
45 jaar geleden, wiegt kleuterjuf Diana Spencer weldra de kinderen van kroonprins Charles.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Een naam die weinigen kennen, in tegenstelling tot zijn alter ego: Divine.
Een extravagante, grensverleggende en onvergetelijke artiest die de wereld schokte, liet dansen en zelfs onbewust het Disney-universum binnendrong als de inspiratiebron voor de zeeheks Ursula.
Het verhaal van Divine is onlosmakelijk verbonden met dat van regisseur John Waters.
Als tieners in Baltimore sloten ze een vriendschap die de underground filmwereld voorgoed zou veranderen.
Waters gaf Milstead de naam ‘Divine’ en creëerde een persona dat alle regels van goede smaak aan de laars lapte.

Met controversiële cultfilms als ‘Pink Flamingos’ (1972) werd Divine een icoon in de alternatieve scene en de homowereld.
In de jaren tachtig breidde Divine zijn werkterrein uit naar de muziek en veroverde hij de Europese dansvloeren.

De single ‘Shoot Your Shot’ werd een enorme hit in Vlaanderen en bereikte in januari 1983 de vierde plaats in de BRT Top 30, wat leidde tot optredens in legendarische clubs als de DOK in Amsterdam.

Hoewel hij zijn persona omarmde, wilde Milstead bewijzen dat hij ook een getalenteerd acteur was buiten de drag.
Hij speelde mannelijke rollen en kreeg steeds meer erkenning, met als hoogtepunt zijn dubbelrol in de mainstream hit ‘Hairspray’ (1988).
Dit leek de start van een nieuw hoofdstuk. Hij werd gecast voor een gastrol in de populaire sitcom ‘Married… with Children’; de opnames zouden starten op 7 maart 1988.
Die opnames zouden er nooit komen. Op exact die dag werd Divine, op 42-jarige leeftijd, dood aangetroffen in zijn hotelkamer.
Hij was in zijn slaap overleden aan een hartstilstand, veroorzaakt door een zwaarlijvigheidsprobleem waarvoor artsen hem hadden gewaarschuwd.
Joepie 9 januari 1983

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Divine (Joepie 2 oktober 1983)

Gisteren nog vandaag

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.
Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.
Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.
Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.
Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.
Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.
Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.
Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.


Op 17 februari 1978 verscheen het debuutalbum van Kate Bush, getiteld “The Kick Inside”.
De totstandkoming van dit album werd mede mogelijk gemaakt door David Gilmour van Pink Floyd, die na het horen van haar demo’s ervoor zorgde dat ze de aandacht kreeg van de platenmaatschappij.
Met vijf singles, waaronder de iconische hits “Wuthering Heights” en “The Man with the Child in His Eyes”, leverde de unieke Kate Bush een album af dat direct insloeg.
Een van de bijzonderste nummers op de plaat is “Moving”, een eerbetoon aan haar dansleraar Lindsay Kemp.
Kenmerkend zijn de walvisgeluiden aan het begin en de tekst die haar gevoel tijdens het dansen beschrijft: “Moving stranger, does it really matter / As long as you’re not afraid to feel?”.
“The Kick Inside” was een groot commercieel succes en behaalde de eerste plaats in de Nederlandse hitlijsten en een tweede plaats in Vlaanderen.
Opmerkelijk is dat er wereldwijd zes verschillende versies van de albumhoes zijn uitgebracht.

Vijfendertig jaar geleden, in oktober 1990, had deze muzikale legende een opmerkelijke link met onze regio, want hij was te gast bij de Belgische ondernemer Leon Melchior in Limburg.
De carrière van Luciano Pavarotti begon bescheiden in een kerkkoor. Hoewel zijn stem hem wereldroem zou bezorgen, had hij als jongeman een even grote passie voor voetbal.
Ook stond hij bekend als een levensgenieter en een groot liefhebber van lekker eten.
Popster Sting, een van de vele artiesten met wie hij samenwerkte, vertelde ooit hoe hij Pavarotti in zijn eentje twee volledige kippen zag verorberen.
Zijn professionele leven bracht hem naar de top van de operawereld.
Pavarotti werkte met de meest vooraanstaande dirigenten, zoals Herbert von Karajan en Claudio Abbado, en zong hoofdrollen in alle grote operahuizen ter wereld. Later zocht hij een breder publiek op met optredens in concertzalen en indrukwekkende openluchtarena’s.
De rondborstige tenor was niet bang om buiten de lijnen van de klassieke muziek te kleuren.
In 1995 nam hij samen met Bono van U2 het lied “Miss Sarajevo” op. Daarnaast organiseerde hij tien benefietconcerten onder de noemer “Pavarotti and Friends”, waarmee hij geld inzamelde voor goede doelen in onder meer Bosnië, Kosovo, Liberia, Afghanistan en Irak.
Zijn laatste publieke optreden vond plaats in 2006, tijdens de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in zijn thuisland, in Turijn.
Er werd achteraf gefluisterd dat hij die avond geplaybackt zou hebben.
Een jaar later, op 6 september 2007, overleed Luciano Pavarotti op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van pancreaskanker.
Zijn gastheer van destijds in Limburg, Leon Melchior, had een al even opmerkelijk, zij het controversieel, leven.
Hij groeide op in Maastricht als zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij in een moeilijke positie terecht.
Als veertienjarige werd hij lid van de Hitlerjugend en op zeventienjarige leeftijd, in 1943, meldde hij zich aan bij de Waffen-SS en vocht aan het oostfront.
Later volgde hij een opleiding tot SS-officier. Na de bevrijding werd hij gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien maanden.
Ook werd zijn Nederlandse nationaliteit hem ontnomen.
Na deze donkere periode bouwde Melchior een succesvol zakenimperium op en vestigde hij zich in Lanaken, op Domein Zangersheide, waar hij zijn wereldberoemde stoeterij Studbook Zangersheide oprichtte.
In 1974 verkreeg hij de Belgische nationaliteit.
Voor zijn verdiensten ontving hij later diverse onderscheidingen: hij werd officier in de Leopoldsorde, kreeg het Ereteken van Verdienste van de stad Maastricht, was ereburger van Lanaken en erevoorzitter van voetbalclub MVV.
Zijn passie voor de paardensport werd doorgegeven aan zijn dochter, Judy-Ann Melchior, die een professioneel ruiter werd.
Leon Melchior overleed op 11 november 2015 op 88-jarige leeftijd.
Twee markante figuren, een wereldster uit de opera en een ondernemer met een beladen verleden, wiens paden 35 jaar geleden kort kruisten in Limburg.

Gisteren nog vandaag


Hoewel ze werd geboren in het Franse Saint-Mandé, verhuisde Claudette Colbert al rond haar derde, in 1906, naar de Verenigde Staten.
Haar passie voor acteren ontstond op de middelbare school en legde de basis voor een succesvolle carrière.
In 1923 maakte ze haar debuut op de planken van Broadway, en vier jaar later volgde haar eerste filmrol.
Haar talent werd al snel erkend en bereikte een hoogtepunt in 1934, toen ze een Oscar in ontvangst mocht nemen.
Naast haar filmwerk was Colbert ook een bekende stem op de radio, waar ze van 1936 tot 1944 een programma presenteerde.
Na een lange en succesvolle filmcarrière keerde ze in 1958 terug naar haar eerste liefde, het theater op Broadway.
Claudette Colbert overleed in 1996 aan de gevolgen van een beroerte.




Barry Manilow, geboren als Barry Picus en zoon van Joodse immigranten, groeide uit tot ‘The king of soft rock’.
Een van zijn onsterfelijke hits is ‘Copacabana (at the Copa)’, met die onvergetelijke openingszin: ‘Her name was Lola/ She was a showgirl’.
Hoewel Manilow de vrolijke melodie schreef, kwam de tekst van de hand van Jack Feldman en Bruce Sussman.
De Lola in het lied was geen verzinsel; haar personage was gebaseerd op Lola Falana, een succesvolle Amerikaanse zangeres en danseres met de bijnaam ‘Black Venus’.
Haar talent werd in 1975 erkend met een nominatie voor de Tony Award voor Beste Actrice in een Musical, voor haar rol als Edna Mae Sheridan in ‘Doctor Jazz’.
Ze werd hiermee de tweede beroemde Lola in de muziekgeschiedenis, na het gelijknamige nummer van The Kinks.
Terwijl in ‘Copacabana’ op bloederige wijze om Lola’s hand wordt gevochten, was het liefdesleven van de echte Lola ook turbulent.
Haar geheime relatie met de op dat moment getrouwde Sammy Davis jr. bleef niet lang verborgen en was voor zijn echtgenote May Britt de reden om te scheiden.
Later was Falana nog kortstondig getrouwd met Butch Tavares van de band Tavares.
In 1978, hetzelfde jaar dat de wereld zong over Lola’s fictieve liefdesleven, onderging Manilows eigen amoureuze leven een cruciale wending.
Hij ontmoette Garry Kief, die niet alleen zijn manager, maar ook zijn levenspartner zou worden.
Dit stond in schril contrast met zijn korte, mislukte huwelijk met jeugdliefde Susan in 1964.
De langdurige, geheime relatie met Kief zou, naar eigen zeggen, zijn leven redden.
‘Mijn carrière explodeerde in die tijd’, vertelde Manilow in The Guardian. ‘Het was een gekkenhuis. Avond na avond thuiskomen in een lege hotelkamer, daar komen vanzelf problemen van.
Omdat ik Garry had, was er iemand in die hotelkamer om mee te huilen en om plezier mee te hebben.’
Pas in 2017, in een groot interview met People getiteld ‘My untold story’, kwam Manilow publiekelijk uit de kast.
Hij was toen al drie jaar met Kief getrouwd. De zanger had altijd gevreesd dat openlijke homoseksualiteit zijn carrière zou schaden, maar het nieuws deed amper stof opwaaien; het leek een publiek geheim.
Vandaag de dag, op 82-jarige leeftijd, is Manilow nog steeds actief.
Hij is een vaste waarde in het Westgate International Theater in Las Vegas.
Dat is een zaal met een rijke geschiedenis: niemand minder dan Elvis Presley stond er tussen 1969 en 1976 maar liefst 636 keer op het podium.
Het is een mijlpaal die Manilow inmiddels ruimschoots heeft overtroffen.
Daarnaast trekt hij in de lente van 2026 door andere Amerikaanse steden met zijn “The Last Concerts” tour. Ook een optreden in Londen staat gepland in juni 2026.
Twee weken geleden, op 23 september, bracht Manilow zelf een nieuwe single uit met als titel “Once Before I Go”. Het is een cover van een nummer dat Peter Allen samen met Dean Pitchford schreef in 1983, en dat terug te vinden is op zijn album “Not The Boy Next Door”

