


Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



W.O. JOHANN (volledige naam Willem Omer Johan Van den Eynde) is een Vlaamse kunstschilder die geboren werd op 19 maart 1953 in Hemiksem aan de Schelde.
Hij verhuisde op zesjarige leeftijd naar Zele in Oost-Vlaanderen, waar hij nog steeds woont en werkt.
Hij leerde al op jonge leeftijd tekenen en schilderen van zijn vader, Willy Van den Eynde, die ook een kunstschilder was en zijn andere zoon, Joost, opleidde. Joost overleed helaas veel te vroeg.
Johann volgde in de jaren 70 ook enkele academies, waaronder die van Dendermonde.
Van 1973 tot 1983 nam hij deel aan verschillende groepstentoonstellingen in Zele en andere plaatsen.
In 1975 won hij met een grote voorsprong een publieksprijs die georganiseerd werd door de Zeelse cultuurvereniging ‘Feniks’.
De familie Van den Eynde richtte ondertussen een eigen kunstgalerij op in de Pieter Gorusstraat in Zele.

In het midden van de jaren 80 werd deze omgevormd tot “Galerij W.O. Johann Van den Eynde”.
In de laatste 20 jaar heeft Johann ook tentoongesteld in cultuurcentra, gemeente- en stadhuizen, galerijen en abdijen, onder andere in Hamme, Waasmunster, Dendermonde, Affligem en Grimbergen.
In deze laatste plaats exposeerde hij in de bekende abdij naar aanleiding van een opdracht om een portret te schilderen van Vader Abt, H.E.H.Prelaat W. Wagenaar.
Kunstcriticus Gilbert Putteman schreef over deze tentoonstelling: “Het werk van W.O.Johann getuigt van een streven naar totale beheersing van de materie en het vakmanschap, los van alle modernismen en dit in de beste traditie van de Vlaamse grootmeesters.” “Het oeuvre van deze schilder is zeer veelzijdig.
Hij beoefent zowel het landschapsgenre, de stillevens, de historische composities als het portretgenre en het is vooral in dit laatste genre dat hij zich in de loop der jaren heeft gespecialiseerd.”
Naast zijn eigen werk geeft Johann ook les, de zogenaamde ‘masterclasses’ en ‘workshops’, en is hij ook heel bedreven in het restaureren van schilderijen die beschadigd zijn door de tijd.

Jos Schippers geboren in Antwerpen op 13 oktober 1868, volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Antwerpen).

In het begin van zijn schilders carrière, schilderde hij vooral landschap en afbeeldingen van boten.
Zijn erkenning kreeg hij, toen hij overschakelde naar zijn anekdotische genretaferelen met apen, die de menselijke personages vervangen.

Jos Schippers was ook een echte familieman en hij was vader van negen kinderen.
In oktober 1948, hij was toen tachtig jaar, kreeg hij op het stadhuis van Antwerpen een grote huldiging door de langstzittende burgemeester van Antwerpen, namelijk Lode Craeybeckx. (Burgemeester van Antwerpen van 1947 tot aan zijn dood in 1976, naar hem is de Craeybeckxtunnel (1981) genoemd, alsook het documentatiecentrum in het Middelheimpark)

Gisteren nog vandaag
Jos Schippers stierf in 1950 (diverse bronnen, Le Soir Illustré en Wikipedia, foto’s uit 1948)


Gisteren nog vandaag
Hij begon al op jonge leeftijd te tekenen en te schilderen, en bleef dat zijn hele leven doen.
Hij liet zich inspireren door verschillende kunststromingen, zoals expressionisme, surrealisme en popart.
Hij schilderde vooral portretten, soms van zichzelf of van andere muzikanten, maar ook van fictieve personages of historische figuren. Hij gebruikte vaak felle kleuren en geometrische vormen om zijn visie uit te drukken.
Zijn schilderijen werden tentoongesteld in verschillende galerijen en musea over de hele wereld, en werden zeer gewaardeerd door critici en publiek.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Pierre Alechinsky is geboren in Brussel op 19 oktober 1927.
Zijn vader is Russisch en jood, zijn moeder is Waals.
Hij studeerde aan het Nationaal Hoger Instituut voor Architectuur en Sierkunsten in Brussel.
In 1947 werd hij lid van Jeune Peinture Belge.
Na zijn ontmoeting met Christian Dotremont, één van de stichters van de Cobragroep, sluit Alechinsky zich in 1949 aan bij deze kunstvernieuwende strekking. Hij draagt veel bij tot de verwezenlijking van het tijdschrift “Cobra”. In 1951 organiseert hij de 2de internationale tentoonstelling van experimentele Cobrakunst in het ‘Palais des Beaux-Arts’ van Luik.
Na de ontbinding van de Cobragroep datzelfde jaar vertrekt Alechinsky naar Parijs, waar hij graveerkunst studeert. Hij komt in contact met de surrealisten.
Aangetrokken door de kalligrafie, reist hij in 1955 naar Tokio, waar hij de oosters prentkunst en grafische technieken bestudeert. Geleidelijk aan ruilt hij de olieverf in voor de inkt, waarmee hij de vrije loop kan geven aan een vlotte en gevoelige stijl. Hij voelt zich aangetrokken door de spontaniteit van de Japanse kalligrafie.
In 1957 maakte hij muurschilderingen voor de Cinematheque in Parijs.
In samenwerking met Appel, Jorn en Corneille illustreerde Alechinsky in 57 Vues Laponie van Christian Dotremont.
Hij trad toe tot het bestuur van de Salon de Mai te Parijs en sloot een contract met de Galerie de France. Een regelmatig inkomen liet hem toe op grotere doeken te werken.
In 1962 exposeerde de schilder in de New Yorkse galerij Lefebvre.
In 1965 maakt hij in New York kennis met de snelle en soepele acrylverftechniek die hem bijzonder goed ligt. Zijn bekendste werk, “Central Park” dateert uit die tijd. Het is zijn eerste werk met “kanttekeningen”, een reeks boordversieringen op de vier zijden van het centrale beeld die de betekenis van het schilderij moeten aanvullen.
In 1976 kreeg Alechinsky de (Amerikaanse) Andrew W. Mellonprijs voor zijn gehele oeuvre.
In 1983 werd hij professor aan de ‘Ecole Superieure des Beaux-arts’ in Parijs.

Gisteren nog vandaag
Samen met Dotremont vervaardigde hij zogenaamde woordschilderijen.
Alechinsky’s werk vertoont naast de invloed van de Cobrabeweging, ook sporen van het surrealisme. Dat bevat het automatisch handschrift en de vermenging van droom en rede.
Zijn werk is nauw verwant aan de action-painting (moderne schilderwijze waarbij de handeling van het schilderen zelf, het werken met verf centraal staat) en het tachisme (moderne schilderwijze waarbij men werkt met vlekken en verfspatten).
Pierre Alechinsky heeft met vele kunstenaars samengewerkt.
Zo ontstonden bijvoorbeeld publicaties met verschillende kunstenaars en schrijvers.
Zijn teksten werden ook in een vertaling van Hugo Claus en Freddy De Vree gebundeld in ‘De andere hand’.
In 1960 en 1972 was zijn werk te zien op de Biënnale van Venetië. Ook exposeerde Pierre Alechinsky op Documenta III in Kassel (1964), in het Centre Pompidou in Parijs (1978) en het Guggenheim Museum in New York (1987).
In 1994 ontving hij een eredoctoraat van de Vrije Universiteit van Brussel.
Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in 2007 brachten de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel hulde aan hem door middel van een overzichtstentoonstelling van zijn 60-jarige carrière.
Vijf jaar geleden kreeg hij de Praemium Imperiale prijs.
De zogenaamde ‘Nobelprijs van de kunsten’ wordt al sinds 1988 uitgereikt.
Alechinsky is de eerste Belg die de prijs wint. (diverse bronnen en Wikipedia)


Gisteren nog vandaag
Zijn vader Paul Messely, geboren in Moorsele in 1927 volgde avondlessen in de academie in Brugge.
Knack schreef het volgende over deze kunstenaar: Paul Messely is uitgesproken romantisch en kitscherig, maar commercieel.
Paul Messely was actief als schilder, tekenaar en fotograaf.
Hij schilderde vooral vrouwen, landschappen en bloemen. Zijn zoeterige tableaus blijven wel wat bijval kennen bij een bepaald publiek.
In 1977 maakte hij een Portret van Andreas (André) Dequae, Kamervoorzitter van 1974 tot 1977.
Ook zijn zoon Johan Messely (geboren 20 februari 1953 en vandaag dus 70 jaar oud) is kunstschilder.
Na zijn studies ingenieur en fotografie vestigde Johan Messely zich als fotograaf in Menen, maar koos uiteindelijk om van zijn schildershobby zijn beroep te maken.
Johan is net als zijn vader een autodidact en woont en werkt nu in Zuid-Frankrijk
Johan schildert zuiders getinte taferelen waarbij het spel van licht en schaduw primeert.
De olieverfschilderijen zijn zonnig en kleurrijk en stralen optimisme en levensvreugde uit.
Hij werkt figuratief met een impressionistische inslag. Naast olieverf heeft Johan ook een passie voor pastel.
Hierbij creëert hij de vrouw vanuit zijn fotografisch beeld, waar weerom het combineren van licht en schaduw heel belangrijk is.


Atlan verhuisde naar Parijs in 1930 en studeerde daar filosofie aan de Sorbonne, waar hij later ook les gaf.
Als Jood overleefde hij de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken in een tehuis voor geestesziekten, nadat hij eerder gearresteerd was als lid van het Franse verzet.
In dit tehuis leerde hij zich zelf schilderen en schrijven.
In 1944 keerde hij terug naar Parijs, waar hij in 1946 zijn eerste expositie had, samen met schilders als Georges Braque en Henri Matisse.
In dat jaar ontmoette hij Asger Jorn en sloot zich aan bij de Cobra-groep.
Zijn atelier werd een ontmoetingsplaats voor Cobra leden in Parijs.
Zijn werk staat bekend om het gebruik van pasteltinten, waarbij de kleurvlakken met dikke zwarte lijnen zijn omrand.
Er is een duidelijke invloed van Cobra te zien, maar Atlan behield altijd een eigen stijl.
Hij stierf op 12 februari 1960 ten gevolgen van kanker.
Jean-Michel Atlan is 37 jaar geworden.(Diverse bronnen, Wikipedia, foto 2 samen met zijn vrouw en foto 4 zijn atelier)




Victor Dolphyn is geboren in 1909 in Diest en kwam dit jaar 30 jaar geleden te overlijden in Antwerpen.
Hij volgde zijn opleiding aan de Academie te Gent o.l.v. J. Delvin en J. De Bruycker (1928-1932), aan het Hoger Instituut te Antwerpen o.l.v. Is. Opsomer (1932-1938).
Debuteerde in de lijn van de impressionisten om vervolgens naar een meer klassieke opbouw te evolueren.
Zijn stillevens, meestal vis en schaaldieren of flessen en vruchten, herinneren aan de verfijning van de meesters uit de 17e eeuw.
Door een afwisseling van sober opgelegde en nog dunnere verflagen bekomt hij een soort van lichtvibratie in zijn werken.
Zijn statige portretten werden meestal op bestelling gemaakt.
In 1962 stichter en bezieler van de Nieuw-Klassieke Antwerpse School.
Was leraar aan de Academie te Gent.
Zij werken zijn onder meer te zien in de Musea te Antwerpen en Gent.
Hij trouwde met Anna De Ridder, dochter van Alfons De Ridder (de schrijver en dichter Willem Elsschot).
Hun zoon is de kunstenaar Willem Dolphyn. Ook hij was lid van de schildersgroep “Nieuw-Klassieke Antwerpse School”. (Diverse bronnen, Piron en De Post 2 december 1962)







Tijdens de Eerste Wereldoorlog vlucht hij samen met zijn ouders in 1914 naar Frankrijk (Departement Yonne).
In 1916 verblijft de familie op een hoeve in Bourgogne.
In 1920 keren ze terug naar Esen op de boerderij van zijn oom en tante in Esen.
Gaston huwt Elza Jonckheere uit Vladslo in 1926.
In 1948 vieren zij de geboorte van hun twaalfde kind, Beatrijs.
Hij schrijft romans, maar die bleven onuitgegeven bij gebrek aan geld.
Start dan maar met tekenen en schilderen.
In 1954 organiseerde hij zijn eerste tentoonstelling in het stadhuis in Torhout.
Daarna volgen er in Oostende, Eeklo, Hasselt, Brugge, Antwerpen, Brussel, Gent, Rijsel, Eindhoven.
Doet aan groepstentoonstellingen in Oostende, Boulonge, Middelbrug, Roeselare, Brugge en Westfalen.
In 1959 krijgt in Parijs de zilveren medaille ` art, science et lettres` in het Salon Libre. Een paar jaren later, in 1969 krijgt hij de Médaille de la Ville de Paris.
Enkele grote doeken van hem hangen in de Sint-Pieterskerk van Esen.(Diverse bronnen en De Post 28 oktober 1962)





Hoe ouder ik word, hoe trotser ik ben op mijn achternaam.
Ooit kwam Benny Neyman met het idee voor een duet Neyman en Gijs (toen dacht ik oei….)
Nu… wel, laat mijn schildersnaam maar Mieke Gijs zijn. Onder die naam begon ik op mijn elfde te zingen, en zingen en schilderen ligt niet zo ver uit elkaar.
Voldoening, rust vinden bij wat je doet. Die rust vond ik vooral in het najaar van 2020.
Zoals de meesten onder u, had ik tijdens de lockdown alle kasten al tien keer opgeruimd, tot ik wat canvasdoeken en acrylverf vond.
Ze lagen al jaren op mij te wachten. Ik begon eraan en kon niet meer stoppen.
