Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Auteur: Patrick De Graeve
Patrick De Graeve is een gepassioneerde blogger die schrijft over zijn ervaringen en inzichten in de wereld van de popmuziek en geschiedenis. Hij is de oprichter en beheerder van de Facebookgroepen Gisteren nog vandaag en Weetjes over Popmuziek, waar hij regelmatig interessante feiten, anekdotes en trivia deelt met andere muziekliefhebbers. Patrick is ook een fervent verzamelaar van tijdschriften, vooral van het populaire Belgische blad Joepie. Hij heeft een volledige collectie vanaf september 1973 tot en met eind december 1989, die hij zorgvuldig bewaart en koestert. Patrick's blog, Gisteren nog vandaag, is een bron van inspiratie en nostalgie voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van Vlaanderen en dat via oude tijdschriften, foto's, tv-reeksen, films en reclame.
Op 16 augustus 1986 vond in het Engelse Castle Donington een gedenkwaardige editie plaats van het Monsters of Rock-festival.
Ozzy Osbourne was die dag de absolute headliner. Hij sloot het festival af met een spectaculaire show waarin hij een gigantische opblaasbare duivel als decorstuk gebruikte.
Voor Def Leppard was het optreden een enorm emotioneel moment.
Drummer Rick Allen speelde er zijn allereerste grote festivalshow sinds hij eind 1984 zijn linkerarm verloor bij een zwaar auto-ongeluk.
Met een speciaal voor hem ontworpen elektronisch drumstel speelde hij feilloos, wat leidde tot een van de meest legendarische en ontroerende publieksovaties in de geschiedenis van het festival.
De affiche bevatte veel grote namen uit de hardrock en heavymetal.
Naast Ozzy Osbourne en Def Leppard stonden ook Scorpions, Motörhead, Bad News en Warlock op het podium.
De Duitse metalband Warlock schreef die dag geschiedenis dankzij frontvrouw Doro Pesch.
Zij was de allereerste vrouwelijke artiest die ooit op het podium van Monsters of Rock in Donington optrad.
De komische rockband Bad News, ontstaan uit de Britse comedyserie The Comic Strip Presents, speelde als openingsact.
Het publiek ontving de parodieact met een beruchte Castle Donington-traditie: de band werd tijdens het hele optreden bekogeld met plastic flessen, modder en blikjes, iets wat de groep overigens met de nodige humor onderging.
Het festival trok naar schatting zo’n zestigduizend tot tachtigduizend enthousiaste rockfans naar het legendarische racecircuit.
Na het succes in Engeland trok de festivalformule die zomer als rondreizende tournee door naar het Europese vasteland, met succesvolle edities in onder andere Neurenberg, Mannheim en Stockholm.
Het idee voor deze foto is afkomstig van een bekende foto van Jayne Mansfield.
Buiten zangeres, actrice en zakenvrouw schreef Madonna 20 jaar geleden geschiedenis door haar eerste kinderboek ‘De Engelse rozen’ uit te brengen.
Twee jaar later, in 2005, bracht ze al haar vijfde boek ‘Lotsa De Casha (Heel Veel Geld)’ uit.
De Portugese kunstenaar Rui Paes illustreerde het boek.
In Lotsa De Casha vertelt Madonna het verhaal van de rijkste man ter wereld.
Die raakt alles kwijt, maar hij krijgt er een echte vriend voor terug.
Lotsa De Casha is bedoeld voor kinderen van 6 jaar en ouder.
Het boek benadrukt de eeuwenoude moraal dat geld niet gelukkig maakt.
Ilene Cooper, de recensente van The American Library Association, vindt dat Madonna dezelfde fout maakt als andere sterren die aan het schrijven zijn geslagen.
‘Zij denken dat zij kunnen schrijven, maar wat zij doen is vreselijk, echt vreselijk‘.
Ondanks deze kritiek gaan Madonna’s boeken als warme broodjes over de toonbank.
Haar uitgever laat weten dat meer dan twee miljoen exemplaren van de reeks zijn verkocht.
De boeken zijn in veertig talen vertaald en in meer dan honderd landen te koop.
Gimondi werd geboren in Sedrina, nabij Bergamo, en liet als amateur al zijn talent zien door onder andere de Ronde van de Toekomst te winnen.
Zijn grote doorbraak volgde in 1965, toen hij als neoprof meteen de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.
Zijn succes in de Grote Rondes bleef groeien.
Twee jaar later won hij de Ronde van Italië, een prestatie die hij in 1969 en 1976 herhaalde. Door in 1968 ook de Ronde van Spanje te winnen, trad hij toe tot een exclusief gezelschap.
Gimondi is namelijk een van de slechts zeven renners die alle drie de Grote Rondes hebben gewonnen, samen met Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Alberto Contador, Vincenzo Nibali en Chris Froome.
De renner, die de bijnamen de buizerd van Bergamo en de aristocraat droeg, blonk uit in constantheid; in al zijn vijf deelnames aan de Ronde van Frankrijk eindigde hij in de top tien.
Zijn minste resultaat was een zevende plaats, en hij pakte in totaal zeven Touretappes.
Naast zijn successen in rittenkoersen was Gimondi een specialist in eendaagse klassiekers.
Hij won tweemaal de Ronde van Lombardije, in 1966 en 1973.
Daarnaast schreef hij Parijs-Roubaix in 1966 en Milaan-San Remo in 1974 op zijn naam, en kroonde hij zichzelf in 1973 tot wereldkampioen.
Zijn carrière kende ook een schaduwzijde toen hij tijdens de vijftiende etappe van de Ronde van Frankrijk in 1975 positief testte op doping.
Dit kostte hem tien minuten straftijd in het algemeen klassement, een boete van duizend Zwitserse frank en een voorwaardelijke schorsing van een maand.
Gimondi overleed in 2019 op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval, die hem trof tijdens het zwemmen in zee aan de oostkust van Sicilië.
Hoewel de officiële doodsoorzaak van Elvis Presley na zijn overlijden op 16 augustus 1977 werd vastgesteld op hartfalen, werpt zijn voormalige huisarts een ander licht op de zaak.
Elvis werd destijds dood op het toilet aangetroffen en de arts die hem probeerde te reanimeren, dokter Nichopoulos, stelt in zijn boek ‘The King and Doctor Nick’ dat de zanger gered had kunnen worden als hij een operatie niet had geweigerd.
Nichopoulos, die de laatste twaalf jaar van Elvis’ leven deel uitmaakte van zijn entourage, onthult daarin schokkende details over de werkelijke gezondheidstoestand van de King.
Volgens de arts leed Elvis aan een erfelijke darmverlamming die leidde tot een extreme vorm van constipatie.
Zijn dikke darm had een abnormale diameter van vijftien tot achttien centimeter, wat aanzienlijk groter is dan de normale zes tot negen centimeter.
Nichopoulos schrijft dat de doodsoorzaak aanvankelijk onzeker was, maar dat nieuw onderzoek de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar heeft doen vallen.
In de darmen van Elvis werd stoelgang aangetroffen die daar al vier tot vijf maanden vastzat.
Deze aandoening verklaart volgens de dokter ook het beruchte overgewicht van de zanger; dit kwam niet door te veel of te vet eten, maar was een direct gevolg van de ernstige verstopping.
De ziekte had een enorme impact op het leven van de zanger.
Elvis schaamde zich er diep voor en had soms zelfs ongelukjes op het podium, waardoor hij zich tijdens optredens halsoverkop moest omkleden.
Omdat constipatie in de jaren zestig en zeventig nog in de taboesfeer zat en nauwelijks bespreekbaar was, zocht hij onvoldoende hulp, hoewel de behandelingen intussen sterk zijn geëvolueerd.
Nichopoulos is er dan ook van overtuigd dat Elvis wellicht nog in leven had kunnen zijn als hij destijds de nodige darmoperatie had ondergaan.
Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van S.C. Toof & Co., een commerciële drukkerij in Memphis.
Het landgoed werd vernoemd naar Toofs dochter, Grace, die de boerderij later erfde.
Spoedig daarna kreeg dit gedeelte van het land de naam Graceland.
In 1939 bouwde Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een landhuis in koloniale stijl op het terrein.
Het landhuis telt drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.
De badkamer waar het levenloze lichaam van Elvis werd gevonden, bevindt zich pal boven de entree.
Deze ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren, en bij het portiek waken aan weerszijden twee grote leeuwen.
Toen Elvis Graceland kocht, liet hij ingrijpende aanpassingen uitvoeren.
Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren poort met een muziekthema, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde Jungle Room, die voorzien is van een overdekte waterval.
In februari en oktober 1976 werd deze Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio.
Hier nam Elvis bijna alle nummers op voor zijn laatste twee studioalbums, ‘From Elvis Presley Boulevard’, ‘Memphis, Tennessee’ en ‘Moody Blue’.
Dit waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.
Om tot rust te kunnen komen, liet Elvis in de tuin de Meditation Garden aanleggen.
Hij bleef op het landgoed wonen tot aan zijn overlijden op 16 augustus 1977.
Na zijn dood werd Elvis begraven in deze Meditation Garden, net als zijn ouders Gladys en Vernon en zijn grootmoeder.
Ook ligt er een gedenksteen voor Elvis’ tweelingbroer Jesse Garon, die tijdens de geboorte overleed.
De Meditation Garden werd al in 1978 opengesteld voor het publiek, en op 7 juni 1982 opende Graceland officieel de deuren als museum.
Inmiddels is het landgoed uitgegroeid tot een waar bedevaartsoord en vormt het, naast de muziek, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.
Met jaarlijks zo’n 600.000 tot 700.000 bezoekers is het landhuis in Memphis, Tennessee, het op één na meest bezochte woonhuismuseum van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.
Een ticket kost afhankelijk van het gekozen type rondleiding tussen de 53 en 148 dollar voor volwassenen (ongeveer 48 tot 134 euro)
Sinds de openstelling voor publiek op 7 juni 1982 tot aan 2026 hebben in totaal ruim 23 miljoen bezoekers een bezoek gebracht aan Graceland.
Jo Elizabeth Stafford werd in 1917 geboren in Coalinga, Californië, en groeide uit tot een van de meest succesvolle Amerikaanse zangeressen van de twintigste eeuw.
Oorspronkelijk droomde ze van een carrière als operazangeres en volgde ze een klassieke zangopleiding en pianostudie.
De Grote Depressie gooide in 1929 echter roet in het eten, waardoor ze tijdens deze crisissituatie in de jaren dertig de overstap maakte naar de lichte muziek.
Ze begon haar loopbaan samen met haar zussen Christine en Pauline in de zanggroep The Stafford Sisters.
Met deze formatie werkten ze onder meer mee aan de filmmuziek voor ‘A Damsel in Distress’ en ‘Alexander’s Ragtime Band’ uit 1938.
Nadat haar zussen trouwden, viel de band uiteen en sloot Jo zich aan bij de vocalgroep The Pied Pipers.
Met deze formatie zong ze bij het beroemde orkest van Tommy Dorsey, waar ze regelmatig duetten bracht met een jonge Frank Sinatra en de achtergrondzang voor hem verzorgde.
In 1944 besloot ze op eigen benen te staan, verliet ze de band en tekende ze een contract bij Capitol Records.
Haar doorbraak als soliste viel samen met de Tweede Wereldoorlog.
Vanwege haar vele optredens voor de legerradio was ze enorm geliefd bij de Amerikaanse troepen overzee, wat haar liefdevol de bijnaam G.I. Jo opleverde.
Haar warme, loepzuivere stem en haar feilloze timing leverden haar in de jaren veertig en vijftig een lange reeks hits op, waaronder ‘Embraceable You’, ‘It Could Happen to You’, ‘The Night We Called It a Day’, ‘Long Ago and Far Away’ en ‘No Other Love’.
Haar allergrootste succes behaalde ze in 1952 met de klassieker ‘You Belong to Me’, een nummer dat wereldwijd de hitlijsten aanvoerde.
Daarmee schreef ze geschiedenis als de allereerste vrouwelijke soloartiest die de nummer 1-positie bereikte in de Britse hitparade.
In Vlaanderen en Nederland staat ze echter vooral in het geheugen gegrift met het nummer ‘Thank You for Calling’.
Ook op humoristisch vlak boekte ze succes: in 1961 won Stafford een Grammy voor het beste komische album voor de cd Jonathan and Darlene Edwards in Paris.
Hierop zong ze samen met haar echtgenoot Paul Weston opzettelijk en met veel plezier vals.
Een opvallend weetje is dat het echtpaar jarenlang de identiteit van het duo geheimhield voor het publiek, wat de parodie nog mysterieuzer en populairder maakte.
Bovendien stonden collega-muzikanten en dirigenten versteld van haar stembeheersing: omdat ze een perfect gehoor had en een absolute meester in intonatie was, vond ze het extreem lastig om opzettelijk nét een fractie naast de toon te zingen voor haar typetje Darlene.
Een ander bijzonder feit is haar betekenis voor de technologie in de muziekindustrie.
Stafford was een van de allereerste artiesten die experimenteerde met meersporenopnamen (overdubbing), waarbij ze op haar eigen solo-opnamen haar eigen achtergrondkoor inzong.
Ook zong ze in verschillende talen om haar internationale fans te bedienen en schuwde ze genres zoals country en gospel niet, wat haar een van de meest veelzijdige vocalisten van haar generatie maakte.
Halverwege de jaren zeventig besloot Stafford een punt te zetten achter haar carrière om meer tijd door te brengen met haar gezin.
Ze liet een indrukwekkend muzikaal oeuvre achter dat nog altijd wordt geprezen om de technische perfectie en de emotionele warmte.
Jo Stafford overleed op 16 juli 2008 op negentigjarige leeftijd aan de gevolgen van hartfalen in haar woonplaats Century City, Los Angeles.
Het scenario, geschreven door Hugo Claus, is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1903 van Cyriel Buysse. De regie was in handen van Paul Cammermans.
Gisteren nog vandaag
De film speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw.
Vader Van Paemel is boer op de hoeve van baron De Wilde.
Tijdens een mondaine jachtpartij op het landgoed van de baron raakt de zachtaardige Désiré Van Paemel zo zwaar verwond dat hij voor de rest van zijn leven invalide blijft.
Eduard, de oudste zoon, neemt actief deel aan stakingen in de stad en sluit zich aan bij de socialistische arbeidersbeweging.
Tegen de zin van boer Van Paemel heeft de oudste dochter,
Cordule heeft een verhouding met de stroper Masco, terwijl de jongste dochter, Romanie, gedwongen wordt om als dienstmeid op het kasteel te werken.
Daar wordt ze verleid door Maurice, de zoon van de baron.
Wanneer Kamiel de hoeve verlaat, omdat hij onder de wapens wordt geroepen, verslechtert de situatie op de boerderij door een gebrek aan werkkrachten.
Het gezin van Paemel kwam in het voorjaar van 1987 in de zalen.
De filmmuziek werd gecomponeerd door de Belgische muzikant en componist Daniel Schell.
De film bracht een sterke cast samen, met onder meer Senne Rouffaer als boer Van Paemel, Chris Boni als boerin Van Paemel, Jan Decleir als stroper Masco, Frank Aendenboom als Eduard, Marc Peeters als Kamiel, Marc Van Eeghem als Celis, Marijke Pinoy als Romanie, Viviane De Muynck als Cordule, Camilia Blereau als Danielle en Thom Hoffman als Maurice.
De film kende een groot succes en lokte destijds bijna een kwart miljoen bezoekers naar de bioscoop.
Daarmee geldt de prent nog altijd als een klassieker uit de Vlaamse filmgeschiedenis.
Zijn muzikale reis begon echter al jaren eerder, in 1977, toen hij aan de slag ging met de band Wall of Voodoo.
Met deze groep scoorde hij in 1983 een grote hit met het nummer Mexican Radio, maar kort na dit succes besloot Ridgway zijn eigen weg te gaan als soloartiest.
Datzelfde jaar bewees hij meteen zijn veelzijdigheid door een nummer te componeren voor de speelfilm Rumble Fish van regisseur Francis Ford Coppola.
In 1986 verscheen uiteindelijk zijn solodebuut, getiteld The Big Heat.
Dit album sloot ijzersterk af met ‘Camouflage’, een meeslepende verhaalsong over een soldaat in de Vietnamoorlog die in het heetst van de strijd gered wordt door een mysterieuze geestverschijning.
Verrassend genoeg werd juist deze ongewone track massaal opgepikt door het publiek en de radio.
Het nummer behaalde de hoogste regionen van de Britse hitlijsten en kende ook in de Lage Landen veel succes.
In Vlaanderen piekte de single op een mooie achtste plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 goed was voor een elfde positie.
Wat de zanger als artiest zo uniek maakt, is zijn kenmerkende, bijna droge en vertellende zangstijl, vaak de spoken word-techniek genoemd.
Hij klinkt meer als een acteur in een donkere film noir dan als een klassieke popzanger.
Dit talent om verhalen te schilderen met woorden past perfect bij de sfeer van Camouflage.
Muzikaal gezien valt het nummer op door het contrast tussen de kille, machinale ritmes van synthesizers en drummachines en de meer organische klanken, zoals de mondharmonica die Ridgway steevast zelf inspeelt.
Het spookachtige verhaal over de grote marinier Camouflage is overigens niet zomaar uit de lucht gegrepen; het leunt sterk op echte stadslegendes en volksverhalen die onder Amerikaanse militairen de ronde deden.
De bijbehorende videoclip, sfeervol in zwart-wit geschoten, versterkte het mysterieuze karakter enorm en werd een veelgedraaide favoriet in de vroege jaren van muziekzender MTV.
Ridgway beschouwde zijn nummers altijd als korte films voor de radio.
Zijn voorliefde voor het witte doek liep dan ook als een rode draad door zijn verdere carrière.
De eerder genoemde samenwerking voor de film Rumble Fish resulteerde in de culthit ‘Don’t Box Me In’, een project dat hij opnam samen met Stewart Copeland, de beroemde drummer van The Police.
Tot op heden blijft Stan Ridgway een gerespecteerde naam in de muziekgeschiedenis, vooral geprezen om zijn vermogen om een radiovriendelijke popsong aan te laten voelen als een meeslepende bioscoopervaring.
De inmiddels 72-jarige Stan Ridgway is overigens nog steeds actief in de muziekindustrie.
Hij woont en werkt tegenwoordig in Los Angeles, Californië, waar hij zijn eigen label en creatieve studio runt onder de naam Stan Ridgway’s Grand Emporium.
Daar treedt hij nog regelmatig op, vaak aan de zijde van zijn vrouw en muzikale partner Pietra Wexstun.
Samen vormen ze geregeld een akoestisch trio, of richten ze zich op het componeren van sfeervolle muziek voor kunsttentoonstellingen, films en theaterproducties.
Daarnaast laat Ridgway nog vaak van zich horen op sociale media, waar hij zijn scherpe politieke en maatschappelijke observaties met de wereld deelt.
Wat zijn muzikale output betreft, verscheen zijn laatste grote solo-studioalbum, Priestess of the Promised Land, in 2016.
Ook deze plaat maakte hij samen met Pietra Wexstun.
Hoewel er de afgelopen jaren geen volwaardige nieuwe studioalbums meer zijn uitgebracht, is hij zeker actief gebleven.
Hij verraste zijn fans sindsdien nog met diverse singles, waaronder ‘Train Of Thought’, en in 2022 bracht hij zijn meest recente single ‘This Town Called Fate’ uit.
Tien jaar geleden, in 2016, kreeg het nummer bovendien een opvallende heropleving toen de Zweedse metalband Sabaton er een succesvolle cover van maakte.
Hoewel hun versie oorspronkelijk slechts als bonusnummer verscheen op het album The Last Stand, wordt het door velen gezien als een absolute vaste waarde.
Fans beschouwen het als een regelrechte banger die naadloos past binnen het kenmerkende militaire thema van de band.
Sabaton is erin geslaagd om het aangrijpende verhaal met hun powermetal-sound nieuw leven in te blazen en het meteen ook populair te maken bij een heel nieuw publiek.
De impact van deze cover was zelfs zo groot dat het de inspiratie vormde voor aflevering 129 van het Sabaton History Channel.
In deze videoreeks duiken de Zweden steevast dieper in de waargebeurde verhalen en achtergronden van hun nummers.
De connectie met de hit stopt daar overigens niet.
De band heeft inmiddels een eigen, succesvol magazine gelanceerd dat eveneens de naam Camouflage draagt.
Dit blad, dat exclusief wordt aangeboden in hun officiële webshop, is inmiddels al toe aan meerdere edities.
De 24 Uren van Luik in 1976, gehouden op 14 en 15 augustus, was een legendarische editie van deze beroemde motorrace op het oude, razendsnelle circuit van Spa-Francorchamps.
Dit evenement maakte destijds deel uit van het Europees kampioenschap en trok de absolute wereldtop van de motorsport aan.
De wedstrijd stond bekend als een van de zwaarste beproevingen voor zowel mens als machine, mede door de hoge gemiddelde snelheden en de onvoorspelbare Ardense weersomstandigheden.
Tijdens deze editie in 1976 stonden fabrieksteams van grote Japanse merken zoals Honda en Kawasaki aan de start, die de strijd aangingen met sterke Europese uitdagers.
De race werd gekenmerkt door intense gevechten in de verschillende klassen en vroeg het uiterste van de coureurs, die urenlang in het donker en onder wisselende omstandigheden moesten presteren.
Voor de tienduizenden toeschouwers langs de baan bood het weekend een spectaculair schouwspel van uithoudingsvermogen, mechanische betrouwbaarheid en pure snelheid, wat de reputatie van de 24 Uren van Luik als een van de klassiekers op de motorsportkalender verder bevestigde.
De strijd om de topposities werd dat jaar volledig gedomineerd door Honda, dat met de legendarische en machtige RCB1000-machines aan de start verscheen.
Ondanks mechanische problemen door de enorme hitteontwikkeling in de motoren en een hoog olieverbruik, wist het merk beslag te leggen op de volledige top van het klassement.
De uiteindelijke top 3 van deze loodzware editie zag er als volgt uit:
Op de eerste plaats eindigden de Franse piloten Christian Léon en Jean-Claude Chemarin op hun fabrieks-Honda RCB1000.
Zij reden een fabelachtige wedstrijd en vestigden een indrukwekkend nieuw record van 315 ronden, wat overeenkwam met een totale afstand van maar liefst 4447,8 kilometer op het oude tracé van 14 kilometer.
De tweede plaats ging naar hun teamgenoten Christian Huguet en Roger Ruiz, eveneens op een fabrieks-Honda RCB1000.
Zij kregen in de loop van de race te kampen met smeringsproblemen in de motor, maar wisten in het negentiende uur de tweede positie te heroveren en deze succesvol tot aan de finishlijn te verdedigen.
Het podium werd compleet gemaakt door de Franse Honda-dealer Japauto, die met hun machine de derde plaats opeiste en daarmee het triomfale succes voor het Japanse merk in de Ardense vlaag compleet maakte.
Het legendarische circuit waar deze uitputtingsslag werd uitgevochten, was destijds de beruchte en angstaanjagend snelle oude omloop van Spa-Francorchamps.
Dit tracé had in 1976 een lengte van 14,120 kilometer en bestond voor het grootste deel uit gewone openbare wegen tussen de dorpen Francorchamps, Malmedy en Stavelot, die speciaal voor het raceweekend werden afgesloten.
Het stond te boek als het snelste stratencircuit van Europa.
Beroemde passages zoals de bloedsnelle bocht van Burnenville, de beruchte Masta-knik en de steile klim van de Raidillon na Eau Rouge vereisten een onvoorstelbare dosis moed van de motorrijders, die hier in de nachtelijke uren met snelheden van ver boven de 250 kilometer per uur doorheen raasden.
Omdat er op dit oude circuit nauwelijks sprake was van moderne uitloopstroken of vangrails, stonden bomen, huizen en elektriciteitspalen direct langs de kant van de weg.
Elke stuurfout kon daardoor fataal aflopen.
Vanwege deze extreme risico’s en de steeds verder stijgende snelheden werd er uiteindelijk besloten om het circuit vanaf 1979 drastisch in te korten en om te vormen tot de veiligere, permanente omloop van vandaag, maar in augustus 1976 vormde de ontembare reus van 14 kilometer nog het decor voor deze heroïsche strijd.
De 24 Uren van Luik voor motoren bestaat in zijn oorspronkelijke vorm niet meer.
De legendarische race kende na 2003 een lange onderbreking, maar keerde in 2022 na twintig jaar terug op de kalender van het wereldkampioenschap endurance onder de naam 24 Heures de Spa Motos.
Om organisatorische en sportieve redenen is de formule inmiddels aangepast.
De race is ingekort en gaat tegenwoordig door het leven als de 8 Heures de Spa Motos.
Deze kortere, maar nog altijd razendsnelle endurancewedstrijd heeft voor dit jaar al plaatsgevonden.
De editie van 2026 werd verreden op vrijdag 5 en zaterdag 6 juni op het circuit van Spa-Francorchamps.
De grote winnaar van de editie van 2026 was het Belgische team BMW Motorrad World Endurance Team met startnummer 37.
Het rijderstrio bestaande uit Markus Reiterberger, Steven Odendaal en de Nederlandse topcoureur Michael van der Mark stuurde hun BMW M 1000 RR op dominante wijze naar de overwinning.
Zij wisten hun op vrijdag veroverde poleposition succesvol te verzilveren en hielden na een spectaculaire race onder wisselende weersomstandigheden het YART Yamaha-team achter zich.
Hans Vermeulen, geboren op 18 september 1947, verzamelde muzikanten om zich heen om een band op te richten.
De groep opereerde achtereenvolgens onder de namen Sandy Coast Skiffle Group, Sandy Coast Five en Sandy Coast Rockers, om de naam uiteindelijk in te korten tot Sandy Coast.
De bezetting bestond uit de twee broers Vermeulen, Onno Bevoort en Jos de Jager toen de band dankzij een door het blad Hitwezen georganiseerde talentenjacht een platencontract bij Negram won.
Niet veel later verscheen ‘Being In Love/I Want You For My Own’, de allereerste single van Sandy Coast.
De eerste single die de Top 40 wist te behalen was ‘We’ll Meet Again’, die in augustus 1966 op de 39e plaats binnenkwam.
In 1967 bracht de groep haar debuutalbum uit onder de titel And Their Name Is…. Sandy Coast.
De band scoorde in maart 1971 haar grootste hit met ‘True Love That’s A Wonder’, afkomstig van de elpee Sandy Coast.
Vanaf 1972 versterkte zangeres Marian Noble de band voor een jaar.
Deze zangeres uit Zwijndrecht heette feitelijk Marian Meyer en bracht in de jaren zeventig diverse solosingles uit.
Bij haar debuutsingle My Mother in 1967 gebruikte ze aanvankelijk de naam Marian Nobel.
Willem Duys was de ontdekker van deze zangeres en dankzij hem kreeg ze dan ook een platencontract.
Toen hij haar vervolgens introduceerde in zijn immens populaire talkshow Voor de vuist weg, kondigde hij
haar, geheel op eigen initiatief, aan als Marianne Noble.
Omdat de platenhoezen bij Delta destijds al gedrukt waren als Marian Nobel, ontstond er die bekende verwarring.
Hoewel ze daar zelf in eerste instantie wat verbolgen over was, is ze die naam altijd blijven gebruiken.
Ook na haar latere overstap naar Polydor nam ze de naam die Duys had bedacht definitief over.
Later verwierf zij onder meer bekendheid met haar eigen projecten en haar deelname aan The Voice Senior in 2018.
Marianne Noble is overleden op 2 maart 2025.
De blueszangeres uit Dordrecht is 78 jaar oud geworden.
Kort voor haar overlijden kreeg ze te horen dat ze een kwaadaardige tumor bij haar longen had.
Eerder in 2023 was ze ook al eens in het ziekenhuis opgenomen na een hartinfarct.
Toen de groep in 1974 uit elkaar viel, richtten de gebroeders Vermeulen hun pijlen op een nieuwe formatie genaamd Rainbow Train.
Kort daarna ontdekte Vermeulen zangeres Anita Meyer en lijfde haar direct in.
Vermeulen componeerde ook de nummer 1-hit ‘The Alternative Way’, waarmee Anita Meyer een droomdebuut beleefde.
Tussendoor hield Hans Vermeulen zich bezig met de productie van platen van onder meer Lucifer.
Rainbow Train bestond in 1975 uit naast Hans Vermeulen, die zang, gitaar, orgel en piano speelde, en Anita Meyer, Debbie Wokaty (zangeres), Jan Vermeulen (bas), Shel Schellekens (drums), Eric Tagg (zang, orgel en piano) en ex-Limousine-lid Okkie Huysdens (ook zang, orgel en piano). geboren als Johannes Josephus Huijsdens en helaas op 6 september 2014 overleden.
Later traden ook pianist Jan Rietman, afkomstig van ondermeer de groepen Unit Gloria, Long Tall Ernie And The Shakers, en zangeres Dianne Marchal toe.
Dianne Marchal, wier eigenlijke naam Hilde Vermeulen was, was de echtgenote van Hans.
Hans bracht in 1976 via Mercury zijn soloalbum I Only Know My Name uit, waarop muziek te horen was met invloeden van Stevie Wonder.
Daarnaast verschenen er singles onder de naam Hans Vermeulen & Rainbow Train.
Rainbow Train bracht in 1978 haar eerste en enige lp ‘Accompanied By’ uit, en de bijbehorende single ‘Heaven On Earth’ werd een bescheiden hit in Nederland en Vlaanderen.
In 1980 kwam Sandy Coast weer bij elkaar en trad op 13 juni op tijdens de Haagse Beatnach.
Drie nummers van dat optreden belandden op het verzamelalbum van het evenement.
De heroprichting leidde tot de elpee Terreno, waarvan de single ‘The Eyes Of Jenny’ een grote hit werd in binnen- en buitenland.
Toch koos Hans Vermeulen opnieuw voor de solotoer.
‘Ik dacht het wel’ werd de titel van zijn nieuwe album, dat duidelijke invloeden van Doe Maar liet horen.
Vermeulen ontpopte zich echter meer en meer als producer en werkte in die rol samen met artiesten als Nadieh, Ruth Jacott en Hans de Booij.
Verder schreef hij muziek voor televisiecommercials en had hij de muzikale leiding over de musical De Zoon Van Louis Davids.
In de tweede helft van de jaren tachtig profiteerde Sandy Coast van een heropleving in de belangstelling voor muziek uit de jaren zestig.
In 1988 bracht de band het album Rendez-Vous uit, een elpee en cd met opnieuw opgenomen versies van hun oude successen.
Ondertussen eisten privéproblemen steeds meer hun tol.
Diverse projecten waar hij aan begon, werden niet afgemaakt, en ook zijn huwelijk met Hilde liep op de klippen.
Hans Vermeulen kampte met een gigantische financiële schuld in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig.
Vermeulen had zich financieel verbonden aan de bekende G.T.B.-geluidsstudio in Den Haag.
De deal mislukte volledig en liet hem met enorme schulden achter.
Hij lette naar eigen zeggen altijd meer op de muziek dan op de centen, waardoor hij een miljoenenclaim opbouwde bij de Belastingdienst.
Ondanks zijn vele successen had Vermeulen te maken met een schuld van 680.670 euro.
Eind jaren tachtig en begin jaren negentig zat hij dan ook volledig aan de grond.
Hij leefde in een sober souterrain in Scheveningen en verdiende wat geld met optredens in Haagse kroegen.
Dankzij zijn manager Peer Evers en een regeling met het maatschappelijk werk en het Sociaal Fonds van de Buma-Stemra werd er uiteindelijk orde op zaken gesteld om de schuld af te betalen.
Deze afspraak hield in dat Vermeulens auteursrechten voor het grootste gedeelte werden ingehouden om de schulden af te lossen.
Hans Vermeulen leefde dan ook enige jaren van een minimaal inkomen.
Eerder dan verwacht had Vermeulen zijn schuld afgelost.
Vrijwel platzak vertrok hij rond 1994 definitief naar Thailand om daar opnieuw te beginnen.
Om zijn muzikale grenzen te verleggen, verruilde Vermeulen Nederland vervolgens voor het Thaise eiland Koh Samui.
Een prettige bijkomstigheid was dat hij in het goedkope Thailand in principe van de royalty’s van zijn hits kon leven.
Toch bleef hij ook in Azië actief met componeren en produceren.
Zo maakte hij onder de naam The Rest in 1994 een nieuw album ‘Domestic Affairs’ uit en dit met oude bekenden uit de Haagse muziekscene, te weten Polle Eduard op zang en gitaar, Len Bouman op bas, Beau Wassenbergh op drums en Okkie Huijsdens voor de productie.
Tevens raakte hij betrokken bij de Thaise band Carabao.
Op 1 juli 1995 trad Hans Vermeulen in Bussum in het huwelijk met de jonge Thaise Jariya Chatsuwan, ook wel bekend als Aom.
Samen met producer Eddy Ouwens nam hij in 1997 een cd op met internationale hits van bekende artiesten.
Ouwens had hem daar al eerder tevergeefs voor gevraagd, maar uiteindelijk ging Vermeulen overstag.
De nummers op het album ‘Vogelvrij’ werden voorzien van Nederlandse teksten geschreven door onder anderen Robert Long, Paula Patricio, Joost Nuissl, Henk Temming en Coot van Doesburg.
De single ‘De Mooiste Droom Is Vogelvrij’, een cover van het gekende nummer ‘Up Where We Belong’ dat hij samen met Sandra Reemer inzong, werd een bescheiden radiohit.
In 1998 verscheen er een dubbel-cd met een overzicht van zijn gehele loopbaan, met de hits van zijn groepen Sandy Coast, Rainbow Train en The Rest en met vocale bijdragen van onder meer Rob de Nijs, Ruth Jacott en Anita Meyer.
Met de single ‘Een Kus En Een Knuffel’ uit het album, een cover van Butterfly Kisses van Bob Carlisle en Randy Thomas, scoorde hij een bescheiden radiohit.
In Thailand behaalde zijn vrouw Aom een top 10-hit met haar versie van ‘The Eyes Of Jenny’, terwijl Vermeulen optredens verzorgde met het Bangkok Symphonic Orchestra.
Op 19 april 2002 werd hij tijdens een speciaal optreden begeleid door het Metropole Orkest.
Dit concert werd later op televisie uitgezonden door de KRO en verscheen zowel op cd als dvd, onder de naam ‘Met Mij Gaat Het Goed’ in 2004.
Tijdens zijn rijkgevulde carrière ontving Hans Vermeulen onder meer een Gouden Harp en een Edison.
Hij overleed plotseling op 9 november 2017 op 70-jarige leeftijd.