Vandaag, op 23 september, mag Julio Iglesias maar liefst 83 kaarsjes uitblazen.

Met meer dan driehonderd miljoen verkochte platen wereldwijd, verdeeld over zo’n tachtig albums, geldt hij zonder twijfel als een van de succesvolste artiesten aller tijden.

Hij staat zelfs in het Guinness Book of World Records als de bestverkopende Latijns-Amerikaanse artiest in de geschiedenis, en wist hits te scoren in meer dan veertien verschillende talen, waaronder het Frans, Italiaans, Engels en zelfs Japans.

Toch hadden zijn verjaardagen er heel anders kunnen uitzien, want feestvieren was vroeger niet altijd vanzelfsprekend.

Als jonge twintiger leek Julio namelijk voorbestemd voor een glorieuze sportcarrière.

Hij stond als talentvolle doelman onder de lat bij de jeugdopleiding van Real Madrid en droomde van een professionele voetbalcarrière, terwijl hij tegelijkertijd rechten studeerde.

Op de vooravond van zijn twintigste verjaardag sloeg het noodlot echter keihard toe.

Door een zwaar auto-ongeluk belandde hij in het ziekenhuis. Zijn onderlichaam raakte verlamd en artsen vreesden dat hij nooit meer op eigen benen zou staan.

Tijdens zijn langdurige revalidatie gaf hij niet op en trainde hij onvermoeibaar door. Om de beweeglijkheid in zijn vingers en handen te verbeteren, gaf een verpleger hem een gitaar cadeau.

Het bleek een wonderlijke speling van het lot: aan het ziekenhuisbed ontdekte Julio zijn passie voor poëzie en muziek, en leerde hij zichzelf akkoorden spelen.

De voetbalschoenen verdwenen definitief in de kast en de muziek nam zijn leven over. In 1968 won hij het prestigieuze Benidorm International Song Festival met ‘La Vida Sigue Igual’, een zelfgeschreven nummer over zijn eigen strijd en herstel.

Slechts twee jaar later, in 1970, vertegenwoordigde hij Spanje op het Eurovisiesongfestival in Amsterdam met het lied ‘Gwendolyne’, waar hij een verdienstelijke vierde plek behaalde.

Zijn echte Europese doorbraak volgde in 1972 met het weemoedige ‘Un Canto A Galicia’, een ode aan de streek waar zijn vader vandaan kwam.

De jaren die volgden markeerden het begin van een internationale zegetocht van ruim 45 jaar.

In 1975 verscheen het prachtige ‘Abrazame’, geschreven door Rafael Ferro en Julio zelf.

Het nummer verscheen destijds op de B-kant van de single ‘Quiero’, en beide nummers vonden hun thuis op het album El Amor.

Voor veel fans behoort de kwetsbare en warme melodie van ‘Abrazame’ nog altijd tot de mooiste parels uit zijn omvangrijke repertoire.

Later veroverde hij ook Amerika stormenderhand met duetpartners als Willie Nelson met ‘To All the Girls I’ve Loved Before’ en Diana Ross.

Bovendien gaf hij het muzikale talent door aan de volgende generatie, met zoons Julio Jr. en superster Enrique Iglesias.

Zijn laatste studioalbum, México & Amigos, verscheen in 2017.

Bij de lancering liet de zanger weten dat dit definitief zijn afscheid van de studio betekende.

Tegenwoordig geniet de jarige zanger in relatieve rust van zijn welverdiende pensioen op zijn riante landgoederen in Punta Cana in de Dominicaanse Republiek en in Florida, al blijft zijn legendarische stem over de hele wereld voortklinken.

De Italiaanse zangeres en actrice Ornella Vanoni is vandaag op 91-jarige leeftijd overleden

Volgens Italiaanse media stierf ze in haar woning in Milaan aan de gevolgen van een hartstilstand.

Vanoni wordt beschouwd als een van de invloedrijkste vertolkers van het Italiaanse lied.

Met meer dan 55 miljoen verkochte platen en circa veertig studioalbums op haar naam groeide ze uit tot een absoluut icoon.

Ze werd geroemd om haar intieme, expressieve stem en haar vermogen verhalen te vertellen over liefde en verlies, maar ook over armoede en sociale uitsluiting.

Van theater naar festivalsucces Geboren in 1934 in Milaan, begon Vanoni haar loopbaan in de jaren vijftig aan het Piccolo Teatro.

Onder leiding van regisseur Giorgio Strehler maakte ze aanvankelijk naam met ‘canzoni della mala’, liederen over de zelfkant van de samenleving.

In 1960 trouwde ze met de zakenman Lucio Ardenzi; twee jaar later werd hun zoon, Cristiano, geboren.

In 1963 won ze het Festival van het Napolitaanse Lied met het nummer Tu si na cosa grande.

In de jaren die volgden nam ze met groot succes meerdere keren deel aan het prestigieuze Festival van San Remo.

Haar grootste commerciële succes behaalde ze in 1970 met L’appuntamento.

Dit nummer was oorspronkelijk geschreven door de Braziliaanse zanger Erasmo Carlos (geboren als Erasmo Esteves) en mede geschreven door de gekende wereldster Roberto Carlos (geboren als Roberto Carlos Braga).

Hoewel ze dezelfde artiestennaam droegen, waren ze geen familie van elkaar; ze brachten het nummer in 1980 overigens wel samen opnieuw uit als duet.

Vanoni’s versie van het nummer verwierf wereldwijd bekendheid.

Het kreeg decennia later een hernieuwde populariteit toen het werd gebruikt in de soundtrack van de film Ocean’s Twelve (2004).

Ook nummers als Anonimo Veneziano en Domani è un altro giorno behoren tot de klassiekers van de Italiaanse popmuziek.

In 1989 keerde ze terug naar het Festival van San Remo met het nummer Io come farò en tien jaar later nam ze het duet Alberi op met Enzo Gragnaniello.

Een bijzonder moment volgde in 2004: ter ere van haar zeventigste verjaardag nam ze een duettenalbum op met haar oude liefde en vaste muzikale partner Gino Paoli.

In 2021 bracht ze haar laatste studioalbum Unica uit.