45 jaar geleden, ex-Mud Rob Davis speelt nu bij Darts

Eind september 1981 was Rob Davis allang geen tieneridool meer. Jaren eerder vormde hij samen met zanger Les Gray het vertrouwde uithangbord van Mud, een band die zowel bij ons in Vlaanderen als in Nederland over de koppen liep.

Dagelijks kreeg Rob zakken vol liefdesbrieven en rustig over straat lopen zat er destijds echt niet meer in.

Die gigantische roem bleef echter niet duren. De hits droogden op, het aantal optredens slonk en ook binnen de groep begon het te wringen.

De vanzelfsprekende chemie tussen Les Gray en drummer Dave Mount verdween.

Les trok het schrijven van singles en covers steeds meer naar zich toe, vaak met B-kantjes die maar weinig voorstelden.

Daardoor groeiden Rob en Les stilaan uit elkaar, tot ze eigenlijk gewoon zaten te wachten op het definitieve einde van de groep.

Na hun laatste hit begonnen Rob Davis en bassist Ray Stiles zich stilaan los te wrikken.

Ze zagen het niet meer zitten en hun muzikale voorkeur verschoof naar oudere soulgroepen en opkomende Amerikaanse westcoastbands zoals The Doobie Brothers en Eagles.

Achteraf bekeken werd Mud toen al een heel andere richting uitgeduwd, zonder dat ze het zelf goed en wel beseften.

Toch bleven ze nog enige tijd samen optreden. Er liepen namelijk nog buitenlandse aanbiedingen binnen, al voelde dat vaak als overleven op korte termijn en gebeurde het lang niet altijd met volle goesting.

In 1978 viel dan toch het doek. Het allerlaatste optreden vond plaats in een afgelegen dorpje.

Muzikaal ging het nog wel, maar de sfeer zat helemaal onder het vriespunt en het plezier was definitief weg. Iedereen voelde dat het verhaal geschreven was.

Dave Mount was kort voor dat einde al opgestapt, waarna Rob een tijdje de kost verdiende met studiowerk en het geven van gitaarles.

Ondertussen stampte Les Gray met verse muzikanten een vernieuwde versie van Mud uit de grond.

De vriendschap bleef wel overeind: Rob hielp Les af en toe nog in de studio, al zag hij hem minder vaak, en hij hield ook geregeld contact met Dave, die op dat moment zonder werk zat.

In 1980 belandde Rob bij de Britse doo-wop- en rock-‘n-rollformatie Darts.

Eerst viel hij even in voor de vertrekkende gitarist George Currie, om wat later een vast bandlid te worden.

Hij zou er zo’n twee jaar blijven, tot in 1982.

Zijn uitstraling was intussen een pak nuchterder dan tijdens de wilde Mud-jaren. Grote hits scoorde Darts in die periode amper, maar aan optredens was er geen gebrek: van intieme clubs en kleine zalen tot verre buitenlandse reizen naar Thailand, Korea en Japan.

Bij Mud was het succes vroeger vooral beperkt gebleven tot Engeland, Duitsland en de Benelux.

Rob vond het achteraf gezien best jammer dat ze met Mud nooit die kleinere, directe concerten hadden gespeeld, maar bij Darts kon dat gelukkig wel.

Een echt idool wilde hij sowieso nooit zijn. De muziek primeerde altijd. Die uitzinnige adoratie van vroeger hoefde voor hem niet eens en had hij ook nooit gevraagd.

Op zijn tijd bij Mud keek hij intussen met een heel nuchtere blik terug.

Bij Darts zat hij weer helemaal op zijn plek: omringd door jongere muzikanten, een goedgevulde agenda en elk optreden dat aanvoelde als een echt feestje.

Eind september 1981 liet hij dan ook weten dat hij voorlopig bij Darts bleef. Hij amuseerde zich rot, net zoals de rest van de bende.

De groep had werk en dat was voor hem het allerbelangrijkste.

Hij prees zich gelukkig dat hij opnieuw deel uitmaakte van een band die hem op handen droeg en respecteerde.

Na zijn periode bij Darts gooide Rob Davis het over een heel andere boeg en legde hij zich volledig toe op het schrijven van pop- en dancehits en het studiowerk achter de knoppen.

Dat bleek een schot in de roos: samen met Cathy Dennis pende hij later gigantische wereldhits neer voor Kylie Minogue, waaronder Can’t Get You Out of My Head en Come Into My World.

Ook de andere Mud-leden kenden elk hun eigen verhaal.

Les Gray blies Mud in de jaren tachtig nieuw leven in met een verjongde bezetting.

Zeker in Vlaanderen, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk was hij een graag geziene gast op nostalgiefestivals en dook hij geregeld op in televisieprogramma’s.

Hij overleed op 21 februari 2004 in een Portugees ziekenhuis aan de gevolgen van keelkanker en een daaropvolgende hartaanval.

Bassist Ray Stiles sloot zich vanaf de jaren tachtig aan bij The Hollies en bleef in de groep tot 20 augustus 2026. Toen de twee kernleden, gitarist Tony Hicks (80) en drummer Bobby Elliott (84), besloten om met pensioen te gaan

Samen met twee nieuwe bandleden treedt hij met de andere muzikanten nog altijd geregeld op onder de naam Mud.

Vier jaar geleden stonden ze trouwens nog gewoon bij ons op het podium in Oudenaarde.

Met drummer Dave Mount liep het helaas heel wat minder goed af. Hij trok zich volledig terug uit de muziekwereld en overleed op 2 december 2006 in het ziekenhuis, na een zelfmoordpoging.

De carrière van Julien Clerc begon op 4 oktober 1947 in Parijs.

Julien Clerc, geboren als Paul Alain August Leclerc, groeide op in een wereld van uitersten.

Aan de ene kant was er de gedisciplineerde opvoeding in een groot landhuis in Bourg-la-Reine bij zijn vader, een professor bij UNESCO, waar discipline en traditie de boventoon voerden.

Aan de andere kant was er het bruisende Parijs van zijn moeder, waar de jonge Paul zich pas echt vrij voelde.

De wortels van zijn moeder in Guadeloupe gaven hem de bron voor zijn temperament en de creativiteit die later zijn muziek zou kenmerken.

Tijdens zijn middelbareschooltijd vond hij een zielsverwant in Maurice Momo Vallet, met wie hij de liefde voor sport, literatuur en muziek deelde, variërend van Charles Aznavour tot The Beatles.

Wanneer Paul in 1966 in Parijs rechten gaat studeren aan de Sorbonne, ontmoet hij in een café tekstschrijver Etienne Roda-Gil.

Het drietal droomt van succes, maar daarvoor moet er eerst een artiestennaam komen.

Na suggesties als Paul Le Rock en Joe Leclerc valt de keuze definitief op Julien Clerc.

Na een aanvankelijke afwijzing bij CBS Records zorgt een toevallige ontmoeting op een feest van UNESCO voor de ommekeer.

Julien mag auditie doen bij Pathé-Marconi en krijgt zijn eerste contract.

In 1968 verschijnt zijn eerste single La Cavalerie en niet veel later staat hij in het voorprogramma van Adamo.

De echte grote doorbraak volgt in 1970 wanneer hij de hoofdrol speelt in de Franse versie van de musical Hair.

Het publiek is verkocht en Julien Clerc groeit uit tot een waar tieneridool dat wekenlang in een steevast uitverkocht Olympia in Parijs staat.

In de jaren zeventig verovert Julien ook Nederland en Vlaanderen. Na successen als Ce Nest Rien en Si On Chantait bereikt hij in 1976 de absolute top met This Melody, dat op nummer een belandt in de hitlijsten.

Hij trouwt met actrice Miou Miou, met we wie hij twee dochters krijgt, en knipt zijn iconische wilde krullen af.

Hoewel hij later breekt met zowel zijn vrouw als zijn vaste schrijvers Momo en Roda-Gil, blijft het succes aanhouden.

Hij werkt samen met iconen als Serge Gainsbourg en Françoise Hardy, terwijl albums in Frankrijk met platina worden bekroond.

In 1987 scoort hij bij ons opnieuw een grote hit met het vrolijke Helene, een weerspiegeling van het geluk in zijn nieuwe huwelijk met Virginie Couperie.

Juliens leven blijft in beweging, zowel muzikaal als persoonlijk.

Na een reis door Afrika wordt hij in 2003 benoemd tot speciaal ambassadeur van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Hij vindt uiteindelijk nieuw geluk bij de schrijfster Helene Gremillon en wordt op 61-jarige leeftijd opnieuw vader van zoon Leonard.

Rond die tijd neemt hij met Rob de Nijs, die in dezelfde levensfase ook weer vader wordt, een nieuwe versie op van zijn oude hit This Melody.

Naast zijn eigen werk blijft hij zich inzetten voor Les Enfoirés en de daklozenorganisatie Restos du Coeur.

Met zijn nieuwste album Une Vie uit 2025 bewijst hij dat zijn passie onverminderd groot is.

Om zijn vijftigjarige carrière te vieren, start hij in 2026 een grote tournee die hem langs de grootste zalen van Frankrijk en België voert, een ode aan een leven dat volledig in het teken staat van de muziek.

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc is roddelpraatjes beu (Joepie 16 april 1975)

Gisteren nog vandaag

Kluizenaar Julien Clerc in de Joepie van 23 oktober 1978

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc, klagen is dom en puur tijdverlies (Joepie 6 maart 1983)

Gisteren nog vandaag

In de Hitkrant, 1978, Julien Clerc

Gisteren nog vandaag