40 jaar geleden, thuis bij de nieuwe Dallas-ster Deborah Shelton.

Deborah Shelton, geboren op 21 november 1948 in Washington D.C., is een Amerikaanse actrice en voormalig schoonheidskoningin, die bij het grote publiek vooral bekendheid geniet als Mandy Winger uit de iconische soapserie Dallas.

Haar jeugd bracht ze door in Norfolk, Virginia en ze omschrijft zichzelf als een “echte losbol” die vroeger niets liever deed dan voetballen.

In 1970 begon haar opmerkelijke reis naar de schijnwerpers, want nadat de oorspronkelijke winnares, Betsy Ulrich, haar titel als Miss Virginia USA opgaf vanwege haar huwelijk, werd Shelton gekroond tot de nieuwe Miss Virginia USA.

Dit succes opende de deur naar de nationale Miss USA verkiezingen in Miami, waar ze prompt de felbegeerde titel in de wacht sleepte.

Alsof dat nog niet genoeg was, behaalde ze ook nog eens de eervolle tweede plaats in de Miss Universe verkiezing, eveneens in Miami, vlak achter de Puerto Ricaanse schone Marisol Malaret.

Een indrukwekkende prestatie, te meer omdat haar voorgangster als Miss USA, Wendy Dascomb, óók uit Virginia kwam. Hiermee won de staat voor het eerst twee jaar op rij de nationale titel, een unicum in de geschiedenis van de missverkiezingen.

Na haar triomfen in de missverkiezingen richtte Shelton haar pijlen op Hollywood en dit met een gedurfde fotoshoot voor het magazine Playboy in maart 1974.

Daarmee zorgde ze voor de nodige publiciteit, en al snel bemachtigde ze gastrollen in populaire televisieseries als Fantasy Island, The A-Team, T.J. Hooker, Riptide en The Love Boat.

In 1984 speelde ze een rol in de thriller Body Double, geregisseerd door Brian De Palma. Ze noemt haar rol in de serie The Yellow Rose als de rol die uiteindelijk de deuren opende naar grotere projecten.

Haar grote doorbraak kwam echter met de rol van Mandy Winger, de verleidelijke minnares van J.R. Ewing, in de wereldberoemde soapserie Dallas.

Van 1984 tot 1987 vertolkte ze de rol met verve, en Mandy groeide uit tot een geliefd personage onder de miljoenen kijkers.

De chemie tussen Shelton en Larry Hagman, die J.R. speelde, spatte van het scherm en gaf een extra dimensie aan de complexe intriges binnen de Ewing-familie.

In 2013 maakte ze een gedenkwaardige comeback als Mandy voor de begrafenis van J.R. in de vernieuwde Dallas-serie.

Ook na haar Dallas-avontuur bleef Shelton acteren, zo was ze te zien in films als Blind Vision (1992) en Plughead Rewired: Circuit Man II (1994).

In 1971, kort na het doorgeven van haar Miss USA-titel, trouwde ze met Vici Castro, een Cubaanse vluchteling.

Ze kregen samen een zoon, Christopher, maar het huwelijk strandde binnen vijf jaar.

In 1977 stapte ze in het huwelijksbootje met de Joods-Israëlische muziekproducent Shuki Levy, bekend van het duo Shuki & Aviva en de muziek voor talloze tekenfilmseries.

Samen kregen ze een dochter, Tamara.

Shelton schreef ook enkel nummers met haar man, zoals het nummer “Magdelena”, die verscheen op een album van Demis Roussos en “Sad” voor Andy Williams.

Het huwelijk eindigde ook met Levi, maar ze bleven wel vrienden.

Na een verloving met componist en muziekproducer Ron Carpenter bleef ze ongehuwd.

Vandaag, op haar zesenzeventigste, geniet ze van haar pensioen.

40 jaar geleden, Thuis bij Vantiy, iedere dag vecht ik tegen de eenzaamheid.

Vanity (echte naam Denise Matthews) begon haar carrière als model.

Ze poseerde ook tweemaal onder de naam Vanity in Playboy.

Begin jaren 80 werd ze ontdekt door Prince.

In 1982 werd ze de leadzangeres van het meidentrio Vanity 6.

In 1983 hield de groep al op met bestaan.

Na het kortstondige succes begon Matthews een solocarrière en een filmcarrière.

Sinds 1980 speelde Matthews ook in B-films.

Haar bekendste rol in die van Doreen in de thriller 52 Pick-Up.

Ze speelde ook in de kungfu klassieker “The last dragon”.

Na in de negentiger jaren een drugsprobleem te hebben gehad bekeerde ze zich tot het christendom.

Aan dit drugsverleden hield ze als gevolg van een bijna overdosis een nierprobleem over.

Uiteindelijk is dit nierfalen haar fataal geworden.

Matthews overleed op 15 februari 2016 op 57-jarige leeftijd aan Sclerosing encapsulating peritonitis (SEP = een zeldzame ziekte, alleen voorkomend bij vrouwen) en Joepie 20 januari 1985

Het leven van Sheldon Allan Silverstein, de componist van het nummer The Ballad Of Lucy Jordan.

Sheldon Allan Silverstein, beter bekend als Shel Silverstein, werd geboren op 25 september 1930 in Chicago, Illinois.

Hij groeide op in de wijk Logan Square en ontwikkelde al op jonge leeftijd een passie voor tekenen en schrijven.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, was hij niet alleen de componist van het nummer “The Ballad of Lucy Jordan,” maar een buitengewoon veelzijdig artiest: dichter, songwriter, muzikant, componist, illustrator, scenarist en schrijver van kinderboeken.

Silverstein begon zijn carrière in de jaren 50 tijdens zijn militaire dienst in Japan en Korea.

Daar tekende hij cartoons voor het militaire dagblad Stars and Stripes. Deze periode legde de basis voor zijn latere succes als illustrator.

Na zijn diensttijd keerde Silverstein terug naar Chicago en begon hij te werken voor verschillende tijdschriften.

Zijn doorbraak kwam in 1956 toen Hugh Hefner, de oprichter van Playboy, hem inhuurde als vaste cartoonist.

Zijn cartoons, bekend om hun scherpe humor en unieke stijl, werden een vast onderdeel van het magazine en droegen bij aan zijn groeiende bekendheid.

Hij zou meer dan 25 jaar voor Playboy werken.

In de jaren zestig verbreedde Silverstein zijn artistieke horizon en begon hij met het schrijven van kinderboeken.

Deze boeken, zoals The Giving Tree (1964), Where the Sidewalk Ends (1974) en A Light in the Attic (1981), werden wereldberoemd.

The Giving Tree was aanvankelijk afgewezen door veel uitgevers die het te verdrietig vonden voor kinderen.

Het werd uiteindelijk een van de meest geliefde en besproken kinderboeken aller tijden.

Zijn verhalen, vaak vergezeld van zijn eigen kenmerkende illustraties, waren geliefd om hun fantasierijke verhalen, humor en diepere boodschappen.

Zijn boeken zijn vertaald in meer dan 47 talen en er zijn wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren van verkocht.

Naast zijn werk als illustrator en kinderboekenschrijver was Silverstein een begenadigd songwriter.

In 1969 schreef hij het nummer “A Boy Named Sue” voor Johnny Cash dat een wereldwijde een hit werd.

Dit humoristische lied, verteld vanuit het perspectief van een man die door zijn vader met een meisjesnaam is opgezadeld, won een Grammy Award voor Best Country Song.

Silverstein schreef later inderdaad een vervolg hierop, “The Father of a Boy Named Sue,” vanuit het perspectief van de vader.

Hij schreef ook het nummer “25 Minutes to Go” voor Johnny Cash, dat gaat over een ter dood veroordeelde die aftelt tot zijn executie

Silverstein schreef liedjes voor vele andere artiesten, waaronder The Irish Rovers (“The Unicorn”), Brothers Four, en Loretta Lynn.

Zijn succesvolste samenwerking was echter met de band Dr. Hook & The Medicine Show (later ingekort tot Dr. Hook).

Silverstein schreef alle nummers voor hun debuutalbum, Dr. Hook (1971), en een groot deel van hun opvolgende albums.

De single “Sylvia’s Mother”, een tragikomisch verhaal over een man die probeert zijn ex-vriendin telefonisch te bereiken, werd een internationale hit en bereikte in 1972 de vijfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Voor Dr. Hook schreef Silverstein ook “The Ballad of Lucy Jordan” in 1974.

Hoewel het nummer oorspronkelijk door Dr. Hook werd opgenomen, bereikte het pas echt wereldfaam toen Marianne Faithfull het in 1979 coverde voor haar album Broken English.

Haar indringende vertolking van het melancholische verhaal over een huisvrouw die haar dromen ziet vervagen, werd een klassieker.

Faithfull’s versie werd later ook gebruikt in de films Thelma & Louise en Montenegro.

Eerder werd het nummer ook al gecoverd door Johnny Darrell (1975) en Lee Hazlewood (1976).

Hij kreeg 2 Grammy Awards en was genomineerd voor een Oscar en een Golden Globe.

Shel Silverstein overleed onverwacht aan een hartaanval op 10 mei 1999 in Key West, Florida, op 68-jarige leeftijd.

Silverstein werd in 2002 postuum opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame.

De tweeling Alice & Ellen Kessler, wie kent ze nog?

De tweeling Alice & Ellen Kessler (geboren in Nerchau op 20 augustus 1936) hebben een lange en veelzijdige carrière gehad als danseressen, zangeressen, actrices en presentatrices.

Hun ouders waren muzikaal aangelegd en stuurden de eeneiige tweeling op 6-jarige leeftijd naar de balletschool.

In 1947 gingen ze bij het kinderballet van de Leipziger Opera.

Na de vlucht van hun familie naar West-Duitsland in 1952, maakten ze hun debuut bij de revue in Düsseldorf.

Ze veroverden al snel de harten van het publiek in Parijs en Italië, waar ze bekend stonden als de “tweeling van de benen”.

Ze namen ook deel aan het Eurovisiesongfestival in 1959 met het nummer Heute abend wollen wir tanzen gehen, waarmee ze de 8e plaats behaalden.

Ze speelden in verschillende films en hadden ook hun eigen televisieprogramma.

Ze woonden in Italië van 1962 tot 1986 en hadden daar hun eigen tv-show.

Ze poseerden voor de Italiaanse playboy in 1976, toen ze 40 jaar waren, wat een sensatie veroorzaakte en die dan ook in korte tijd was uitverkocht.

Ze hebben samengewerkt met beroemde sterren zoals Burt Lancaster en Elvis Presley.

Sinds 1986 wonen ze in Grünwald nabij München.

In 2009 gaven ze een reeks jazzconcerten samen met Hugo Strasser, Max Greger, Bill Ramsey en de SWR Big Band.

Victoria Principal als Pamela Ewing in Dallas (Poster Joepie 14 januari 1979)

Victoria Principal is geboren op 3 januari 1950 in Tokio.

Haar vader was een militair in de Amerikaanse luchtmacht en haar moeder was een schoonheidsconsulente.

Ze groeide op in verschillende landen en studeerde af aan de highschool in Boston.

Ze wilde geneeskunde studeren, maar na een ernstig auto-ongeluk veranderde ze van plan en besloot ze actrice te worden.

Ze nam toneellessen in New York en Londen en kreeg haar eerste filmrol in 1971 naast Paul Newman in “The Life and Times of Judge Roy Bean”.

In 1972 poseerde ze in december naakt voor de Playboy.

Ook speelde ze in 1974 in de kaskraker Earthquake en dit samen met Charlton Heston.

Ze werd vooral beroemd door haar rol als Pamela Barnes Ewing in de populaire tv-serie Dallas, waar ze tien seizoenen lang in speelde.

Na haar succes in Dallas, speelde Victoria Principal in verschillende tv-films en miniseries, zoals Blind Witness, Naked Lie, Mistress en Sparks: The Price of Passion.

Ze richtte ook haar eigen productiebedrijf op, Victoria Principal Productions, dat onder andere de film Don’t Touch My Daughter produceerde.

In 1987 lanceerde ze haar eigen lijn van huidverzorgingsproducten, Principal Secret, die wereldwijd populair werd.

Ze schreef ook vier bestsellerboeken over schoonheid, fitness en welzijn.

In 2000 keerde ze terug naar de tv met de sitcom Titans, maar die werd na een seizoen geannuleerd.

Victoria Principal was twee keer getrouwd en gescheiden.

Haar eerste echtgenoot was Christopher Skinner, een schrijver en regisseur, met wie ze trouwde in 1978 en scheidde in 1980.

Haar tweede echtgenoot was Harry Glassman, een plastisch chirurg, met wie ze trouwde in 1985 en scheidde in 2006.

Ze heeft geen kinderen.

Ze is een dierenrechtenactiviste en een milieuactiviste.

Ze steunt verschillende goede doelen, zoals de American Humane Association, de Humane Society of the United States en Greenpeace.

Ze is ook een ruimtevaartenthousiast en heeft een ticket gekocht om met Virgin Galactic naar de ruimte te reizen.

Amanda Lear wil van haar mannelijke frustraties af (Muziek Expres oktober 1978)

Door te poseren voor Playboy bewees ze eind jaren 70 dat ze in ieder geval geen travestiet was.

Maar de geruchten werden er niet door gestopt.

Zelfs recent bleef de controverse levend, toen in 2011 een Italiaanse krant uitpakte met een “geboorteakte” van een zekere Alain Tap, die geboren was in 1939 – veel vroeger dan altijd gedacht werd: Lear zou eind jaren 40 geboren zijn, maar die gegevens baadden altijd al in een sfeer van geheimzinnigheid – én een foto van een jonge Tap, met een gezicht dat sprekend geleek op dat van Lear.

“Net als alle mensen in de showbizz moet ik altijd acteren”, vertelde ze in 2009 tijdens een bezoek aan Brugge.

Het heeft haar muziekcarrière eind jaren 70 alvast geen kwaad gedaan.

Want Met behulp van de producer Anthony Monn ontpopte ze zich tot de blanke “queen of disco” en verwierf ze in 1978 wereldfaam met de hit “Follow me”.

Ook de volgende singles Queen of China-Town ( uitgebracht in 1977, maar door haar succes in 1978 terug uitgebracht), Enigma (Give a bit of mmmh to me), Gold, The sphinx en Fashion pack waren een groot succes. (Diverse bronnen en Wikipedia)

40 jaar geleden, Amanda Lear comeback met verf en penseel (Joepie 7 maart 1982)

Amanda Lear begon in de jaren 60 als mannequin. Ze werkte onder anderen samen met Paco Rabanne.

Eind jaren zestig werkte ze als danseres in de Crazy Horse saloon in Parijs. Fotograaf Brian Duffy kwam daar met haar in contact via Monty Landis en fotografeerde haar voor Nova magazine met als onderwerp ‘How to undress in front of your husband’.

Later onthulde diezelfde Monty toen Duffy haar als sexy vrouw had gefotografeerd dat zij transgender was. Iets wat zij zelf altijd is blijven ontkennen.

In dezelfde periode leerde ze de Spaanse surrealistische schilder Salvador Dalí kennen.

Het zou de excentrieke kunstenaar Salvador Dali, met wie Lear meer dan vijftien jaar “een spiritueel huwelijk” had, zijn geweest die de twijfels rond Lears geslacht aanwakkerde als marketingstrategie.

Die twijfels doken al op in de jaren 60, toen Lear bezig was een modellencarrière uit te bouwen. Lear zou toen geen onbekende geweest zijn in het drag-queencircuit.

Lear zelf voedde de controverse door de ene keer te beweren dat het “een zot idee van een journalist” was, dan weer dat “het een publiciteitsstunt van Dali” was of dat “David Bowie ( ze had een affaire met Bowie en het was ook hij die haar aanstuurde om zangeres te worden) het gerucht gestart had”: “Het maakt me mysterieus en aantrekkelijk.

Er is niets wat de muziekwereld liever heeft dan een freak buiten categorie.

Mijn succes bij homo’s is helemaal te danken aan de buitengewone legendes die over mij bestaan.” En dan was er het nummer “I’m a Mistery”, waarbij “Mystery” verkeerd geschreven werd, met verwijzing naar “Mister”.

Door te poseren voor Playboy bewees ze eind jaren 70 dat ze in ieder geval geen travestiet was.

Maar de geruchten werden er niet door gestopt.

Zelfs recent bleef de controverse levend, toen in 2011 een Italiaanse krant uitpakte met een “geboorteakte” van Alain Tap, die geboren was in 1939 – veel vroeger dan altijd gedacht werd: Lear zou eind jaren 40 geboren zijn, maar die gegevens baadden altijd al in een sfeer van geheimzinnigheid – én een foto van een jonge Tap, met een gezicht dat sprekend geleek op dat van Lear.

“Net als alle mensen in de showbizz moet ik altijd acteren”, vertelde ze in 2009 tijdens een bezoek aan Brugge.

Het heeft haar muziekcarrière eind jaren 70 alvast geen kwaad gedaan.

Want Met behulp van de producer Anthony Monn ontpopte ze zich tot de blanke “queen of disco” en verwierf ze in 1978 wereldfaam met de hit “Follow me”.

Ook de volgende singles Queen of China-Town ( uitgebracht in 1977 maar door haar succes in 1978 terug uitgebracht), Enigma (Give a bit of mmmh to me), Gold, The sphinx en Fashion pack waren een groot succes.

In 1979 trouwde ze met de aristocraat Alain-Philippe Malagnac, de geliefde van de Franse schrijver Roger Peyrefitte. Bij een brand in hun huis in 2000 verloor hij het leven.

In 2001 maakte ze een comeback in de internationale muziekwereld met het in Frankrijk geproduceerde album “Heart”. Opvallende singles waren “Love boat” en “I just wanna dance again”.

Nadien volgden er verscheidene duetten (onder andere: “Beats of love” met Get Ready! uit België, “Martini disease” met Jet Lag uit Italië) en werden er enkele singles uitgebracht (onder andere: “Copacabana” en “Paris by night”).

In 2005 scoorden The Housekeepers een clubhit met Go down, een bewerking van Lears Queen of Chinatown.

In 2006 bracht Lear een cd uit met covers van onder anderen Shirley Bassey, Sarah Vaughan, Nina Simone, Dalida, Juliette Gréco, Hildegard Knef, Eartha Kitt: “With Love”.

Buiten het zingen heeft Amanda ook veel succes met haar schilderijen.

Haar eerste expo vond plaats in Rotterdam in de jaren 80. Volgens kenners is ze blijven groeien in haar werk.

In 2007 ontving ze in Frankrijk de titel “Chevalier dans l’ordre des arts et lettres”.

In 2016 bracht ze een album uit met als titel Let me entertain you en met de singles The best is yet to come en Catwalk.

Haar laatste album is van verleden jaar en kreeg als titel Tuberose. Voor mij één van haar beste albums. Een aanrader, helaas niet meer te koop, gelukkig wel in mijn bezit. Maar gelukkig ook te beluisteren op Spotify.(Diverse bronnen, Wikipedia, Joepie en Oor)

40 jaar geleden, Amanda Lear comeback met verf en penseel (Joepie 7 maart 1982)

Dorothy Stratten, de dood kwam voor de roem

Stratten heette oorspronkelijk Hoogstraten.

Haar ouders, Simon en Nelly Hoogstraten, waren in 1954 in Nederland getrouwd en emigreerden vervolgens naar Canada.

Ze liet haar achternaam veranderen naar Stratten en trouwde in juni 1979 met haar vriend Paul Snider.

Nadat Snider naaktfoto’s van haar naar de Amerikaanse Playboy stuurde, nodigde het blad haar uit om voor een fotosessie naar Los Angeles te komen.

Ze verscheen in augustus 1979 in Playboy als playmate van de maand en werd door de lezers van het blad verkozen tot playmate van het jaar in 1980.

Stratten werkte ook als bunny in de Playboy-club in Los Angeles en begon een carrière als actrice.

In 1980 kreeg ze de hoofdrol in de sciencefictionparodie Galaxina.

Haar relatie met Paul Snider verslechterde al snel. Snider bleek ziekelijk jaloers en viel haar lastig op de filmset van Galaxina.

Nadat Stratten een relatie begon met de regisseur Peter Bogdanovich huurde hij een privédetective in om haar te volgen. Hugh Hefner adviseerde haar om de relatie met hem te verbreken.

Het stel scheidde en Stratten ging samenwonen met Bogdanovich.

Op 14 augustus werden Stratten en Snider samen dood gevonden in hun voormalige woning in Los Angeles.

Stratten was vermoord door een schot in haar gezicht met een hagelgeweer.

Een autopsie wees uit dat Snider na Stratten was gestorven, wat aanduidde dat Snider Stratten had vermoord en vervolgens zelfmoord had gepleegd.

Bogdanovich had Stratten een rol in zijn film They All Laughed (1981) gegeven.

Na haar dood wilde geen enkele filmstudio de film uitbrengen. Bogdanovich financierde de filmdistributie zelf, maar de film bleek een flop, en Bogdanovich verloor miljoenen dollars.

Hij trouwde later met Strattens zuster, de actrice Louise Stratten.(Diverse bronnen, De Post 25 oktober en Wikipedia)

Dorothy Stratten, de dood kwam voor de roem (De Post 20 oktober 1981)
Dorothy Stratten, de dood kwam voor de roem (De Post 20 oktober 1981)
met Hugh Hefner

60 jaar geleden, Vlaanderen maakt kennis met de Franse cartoonist Edmond Kiraz

Geboren in Caïro en van Armeense afkomst, begon Kiraz vanaf zijn zeventiende zijn carrière als politiek cartoonist in Egypte.

Na de Tweede Wereldoorlog emigreerde hij naar Parijs.

In 1950 creëerde hij het stripverhaal Line.

In 1959, terwijl hij voor het Franse tijdschrift Jours de France werkte, liet zijn baas, Marcel Dassault, hem overstappen van politiek naar humoristische cartoonist.

Naarmate de tijd verstreek, ontwikkelde Kiraz een kenmerkende en humoristische picturale stijl van vrouwen die hij Les Parisiennes noemde : erg dun, met lange benen, kleine borsten en een pruilend gezicht.

Zijn cartoons zijn vaak niet alleen humoristisch, maar ook een beetje ondeugend of erotisch, en sinds 1970 leverde hij regelmatig bijdragen aan Playboy magazine. (Diverse bronnen, De Post 8 oktober 1961 en Wikipedia)

60 jaar geleden, Vlaanderen maakt kennis met de Franse cartonist Edmond Kiraz

Vanity, eindelijk ben ik van Prince verlost (Joepie 5 oktober 1986)

Vanity (echte naam Denise Matthews) begon haar carrière als model.

Ze poseerde ook tweemaal onder de naam Vanity in Playboy.

Begin jaren 80 werd zij ontdekt door Prince.

In 1982 werd ze de leadzangeres van het meidentrio Vanity 6.

In 1983 hield de groep al op met bestaan.

Na het kortstondige succes begon Matthews een solocarrière en een filmcarrière.

Sinds 1980 speelde Matthews ook in B-films.

Haar bekendste rol in die van Doreen in de thriller 52 Pick-Up.

Ze speelde ook in de kungfu klassieker “The last dragon”.

Na in de negentiger jaren een drugsprobleem te hebben gehad bekeerde ze zich tot het christendom.

Aan dit drugsverleden hield ze als gevolg van een bijna overdosis een nierprobleem over.

Uiteindelijk is dit nierfalen haar fataal geworden.

Matthews overleed op 57-jarige leeftijd (15 februari 2016) aan Sclerosing encapsulating peritonitis (SEP): een zeldzame ziekte, alleen voorkomend bij vrouwen. (Wikipedia, diverse bronnen)

Vanity, eindelijk ben ik van Prince verlost (Joepie 5 oktober 1986)
Vanity in de playboy
Vanity 6
Vanity in de playboy
Vanity in de playboy