Vandaag, precies 93 jaar geleden, werd een icoon aan de Belgische kust officieel geopend.

Op 9 juli 1933 werd de nieuwe pier van Blankenberge ingehuldigd, een gebeurtenis die destijds werd gemarkeerd met de uitgave van een speciale postkaart.

Deze pier, een ontwerp met art-deco-invloeden van Jules Soete, verving de oorspronkelijke gietijzeren constructie uit 1894 die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd vernield.

De nieuwe, betonnen pier strekte zich 350 meter uit in de Noordzee en werd al snel het symbool van de stad en een trekpleister voor toeristen.

Bij de opening was de pier niet alleen een wandelhoofd.

De eerste vier jaar bood het onderdak aan het pretpark ‘Luna Staar’, wat zorgde voor extra vertier boven de golven.

Het was een plaats van plezier en ontspanning, een moderne constructie die het optimisme van het interbellum uitstraalde.

Door de jaren heen heeft de pier heel wat meegemaakt en de constante invloed van de zee heeft zijn sporen nagelaten.

Recentelijk onderging de wandelweg dan ook een grondige renovatie, met als doel deze te herstellen naar het oorspronkelijke uitzicht van 1933.

Vandaag kunt u op deze plaats lekker eten met een pracht van een uitzicht.

Hoewel het geen officieel museum is, beschikt het gebouw wel over een exporuimte.

Hier worden regelmatig tijdelijke tentoonstellingen of evenementen georganiseerd.

De ruimtes worden ook veelvuldig verhuurd voor privéfeesten, bedrijfsevenementen en speciale proeverijavonden.

Ongeveer 87 jaar geleden ging mijn overgrootmoeder (Martha Van Hende) een dagje naar de zee, Blankenberge.

De Haan is een van de meest charmante en unieke badplaatsen aan de Belgische kust, gelegen in de provincie West-Vlaanderen.

Wat de gemeente onmiddellijk onderscheidt van vrijwel alle andere steden langs de kustlijn, is het ontbreken van de typische aaneengesloten muur van hoge appartementsgebouwen langs het strand.

In de plaats daarvan word je verwelkomd door sierlijke en historische architectuur in de zogenaamde Belle Epoquestijl.

Dit is vooral zichtbaar in de beschermde villawijk de Concessie, die aan het begin van de twintigste eeuw slim werd ingeplant in het golvende duinenlandschap.

Gisteren nog vandaag

De naam van deze wijk verwijst letterlijk naar de erfpacht of concessie die in 1889 door de Belgische staat, onder impuls van koning Leopold II, voor negentig jaar werd toegekend aan particuliere investeerders.

Om het onherbergzame duingebied te ontwikkelen tot een luxueuze badplaats, stelde men erg strenge bouwvoorschriften op onder leiding van de Duitse stedenbouwkundige Hermann-Josef Stübben.

De nieuw aan te leggen wegen moesten het kronkelende, natuurlijke reliëf van de duinen volgen en er mochten uitsluitend vrijstaande villa’s met grote omliggende tuinen gebouwd worden.

Toen deze oorspronkelijke concessie-overeenkomst na negentig jaar in 1979 ten einde liep, werd de erfpacht niet wettelijk verlengd. Grote bouwpromotoren zagen onmiddellijk hun kans schoon om de percelen op te kopen en de kustlijn ook hier vol te bouwen met hoge appartementsblokken.

Enkele authentieke gebouwen, waaronder Hotel Beau Rivage, gingen aanvankelijk zelfs tegen de vlakte om plaats te maken voor moderne flatgebouwen zoals residentie Mayfair.

Deze plotselinge afbraak leidde echter tot een storm van protest en een grootschalige petitie van zowel inwoners als toeristen, die massaal eisten dat het unieke karakter van De Haan bewaard zou blijven.

Als reactie hierop koos de overheid er niet voor om het oude erfpachtcontract zomaar te verlengen, maar greep ze in via de wetgeving rond monumentenzorg en stedenbouw.

Gisteren nog vandaag

In 1981 werd het centrale deel van de wijk, samen met enkele belangrijke historische gebouwen, geklasseerd als beschermd dorpsgezicht.

Enkele jaren later werden er via een Bijzonder Plan van Aanleg ook zeer strenge bouwvoorschriften vastgelegd om te garanderen dat de bestaande verhoudingen tussen de huizen en de natuur gerespecteerd bleven, waarna de volledige vroegere concessie in 1995 definitief als erfgoed werd beschermd.

Het oorspronkelijke juridische contract liep dus af, maar de stedenbouwkundige visie werd dankzij burgerprotest permanent verankerd in nieuwe beschermingsstatuten.

Het resultaat is een groen, uitgestrekt en rustig straatbeeld vol charmante witte villa’s, kenmerkend door hun rode daken, torentjes en sierlijke houten balkons.

Naast dit architecturale erfgoed trekt De Haan ook enorm veel natuurliefhebbers aan, met name dankzij de uitgestrekte Duinbossen en het opvallend lange, rustige zandstrand.

Gisteren nog vandaag

Het meest beroemde feit over De Haan is ongetwijfeld het tijdelijke verblijf van Albert Einstein.

In het voorjaar van 1933, vlak nadat hij nazi-Duitsland was ontvlucht, woonde de wereldberoemde natuurkundige maar liefst zes maanden lang in de Villa Savoyarde.

Hij wandelde er dagelijks door de duinen en ontving er talloze prominente wetenschappers, kunstenaars en hoogwaardigheidsbekleders voordat hij met zijn vrouw definitief naar de Verenigde Staten vertrok.

Een ander opvallend monument en geliefd weetje is het historische tramstationnetje uit 1902.

Dit sierlijke gebouwtje, met zijn typische vakwerk, is in zijn authentieke glorie bewaard gebleven en fungeert nog steeds als een van de mooiste en meest gefotografeerde haltes van de hele Kusttram.

Tot slot is het bijzonder om te weten dat het vele groen in De Haan absoluut geen toeval is; de uitgebreide bossen werden destijds heel bewust aangeplant om het opwaaiende zand tegen te houden en te voorkomen dat het het dorp zou overspoelen.

Dit doordachte plan geeft de badplaats tot op de dag van vandaag haar unieke, bosrijke en schilderachtige karakter.

Giteren nog vandaag

De Dulle Griet: van gevreesd oorlogswapen tot Gents icoon.

Toen de Gentenaars in 1452 ten strijde trokken tegen hertog Filips de Goede, zetten ze volgens de legende een indrukwekkend kanon in bij het beleg van Oudenaarde.

De Gentenaars verloren de strijd echter, waardoor het monster van Gent als zegeteken in Oudenaarde achterbleef.

Pas op 25 februari 1578 wist kapitein Rockelfing het wapen te heroveren.

Op 8 maart van dat jaar kwam de Dulle Griete, ook wel de Rode Duivel genoemd, aan bij het Cuupgat bij de Minderbroeders.

Hoewel er vermoedelijk plannen waren om het kanon te slopen, besloten de Gentse schepenen anders.

Op 15 april werd het per boot naar het einde van de Langemunte gebracht om op rollen te worden geplaatst bij Wannekens aard, een plek die vernoemd was naar de nabijgelegen brouwerij Wannekin.

Vanaf 1812 kreeg deze locatie de officiële naam Bij ’t Groot Kanon.

De afwezigheid van dergelijke zware wapens in de stad had een historische reden.

Na de Gentse Opstand tussen 1537 en 1540 voerde keizer Karel V een strikt verbod op vuurwapens in en liet hij de stadswallen slopen om toekomstige rebellie te voorkomen.

Tijdens het calvinistische bewind aan het eind van de zestiende eeuw werd dit gebrek aan defensie pijnlijk duidelijk, wat de herovering van het kanon extra betekenis gaf.

De naam Dulle Griet kent verschillende verklaringen.

Een bekende theorie verwijst naar gravin Margaretha van Constantinopel, die vanwege haar felle karakter door het volk de booze of dulle Griet werd genoemd.

Een andere verklaring legt de link met het schilderij van Pieter Bruegel de Oude, waarop een toornige vrouw te zien is die zo dapper is dat zij zelfs voor de poorten van de hel durft te roven.

Zij personifieert daarmee kwaad, oorlog en vernieling. In de loop der tijd veranderde de symboliek echter van een teken van verwoesting naar een icoon van vergane glorie en nationale trots.

Margaretha van Constantinopel, vaak aangeduid als Zwarte of Dulle Griet, leidde een roerig bewind dat werd gekenmerkt door de bittere strijd tussen haar kinderen uit twee huwelijken.

Uit haar eerste verbintenis met Bouchard van Avesnes kwamen Jan en Boudewijn voort, terwijl haar tweede huwelijk met Willem van Dampierre de zonen Willem en Gwijde voortbracht.

Deze familievete leidde uiteindelijk tot de splitsing van Vlaanderen en Henegouwen, waarbij de nazaten van Avesnes Henegouwen behielden en de Dampierres Vlaanderen kregen.

Hoewel Willem van Dampierre vanaf het Verdrag van Parijs in 1246 de titel van graaf droeg, bleef hij tot zijn dood in 1251 onder het gezag van zijn moeder.

Margaretha bleef immers tot aan haar eigen overlijden in 1279 de feitelijke heerser over het verenigde rijk.

Pas na haar troonsafstand werd haar zoon Gwijde van Dampierre de onbetwiste alleenheerser over Vlaanderen.

Gisteren nog vandaag

Van Stübben tot Samyn: de evolutie van het kloppend hart van Knokke-Zoute

De ontwikkeling van Het Zoute nam een hoge vlucht in het begin van de twintigste eeuw, grotendeels gestuurd door de in 1908 opgerichte Compagnie

De ontwikkeling van Het Zoute werd grotendeels gestuurd door de ontwerpen van de befaamde Duitse stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben.

Zowel het Albertplein, in de volksmond vaak de Albertplaats of Place m’as-tu-vu genoemd, als de Elisabethlaan behoren tot de kern van dit ambitieuze stedenbouwkundige project dat vanaf 1909 werd gerealiseerd.

De Elisabethlaan vormde al snel een belangrijke oost-westverbinding en een centrale verkeersas voor de luxueuze uitbreiding van de kustgemeente Knokke.

Langs en rond deze laan verrezen statige hotels, exclusieve appartementen en villa’s in de voor de streek typerende Anglo-Normandische cottagestijl.

Een illuster stukje geschiedenis speelde zich af aan het einde van de Elisabethlaan in 1954, toen wereldberoemde schrijvers als Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Bertolt Brecht in alle stilte logeerden in het toenmalige Linkshotel tijdens een poging om Oost- en West-Europese intellectuelen samen te brengen midden in de Koude Oorlog.

Vlakbij groeide het iconische hotel La Réserve uit tot een luxueuze trekpleister voor internationale sterren.

Het mondaine karakter van deze as vond zijn absolute hoogtepunt op het nabijgelegen Albertplein.

Dit plein werd eveneens in 1909 aangelegd en groeide vooral in de jaren vijftig uit tot dé plek waar de internationale beau monde zich verzamelde.

Grote sterren zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Charles Aznavour en Jacques Brel dronken er een aperitief, gadegeslagen door het flanerende publiek.

Aan het plein opende in 1923 ook het befaamde Hotel Memlinc, ontworpen door architect Jozef Viérin, dat met zijn jazzconcerten en theedansen de roaring twenties aan de kust extra kleur gaf.

Op het kruispunt bij het plein werd in de jaren zestig bovendien het opvallende bronzen beeld De Poëet van de Frans-Russische kunstenaar Ossip Zadkine geplaatst, waarvoor later een definitieve plek werd gevonden.

Hoewel het plein in de decennia daarna wat van zijn oorspronkelijke grandeur verloor, onderging het recent een spectaculaire transformatie.

In 2023 werd een vernieuwd Albertplein onthuld, gekenmerkt door een gigantisch dambordpatroon van zwarte en witte tegels.

Een bijzonder detail is dat in de zwarte tegels duizenden oude munten zijn verwerkt die door inwoners en bezoekers werden geschonken.

De absolute blikvanger van het vernieuwde plein is een innovatieve glazen koepel, ontworpen door ingenieur-architect Philippe Samyn.

Dit architecturale hoogstandje zonder interne steunpilaren vormt vandaag het nieuwe kloppende hart van de badplaats en verbindt de rijke geschiedenis van de plek naadloos met de eenentwintigste eeuw.

Postkaart van Knokke-Zoute (1968)

Gisteren nog vandaag

De geschiedenis van de huidige IVG-School in Gent begon in de tweede helft van de negentiende eeuw, een tijd waarin het secundair onderwijs in Vlaanderen vrijwel volledig Franstalig was.

Omdat onderwijs destijds hoofdzakelijk een privéaangelegenheid was, betaalden ouders het schoolgeld zelf.

In deze tijdsgeest richtte wiskundeleraar Henri Rachez op 1 augustus 1852 in Brussel een privéschool op om leerlingen voor te bereiden op de Militaire School en de examens voor burgerlijk ingenieur.

Op 1 oktober 1899 breidde dit initiatief uit naar Gent met de opening van een dochterschool in het herenhuis De Cock aan de Nederkouter.

Onder de naam Institut Rachez de Gand bood de school onderdak aan bijna alle leerlingen van de Ecole Molitor, die door stadsverfraaiingen in het centrum moest sluiten.

In 1901 werd de Gentse vestiging volledig onafhankelijk. De focus verschoof in de jaren daarna geleidelijk: in 1905 kwam er meer aandacht voor wetenschappen naast wiskunde, en in 1909 kreeg de school de naam Institut de Gand, waarbij ook moderne talen een prominentere plek in het curriculum kregen.

Een belangrijke administratieve stap volgde op 1 september 1928, toen de lagere school officieel werd erkend en gesubsidieerd.

De zes laagste jaren functioneerden als transmutatieklassen waar Franstalige kinderen intensief Nederlands leerden, terwijl de voertaal in het zevende en achtste leerjaar volledig Nederlands was.

De secundaire afdeling was op dat moment nog niet erkend en hanteerde een verdeling van 65 procent Frans en 35 procent Nederlands.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef de school in 1942 haar eerste meisje in, waarmee het de eerste gemengde school van Gent werd.

Dankzij het Schoolpact van mei 1959 kreeg de school via werkingskredieten en wedde-toelagen ruimere financiële middelen.

Dit maakte de weg vrij voor de officiële erkenning van de secundaire afdeling.

Het onderwijs schakelde volledig over op het Nederlands en de naam veranderde definitief in Instituut van Gent.

In 1970 kon de school voor het eerst gehomologeerde getuigschriften uitreiken aan haar leerlingen.

Ondanks de vernederlandsing bleef meertaligheid een essentieel onderdeel van het pedagogisch project.

Zo kregen leerlingen in het eerste jaar van de middenschool drie uur Engels per week, en werd het lessenpakket buiten de wettelijke kaders uitgebreid met extra lessen Frans en Spaans.

Sinds 2012 vaart de school een nieuwe koers onder de naam IVG-School, waarbij de letters staan voor de kernwaarden Inspirerend, Vrijdenkend en Geëngageerd.

Vandaag opletten voor een aprilvis, in ons verre verleden een reden om een postkaart op te sturen.

De traditie van 1 april is diep geworteld in onze geschiedenis en kent wereldwijd verschillende gedaantes, van de Amerikaanse April Fools’ Day tot de Russische Dag van de Dommerik.

Heemkundige René Beyst wijst erop dat de grappen vroeger vooral gericht waren op nieuwkomers, zoals vers personeel of immigranten, die als de pineut van de dag fungeerden.

Hoewel de exacte oorsprong van het gebruik onbekend is en mogelijk teruggaat tot de tijd van de Germanen, biedt de folklore interessante verklaringen voor specifieke tradities zoals de aprilvis.

Het idee was om iemand op pad te sturen voor een vis die pas één dag oud was, een onmogelijke opdracht die de lichtgelovigheid van het slachtoffer testte.

Wat betreft de specifieke datum van 1 april zijn er verschillende theorieën.

Een veelgehoorde verklaring is de overgang naar de Gregoriaanse kalender in 1582, waardoor het begin van het jaar verschoof van april naar januari en er verwarring ontstond bij wie de oude datum bleef aanhouden.

Een andere insteek is dat het een symbolisch Germaans gebruik betreft om de winter te verjagen en de lente te verwelkomen.

Door iemand met een onmogelijke boodschap weg te sturen, werd de koude periode figuurlijk de deur uitgewerkt.

Zo blijft 1 april een dag gehuld in raadsels en volksverhalen die herinneren aan een tijd waarin postkaarten en eenvoudige grappen centraal stonden.

Oude postkaart van de Nationale Bank van België in Antwerpen (1912)

De Nationale Bank van België in Antwerpen is een monument dat een centrale rol speelt in de architecturale en financiële geschiedenis van de stad.

Het gebouw bevindt zich aan de Frankrijklei, op de plek waar vroeger de zestiende-eeuwse stadswallen lagen.

Nadat deze vestingswerken halverwege de negentiende eeuw werden gesloopt, ontstond er ruimte voor monumentale architectuur die de groeiende economische macht van Antwerpen moest weerspiegelen.

De bank werd opgericht om de monetaire stabiliteit te waarborgen en de handel in de wereldhaven te ondersteunen.

Het ontwerp is van de hand van architect Beyaert, die tussen 1875 en 1879 een indrukwekkend complex neerzette in een rijke eclectische stijl.

Hij combineerde elementen uit de Franse neorenaissance met barokke invloeden, wat resulteerde in een paleisachtige uitstraling die autoriteit en veiligheid uitstraalt.

De gevel is versierd met gedetailleerd beeldhouwwerk en beschikt over een kenmerkende koepel en paviljoens op de hoeken.

Beyaert slaagde erin om functionaliteit te koppelen aan esthetiek, waarbij de zware muren en het gesloten karakter van de benedenverdieping de noodzakelijke beveiliging voor de goudreserves en bankbiljetten boden.

Tegenwoordig heeft het gebouw zijn oorspronkelijke functie als operationeel bankkantoor verloren, nadat de Nationale Bank haar diensten in Brussel centraliseerde.

Het pand ondergaat momenteel een grootschalige renovatie via een meerfasig project onder leiding van Group L en de Participatiemaatschappij Vlaanderen.

De herwaardering van de benedenverdieping en een groot deel van de kantoorruimtes is reeds voltooid, wat in 2021 leidde tot de opening van interieurzaak Donum na jaren van leegstand.

Op 12 mei 2024 vond er een grote opening plaats waarbij het publiek een kijkje kon nemen in het vernieuwde interieur.

Op dit moment ligt de focus van de werkzaamheden op de dakverdiepingen, die verder worden aangepakt om het historische gebouw weer volledig functioneel te maken voor de toekomst.

Gisteren nog vandaag

Oude postkaart van de Posthoornstraat in Gent

De straat die we nu kennen als de Sint-Niklaasstraat droeg vroeger de toepasselijke naam Cromme Steghe, een verwijzing naar het destijds bochtige parcours.

Al in 1347 werd er geschreven over “in de Cromstege”, en later sprak men ook wel van Reinbouds steghe.

In de 19de eeuw had de steeg een bedenkelijke reputatie vanwege de prostitutie.

Een sprekend voorbeeld hiervan is de vondst op 16 oktober 1809 door een onderwijzer: in het portaal van nachtclub Le Roi d’Espagne lag een pasgeboren baby met een briefje dat ze gedoopt was.

Het meisje kreeg de naam Jeanne Ghislaine Cromstege.

Tegen het eind van de 19de eeuw veranderde het aanzicht van de straat grondig.

Tussen 1897 en 1899 werden hele huizenrijen gesloopt om de straat te verbreden en recht te trekken.

Na 1898 stond de straat bekend als de Posthoornstraat, waarschijnlijk vernoemd naar de 18de-eeuwse afspanning De Posthoorn.

Vanaf 1901 domineerde het Hotel du Téléphone de straat op de hoek met de Bennesteeg.

Dit gebouw was 70 meter lang en had een sierlijk torentje van 57 meter hoog, wat nodig was om de bovengrondse telefoonlijnen naar de buurt te leiden.

Vandaag de dag trekt vooral het Metselaarshuis op de hoek met de Cataloniëstraat de aandacht.

De trapgevel is versierd met Moreske dansers, ontworpen door wijlen Walter de Buck.

Hoewel het de bedoeling was dat deze beelden in de wind zouden bewegen, zijn ze vanwege hun gewicht uiteindelijk vast verankerd.

Oude postkaart van de Korenmarkt in Gent

Tegen het einde van de 10de eeuw groeide Gent zo snel dat de oude handelsnederzetting letterlijk uit haar eerste omwalling barstte.

De economische bloei en bevolkingsexplosie dwongen de stad om westwaarts te kijken, tot over de Leie.

Deze expansiedrift tekent tot op vandaag de kaart van Gent: nieuwe wijken vroegen om nieuwe parochies – denk aan Sint-Jacob, Sint-Niklaas en later Sint-Michiel – en om een nieuwe verdediging.

De grillige vorm van de binnenstad is een stille getuige van de grachtengordel die rond 1100 werd aangelegd.

Waar mogelijk werden de Leie en de Schelde ingeschakeld als natuurlijke barrière, aangevuld met gegraven grachten om de nieuwe wijken te omsluiten.

In de eeuwen die volgden, bleef de stad vervellen. Na het verwerven van stadsrechten in de 12de eeuw volgden nieuwe omwallingen in de 13de en 16de eeuw, en werden de versterkingen tot in de 18de eeuw voortdurend aangepast.

Pas in de 19de eeuw, toen Gent uitgroeide tot een industriële grootstad en de octrooirechten verdwenen, durfde de bevolking zich weer buiten de poorten te vestigen, wat leidde tot de typische 19de-eeuwse gordel.

Het kloppend hart van die eerste grote stadsuitbreiding – de zogenaamde ‘tweede middeleeuwse stad’ – is de Korenmarkt.

Dit plein is een rechtstreeks gevolg van de 10de-eeuwse groei: gronden werden verkaveld en de handel floreerde.

In 1208 duikt de naam voor het eerst op als forum segetum, oftewel graanmarkt.

Vanaf de 14de eeuw werd hier elke vrijdag het koren verhandeld, wat ook de oude naam ‘Koornaard’ verklaart.

Vandaag is de Korenmarkt een architecturale tijdreis. Je wordt er omringd door gevels die variëren van de 13de tot de 20ste eeuw, met als absolute blikvangers de westgevel van de Sint-Niklaaskerk en de monumentale toren van het Postgebouw ertegenover.

Oude postkaart van de Franse actrice en zangeres Martha Lagoutte.

Hoewel de naam Martha Lagoutte vandaag de dag misschien niet meer bij iedereen een belletje doet rinkelen, was ze rond 1900 een van de vele ‘artistes lyriques’ die de Parijse theaters kleur gaven.

Deze dames waren de influencers van hun tijd: hun beeltenis werd op grote schaal verspreid en gretig verzameld door bewonderaars.

Wat deze postkaart zo bijzonder maakt, is dat Martha hier niet poseert als de chique ‘Parisienne’ in een avondjurk, maar in haar podiumkostuum.

Ze draagt een fantasievolle outfit die het midden houdt tussen een page-pakje en een pierrot-kostuum, met die wijde broek en het rijk versierde jasje.

In die tijd waren zogeheten ‘travesti-rollen’ (waarbij vrouwen een jongensrol speelden) mateloos populair in operettes en revues.

Het meest in het oog springende detail is echter die enorme Japanse parasol.

Dit plaatst de kaart direct in de context van het ‘Japonisme’, een enorme rage die Frankrijk aan het eind van de 19e eeuw in zijn greep hield.

Alles wat uit het Oosten kwam was hip. Theaters speelden hierop in met operettes die zich afspeelden in exotische oorden, zoals de destijds immens populaire stukken The Geisha of Madame Chrysanthème.

Het is zeer waarschijnlijk dat Martha op deze foto schittert in een rol voor zo’n productie, waarin de Westerse fantasie over het Oosten centraal stond.

De kaart zelf is overigens ook een stukje vakwerk. Links onderin zie je de tekst ‘Héliotypie’, wat verwijst naar een destijds zeer geavanceerde druktechniek.

Hiermee konden foto’s met een ongekende scherpte en zonder korrel worden afgedrukt, waardoor we meer dan honderd jaar later nog steeds de lovertjes op haar jasje kunnen tellen.