Na het sensationele debuutalbum met de klassieker ‘Sultans of Swing’ was het misschien niet zo vreemd dat de tweede plaat enigszins teleurstelde.
Met Making Movies had Knopfler, de centrale figuur in de band – zich echter ongelooflijk herpakt.
Het geluid bleef herkenbaar als Dire Straits, maar was nu verrijkt met verrassende loopjes, invallen en variaties die men van een muzikant als hij mocht verwachten.
Tijdens de opnames van het derde album Making Movies in New York liepen de spanningen tussen de broers echter hoog op.
Ze konden artistiek en persoonlijk niet meer door één deur.
Na heftige discussies verliet David de band.
Mark nam vervolgens alle gitaarpartijen van David opnieuw op en David werd niet eens vermeld op de hoes van het album.
Sinds het pijnlijke vertrek van David uit Dire Straits in 1980 spreken de twee broers elkaar niet meer.
David heeft in interviews aangegeven dat de situatie een zware schaduw over hun levens en families heeft geworpen.
Hij omschreef het destijds als een situatie waarin ze in de studio met hun ogen naar de vloer gericht liepen en er geen sprake meer van communicatie was.
De diepte van de breuk werd nogmaals pijnlijk duidelijk toen Dire Straits in 2018 werd opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.
Mark Knopfler weigerde simpelweg te komen opdagen, mede om te voorkomen dat hij met zijn broer geconfronteerd zou worden.
David liet daarop via social media weten dat Mark de reünie en de fans had koudgesteld.
Tot vandaag is het conflict nooit bijgelegd; beide broers hebben hun eigen weg gekozen in de muziek en leven volledig langs elkaar heen.
Terwijl David zijn eigen weg zocht, ploegde Mark met zijn band door een loodzware tour.
Hij had, zoals hij zelf zei, “the road kills me” – en toch wilde hij niets anders.
Elke avond speelde hij alsof zijn leven ervan afhing, puur uit respect voor het publiek.
De fans betaalden immers flink voor een ticket, en een rockband die haar publiek serieus neemt, levert elke avond het beste wat ze in huis heeft.
Op de vraag of ‘Sultans of Swing’ niet begon te vervelen, antwoordde hij dat hij niet elke avond stond te popelen om het te spelen, maar dat het publiek het nummer nu eenmaal wilde horen.
Bovendien zag hij het als een uitdaging om zo’n klassieker elke avond opnieuw fris en levendig te laten klinken.
Tijdens een optreden moet een muzikant talloze, soms sterk uiteenlopende emoties uit zijn instrument en zijn lijf toveren.
Mark vertelde dat het nummer hem nog altijd raakte, omdat hij de intentie erachter kende: hij had het geschreven, erop gezweet, erom gehuild en gevloekt.
Die emoties kwamen terug zodra hij de nummers speelde.
Nummers als ‘Expresso Love’ en ‘Solid Rock’ waren pure krachtexplosies en snelheid.
Hij had geleerd dat je aan zulke songs niet te lang moet sleutelen, anders verlies je het momentum.
De langzamere nummers, zoals ‘Tunnel of Love’, kwamen voort uit een dieper deel van zijn wezen.
Daar had hij weken aan gewerkt, stap voor stap, op zoek naar perfectie – al gebruikte hij dat woord met enige aarzeling.
Zo’n energieverslindende tournee leek funest voor de creativiteit, maar volgens Mark viel dat reuze mee.
Ondanks te weinig slaap, constante geestelijke en lichamelijke ontwrichting en elk gevoel voor tijd en plaats kwijt, was hij voortdurend met muziek bezig: de show moest blijven vlammen, en daarnaast broedde hij al op ideeën voor het volgende album.
Die zou pas echt vorm krijgen zodra hij zijn normale ritme weer terug had.
Destijds was hij een voorstander van snel werken: een album in een week of zes opnemen, gevolgd door een week voor de eindmix. Perfect of niet, het was rock-’n-roll en dat moest vaart hebben.
Op de vraag of ‘Making Movies’ zo goed was geworden omdat de pers ‘Communiqué’ zo zwak vond, antwoordde Mark dat dat onbewust misschien een rol had gespeeld.
Hij had echter nooit gedacht dat ‘Communiqué’ het einde van Dire Straits zou betekenen.
Hooguit een kleine impasse, al was hij daar niet eens zeker van.
Men vergeleek alles altijd met zijn allerbeste nummer, wat hij onterecht vond.
Na het eerste album werd hij de hemel in geprezen, na de tweede onder het tapijt geveegd.
Hij geloofde niet dat het kwaliteitsverschil zo groot was.
Het voordeel was wel dat de derde plaat alleen maar kon meevallen – en volgens pers en publiek was dat in juli 1981 overduidelijk het geval.

Van het legendarische Making Movies (1980) gingen naar schatting 5 tot 7 miljoen exemplaren over de toonbank.
In hun thuisland behaalde de plaat dubbelplatina, goed voor meer dan 600.000 verkochte albums.
In de Verenigde Staten werd het album bekroond met de platinastatus (minstens 1 miljoen exemplaren), terwijl het in Italië in 1981 zelfs het bestverkochte album van het jaar was met meer dan 1 miljoen verkochte stuks.
Het succes van Dire Straits is dan ook indrukwekkend: wereldwijd verkocht de band tussen de 100 en 120 miljoen platen.
Hun absolute meesterwerk Brothers in Arms (1985) is met ruim 30 miljoen exemplaren een van de bestverkochte albums aller tijden.
Mark Knopfler zelf, die in 1949 werd geboren in Glasgow en op zijn zevende naar Newcastle verhuisde, heeft als soloartiest naar schatting 10 tot 15 miljoen albums verkocht, waarbij Sailing to Philadelphia (2000) met meer dan 2,5 miljoen stuks zijn commercieel meest succesvolle plaat is.
De inmiddels 76-jarige muzikant is nog altijd actief, al is hij definitief gestopt met live toeren.
Zijn meest recente soloalbum is One Deep River (2024).
Hij woont al tientallen jaren in Londen, nabij zijn eigen British Grove Studios in Chiswick, en bezit daarnaast een landelijk huis in de regio New Forest waar hij zich regelmatig terugtrekt.
Na zijn vertrek uit Dire Straits in 1980 heeft David Knopfler een constante en productieve solocarrière opgebouwd, waarin hij meer dan 15 soloalbums heeft uitgebracht.
Naast het maken van muziek is hij ook actief als dichter en auteur.
Hij treedt daarnaast sporadisch op en werkt nauw samen met zijn vaste producer en muzikant Harry Bogdanovs.
Deze maand, op 4 juli 2026, bracht hij de single Tell Me Something uit, een samenwerking met de Britse singer-songwriter Colin Goodger.

Dire Straits, als van ouds (Veronica, 15 juli 1981)



