40 jaar geleden, thuis bij James B. Sikking, die we toen kende van zijn rol Howard Hunte in de tv-serie Hill Street Blues.

James Sikking was een acteur die in tal van films en televisieseries te zien was.

Bij het grote publiek werd hij vooral bekend door zijn rol als de tactisch onderlegde Lt. Howard Hunter in de iconische politieserie ‘Hill Street Blues’, een rol die hij van 1981 tot 1987 vertolkte.

Later speelde hij tussen 1989 en 1993 ook de rol van Dr. David Howser in de populaire serie ‘Doogie Howser, M.D.’.

Sikking, die soms op de aftiteling verscheen als James B. Sikking, is de vader van acteur Andrew Sikking.

Hij overleed op 13 juli 2024 op 90-jarige leeftijd in zijn huis in Los Angeles aan de gevolgen van dementie.

Vandaag, 35 jaar geleden, kwam Stefano Casiraghi, de echtgenoot van prinses Caroline van Monaco, op tragische wijze om het leven.

Stefano Casiraghi, een succesvol Italiaans zakenman en sportman, stierf tijdens een wereldkampioenschap offshore powerboat-racen.

Voor de kust van Saint-Jean-Cap-Ferrat in Zuid-Frankrijk sloeg het noodlot toe toen zijn catamaran, de “Pinot di Pinot”, kapseisde bij hoge snelheid. Casiraghi, die op dat moment zijn wereldtitel verdedigde, overleefde het ongeval niet.

Hij was de zoon van ondernemer Giancarlo Casiraghi en Fernanda Palici.

Voor zijn huwelijk had hij al een succesvolle carrière opgebouwd, met uiteenlopende zakelijke activiteiten van de export van sportschoenen tot vastgoedontwikkeling.

Zijn ondernemersgeest bracht hem fortuin in de scheepsbouw en de vastgoedsector, met investeringen in Italië, Afrika en de Verenigde Staten.

Op 29 december 1983 trad hij in het huwelijk met prinses Caroline van Monaco. Samen kregen ze drie kinderen die in korte tijd hun vader moesten missen: Andrea, Charlotte en Pierre.

De nalatenschap van Stefano Casiraghi leeft voort door deze kinderen, die inmiddels zelf een gezin hebben gesticht.

Zijn oudste zoon, Andrea Casiraghi (1984), is momenteel de vierde in de lijn van troonopvolging.

In 2002 werd hij door het Amerikaanse tijdschrift People opgenomen in hun lijst van ’50 Most Beautiful People’.

Hij is een liefhebber van voetbal, paardrijden, skiën en gitaarspelen.

Op 31 augustus 2013 trouwde hij in de tuinen van het prinselijk paleis met Tatiana Santo Domingo, dochter van de Colombiaanse zakenman Julio Mario Santo Domingo Jr. en de Braziliaanse Vera Rechulski.

Het paar heeft drie kinderen: zoon Sasha (2013), dochter India (2015) en zoon Maximilian Rainier (2018).

Dochter Charlotte Casiraghi (1986) groeide in Parijs uit tot een mode-icoon voor jongere meisjes, mede dankzij haar elegante uitstraling.

Hoewel zij zelf geen koninklijke titel voert, is ze elfde in de lijn van de Monegaskische troonopvolging.

Charlotte kreeg in 2013 een zoon, Raphaël, met komiek Gad Elmaleh.

Op 1 juni 2019 huwde ze de Franse regisseur Dimitri Rassam, met wie ze eind 2018 hun zoon Balthazar kreeg.

De jongste zoon, Pierre Casiraghi (1987), heeft sinds mei 2008 een relatie met de journaliste Beatrice Borromeo.

Het paar trad op 25 juli 2015 in Monaco in het huwelijk voor de wet.

De kerkelijke inzegening volgde op 1 augustus 2015 op Isola Bella, een eiland in het Lago Maggiore dat eigendom is van de familie van zijn vrouw.

Dit “mooie eiland” werd in 1630 gekocht door graaf Carlo III Borromeo, die het naar zijn vrouw Isabella noemde.

Hij liet er een kasteel in barokstijl bouwen met een indrukwekkende tuin, bestaande uit tien terrassen met antieke beelden waar traditioneel witte pauwen rondlopen.

De familie Borromeo, die ooit een heilige voortbracht, Carolus Borromeus, verblijft jaarlijks enkele weken op het eiland.

Beatrice Borromeo is de dochter van graaf Carlo Ferdinando Borromeo.

Omdat zij buiten het huwelijk werd geboren, draagt zij, net als haar oudere broer, geen adellijke titel.

Beatrice werkt voor de Italiaanse pers. Samen met Pierre kreeg ze twee zonen: Stefano, geboren op 28 februari 2017, en Francesco, geboren op 21 mei 2018.

Vandaag vindt in Luxemburg een historische gebeurtenis plaats: Groothertog Henri treedt af en zijn oudste zoon, Guillaume, wordt ingehuldigd als de nieuwe groothertog.

De dag van de troonswissel volgt een strak protocol. Om 10:00 uur ’s ochtends vindt de abdicatie van Henri plaats, gevolgd door de inzwering van Guillaume.

Rond het middaguur presenteert de nieuwe groothertog zich met zijn gezin aan het volk tijdens een balkonmoment.

Daarna volgt een wandeling langs het publiek en een receptie voor de regering.

De feestelijkheden worden ’s avonds afgesloten met een galadiner in het groothertogelijk paleis, in aanwezigheid van buitenlandse gasten en koninklijke collega’s.

De troonswissel wordt bijgewoond door hooggeplaatste gasten, waaronder koning Filip, koningin Mathilde en kroonprinses Elisabeth van België, alsook koning Willem-Alexander, koningin Máxima en de Prinses van Oranje uit Nederland.

De aanwezigheid van deze koningshuizen is niet toevallig; de families zijn nauw met elkaar verwant.

De band met het Belgische koningshuis is het directst.

De moeder van Henri, Joséphine-Charlotte (1927-2005), was prinses van België en de oudere zus van de voormalige koningen Boudewijn en Albert.

De connectie met het Nederlandse koningshuis gaat verder terug in de geschiedenis.

Zowel het Nederlandse Huis van Oranje-Nassau als het Luxemburgse Huis van Nassau stammen af van het oude hertogdom Nassau.

De Nederlandse koningen Willem I, II en III waren tevens groothertog van Luxemburg.

Aan deze personele unie kwam een einde toen er in Nederland geen mannelijke troonopvolger meer was.

Volgens een oud familieverdrag ging de Luxemburgse troon toen over naar een andere tak van de Nassau-familie.

Hoewel koning Willem-Alexander en groothertog Henri dus geen directe bloedverwanten zijn, delen ze een verre gemeenschappelijke voorouder.

De nieuwe groothertogin, Stéphanie, is van Belgische afkomst.

Geboren als gravin Stéphanie de Lannoy, stamt ze uit een oud adellijk geslacht.

Ze groeide op in het kasteel van Anvaing in Henegouwen en volgde een Nederlandstalige basisschool in Ronse.

Haar verdere opleiding was internationaal, met studies in Frankrijk, Brussel, Moskou (Russisch) en Leuven (germanistiek). Ze sloot haar studietijd af in Berlijn met een scriptie en een stage op de Belgische ambassade.

Op 20 oktober 2012 trouwde ze met erfgroothertog Guillaume.

Naar aanleiding van haar huwelijk deed ze afstand van haar Belgische nationaliteit en werd ze Luxemburgse.

Samen hebben ze twee zonen: prins Charles, geboren in 2020, en prins François, geboren in 2023.

Guillaume zelf heeft ook sterke banden met de Europese vorstenhuizen.

Zo is hij de peetoom van onder anderen prins Emmanuel van België en prinses Ariane der Nederlanden.

Vanaf 3 oktober zal zijn officiële titel luiden: Zijne Koninklijke Hoogheid Guillaume, bij de Gratie Gods Groothertog van Luxemburg, Hertog van Nassau en Prins van Bourbon-Parma.

40 jaar geleden, Barbara Valentin van Busenwunder tot Vertrouweling van Freddie Mercury.

De periode die Freddie in de jaren tachtig in München doorbracht, met Barbara als een van zijn beste vrienden, was een tijd van intense feesten en persoonlijke vrijheid.

Nummers uit die tijd, met name van zijn soloalbum ‘Mr. Bad Guy’ (1985), weerspiegelen die levensstijl.

Het nummer ‘Living on My Own’ wordt vaak gezien als een perfecte beschrijving van zijn leven in München, een leven waar Barbara een centraal onderdeel van was.

De directste en zichtbare link tussen hen is haar verschijning in de videoclip van het Queen-nummer ‘It’s a Hard Life’ uit 1984.

Freddie zelf vatte hun speelse en uitbundige vriendschap samen in de credits van zijn soloalbum met de tekst: “Thank you for big tits and misconduct” (“Bedankt voor de grote tieten en het wangedrag”).

De Oostenrijkse actrice Barbara Valentin werd in 1940 in Wenen geboren als Uschi Ledersteger.

Als dochter van architect Hans Ledersteger en toneelspeelster Irmgard Alberti leek een artistieke loopbaan voor haar weggelegd.

In 1959 maakte ze haar debuut in de speelfilm ‘Ein Toter hing im Netz’.

In de jaren zestig groeide Valentin uit tot een bekende actrice, die door velen werd omschreven als ‘das Busenwunder’.

Haar opvallende borstomvang overschaduwde haar acteerprestaties zodanig dat ze vooral werd gevraagd voor seksfilms als ‘Schulmädchenrapport’ en ‘In Frankfurt sind die Nächte heiss’.

Een keerpunt in haar carrière kwam toen regisseur Rainer Werner Fassbinder haar potentieel zag en haar een kans gaf in serieuze karakterrollen.

Onder zijn leiding speelde ze in films als ‘Martha’, ‘Lili Marleen’ en ‘Welt am Draht’, waarmee ze liet zien meer te zijn dan haar imago.

Haar laatste speelfilm, ‘Die Hunde sind schuld’, verscheen in 2000.

Haar privéleven was minstens zo roerig en spraakmakend.

Valentin haalde ook de voorpagina’s van de Duitse boulevardpers met haar worsteling met verslavingen, waaronder een cocaïneverslaving.

De laatste jaren van haar leven werden getekend door ziekte. Na een hersenbloeding lag ze lange tijd in coma en was ze daarna aan een rolstoel gekluisterd.

Barbara Valentin overleed in 2002 op 61-jarige leeftijd in München.

Vandaag veertig jaar geleden, op maandag 30 september 1985, werd Shirley Bassey’s 22-jarige dochter Samantha dood gevonden na een val van de Clifton Suspension Bridge in Bristol, Engeland.

Bassey heeft altijd volgehouden dat de dood van haar dochter geen zelfmoord was.

Bassey zelf werd in Cardiff geboren als jongste van zeven kinderen.

Haar vader was van Nigeriaanse afkomst en haar moeder kwam uit Yorkshire.

Haar ouders scheidden toen ze drie jaar oud was.

Op haar vijftiende verliet ze school om in een fabriek te werken en ’s avonds op te treden in lokale pubs en clubs.

In 1953 kreeg ze een rol in de musical ‘Memories of Jolson’.

Bassey was tweemaal getrouwd: met Kenneth Hume van 1961 tot 1965, en met Sergio Novak van 1968 tot 1977.

Tijdens haar tweede huwelijk was Novak ook haar manager.

Shirley Bassey heeft ook een oudere dochter, Sharon, en een geadopteerde zoon.

Brigitte Bardot, een van de meest iconische filmsterren en sekssymbolen van de 20e eeuw, viert vandaag haar 91e verjaardag.

Brigitte Bardot begon op 15-jarige leeftijd als model en maakte in 1952 de overstap naar de film.

Haar grote doorbraak kwam in 1956 met de film ‘Et Dieu… créa la femme’, die door de expliciete scènes voor een schandaal zorgde maar haar ook wereldberoemd maakte.

Ze groeide uit tot het gezicht van de Franse nouvelle vague en speelde in meer dan 45 films.

Naast haar acteercarrière probeerde Bardot het ook als zangeres.

Ze nam nummers op met artiesten als Serge Gainsbourg en Sacha Distel.

Haar bekendste lied is waarschijnlijk ‘Je t’aime… moi non plus’, opgenomen met Gainsbourg, dat pas later werd uitgebracht.

Haar privéleven was echter minder succesvol.

Ze worstelde met depressies, verslavingen en deed verschillende zelfmoordpogingen. Bardot trouwde vier keer en had tal van affaires met beroemdheden als Gilbert Bécaud en Warren Beatty.

In 1973 stopte ze op 39-jarige leeftijd met acteren en zette ze zich in voor de dierenrechten.

Ze richtte hiervoor een eigen stichting op.

Bardot is ook een controversieel figuur geworden door haar uitspraken tegen immigratie, de islam en homoseksualiteit.

Ze is meerdere keren veroordeeld voor aanzetten tot rassenhaat en discriminatie en spreekt haar steun uit voor het extreemrechtse Front National.

Brigitte Bardot blijft een vrouw die zowel bewondering als kritiek oproept, maar ze heeft onmiskenbaar een grote invloed gehad op de Franse cultuur en de internationale cinema.

Vandaag 93 jaar geleden, overleed Gentenaar Pierre De Geyter en componist van het strijdlied “De Internationale” te Saint-Denis.

Zijn vader Adrien (Adrianus) werd op 10 april 1818 in Gent geboren en zijn moeder Rosa (Rosalia Julia) Verbauwen was afkomstig uit Menen. Zij werkten in de textielindustrie en hun zoon Pierre werd geboren in de Kanunnikstraat.

De levensomstandigheden van het Gentse arbeidersgezin waren niet bepaald rooskleurig te noemen. Armoede, honger, overbevolking en infectieziekten eisten een zware tol in de Vlaamse arbeidersbuurten van het midden van de 19e eeuw.

Toen dan ook nog eens de Vlaamse textiel- en metaalnijverheid in crisis geraakte door de industrialisering, raakten vele kostwinnaars hun baan kwijt. Hopend op betere economische omstandigheden verhuisde de familie De Geyter in 1855, zoals zovele andere Vlaamse textielarbeiders, naar het Noorden van Frankrijk, dat in die periode ook wel ‘Petit Belgique’ werd genoemd.

Al op jonge leeftijd begon Pierre in Rijsel te werken in de locomotieffabriek Fives.

Ondanks het zwaar werk volgde hij aan de avondschool voor arbeiders lessen in lezen en schrijven. Vanaf zijn zestiende kreeg hij ook tekenlessen in de academie van Rijsel, waardoor hij op de sociale ladder kon stijgen tot modelmaker in hout.

Bronnen over zijn muzikale opleiding zijn schaars, maar waarschijnlijk volgde hij vanaf 1864 muziekles aan de muziekschool van Rijsel, waar hij in 1868 een eerste prijs behaalde voor blaasinstrumenten.

Hij speelde onder meer saxofoon en werd in 1887 dirigent van het pas opgerichte socialistische koor ‘La Lyre des Travailleurs’. Zijn eerste composities situeerden zich vooral in het lichte genre, maar De Geyter stelde zijn muzikaal talent ook ter beschikking van de ontluikende arbeidersbeweging, onder andere bij stakingen.

Gustave Delory, een socialist die ‘La Lyre des Travailleurs’ had opgericht en later burgemeester van Rijsel zou worden, zocht De Geyter aan om een strijdlied te componeren voor de Rijselse afdeling van de jonge ‘Parti Ouvrier’.

De tekst die op muziek moest gezet worden was geschreven door Eugène Pottier tijdens de Commune van Parijs (1871).

In juli 1888 werd De Geyters L’Internationale voor het eerst gezongen en verder verspreid via ‘vliegende blaadjes’ die de lokale partijkas spijsden. Als auteur werd enkel de achternaam Degeyter vermeld.

Dit gebeurde om repressie tegen zijn persoon te vermijden, want zowel patronaat als overheid hielden alle uitingen van opstandig gedrag scherp in de gaten.

Deze tactische overwegingen mochten echter niet baten: De Geyter werd ‘herkend’ als componist en werd ontslagen. Intussen kende de Internationale een steeds groeiende populariteit en in 1896 kwam het startschot voor de wereldwijde verspreiding, toen het ‘XIVe Congrès du Parti Ouvrier Français’ het als lijf- en strijdlied adopteerde.

Door zijn ontslag kreeg De Geyter financiële problemen en in 1901 verhuisde hij met zijn gezin naar Saint-Denis, een voorstad van Parijs. Daarnaast ontstond er ook in zijn familie een conflict over wie nu de auteur was van de Internationale: Pierre, of zijn jongere broer Adolphe.

Uit tactische overwegingen was immers enkel De Geyter als componist vermeld en dit gaf Gustave Delory de gelegenheid om te beweren dat Adolphe – die door zijn geboorteplaats Fransman was en voor de gemeentediensten van Rijsel werkte – de componist was geweest.

Delory beweerde ook dat Adolphe de rechten had overgedragen aan de ‘Imprimerie ouvrière de Lille’, de drukkerij van de socialistische partij. Delory zette Adolphe zo zwaar onder druk dat deze inderdaad zo’n verklaring aflegde.

Pierre kon zich hiertegen niet verdedigen en zei de socialistische partij vaarwel.

In 1904 spande hij dan toch een proces aan tegen zijn broer om zijn rechten als componist af te dwingen. Pas na 10 jaar kwam er een uitspraak, die Adolphe in het gelijk stelde.

De Geyter had zich hierbij neer te leggen, maar door een dramatische ‘plotwending’ kreeg het verhaal toch nog een vervolg.

In 1916 pleegde Adolphe De Geyter immers zelfmoord.

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog kreeg Pierre een brief van zijn broer in handen, die dateerde van 1915. Hierin schreef Adolphe klaar en duidelijk dat niet hij, maar Pierre de componist was van de Internationale: “Voilà: je n’ai jamais fait de musique, encore moins l’Internationale.” Adolphe gaf in de brief ook aan dat hij zwaar onder druk was gezet om de Internationale als zijn werk te claimen.

In 1922 bevestigde een rechtbank in Parijs het auteurschap van Pierre De Geyter, die ondertussen lid was geworden van de jonge communistische partij.

Door die politieke keuze viel hij buiten de kring van het respectabel geworden socialisme, en zijn muziek raakte in Frankrijk in de vergetelheid.

De Geyter leefde voort in relatieve anonimiteit en werkte bij de gemeente Saint-Denis als lantaarnopsteker.

Enkele jaren voor De Geyters dood merkte een werknemer van de Parijse ambassade van de Sovjet-Unie op dat de componist van de Internationale nog in leven was (op dat moment was de Internationale de nationale hymne van de Sovjet-Unie).

De Geyter werd in 1927 uitgenodigd om in Moskou als eregast de plechtigheden mee te vieren die plaatsvonden naar aanleiding van 10 jaar Oktoberrevolutie.

De Sovjet-Unie zorgde ervoor dat De Geyter aan het einde van zijn leven toch enkele vruchten plukte van zijn werk: hij kreeg een Russisch staatspensioen en de gemeente Saint-Denis gaf hem de beschikking over een woning.

Naast de Internationale componeerde De Geyter vooral amusementsmuziek en strijdliederen, waarvan een groot deel in de stadsbibliotheek van Rijsel bewaard is gebleven.

Zijn standbeeld staat bij het Industriemuseum te Gent. (Diverse bronnen, Wikipedia, De Post en Annelies Focquaert)

Gisteren nog vandaag