De witte jurk van Marilyn Monroe en de verspreiding van de legendarische collectie van Debbie Reynolds.

Het beeld van Marilyn Monroe in haar witte jurk is onlosmakelijk verbonden met de filmgeschiedenis, mede dankzij het ontwerp van William Travilla voor de productie The Seven Year Itch uit 1955.

De bewuste scène bij het metrostation, waar de luchtstroom uit het ventilatierooster de rok doet opwaaien, groeide uit tot een universeel symbool van Hollywood-glamour.

Interessant is dat de iconische pose waarbij zij de jurk met beide handen omlaag drukt, eigenlijk niet exact zo in de uiteindelijke film voorkomt.

Dat specifieke beeld is vooral gebaseerd op de talloze persfoto’s die werden gemaakt tijdens de eerste opnames in de straten van Manhattan.

Omdat de enorme menigte fans en fotografen destijds voor te veel rumoer zorgde, moest de scène later in de gecontroleerde omgeving van een filmset opnieuw worden opgenomen.

De culturele waarde van dit kledingstuk werd in juni 2011 nogmaals bevestigd toen de jurk tijdens een veiling voor een recordbedrag van 5,6 miljoen dollar van eigenaar wisselde.

Sinds die bewuste veiling is de exacte verblijfplaats van de jurk niet meer publiekelijk bekendgemaakt.

Het kledingstuk werd door actrice en verzamelaar Debbie Reynolds verkocht aan een anonieme bieder die telefonisch deelnam, waardoor de jurk nu deel uitmaakt van een private collectie.

Hoewel er vaak verwarring ontstaat met de nauwsluitende, met kristallen bezette jurk die Monroe droeg tijdens haar legendarische verjaardagsserenade voor president Kennedy, is dat een ander stuk.

Die bewuste jurk is wel in publieke handen; deze werd in 2016 gekocht door de museumketen Ripley’s Believe It or Not!.

De opwaaiende witte jurk van Travilla blijft echter verborgen voor het grote publiek.

De veiling in 2011 markeerde het einde van de droom van Debbie Reynolds om een officieel Hollywood-museum op te richten.

Doordat de financiering hiervoor nooit rondkwam, raakte haar unieke collectie definitief verspreid.

Zo werden de zeldzame Arabian test-schoenen van Dorothy uit The Wizard of Oz verkocht, terwijl een ander paar uit de film via een schenking door onder andere Leonardo DiCaprio en Steven Spielberg terechtkwam in het Academy Museum of Motion Pictures.

Ook de beroemde Ascot-jurk van Audrey Hepburn uit My Fair Lady bracht miljoenen op en verdween, net als de jurk van Monroe, in een anonieme privécollectie.

Zelfs de garderobe van Gene Kelly uit Singin’ in the Rain werd opgesplitst, waarbij bijpassende kostuums door verschillende bieders werden gekocht.

Hoewel veel van deze stukken nu achter gesloten deuren worden bewaard, blijft de herinnering aan de scène op het metrostation een van de meest krachtige beelden uit de westerse cultuur.

Tori Amos met haar nieuwe single “Shush”.

De Amerikaanse zangeres Tori Amos is een klassiek geschoolde pianiste die al op jonge leeftijd haar eigen muzikale koers koos.

Als dochter van een methodistendominee met een Ierse en Cherokee-achtergrond speelde religie van kinds af aan een grote rol in haar leven.

Al op driejarige leeftijd begon ze met het componeren van eigen liedjes, wat haar als vijfjarige een plek opleverde als jongste student ooit aan het Peabody Conservatorium.

Hoewel een toekomst als concertpianiste voor haar was uitgestippeld, verliet ze op haar elfde de opleiding vanwege haar opstandige aard en haar weerstand tegen het strikt lezen van bladmuziek.

In plaats daarvan gaf ze de voorkeur aan eigen interpretaties van klassieke meesters en begon ze al op dertienjarige leeftijd op te treden in bars en lounges in Washington.

Eind jaren tachtig verhuisde ze naar Los Angeles en nam ze de naam Tori aan.

Met haar band Y Kant Tori Read bracht ze in 1988 een album uit dat commercieel flopte en haar presenteerde in een stijl waar ze zich later van zou distantiëren.

Ondanks deze moeizame start vond ze haar weg terug naar de piano en schreef ze de nummers voor haar eigenlijke solodebuut Little Earthquakes.

Haar platenmaatschappij zag meer kansen op de Europese markt, waarna ze naar Londen vertrok om in een klein appartement haar werk te voltooien.

Dit album werd een groot succes door de ongekende openhartigheid over thema’s als religie, schuld en haar persoonlijke ervaring met seksueel geweld in nummers als ‘Me and a Gun’ en ‘Crucify’.

Haar debuut vestigde direct haar reputatie als een melodieus en tekstueel gelaagd talent.

In het voorjaar van 2026 laat ze opnieuw van zich horen met de singles ‘Stronger Together’ en ‘Shush’, die respectievelijk in februari en maart zijn verschenen.

Deze nummers kondigen de komst aan van haar achttiende studioalbum In Times of Dragons, dat op 1 mei 2026 verschijnt.

Ter ondersteuning van dit nieuwe werk reist de 62-jarige Tori in april door Europa met haar grootste tournee in tien jaar tijd.

Tijdens deze reeks concerten staat ze op 24 en 25 april in Carré in Amsterdam, om vervolgens op maandag 27 april 2026 naar België te komen voor een optreden in het Koninklijk Circus in Brussel.

Oude postkaart van de skipiste Zondal op de Ruggeveldlaan te Deurne.

Skipiste Zondal was gedurende tientallen jaren een bekend begrip in het Antwerpse sportlandschap.

De baan werd destijds opgericht door ondernemer Jean-Claude Giraud en was bij de opening een van de eerste kunstskibanen van Europa.

Het specifieke karakter van de piste zat vooral in het gebruik van de zogenaamde borstelbaan, een ondergrond van witte plastic borstelharen die met water werd besproeid om de gladheid van sneeuw na te bootsen.

De locatie aan de Ruggeveldlaan diende als een belangrijke voorbereidingsplek voor generaties Vlamingen die zich wilden klaarstomen voor hun jaarlijkse skivakantie.

Naast de recreatieve skiërs was de piste ook de thuisbasis van de Zondal Ski Club, een vereniging die talloze talenten heeft voortgebracht en een sterke reputatie genoot in de competitiewereld.

De club zorgde voor een levendige sociale sfeer in de bijbehorende cafetaria, die een authentieke Zwitserse chalet-uitstraling had.

Hoewel de sluiting in 2017 voor velen als een verrassing kwam, was de beslissing deels ingegeven door de veranderende tijden en de noodzaak voor grootschalige stadsvernieuwing.

De installaties waren na vierenveertig jaar intensief gebruik verouderd en de exploitatiekosten liepen op.

De afbraak in 2018 maakte uiteindelijk de weg vrij voor de realisatie van het nieuwe sport- en recreatiepark Groot Schijn.

Dit park biedt vandaag de dag ruimte aan diverse andere sporten, zoals hockey en voetbal, en heeft het gebied getransformeerd tot een moderne groene long voor de buurt.

Ondanks de fysieke verdwijning in Deurne kunnen de Antwerpenaars gelukkig nog gebruikmaken van de indoorskihal die voorheen bekendstond als Aspen.

In oktober 2023 werd deze hal overgenomen door de SnowWorld-groep en sindsdien draagt het officieel de naam SnowWorld Antwerpen.

SnowWorld zelf is sinds 2017 grotendeels in handen van Alychlo NV, de investeringsmaatschappij van de Belgische ondernemer Marc Coucke.

Coucke kocht het bedrijf van oprichter Koos Hendriks en zette in op een buy-and-build-strategie.

Alychlo bezat tot eind 2025 circa 95% van de aandelen na een overnameproces, waarna het bedrijf van de beurs werd gehaald.

Eind 2025 fuseerde SnowWorld met het Britse Snowcentres, waarbij Alychlo 50% van het nieuwe fusiebedrijf behoudt.

Zo blijft er in de regio toch een plek bestaan waar skiliefhebbers terechtkunnen onder een sterke internationale koepel, ook al leeft de naam Zondal alleen nog voort in de herinneringen van de vele mensen die daar hun eerste bochten in de buitenlucht leerden draaien.

De artistieke gedaanteverwisseling van Romy Schneider in maart 1961

Vandaag 65 jaar geleden, op 29 maart 1961, vond in het Théâtre de la Renaissance in Parijs de spraakmakende première plaats van het toneelstuk ‘Dommage qu’elle soit une putain’, de Franse vertaling van het originele Britse stuk ‘Tis Pity She’s a Whore van John Ford uit de zeventiende eeuw.

Romy Schneider stond hierin samen met Alain Delon op de planken onder regie van Luchino Visconti.

Dit klassieke drama over een gedoemde liefde tussen broer en zus markeerde een definitief omslagpunt in haar carrière.

De actrice, die wereldberoemd werd in de rol van de jonge en onschuldige vorstin, nam hiermee bewust afstand van haar eerdere suikerzoete imago.

Hoewel het grote publiek haar na films als Monpti en Die Halbzarte even uit het oog leek te verliezen, bewees zij hiermee haar transformatie tot een serieuze, Europese karakteractrice.

Deze artistieke ontwikkeling ging hand in hand met een uiterlijke verandering.

Onder invloed van Coco Chanel ruilde Romy haar vroegere stijl in voor die van een elegante Parijse vrouw.

In deze periode van maart 1961 werkte zij ook met Visconti aan het filmproject Boccaccio 70.

Ondanks haar groeiende professionele status bleef haar privéleven de gemoederen bezighouden.

Terwijl zij en Alain Delon veelvuldig samen werden gezien, weigerden zij hun relatie officieel te bevestigen.

De pers speculeerde volop over hun verbintenis, mede door geruchten over de charmes van Claudia Cardinale, die op dat moment met Delon werkte aan de film Rocco e i suoi fratelli, vertaald als Rocco en zijn broers.

Romy Schneider ontweek in maart 1961 behendig de nieuwsgierige vragen over haar toekomstplannen en haar liefdesleven.

Het was duidelijk dat zij zich niet langer liet beperken door de verwachtingen die voortkwamen uit haar vroege successen.

Zij koos resoluut voor haar eigen artistieke weg en persoonlijke groei, ongeacht de aanhoudende stroom aan geruchten in de media.

Met haar optreden in Parijs liet zij zien dat zij vastberaden was om haar eigen koers te blijven varen in de internationale film- en theaterwereld.

Deze week, vijftig jaar geleden, maakte de single All by Myself van Eric Carmen zijn debuut in de BRT Top 30.

Hoewel Carmen het nummer zelf schreef, baseerde hij de herkenbare melodie direct op het Adagio sostenuto uit het tweede pianoconcert van Sergej Rachmaninov.

De aanduiding Adagio sostenuto staat voor een zeer traag en gedragen tempo, wat de melancholische sfeer van het nummer verklaart.

De Russische componist schreef dit meesterwerk tussen 1900 en 1901, vlak nadat hij uit een diepe depressie was gekropen.

Die sombere periode was het gevolg van de vernietigende kritieken op zijn eerste symfonie, waardoor hij drie jaar lang geen noot meer op papier kreeg.

Hulp kwam er in de persoon van Nikolaj Dahl, een Moskouse neuroloog en psychiater die gespecialiseerd was in hypnotherapie.

Dahl was zelf een verdienstelijk amateurmusicus en speelde altviool, waardoor hij een sterke band met Rachmaninov kon opbouwen.

Van januari tot april 1900 behandelde hij de componist dagelijks.

Terwijl Rachmaninov in een halfslaap verkeerde, herhaalde Dahl voortdurend positieve suggesties als een drieluik: je zult je concert schrijven, je zult met groot gemak werken en het concert zal van uitmuntende kwaliteit zijn.

Deze aanpak bleek de sleutel tot zijn herstel, en uit dankbaarheid droeg de componist het volledige tweede pianoconcert officieel aan zijn arts op.

Toen Eric Carmen het nummer in 1975 uitbracht, verkeerde hij in de veronderstelling dat de muziek wereldwijd vrij van rechten was.

In de Verenigde Staten was dat destijds ook het geval, omdat de bescherming daar verliep na 75 jaar vanaf de publicatiedatum in 1901.

In Europa gold echter de regel dat auteursrechten tot zeventig jaar na het overlijden van de componist van kracht bleven.

Omdat Rachmaninov in 1943 was overleden, was zijn werk hier nog tot 2013 beschermd.

Na contact met de erfgenamen werd er een regeling getroffen waarbij Carmen twaalf procent van de royalty’s aan de familie afdroeg.

In de Vlaamse hitlijsten schopte de single het destijds tot een twaalfde positie, terwijl deze in de Nederlandse Top 40 een zevende plaats wist te veroveren.

Twintig jaar na de oorspronkelijke release bracht Céline Dion een succesvolle cover uit.

Tegen die tijd was de juridische situatie volledig opgehelderd, waardoor de verdeling van de royalty’s tussen Carmen en de erfgenamen van Rachmaninov automatisch werd toegepast op haar versie.

Haar uitvoering behaalde de veertiende plek in de Vlaamse Ultratop 50 en bleef in de Nederlandse Top 40 steken op nummer twintig.

Een opvallend detail is dat de muziek van Rachmaninov vaker de weg naar de popmuziek vond, aangezien ook Frank Sinatra in 1946 voor zijn hit Full Moon and Empty Arms uit hetzelfde pianoconcert putte.

Weltruf: Gentse radio’s en televisies uit de Zinniastraat

De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.

In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.

Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.

Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.

In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.

Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.

Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.

Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.

De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.

Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.

Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.

Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.

Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.

De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)

Muziek Expres maart 1981 en 1986

Muziek Expres was tussen 1956 en 1989 een toonaangevend Nederlands muziektijdschrift dat de opkomende tienercultuur perfect aanvoelde.

Het blad was een creatie van uitgever en impresario Paul Acket, die niet alleen deze populaire gids voor de jeugd bedacht, maar ook wereldsterren zoals The Rolling Stones en Miles Davis naar Nederland haalde.

In de jaren zestig groeide het tijdschrift uit tot het belangrijkste medium voor jongeren, vol posters, hitlijsten en exclusieve reportages over internationale popidolen.

Het succes was zelfs zo groot dat er een Duitstalige editie op de markt kwam.

Gedurende de jaren breidde Acket zijn invloed uit door andere bladen zoals Tuney Tunes over te nemen, maar in 1974 besloot hij Muziek Expres en het tijdschrift Popfoto te verkopen aan het concern VNU.

Met de miljoenen die deze verkoop opleverde, financierde hij zijn grote droom: het North Sea Jazz Festival.

De eerste editie hiervan vond in 1976 plaats in Den Haag.

Hoewel Muziek Expres na de overname nog vijftien jaar bleef bestaan, liep de oplage langzaam terug tot het blad in 1989 definitief van de markt verdween.

Paul Acket overleed in 1992 op 69-jarige leeftijd in Den Haag.

Tot kort voor zijn dood bleef hij nauw betrokken bij het jazzfestival dat hij zelf had opgezet.

Met zijn overlijden kwam er een einde aan een tijdperk voor de Nederlandse muziekwereld, waarin hij als visionair een onuitwisbare stempel had gedrukt op de nationale pop- en jazzcultuur.

Deze week is het precies 555 jaar geleden dat keizer Karel V het bevel gaf om alle boeken en geschriften van Maarten Luther te verbranden.

Hij stelde bovendien een strikt verbod in op het drukken, verkopen of lezen van dergelijke werken.

Kort daarna, op 18 april, bevestigde de keizer eigenhandig de excommunicatie van Luther en voegde daar de rücksichtslos-boodschap aan toe dat diens aanhangers moesten worden uitgeroeid.

Monotheïsme staat inherent op gespannen voet met de acceptatie van een andere god of een ander geloof.

Toch is het tot die acceptatie veroordeeld als we streven naar een harmonieuze samenleving, tenzij men de uitroeiing van andersdenkenden als enige alternatief ziet.

Op de bijbehorende illustratie, een schilderij van de Zweedse kunstenaar Karl Aspelin uit 1885, zien we een tegenreactie: Luther verbrandt op zijn beurt de pauselijke bul die paus Leo X tegen zijn leerstellingen had uitgevaardigd.

Van de filmset van Bresson naar het testament van Epstein: het bewogen levenspad van Caroline Lang

Het leven van Caroline Lang, de dochter van de Franse politicus Jack Lang, is een opmerkelijke reis geweest door de werelden van kunst, recht en internationale media.

In 1984 werd zij geportretteerd als een veelzijdige eenentwintigjarige die haar tijd verdeelde tussen haar rechtenstudie, een rol in de film L’Argent van Robert Bresson en haar politieke ambities voor de socialistische partij in Parijs.

Destijds woonde ze nog in het ouderlijk huis in het Quartier Latin, waar ze de maaltijden verzorgde voor haar vader, die op dat moment minister van Cultuur was.

Haar vader, geboren in 1939, was een van de meest invloedrijke figuren in het Franse culturele beleid onder president Mitterrand en bleef tot begin 2026 actief als voorzitter van het Institut du monde arabe.

Na deze vroege start in de filmwereld en de politiek koos Caroline voor een loopbaan achter de schermen van de internationale amusementsindustrie.

Ze bouwde een indrukwekkende carrière op bij de Amerikaanse filmstudio Warner Bros., waar ze opklom tot de positie van Senior Vice President.

In deze hoedanigheid was ze jarenlang verantwoordelijk voor de distributie en productie in Frankrijk en andere Franstalige gebieden, waarmee ze haar juridische achtergrond combineerde met haar passie voor de filmsector.

Daarnaast ontwikkelde zij zich tot een gerespecteerd expert en verzamelaar op de internationale kunstmarkt.

Begin 2026 nam haar loopbaan een onverwachte wending toen ze werd benoemd tot gedelegeerde bestuurder van het Syndicat des producteurs indépendants.

Kort na deze aanstelling raakte zij echter betrokken in een publieke discussie, nadat bekend werd dat zij werd genoemd in documenten rondom de Amerikaanse zakenman Jeffrey Epstein.

Caroline Lang werd in het testament van de zakenman aangewezen als een van de begunstigden die een aanzienlijk bedrag zou ontvangen.

Uit de dossiers bleek dat zij en Epstein gedurende langere tijd een persoonlijke relatie onderhielden die terugging tot de jaren tachtig en negentig.

In die periode was zij werkzaam in de internationale film- en mediawereld, een sector waarin Epstein vaker contacten zocht met invloedrijke personen en hun familieleden.

De documenten suggereerden dat er sprake was van een langdurige vriendschap, waarbij zij ook op verschillende van zijn eigendommen was gezien.

Toen deze informatie begin 2026 publiekelijk bekend werd, leidde dit tot grote verontwaardiging in de Franse cultuursector, mede vanwege de ernstige misdrijven waarvan Epstein werd beschuldigd.

Hoewel er geen bewijs naar voren kwam dat zij betrokken was bij zijn illegale activiteiten, zorgden de directe financiële link en de aard van hun verstandhouding voor een onhoudbare situatie.

De aanhoudende publieke druk leidde ertoe dat zij begin 2026 besloot al haar functies bij de producentenorganisaties neer te leggen.

Hiermee kwam een abrupt einde aan haar formele rol binnen de Franse cultuurwereld, die zij decennialang mede had vormgegeven.

Vandaag 30 jaar geleden overlijdt Staf Janssens, oprichter van IJsboerke.

Het verhaal van IJsboerke begon meer dan tachtig jaar geleden, toen de veertienjarige Staf Janssens in 1943 met zijn fiets de baan op ging.

In de beginjaren verkocht de jonge ondernemer uit Tielen nog bakharing en kranten, maar de echte ommekeer kwam toen hij besloot om zelfgemaakt schepijs van deur tot deur aan te bieden.

Met zijn houten kar legde hij de basis voor wat een van de meest iconische Belgische merknamen zou worden.

Wat Staf Janssens zo uniek maakte, was zijn ongekende commerciële inzicht en zijn focus op de herkenbaarheid van het merk.

De typerende oranje vrachtwagens groeiden uit tot een vertrouwd gezicht in het straatbeeld en brachten het ijs tot in de kleinste dorpsstraten.

Wist je dat Janssens een enorme passie had voor vogels?

Op het terrein van de fabriek in Tielen liet hij een indrukwekkend vogelpark aanleggen met honderden exotische soorten, dat op een gegeven moment zelfs gratis toegankelijk was voor het publiek.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast begreep hij als geen ander de kracht van sportmarketing.

IJsboerke was jarenlang de trotse hoofdsponsor van een succesvolle wielerploeg, waardoor de merknaam ook internationale faam verwierf in grote koersen zoals de Tour de France.

Hoewel het bedrijf in de loop der jaren verschillende keren van eigenaar wisselde en de bekende huis-aan-huisverkoop grotendeels naar de achtergrond verdween, blijft de herinnering aan de ijscowagen met zijn vrolijke bel stevig verankerd in het collectieve geheugen van vele Belgen.

Oude postkaart van de Nationale Bank van België in Antwerpen (1912)

De Nationale Bank van België in Antwerpen is een monument dat een centrale rol speelt in de architecturale en financiële geschiedenis van de stad.

Het gebouw bevindt zich aan de Frankrijklei, op de plek waar vroeger de zestiende-eeuwse stadswallen lagen.

Nadat deze vestingswerken halverwege de negentiende eeuw werden gesloopt, ontstond er ruimte voor monumentale architectuur die de groeiende economische macht van Antwerpen moest weerspiegelen.

De bank werd opgericht om de monetaire stabiliteit te waarborgen en de handel in de wereldhaven te ondersteunen.

Het ontwerp is van de hand van architect Beyaert, die tussen 1875 en 1879 een indrukwekkend complex neerzette in een rijke eclectische stijl.

Hij combineerde elementen uit de Franse neorenaissance met barokke invloeden, wat resulteerde in een paleisachtige uitstraling die autoriteit en veiligheid uitstraalt.

De gevel is versierd met gedetailleerd beeldhouwwerk en beschikt over een kenmerkende koepel en paviljoens op de hoeken.

Beyaert slaagde erin om functionaliteit te koppelen aan esthetiek, waarbij de zware muren en het gesloten karakter van de benedenverdieping de noodzakelijke beveiliging voor de goudreserves en bankbiljetten boden.

Tegenwoordig heeft het gebouw zijn oorspronkelijke functie als operationeel bankkantoor verloren, nadat de Nationale Bank haar diensten in Brussel centraliseerde.

Het pand ondergaat momenteel een grootschalige renovatie via een meerfasig project onder leiding van Group L en de Participatiemaatschappij Vlaanderen.

De herwaardering van de benedenverdieping en een groot deel van de kantoorruimtes is reeds voltooid, wat in 2021 leidde tot de opening van interieurzaak Donum na jaren van leegstand.

Op 12 mei 2024 vond er een grote opening plaats waarbij het publiek een kijkje kon nemen in het vernieuwde interieur.

Op dit moment ligt de focus van de werkzaamheden op de dakverdiepingen, die verder worden aangepakt om het historische gebouw weer volledig functioneel te maken voor de toekomst.

Gisteren nog vandaag