De Amerikaanse actrice en zangeres Amy Davis

Amy Davis Irving werd op 10 september 1953 geboren in Palo Alto, Californië, in een gezin waar de podiumkunsten centraal stonden.

Haar vader Jules Irving was een gerespecteerd theaterregisseur en medeoprichter van de Actor’s Workshop in San Francisco, terwijl haar moeder Priscilla Pointer een gevierde actrice was.

Het was dan ook geen verrassing dat Amy al op zeer jonge leeftijd vertrouwd raakte met het theater.

Ze bracht een groot deel van haar jeugd door achter de schermen en stond als kind al op de planken.

Haar formele opleiding volgde ze aan het American Conservatory Theater in San Francisco en later aan de prestigieuze London Academy of Music and Dramatic Art.

In de jaren zeventig maakte ze de overstap naar film en televisie. Haar grote doorbraak op het witte doek kwam in 1976 met de rol van Sue Snell in de invloedrijke horrorfilm ‘Carrie’, geregisseerd door Brian De Palma.

Haar ingetogen en kwetsbare vertolking maakte meteen indruk, waarna De Palma haar opnieuw castte in de bovennatuurlijke thriller ‘The Fury’ uit 1978.

Rond diezelfde periode deed ze tevens auditie voor de rol van prinses Leia in ‘Star Wars’, een rol die uiteindelijk naar Carrie Fisher ging, maar het toonde aan hoe snel haar naam circuleerde in het filmlandschap van Hollywood.

Naast haar dramatische acteertalent beschikte Amy Irving over een opmerkelijke zangstem.

Dat liet ze horen in de muzikale dramafilm ‘Honeysuckle Rose’ uit 1980, waarin ze schitterde naast countrylegende Willie Nelson en zelf diverse nummers inzong.

Datzelfde jaar bewees ze haar veelzijdigheid in ‘The Competition’, waarin ze een getalenteerde klassieke pianiste speelde aan de zijde van Richard Dreyfuss.

Een van de absolute hoogtepunten in haar filmcarrière volgde in 1983 met ‘Yentl’, geregisseerd door Barbra Streisand.

Voor haar rol als de zachtmoedige Hadass ontving Irving een nominatie voor de Academy Award voor beste vrouwelijke bijrol.

Haar vocale kwaliteiten leverden haar in 1988 een van de meest herkenbare bijdragen aan de popcultuur op.

In de animatie- en liveactionklassieker ‘Who Framed Roger Rabbit’ leende ze haar zangstem aan het verleidelijke personage Jessica Rabbit, voor wie ze het jazzy nummer ‘Why Don’t You Do Right?’ vertolkte, terwijl Kathleen Turner de spreekstem verzorgde.

Datzelfde jaar schitterde Irving in de romantische komedie ‘Crossing Delancey’, een vertolking die haar een Golden Globe-nominatie opleverde en door critici werd geprezen om haar warmte en authenticiteit.

Ondanks haar successen in Hollywood bleef het theater altijd haar artistieke thuisbasis.

Ze bouwde een indrukwekkende staat van dienst op Broadway en Off-Broadway op.

Zo speelde ze de rol van Constanze in Amadeus, schitterde ze in producties als Heartbreak House en The Three Sisters, en maakte ze deel uit van de veelgeprezen originele Broadway-cast van Tom Stoppards trilogie The Coast of Utopia.

Haar toewijding aan het klassieke en moderne toneel leverde haar diverse prijzen en nominaties op in de theaterwereld.

In latere jaren bleef ze actief in uiteenlopende filmprojecten, waaronder het ensemble-misdaaddrama ‘Traffic’ van Steven Soderbergh, de Braziliaanse romantische komedie ‘Bossa Nova’ en de psychologische thriller ‘Unsane’.

In de afgelopen jaren heeft Irving zich meer op de muziek gericht. Ze bracht haar geprezen debuutalbum Born in a Trunk uit, waarop ze covers zingt die gelinkt zijn aan haar leven en carrière.

Kort daarna volgde een tweede album genaamd Always Will Be, een eerbetoon met covers van countrylegende Willie Nelson, met wie ze in 1980 in de film ‘Honeysuckle Rose’ speelde.

Haar privéleven trok in de jaren tachtig veel internationale media-aandacht door haar huwelijk met regisseur Steven Spielberg, met wie ze destijds zoon Max kreeg.

Na hun scheiding in 1989 trouwde ze met de Braziliaanse regisseur Bruno Barreto, met wie ze eveneens een zoon kreeg.

Vandaag de dag woont de inmiddels 73-jarige actrice samen met haar huidige echtgenoot, documentairemaker Kenneth Bowser.

Daarnaast onderhoudt ze nog altijd een goede, vriendschappelijke band met haar beroemde ex-man Steven Spielberg.

Vandaag, op 23 september, mag Julio Iglesias maar liefst 83 kaarsjes uitblazen.

Met meer dan driehonderd miljoen verkochte platen wereldwijd, verdeeld over zo’n tachtig albums, geldt hij zonder twijfel als een van de succesvolste artiesten aller tijden.

Hij staat zelfs in het Guinness Book of World Records als de bestverkopende Latijns-Amerikaanse artiest in de geschiedenis, en wist hits te scoren in meer dan veertien verschillende talen, waaronder het Frans, Italiaans, Engels en zelfs Japans.

Toch hadden zijn verjaardagen er heel anders kunnen uitzien, want feestvieren was vroeger niet altijd vanzelfsprekend.

Als jonge twintiger leek Julio namelijk voorbestemd voor een glorieuze sportcarrière.

Hij stond als talentvolle doelman onder de lat bij de jeugdopleiding van Real Madrid en droomde van een professionele voetbalcarrière, terwijl hij tegelijkertijd rechten studeerde.

Op de vooravond van zijn twintigste verjaardag sloeg het noodlot echter keihard toe.

Door een zwaar auto-ongeluk belandde hij in het ziekenhuis. Zijn onderlichaam raakte verlamd en artsen vreesden dat hij nooit meer op eigen benen zou staan.

Tijdens zijn langdurige revalidatie gaf hij niet op en trainde hij onvermoeibaar door. Om de beweeglijkheid in zijn vingers en handen te verbeteren, gaf een verpleger hem een gitaar cadeau.

Het bleek een wonderlijke speling van het lot: aan het ziekenhuisbed ontdekte Julio zijn passie voor poëzie en muziek, en leerde hij zichzelf akkoorden spelen.

De voetbalschoenen verdwenen definitief in de kast en de muziek nam zijn leven over. In 1968 won hij het prestigieuze Benidorm International Song Festival met ‘La Vida Sigue Igual’, een zelfgeschreven nummer over zijn eigen strijd en herstel.

Slechts twee jaar later, in 1970, vertegenwoordigde hij Spanje op het Eurovisiesongfestival in Amsterdam met het lied ‘Gwendolyne’, waar hij een verdienstelijke vierde plek behaalde.

Zijn echte Europese doorbraak volgde in 1972 met het weemoedige ‘Un Canto A Galicia’, een ode aan de streek waar zijn vader vandaan kwam.

De jaren die volgden markeerden het begin van een internationale zegetocht van ruim 45 jaar.

In 1975 verscheen het prachtige ‘Abrazame’, geschreven door Rafael Ferro en Julio zelf.

Het nummer verscheen destijds op de B-kant van de single ‘Quiero’, en beide nummers vonden hun thuis op het album El Amor.

Voor veel fans behoort de kwetsbare en warme melodie van ‘Abrazame’ nog altijd tot de mooiste parels uit zijn omvangrijke repertoire.

Later veroverde hij ook Amerika stormenderhand met duetpartners als Willie Nelson met ‘To All the Girls I’ve Loved Before’ en Diana Ross.

Bovendien gaf hij het muzikale talent door aan de volgende generatie, met zoons Julio Jr. en superster Enrique Iglesias.

Zijn laatste studioalbum, México & Amigos, verscheen in 2017.

Bij de lancering liet de zanger weten dat dit definitief zijn afscheid van de studio betekende.

Tegenwoordig geniet de jarige zanger in relatieve rust van zijn welverdiende pensioen op zijn riante landgoederen in Punta Cana in de Dominicaanse Republiek en in Florida, al blijft zijn legendarische stem over de hele wereld voortklinken.