Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Moreau was een spilfiguur in het Franse culturele leven en had vriendschappen met grootheden als Jean Cocteau en Marguerite Duras.
Naast haar gevierde acteercarrière was Moreau een succesvolle zangeres, bekend om haar kenmerkende doorleefde stem.
Haar lied ‘Le Tourbillon de la Vie’, uit de film ‘Jules et Jim’, groeide uit tot een klassieker van het Franse chanson.
Ook nummers als ‘J’ai la mémoire qui flanche’ en haar samenwerkingen met bassist en tekstschrijver Cyrus Bassiak waren erg populair.
Ze was getrouwd met acteur Jean-Louis Richard, de vader van Jérôme, en later met regisseur William Friedkin.
Daarnaast had ze relaties met bekende persoonlijkheden zoals regisseurs Louis Malle en François Truffaut, modeontwerper Pierre Cardin en jazzmusicus Miles Davis.
Haar zoon Jérôme speelde als acteur ook een rol in de film ‘Céline et Julie vont en bateau’ uit 1974.
Hij heeft het in zijn leven niet altijd makkelijk gehad met de bekendheid van zijn moeder.
Na een ernstig auto-ongeluk en een coma, heeft hij uiteindelijk zijn weg gevonden als kunstschilder in Los Angeles.
Jeanne Moreau overleed in 2017 op 89-jarige leeftijd in haar woning in Parijs.
Jérôme Richard, de zoon van Jeanne Moreau, is overleden in januari 2019. Hij werd 70 jaar.
In de jaren zeventig was Bert Wijfjes, beter bekend als DJ Bert Bennett, een van de stemmen van de legendarische zeezender Radio Mi Amigo.
Vanaf een schip op de Noordzee bracht hij muziek naar Nederland en België. Hij begon er op 1 januari 1974, na een valse start doordat de mast van het zendschip was afgebroken.
Het keerpunt kwam op 1 september 1974, toen een nieuwe wet alle zeezenders illegaal maakte.
Terwijl grote namen als Radio Veronica en Radio Noordzee stopten, besloot Mi Amigo in het geheim door te gaan. “Aan het einde van de uitzending op 31 augustus werd er alleen gezegd: tot morgen,” aldus Wijfjes in een interview.
De operatie werd voortgezet vanuit verschillende verborgen studio’s in België, waar de autoriteiten minder streng optraden dan in Nederland.
De bevoorrading van het schip bleef een kat-en-muisspel. Officieel kwamen de spullen uit Spanje, maar in werkelijkheid brachten vissersboten vanuit Scheveningen stiekem voorraden tegen betaling.
Hoewel hij vooral vanaf land werkte, maakte Wijfjes de gevaren op zee wel mee.
Zo was hij aan boord van Radio Caroline tijdens de zware storm van 1973. Toch was er ook ruimte voor gezelligheid: “De jongens van Radio Noordzee kwamen op zaterdag regelmatig bij ons een biertje drinken.”
In 1976 stopte Wijfjes als DJ bij Mi Amigo, maar hij bleef op een slimme manier betrokken.
Om adverteerders te kunnen factureren, maakte hij programma’s voor de legale zender Radio Andorra, zodat de rekeningen via die weg gestuurd konden worden.
Daarna vervolgde hij zijn carrière aan land, onder meer bij de VARA en RTV Oost, waar hij tot zijn pensioen werkzaam bleef.
Voor mij heeft ze een speciale betekenis, aangezien haar portret te bewonderen is in de Hotsy Totsy in Gent.
Haar pad naar het sterrendom begon aan de universiteit van Cincinnati, waar ze voor het eerst in aanraking kwam met theater.
Gedreven door ambitie verhuisde Theodosia Burr Goodman in 1908 naar New York om een carrière op Broadway na te jagen.
Daar nam ze de artiestennaam Theda Bara aan. ‘Theda’ was een verkorting van Theodosia, en ‘Bara’ een afkorting van Baranger, de achternaam van haar grootvader.
Vanaf 1914 kwam haar carrière in een stroomversnelling toen ze films begon te maken voor producent William Fox, die op basis van haar succes de Fox Film Corporation oprichtte.
Om haar bekendheid te vergroten, werd Bara voorgesteld als een mysterieuze, exotische vrouw. Publiciteitsmedewerkers creëerden een fascinerend achtergrondverhaal: ze zou in Egypte geboren zijn als de dochter van een Italiaanse kunstenaar en een Franse actrice.
Haar naam, zo beweerde men, was een anagram van ‘Arab Death’.
Dit imago werd verder versterkt met verhalen over een jeugd in de Sahara.
Door haar rol in de film ‘A Fool There Was’ (1915) kreeg Theda Bara de bijnaam ‘the Vamp’, een term die synoniem werd met haar imago.
Ze groeide uit tot een van de eerste sekssymbolen van het witte doek.
In totaal maakte ze een veertigtal films voor Fox, maar ze raakte gefrustreerd door het feit dat ze telkens als ‘vamp’ werd getypecast.
Na haar vertrek bij de studio in 1919 en haar huwelijk in 1921 maakte ze nog maar twee films. Daarna trok ze zich definitief terug uit de filmwereld.
Tragisch genoeg is het merendeel van haar films verloren gegaan bij een brand in de archieven van Fox Studios in New Jersey in 1937.
Haar doorbraakfilm ‘A Fool There Was’ is gelukkig wel bewaard gebleven, net als enkele fragmenten van haar meest opzienbarende film, ‘Cleopatra’, die ons vandaag nog een glimp gunnen van haar unieke verschijning.
Op 19 juli 1965 opende in Orléans een winkel die meer was dan alleen een kledingwinkel.
Het was de belichaming van de droom van een jonge, opkomende Franse zangeres: Sheila.
Ze was pas 19 jaar oud, maar had al een aantal hits op haar naam staan, waaronder “L’école est finie” en “Vous les copains, je ne vous oublierai jamais”.
Sheila, geboren als Annie Chancel, zag de kledinglijn en de winkel als een manier om haar imago als stijlicoon verder te versterken en een directere band met haar fans te creëren.
De opening in Orléans, een stad niet ver van haar geboorteplaats Créteil, was een bewuste keuze.
De winkel was elegant ingericht en bood een selectie kleding en accessoires aan die pasten bij de ‘yé-yé’-stijl van die tijd, een stijl die Sheila zelf belichaamde en populair maakte.
De opening zelf trok dan ook veel aandacht, zowel van de pers als van haar fans.
Sheila was persoonlijk aanwezig en de belangstelling was enorm.
De collectie van de boetiek was geïnspireerd op Sheila’s eigen kledingstijl, een mix van jeugdige frisheid en Parijse chic.
Men kon er terecht voor jurkjes, rokken, blouses, schoenen en accessoires die allemaal zorgvuldig waren geselecteerd om de ‘Sheila-look’ te repliceren.
In de beginperiode was La Boutique de Sheila een succes.
De naam en faam van Sheila trokken veel klanten, en de winkel werd een trekpleister voor jonge vrouwen die op zoek waren naar de nieuwste modetrends.
Het was meer dan zomaar een winkel, het was een verlengstuk van het merk “Sheila”.
Vandaag bestaat La Boutique de Sheila niet meer, maar op haar site kunt u nog steeds shirts en juwelen kopen.
De Gentse dichter Georges Rodenbach werd 170 jaar geleden, op 16 juli 1855, geboren. Hij stamde uit een Duitse familie; zijn vader, Constantin-Ferdinand Rodenbach, was verificateur van maten en gewichten in Gent en trouwde met de Doornikse Rosalie Gall.
Georges bracht zijn jeugd door in Gent, waar zijn familie kort na zijn geboorte neerstreek. Veel van zijn jonge jaren speelden zich af in hun ouderlijke huis aan de Frère-Orbanlaan 9, vlak bij het Klein Begijnhof.
Hoewel er in 1948 een gedenkplaat werd aangebracht, zijn zowel het huis als de plaat inmiddels verdwenen.
Hij was een briljante leerling aan het Sint-Barbaracollege, waar hij Emile Verhaeren ontmoette en een levenslange vriendschap met hem sloot.
Rodenbach studeerde rechten in Gent en Parijs, waarna hij assistent werd van de bekende strafpleiter Edmond Picard.
Daar kreeg hij de bijnaam ‘L’avocat-cravate’ vanwege zijn opvallende uiterlijk.
Zijn neef, Albrecht Rodenbach, zou later beroemd worden als Vlaams studentenleider.
In 1877 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Le Foyer et les Champs.
De positieve Franse reacties leidden tot zijn eerste bezoek aan Parijs.
Hij kwam in contact met de ‘cercle des Hydropathes’ en sloot er vriendschappen met figuren als Catulle Mendès en Maurice Barrès. Hij besloot zijn advocatencarrière op te geven en zich volledig op de literatuur te richten.
Hij schreef voor La Flandre libérale en het eerste nummer van La Jeune Belgique, en publiceerde La Mer élégante.
In 1886 brak hij door in zowel België als Frankrijk met La Jeunesse blanche, gedichten over Vlaamse begijnhoven en de verlaten, regenachtige straten van stervende provinciestadjes.
Hij probeerde via lezingen ook het pessimisme van Arthur Schopenhauer, dat zijn werk zou beïnvloeden, te promoten.
Vanaf 1888 verhuisde hij definitief naar Parijs en werkte als correspondent voor het Journal de Bruxelles.
Uiteindelijk won de literaire roep het, en Rodenbach koos resoluut voor een schrijversbestaan. In 1888 trok hij definitief naar Parijs, waar hij als eerste Fransschrijvende Vlaming de stad veroverde met zijn symbolistische werken.
Zijn bekendste werk, de roman Bruges-la-morte, verscheen in 1892. Het werd eerst als feuilleton in Le Figaro gepubliceerd en later als boek uitgebracht door Flammarion.
Dit werk, gezien als het hoogtepunt van het symbolisme, was direct een groot succes. Fernand Khnopff illustreerde de voorkant.
Hoewel Rodenbach nooit in Brugge woonde (de geboorteplaats van zijn vader), kon de stad daardoor voor hem gemakkelijk legendarische vormen aannemen.
Zoals Rilke schreef, transformeerde Rodenbach de stad in Bruges-la-morte tot een innerlijk landschap, door voortdurend een analogie te leggen tussen de stad en de overleden vrouw die in het hoofd van de hoofdpersoon voortleeft.
In Parijs was hij een graag geziene gast en werd hij vrienden met onder anderen Alphonse Daudet, Edmond de Goncourt, en symbolisten als Villiers de l’Isle-Adam en Stéphane Mallarmé. Ook Rodin behoorde tot zijn vrienden.
Hij trouwde met Anna-Maria Urbain en in 1894 werd zijn toneelstuk Le Voile als eerste van een Belgische schrijver opgevoerd door de Comédie-Française.
Twee jaar later, in 1896, verscheen Les Vies encloses, een dichtbundel geïnspireerd op het occultisme en de Duitse romantiek.
Ondanks een slepende ziekte verscheen nog een meesterwerk, eveneens gesitueerd in Brugge: Le Carillonneur (1897).
Dit werk beschrijft realistisch de debatten tussen voorstanders van de haven van Zeebrugge en verdedigers van Brugge als kunststad voor de elite.
Een jaar later, op 25 december 1898, stierf Rodenbach op 43-jarige leeftijd aan typhlitis.
Zijn begrafenis vond plaats in Parijs, waar hij werd bijgezet op Père Lachaise.
Het grafmonument toont de dichter die met een roos in de hand uit het graf stapt, met daaronder de inscriptie: “Seigneur, donnez-moi donc cet espoir de revivre / Dans la mélancholique éternité du livre.”
In 1899 kreeg George Minne de opdracht voor een herdenkingsmonument voor Rodenbach.
Het marmeren kunstwerk was niet welkom in zijn geboorteplaats Doornik of in Brugge.
Uiteindelijk vond het een vaste plek op de dries van het oude Sint-Elisabethbegijnhof in Gent, waar het op 19 juli 1903 werd ingehuldigd.
In 1993 werd een ideeënwedstrijd georganiseerd voor een “beeld in de stad”, waarvan het winnende ontwerp van Klaas van de Sompel in 1997 werd onthuld.
In 2020 was het monument opnieuw dringend toe aan restauratie, want de tekst is nauwelijks leesbaar en de platen van de sokkel komen los.
Helaas is deze treurende dame het enige tastbare dat nog naar Georges Rodenbach in Gent verwijst, want zijn straat moest hij afstaan aan Edmond Boonen.
Gelukkig bracht David Bowie in 2013 in “Dancing out in space” nog hulde aan de zwijgende stilte van de Gentse schrijver met de zin “Silent as Georges Rodenbach.”
Merckx groeide op in Sint-Pieters-Woluwe bij Brussel, waar zijn ouders een kruidenierszaak runden.
In een interview zei hij het volgende over deze periode in zijn leven: Ik moest met de fiets naar een Franstalige school. Mijn drie jaar jongere broer en zus gingen met de bus naar de andere kant van de stad, omdat daar een Vlaamse school was.
Gisteren nog vandaag
Franstalig of Vlaams, mijn ouders waren daar eigenlijk niet zo mee bezig. Als je een winkel hebt, moet je de twee taalgroepen bedienen. Mijn moeder kende wel goed Frans omdat ze als jong meisje ging helpen in de winkel van haar zus in Anderlecht. Vader sprak geen woord Frans toen hij zich met mijn moeder in Sint-Pieters-Woluwe kwam vestigen. Hij heeft het al doende moeten leren.
Op 5 december 1967 trad Eddy Merckx in het huwelijk met Claudine Acou, de dochter van wielrenner Lucien Acou.
Hoewel zowel de burgerlijke als de kerkelijke huwelijksplechtigheden tweetalig waren, ontstond er onvrede bij veel Vlamingen omdat het jawoord enkel in het Frans werd uitgesproken.
Sindsdien profileert Merckx zich als een tweetalige model-Belg, trots op zijn goede relaties met de Belgische dynastie, om zo gelijkaardige communautaire spanningen en zijn (deels) beladen familiegeschiedenis te vermijden.
Toch verloopt zijn communicatie in het Nederlands, mede door zijn Franstalige middelbare schoolopleiding en zijn introverte karakter, eerder moeizaam.
Op 14 februari 1970 werd dochter Sabrina Merckx geboren, die later zou trouwen met de Argentijnse proftennisser Eduardo Masso.
Uit dit huwelijk werd Merckx’ kleinzoon Luca Masso geboren, die professioneel hockeyspeler is geworden.
Op 12 augustus 1972 kwam Eddy Merckx’ enige zoon Axel Merckx ter wereld, die eveneens profwielrenner werd.
Axana, de Belgisch-Canadese dochter van Axel, behaalde op 17 mei 2019 twee gouden medailles op het open Belgisch kampioenschap zwemmen: één op de 200 meter rugslag en één op de 400 meter wisselslag.
Een memorabel moment in haar carrière deelde ze met haar vader, Frank Sinatra.
Op 13 april 1967 bereikten Frank en Nancy Sinatra de eerste plaats in de Engelse hitlijsten met hun duet “Somethin’ Stupid”.
Dit is tot op heden de enige keer in de popgeschiedenis dat een vader en dochter samen een nummer 1-hit scoorden.
In Nederland behaalde “Somethin’ Stupid” de tweede plaats, evenals de Nederlandse cover van Willy en Willeke Alberti, getiteld “Dat Afgezaagde Zinnetje”.
Ook in Vlaanderen bereikte ze de tweede plaats in de Hitparade.
In 2001 werd het nummer opnieuw succesvol gecoverd door Robbie Williams en Nicole Kidman, die er de 9e plaats mee behaalden.
Naast dit duet, brak Nancy Sinatra echt internationaal door in 1966 met haar iconische nummer “These Boots Are Made for Walkin'”.
Het nummer en de videoclip, waarin ze laarzen draagt en danst, werden een cultureel fenomeen.
Ook buiten de muziek had ze succes; ze speelde in een aantal films, waaronder de bekendste “Speedway” (1968) met Elvis Presley.
Ze zong bovendien het thema voor de James Bond-film “You Only Live Twice” uit 1967, wat een van de herkenbaarste Bond-liedjes is geworden.
Na haar hoogtijdagen in de jaren 60 is Nancy Sinatra altijd muziek blijven maken.
Samen met haar broer, Richard, die op 15 oktober 1946 ter wereld kwam, vormde ze het wereldberoemde duo The Carpenters.
Nadat Karen zangles had genomen, daarvoor was ze namelijk drumster en het duo koos voor een meer toegankelijk repertoire, tekenden ze een platencontract.
Hun eerste album, “Offering”, leek te floppen, maar toen “Ticket To Ride” alsnog een hit werd, werd het album omgedoopt tot “Ticket To Ride” en verkocht het goed.
Het door Burt Bacharach en Hal David geschreven nummer “Close To You” werd een wereldhit voor The Carpenters.
Ondanks hun brave imago wisten Karen en Richard ook serieuze popliefhebbers te overtuigen met hun vertolking van Leon Russell’s “Superstar”, waarmee ze in 1971 in Vlaanderen en Nederland een hit scoorden.
Vele hits volgden, waaronder “Jambalaya”, “Please Mr. Postman” en “Yesterday Once More”. In 1973 beleefden The Carpenters hun topjaar met het album “Now & Then” en de compilatie “The Singles 1969-1973”, die hoog in de hitlijsten stonden.
Daarna werd de formule met teruglopend succes uitgemolken.
Bovendien eiste het succes zijn tol. Richard was lange tijd verslaafd aan drugs.
Karen overleed op 4 februari 1983 aan de indirecte gevolgen van haar ziekte Anorexia Nervosa.
Karen Carpenter’s strijd tegen anorexia nervosa had toen een grote impact op het publieke debat over eetstoornissen.
Haar openheid over haar ziekte heeft geholpen om het stigma rond psychische problemen te verminderen.
Naar aanleiding hiervan trad onder anderen Lady Di naar buiten met haar eetstoornis.
Gisteren nog vandaag
Gisteren nog vandaag
De terugkeer van de Carpenters (Joepie 5 juli 1981)
De opera zag voor het eerst het levenslicht in de Opéra-Comique te Parijs op 2 februari 1900.
Het leven van Gustave Charpentier (1860-1956) leest als een sprookje.
Geboren als zoon van een arme bakker in Dieuze, een klein stadje in Lotharingen, kon hij enkel dankzij financiële steun van de gemeente zijn muzikale talenten ontwikkelen.
Deze steun was cruciaal, want het stelde hem in staat om te studeren aan het prestigieuze Parijse conservatorium.
Daar kreeg hij les van onder andere Jules Massenet, de productiefste en artistiek zowel als commercieel succesrijkste Franse operacomponist van zijn tijd, de periode tussen 1870/71 en de Eerste Wereldoorlog, die we ook wel kennen als de belle époque van de Derde Franse Republiek.
Het is interessant om te weten dat Charpentier in zijn vroege jaren Massenets assistent was.
Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want in 1887 won hij de prestigieuze Prix de Rome met zijn cantate-scène lyrique Didon.
Deze prijs, een beurs voor kunstenaars, stelde hem in staat om vier jaar in Rome te studeren en te werken in de beroemde Villa Medici.
Het hoogtepunt in zijn carrière was ongetwijfeld de première van zijn opera Louise in 1900.
Deze opera, een “roman musical” (muzikale roman) in vier bedrijven en vijf tonelen, was meteen een overweldigend succes, zowel in Frankrijk als in de rest van de wereld.
De opera, die het verhaal vertelt van een jonge Parijse naaister die verliefd wordt op een kunstenaar, viel in de smaak vanwege het realistische en sociale karakter, dat destijds als vernieuwend werd beschouwd.
De aria “Depuis le jour”, gezongen door Louise, is nog steeds een van de meest geliefde sopraanaria’s.
Leopold III, koning der Belgen, was een grote bewonderaar van het werk.
Het succes van Louise kon Charpentier helaas niet herhalen met zijn latere werk.
Zijn vervolgopera, Julien, ou La vie du poète (1913), een lyrisch drama dat wordt beschouwd als het symbolische en filosofische vervolg op Louise, bleef ver achter bij de verwachtingen.
Het werk wordt als moeilijk en minder toegankelijk ervaren.
Na Julien componeerde Charpentier nog maar weinig.
Sommigen beweren dat dit kwam door een gebrek aan inspiratie, anderen dat hij teleurgesteld was in de muzikale wereld.
In de latere jaren van zijn leven wijdde Charpentier zich aan liefdadigheid.
Hij was de oprichter van het Conservatoire populaire Mimi Pinson, een gratis muziekschool voor jonge meisjes uit de arbeidersklasse.
Hij wilde hen de kansen geven die hij zelf had gekregen.
Mimi Pinson was een figuur uit die tijd, de heldin uit de roman Scènes de la bohème van Henri Murger en een personage in opera’s van zowel Giacomo Puccini als Ruggero Leoncavallo.
Zij symboliseerde de vrije en onafhankelijke jonge vrouw uit de Parijse arbeidersklasse.
Gustave Charpentier stierf op 18 februari 1956 op de respectabele leeftijd van zesennegentig jaar.
Hij ligt begraven op de begraafplaats van Père-Lachaise in Parijs, naast andere grootheden uit de Franse cultuur (foto’s uit De Post van 12 maart 1950)