Toen de Gentenaars in 1452 ten strijde trokken tegen hertog Filips de Goede, zetten ze volgens de legende een indrukwekkend kanon in bij het beleg van Oudenaarde.
De Gentenaars verloren de strijd echter, waardoor het monster van Gent als zegeteken in Oudenaarde achterbleef.
Pas op 25 februari 1578 wist kapitein Rockelfing het wapen te heroveren.
Op 8 maart van dat jaar kwam de Dulle Griete, ook wel de Rode Duivel genoemd, aan bij het Cuupgat bij de Minderbroeders.
Hoewel er vermoedelijk plannen waren om het kanon te slopen, besloten de Gentse schepenen anders.
Op 15 april werd het per boot naar het einde van de Langemunte gebracht om op rollen te worden geplaatst bij Wannekens aard, een plek die vernoemd was naar de nabijgelegen brouwerij Wannekin.
Vanaf 1812 kreeg deze locatie de officiële naam Bij ’t Groot Kanon.
De afwezigheid van dergelijke zware wapens in de stad had een historische reden.
Na de Gentse Opstand tussen 1537 en 1540 voerde keizer Karel V een strikt verbod op vuurwapens in en liet hij de stadswallen slopen om toekomstige rebellie te voorkomen.
Tijdens het calvinistische bewind aan het eind van de zestiende eeuw werd dit gebrek aan defensie pijnlijk duidelijk, wat de herovering van het kanon extra betekenis gaf.
De naam Dulle Griet kent verschillende verklaringen.
Een bekende theorie verwijst naar gravin Margaretha van Constantinopel, die vanwege haar felle karakter door het volk de booze of dulle Griet werd genoemd.
Een andere verklaring legt de link met het schilderij van Pieter Bruegel de Oude, waarop een toornige vrouw te zien is die zo dapper is dat zij zelfs voor de poorten van de hel durft te roven.
Zij personifieert daarmee kwaad, oorlog en vernieling. In de loop der tijd veranderde de symboliek echter van een teken van verwoesting naar een icoon van vergane glorie en nationale trots.
Margaretha van Constantinopel, vaak aangeduid als Zwarte of Dulle Griet, leidde een roerig bewind dat werd gekenmerkt door de bittere strijd tussen haar kinderen uit twee huwelijken.
Uit haar eerste verbintenis met Bouchard van Avesnes kwamen Jan en Boudewijn voort, terwijl haar tweede huwelijk met Willem van Dampierre de zonen Willem en Gwijde voortbracht.
Deze familievete leidde uiteindelijk tot de splitsing van Vlaanderen en Henegouwen, waarbij de nazaten van Avesnes Henegouwen behielden en de Dampierres Vlaanderen kregen.
Hoewel Willem van Dampierre vanaf het Verdrag van Parijs in 1246 de titel van graaf droeg, bleef hij tot zijn dood in 1251 onder het gezag van zijn moeder.
Margaretha bleef immers tot aan haar eigen overlijden in 1279 de feitelijke heerser over het verenigde rijk.
Pas na haar troonsafstand werd haar zoon Gwijde van Dampierre de onbetwiste alleenheerser over Vlaanderen.

Gisteren nog vandaag
