tot uiting kwam in de losse manier waarop hij zijn onderwerpen weergaf, meer dan in zijn kleurgebruik.

Later in zijn carrière experimenteerde hij wel met expressievere kleuren.

Roelandse werkte voornamelijk met olieverf, maar in zijn jonge jaren maakte hij ook etsen, aquarellen en veel tekeningen.

Zijn onderwerpskeuze was breed: van landschappen en stillevens tot portretten, dieren en stadsgezichten.

Hij stond erom bekend dat hij er graag op uit trok om op locatie te schilderen. Gewapend met zijn schilderskist zwierf hij op zijn motor, en later zijn brommer of met zijn boot “Roeland”, door het Groene Hart rond Leiden en Leiderdorp.

Veel van zijn werken zijn daardoor topografisch herkenbaar.

Zijn reizen brachten hem ook door de rest van Nederland, waar hij talloze karakteristieke plekken vastlegde, soms in een vlotte schets, dan weer in een volledig uitgewerkt schilderij.

Zijn werk vond al vroeg zijn weg naar het publiek via tentoonstellingen, voornamelijk in Leiden en Leiderdorp.

Een hoogtepunt was zijn deelname aan de groepstentoonstelling ‘Onze Kunst van Heden’ in het Rijksmuseum in 1939.

Een bijzonder detail is dat Roelandse kort te zien is in de film ‘Impressions de Paris’ uit 1953, terwijl hij schildert langs de Seine.

Vandaag de dag is zijn werk te vinden in de collecties van diverse musea, waaronder het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, het Rijksmuseum Amsterdam, Teylers Museum in Haarlem en het Katwijks Museum.

Ook de universiteitsbibliotheek van Leiden en verschillende gemeenten bezitten werk van hem.

75 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Samuel De Vriendt.

Samuel De Vriendt, telg van een oud en roemrijk kunstenaarsgeslacht, was de tweede zoon van de grote meester Juliaan De Vriendt en een neef van de bekende kunstschilder Albert De Vriendt.

Zijn grootvader was een vooraanstaande decorateur in Gent, terwijl zijn broer Stefaan als beeldhouwer en decorateur carrière maakte in Amerika.

Zijn moeder, een telg van een Brusselse bankiersfamilie, was diep geïnteresseerd in kunst en letteren.

De aristocratische uitstraling van zijn moeder en de diepe artistieke gevoeligheid van zijn vader kwamen samen in Samuel.

Zijn werken weerspiegelen zijn diepe christelijke overtuiging.

In september 1920 organiseerde hij samen met Frans Daels de eerste IJzerbedevaart naar het graf van zijn vriend Joe English in Steenkerke.

Gisteren nog vandaag

Hij was voorzitter van het Comité voor de Bedevaarten naar de Graven van de IJzer totdat Daels hem opvolgde.

Later werd De Vriendt voorzitter van de Vlaamse Oudstrijders (VOS).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij in 1941 schepen van Schone Kunsten en later burgemeester ad interim van de stad Brugge.

Het is grotendeels aan zijn onderhandelingen met de Duitse bevelvoerende officier in september 1944 te danken dat Brugge zonder verwoestende gevechten werd ontruimd en de kunstschatten van de stad ongeschonden bleven.

Gisteren nog vandaag

Hoewel hij ook mensen hielp onderduiken voor de bezetter, werd hij na de bevrijding veroordeeld tot twee jaar cel wegens collaboratie.

Rond 1950 vestigde De Vriendt zich opnieuw in het ouderlijk huis in Schaarbeek.

Hij legde zich daar vooral toe op gekleurde tekeningen van typische Brusselse straathoekjes en kerkinterieurs.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast schreef hij diverse artikelen, voornamelijk over zijn herinneringen aan de oorlog van 1914-1918, voor het tijdschrift ‘De Vlaamsche Oudstrijder’.

Samuel De Vriendt overleed op 26 juli 1974.

90 jaar geleden, te gast bij de kunstschilder Gerlo Urbain

Urbain Gerlo, geboren in Sombeke in 1897 en overleden in Waasmunster in 1986, was een Belgische kunstenaar.

Hij studeerde aan de academies van Waasmunster en Sint-Niklaas onder leiding van J. Horenbant.

Zijn leertijd bracht hij door bij schilder Felix Eyskens in Ranst en later bij een fotograaf in Brussel. Uiteindelijk vestigde hij zich in Gent, waar hij zijn opleiding vervolgde aan de Academie en tevens een kunstgalerie opende.

Gerlo’s oeuvre omvat landschappen, dorps- en hoevegezichten uit de omgeving van Gent, de Durme- en Scheldestreek, en Bretagne.

Daarnaast schilderde hij portretten, stillevens en bloemen, vaak met een voorliefde voor ochtend- en avondstemmingen.

Zijn werken kenmerken zich door een zekere weemoed en tere poëzie, gecombineerd met een stevige, constructieve vormgeving en een sober kleurenpalet.

In 1964 en 1965 exposeerde Gerlo op de Wereldtentoonstelling in New York.

Over zijn werk werd in de pers geschreven: “Het werk van U.G. bezorgt de toeschouwer weinig hoofdbrekens. Die eenvoud, het zuiver figuratieve karakter en het intieme, wat melancholische levensgevoel werd in zijn werk door tal van critici bij herhaling onderstreept.”

Urbain Gerlo is opgenomen in de naslagwerken CRICK, BAS I en Twee eeuwen signaturen van Belgische kunstenaars (Piron en ABC 26 maart 1935)

Gisteren nog vandaag

Louis De Saeger, een Vlaamse kunstschilder, begon zijn tekenopleiding aan de Academie van Dendermonde onder leiding van Maes, Gorus en Gogo.

Hij vervolgde zijn studie aan de Academie van Gent bij Coddron en Alfons De Cuyper.

Zijn werk omvatte diverse onderwerpen, waaronder landschappen van de Schelde, stadsgezichten van Dendermonde, Vlassenbroek, Afsnee, Deinze, Beernem en Gent.

De Saeger onderhield contacten met schilders uit Dendermonde en werkte samen met Jan Maes langs de Scheldeboorden.

In Gent ontmoette hij Gust De Smet. Hij vond ook inspiratie in Brugge, aan de kust, en schilderde portretten.

Hij vestigde zich in Sint-Amandsberg en exposeerde onder meer op het 47e Salon van de Kring Kunst en Kennis in Gent in 1946.

Louis De Saeger overleed in 1988 in Gent.

65 jaar geleden te gast bij de Antwerpse kunstschilder Bert Hildebrandt.

Bert Hildebrandt, geboren in 1906 in Antwerpen, begon hij als leerling in het atelier van Henri Luyten.

Hij volgde opleiding aan de Academie van Antwerpen en aan het NHISKA.

Hij studeerde onder leiding van gerenommeerde kunstenaars zoals Isidoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Saverys.

Hij was bevriend Edmond Van Dooren (die kubisme en futurisme combineert met neoromantische toekomstvisioenen)

Ook was hij vriend van Richard Baseleer, Vic van Berkelaere, Jos Mous, Ivo Van Hool en zijn zoon Gilbert Van Hool en onderhoudt contacten met Alois De Laet.

Hij stond bekend om zijn gedurfde gebruik van kleur en zijn expressieve stijl.

Zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een zekere melancholie en een gevoel van vervreemding.

Hildebrandt won tijdens zijn carrière verschillende prijzen en onderscheidingen.

Zijn werk werd aangekocht door de Belgische staat in 1959 en 1968/1969.

Bert Hildebrandt schilderde ook vaak op glas dat hij toen noemde als de vergeten kunst in Vlaanderen.

Werken van Bert Hildebrandt zijn te zien in verschillende musea, waaronder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

Bert Hildebrandt overleed in 1974 in Spanje.

90 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Juliaan Severin.

Juliaan Severin was geboren in 1888, in Borgerhout en die in 1975 gestorven is te Kruibeke.

Hij volgde opleiding regentaat Germaanse talen te Gent en dit samen met een artistieke opleiding aan de Academie te Antwerpen.

Onderhield nauwe contacten met de Lierse etser Raymond De la Haye, onderging de invloed van Verstraeten en kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog te Parijs in contact met C. Monet.

Werd na de wapenstilstand één van de bezielers en secretaris van AKOS, de Antwerpse Kunstkring der Oud-Strijders.

Reeds voor 1914 debuteerde hij als illustrator van de boeken van Raf Verhulst.

Realiseerde als schilder o.m. (heide)landschappen, hoevegezichten, figuren, stillevens met bloemen, vruchten, vissen.

Als etser vond hij o.m. inspiratie in oude Antwerpse stadshoekjes, in begijnhoven te Lier, Diest en Aalst.

Reisde o.m. naar Bretagne, Normandië, het Zuiden van Frankrijk en vond er inspiratie in de havens, de landschappen.

De pers schreef toen het volgende over hem: Kunsthistorisch kan men Severin onderbrengen bij het postimpressionisme, want het was er hem om te doen licht en stemming uit te beelden, zonder sterk vervormende expressie of sociale of symbolische geladenheid.

Zijn beste werken maakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij achter het front leider was van een heropvoedingscentrum voor invalide soldaten en na de oorlog als lid van de Antwerpse Kunstenaars-Oudstrijders.

Hij verwierf vooral bekendheid met zijn etsen, waarin hij schilderachtige oude stadswijken, begijnhoven en kerktorens vastlegde en de lof zong van het Waasland, waar hij sinds 1940 verbleef.” Enkele etsmappen: In Zuid-Provence (1919), Bretoense landschappen (1923), Stille hoekjes uit het Oude Antwerpen (1924), Civitas Marialis Antverpiensis (1939), Om de Ossenmarkt (1957), In het Harzgebergte en Vornbach (1966).

Zijn werken zijn onder meer te zien in de Prentenkabinetten te Brussel en Antwerpen, in de Musea te Sint-Niklaas en Antwerpen (Ons Volk 23 december 1934 en Paul Piron, De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw)

90 jaar geleden, te gast bij de Limburgse schilder Lambert Lemmens.

Lemmens werd geboren in Gotem (Borgloon) op 3 april 1893 in Limburg.

Hij was een autodidact en leerde zichzelf schilderen door observatie en experimenten.

Zijn vroege werken waren vooral landschappen in donkere kleuren, beïnvloed door het impressionisme.

Na 1944 evolueerde zijn stijl naar een meer kleurrijke en expressionistische benadering.

Hij schilderde toen ook meer portretten en stillevens. Lemmens was een actief lid van de Limburgse kunstscène en nam deel aan verschillende tentoonstellingen.

Hij was ook leraar tekenen.

Sommige van zijn werken zijn opgenomen in de collectie van het Stadshuis in Hasselt.

Lemmens stierf op relatief jonge leeftijd aan een hartaanval in zijn atelier in Sint-Truiden in 1952 (De Stad december 1934).

De Vlaamse kunstschilder Ernest Kockaert in de Post van 7 februari 1954.

Ernest Kockaert werd geboren in Vilvoorde op 24 juni 1908 en stierf op 4 augustus 1973.

Hij was vooral bekend om zijn schilderijen van landschappen, de Schelde en de boten die er voeren, meestal in de omgeving van Antwerpen.

Hij had een bijna abstracte stijl, die zijn werken een uniek karakter gaf.

Ernest Kockaert was een Vlaamse kunstschilder die vooral bekend was om zijn sfeervolle landschappen en marines.

Zijn werken zijn nog vaak online en op sites te koop en hebben een redelijke prijs.

Idylle Falconi die we beter kennen als Jolylle, was in de jaren zeventig een graag geziene kunstenares.

Idylle Falconi is een Italiaanse kunstenaar die bekend staat om haar schilderijen van kinderen met grote ogen.

Ze werd geboren in de jaren 1930 en woont nu in Triëst.

Haar werk werd beïnvloed door Margaret Keane, een Amerikaanse kunstenares die de trend van de “big eyes” kunst startte in de jaren 1950 en 1960.

Idylle Falconi schilderde vooral in de jaren 1960 en 1970, en haar prenten werden veelvuldig gereproduceerd en verkocht als decoratie voor kinderkamers.

Haar stijl wordt beschouwd als kitscherig, maar ook als charmant en nostalgisch.

Idylle Falconi heeft een eigen Facebook-pagina waar fans haar werk kunnen bewonderen en delen.

100 jaar geleden, overzichtstentoonstelling van de Vlaamse kunstschilder Albijn Van den Abeele in de kunstgalarij, Brabantdam in Gent.

Albijn Van den Abeele (1835-1918) was een veelzijdig man die zich zowel als schrijver, politicus en kunstschilder liet gelden.

Hij wordt beschouwd als de stamvader van de Latemse school, een groep kunstenaars die zich in de late 19e en vroege 20e eeuw in Sint-Martens-Latem vestigden en zich lieten inspireren door de natuur en het landleven.

Van den Abeele was zelf geboren en getogen in Sint-Martens-Latem, waar hij ook burgemeester, schepen en gemeentesecretaris was.

Hij schreef verschillende dorpsromans en een geschiedenis van zijn geboorteplaats.

Pas op veertigjarige leeftijd begon hij te schilderen, vooral bosgezichten en landschappen in een fijnzinnig kleurenpalet.

Zijn huis in de Latemstraat was een ontmoetingsplaats voor andere kunstenaars, zoals Xavier de Cock, Emile Claus, George Minne, Valerius de Saedeleer en de broers Gustave en Karel van de Woestyne.

Hij oefende een grote invloed uit op de eerste generatie van de Latemse school, die zich kenmerkte door een realistische en romantische stijl.

Van den Abeele overleed op 16 november 1918 en werd begraven op het kerkhof van Sint-Martens-Latem, waar ook zijn vriend George Minne rust (Ons Land 12 januari 1924).

65 jaar geleden, nieuwjaarskaart van een schilderij van kunstschilder Raphaël Pricert

Raphaël Pricert is een kunstschilder die in Oekraïne geboren is op 19 december 1905 in de familie van een rijke graanhandelaar uit De Krim.

Zijn vader stuurde Raphaël in 1918 naar Odessa, om tekenen en schilderen te studeren bij meester Ilya Bersetski.

In 1919 zocht de familie Pricert, verdreven door de Oktoberrevolutie, hun toevlucht in Roemenië.

Raphaël Pricert vervolgt zijn artistieke opleiding aan de School voor Schone Kunsten in Boekarest.

Daarna volgde hij een opleiding aan de Academie van Florence.

Hij verhuisde in 1930 permanent naar Parijs, waar hij zich onderdompelde in het artistieke leven van Montparnasse.

Op 29 juni 1935 trouwde hij met Lisa Samsovici, ook een Russische emigrant zoals hijzelf.

Het koppel woonde toen in het 14e arrondissement van Parijs.

Eén van de kamers van het appartement doet dienst als atelier en de opslagruimte voor zijn schilderijen.

Dankzij zijn vriendschap met de eigenaar Faivret van een groot reclamebureau aan de Quai d’Orsay, in Parijs. Kreeg hij opdrachten om reclameposters te ontwerpen en werden zijn schilderijen gebruikt voor postkaarten.

Maar ook bleef hij actief meewerken aan artistieke leven van Montparnasse.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij weg uit Parijs en leefde hij en zijn gezin naar de streek van Auvergne.

In de maanden na de bevrijding exposeerde hij zijn schilderijen in Vixouze, Polminhac, Vic sur Cère en Aurillac.

Ondanks de grote armoede van de naoorlogse periode werden er veel werken van hem aangekocht.

Omdat er geen geld is, bieden sommigen hem in ruil daarvoor kaas en andere voedselproducten aan.

Bij zijn terugkeer naar Parijs in 1945 ontdekte hij dat zijn appartement bewoond werd door een oorlogsweduwe.

Al zijn middelgrote en grote schilderijen die hij tijdens de uittocht niet mee kon nemen, zijn verdwenen.

Gelukkig kreeg hij de kans om zijn nieuwe werken tentoon te stellen en met veel succes.

Hij besluit dan ook om zich volledig te wijden als schilder en stop dan ook met werken voor het reclamebureau van de heer Faivret.

Hij reist vaak naar verschillende landen, zoals Frankrijk, Italië, de VS, Zweden, Spanje, Engeland, Israël enz.

Raphaël heeft dan ook veel vrienden over de hele wereld, waaronder Abe Saperstein, de baas van de Harlem Globe Trotters, met wie hij een hechte band had tot aan zijn dood in 1966.

Raphaël is een polyglot die zes talen vloeiend spreekt: Russisch, Roemeens, Italiaans, Duits, Frans en Engels.

Hij raakte gefascineerd door Zweden en zijn cultuur toen hij daar in 1951 tentoonstellingen hield.

Hij leerde snel Zweeds en verraste zijn vrouw Lisa en dochter met zijn taalvaardigheid tijdens een reis door Frankrijk in datzelfde jaar.

Raphaël Pricert stierf op 2 februari 1967 na zijn lange en pijnlijke ziekte.

Kan een afbeelding zijn van tekst