Vandaag, vijf jaar geleden, overleed Diana Rigg, omringd door haar familie.

De Britse actrice had een indrukwekkende carrière die begon op het toneel en haar tot ver buiten de theaterwereld bekend maakte.

Na haar opleiding begon Rigg in 1959 met veel succes te acteren bij de Royal Shakespeare Company.

Om haar inkomen aan te vullen, nam ze gastrollen aan in televisieseries.

Tijdens een van deze optredens werd ze opgemerkt door de producers van ‘The Avengers’, die haar in 1965 de rol van geheimagente Emma Peel aanboden na het vertrek van Honor Blackman.

Ze was niet de eerste keuze; Elizabeth Shepherd was al gecast, maar werd na anderhalve aflevering vervangen door Rigg.

Hoewel haar rol in de serie haar professioneel en esthetisch voldeed, was haar loon laag.

Na 12 afleveringen ontdekte ze dat ze minder verdiende dan de cameraman.

Rigg werd twee keer genomineerd voor een Emmy (1967 en 1968), maar verloor beide keren van Barbara Bain.

Na ‘The Avengers’ richtte Rigg zich op een filmcarrière.

Ze vertolkte de rol van Tracy de Vicenzo in ‘On Her Majesty’s Secret Service’ (1969), de enige vrouw die ooit met James Bond trouwde, en bracht een vitaliteit in de film die zelden werd geëvenaard door andere Bond-girls.

Ondanks het feit dat ze vaak beter was dan de films waarin ze speelde, zijn er naast ‘The Assassination Bureau’ (1969) nog twee ondergewaardeerde films op haar palmares: ‘The Hospital’ (1971) en ‘Theatre of Blood’ (1973).

In 1970 keerde ze terug naar het theater in de productie ‘Abelard and Heloise’.

Een korte naaktscène veroorzaakte veel opschudding, aangezien Rigg de eerste Engelse actrice was die naakt op het podium verscheen.

In haar leven ontving ze talloze onderscheidingen, waaronder eredocoraten, de titel Dame Commander of the British Empire (DBE), een Tony voor haar rol in ‘Medea’, een Emmy voor ‘Rebecca’ en een Lifetime Achievement Award.

In haar latere carrière speelde ze de rol van Olenna Tyrell in ‘Game of Thrones’

Deze week, precies 95 jaar geleden, werd Netta Duchâteau gekroond tot Miss België.

Het was de opmaat naar een nog groter succes: een klein jaar later, op 16 juni 1931, won ze als tot op heden enige Belgische de internationale titel van Miss Universe.”

Netta Duchâteau, geboren als Annette Netta Duchâteau, in 1910, in een welgestelde Naamse familie, werd een van de eerste Belgische bekende gezichten.

In 1930 schreef ze zich met een simpele brief en foto in voor de Miss België-verkiezing, die toen pas voor de tweede keer werd georganiseerd, en wist de jury, met daarin onder meer Stijn Streuvels, te overtuigen.

Met haar titel op zak vertrok de twintigjarige Netta, samen met haar moeder, naar Texas voor de Miss Universe-verkiezing.

Ondanks dat ze geen Engels sprak, blonk ze uit tijdens de zware proeven, zoals een urenlange parade in badpak.

Tot ieders verbazing versloeg ze de Amerikaanse favoriete en werd ze gekroond tot Miss Universe.

Ze verdiende daarmee 2500 Amerikaanse dollar en een zilveren aandenkplaat ter waarde van 1000 dollar

De internationale pers omschreef haar als een “flashing brunette” en prees haar moedige karakter. Die reputatie was terecht, want op haar negentiende had ze al haar vliegbevet gehaald in een wereld die volledig door mannen werd gedomineerd.

Na haar overwinning keerde ze terug naar België, waar ze haar roem verzilverde.

Ze werd het gezicht van talloze producten, van tandpasta tot voor chocoladepasta van Kwatta, en poseerde voor de auto-industrie en krijgt daarvoor zelfs een Citroën cadeau.

Haar beeltenis werd misschien wel het onvergetelijkst als het ondeugende meisje op de

-sigarettenpakjes, hoewel ze zelf nooit heeft gerookt.

Ze trouwde in 1932 met Henri Van Den Bossche, met wie ze een zoon, Charles, kreeg.

Het huwelijk eindigde echter in een scheiding en hierna richtte ze zich op het acteren.

Hoewel haar filmrol in “Grains de beauté” geen succes werd, vond ze wel haar plek op de theaterplanken.

Zelfs tijdens de oorlog speelde ze in Parijs, en later vertolkte ze in Brussel rollen in klassiekers als “Cyrano de Bergerac”.

Later week Netta Duchâteau uit naar Monaco, waar ze op 24 mei 1994, op 83-jarige leeftijd overleed.

Tot op heden is ze de enige uit ons land die de Miss Universe heeft gewonnen.

95 jaar geleden, uit het leven van de Amerikaanse actrice Alice White.

Alice White groeide op in New Haven, Connecticut, waar ze een opleiding tot stenografie volgde.

Toen haar grootouders naar Californië verhuisden, zette ze haar studie voort aan Hollywood High School.

Daar was Mary Brian, de latere bekende actrice, een van haar medeleerlingen.

Na haar opleiding had ze verschillende banen, waaronder typiste, telefoniste, verkoopster en etaleur.

Een vriendin van haar, die bij Universal werkte, wees haar op een auditie.

Regisseur Joseph Von Sternberg zag direct haar levendigheid, maar vond haar lach ‘zowel vreselijk als meeslepend’.

Hij bood haar een contract aan bij de publiciteitsafdeling en later als zijn persoonlijke secretaresse.

Een kantoorbaan was echter niet genoeg voor Alice, want ze droomde van een filmcontract.

Na een conflict met Von Sternberg stapte ze over naar Charlie Chaplin, die haar uiteindelijk een rol voor de camera gaf.

Ze speelde met succes rollen als ‘flapper’ – een zelfbewuste vrouw die zich niets aantrok van de gangbare normen – of als geldgierige vrouw.

Hiermee trok ze de aandacht van regisseur Mervyn LeRoy, die veel potentieel in haar zag.

Door haar opvallende persoonlijkheid werd ze vaak vergeleken met actrice Clara Bow.

Met de opkomst van de geluidsfilm werd White populairder dan ze in de periode van de stomme film was.

Haar carrière raakte echter beschadigd door een schandaal: ze had een relatie met haar vriend Jack Warburton en haar toekomstige echtgenoot Sidney Bartlett tegelijk.

Dit leidde ertoe dat ze geen hoofdrollen meer kreeg en genoegen moest nemen met bijrollen.

Haar laatste film was ‘Flamingo Road’ uit 1949.

Alice White overleed in 1983 aan een beroerte.

Vandaag 90 jaar geleden, het Belgische volk verliest een geliefde vorstin (Koningin Astrid, 29 augustus 1935, ABC 8 september 1935)

Samen met haar echtgenoot, koning Leopold III, maakte ze incognito onder de naam Renard een laatste uitstapje voor ze huiswaarts zouden keren.

Het ongeval gebeurde toen de koning, die zelf aan het stuur zat, even werd afgeleid doordat de koningin hem iets aanwees.

Hij verloor de controle over de wagen, die van de weg raakte en tegen een perenboom botste.

De koningin, die wellicht probeerde uit de reeds geopende deur te springen, werd uit de auto geslingerd en kwam met een fatale klap tegen diezelfde boom terecht.

De wagen reed nog door, botste tegen een tweede boom en belandde in het Vierwoudstrekenmeer.

Door een zwaar hoofdletsel was koningin Astrid op slag dood.

Met haar stierf mogelijk ook haar ongeboren vierde kind.

De koning zelf was opmerkelijk genoeg vrijwel ongedeerd.

Het nieuws van haar dood, na slechts een jaar koningin te zijn geweest, dompelde België in een diepe rouw.

Het land treurde om zijn jonge, geliefde vorstin en leefde mee met de prinsen Boudewijn en Albert en prinses Joséphine-Charlotte, die de avond ervoor met de trein naar huis waren vertrokken en nu plots hun moeder verloren hadden.

Het verlies tekende koning Leopold voor de rest van zijn leven.

Zijn verdriet was immens; hij verbood zelfs zijn kinderen om over hun moeder te spreken, liet haar boudoir onaangeroerd en bewaarde zelfs haar met bloed besmeurde jurk.

Als blijvende herinnering liet hij een kapel bouwen op de plaats van het ongeluk in Küssnacht, op een stuk grond dat hem door de gemeente werd geschonken.

Koningin Astrid, de vierde koningin der Belgen, vond haar laatste rustplaats in een praalgraf in de koninklijke crypte van Laken.

Ze rust er naast haar echtgenoot en diens tweede vrouw, Lilian, prinses van Retie.

Haar belangrijkste erfenis zijn haar kinderen: Joséphine-Charlotte, de latere groothertogin van Luxemburg, en de koningen Boudewijn en Albert II, die de toekomst van de Belgische monarchie zouden bepalen (29 augustus 1935, ABC 8 september 1935)

Vanavond 90 jaar geleden, Edward Anseele gehuldigd op de Kouter in Gent.

Afkomstig uit een liberaal gezinde familie van schoenmakers, genoot Edward Anseele een voor zijn afkomst en tijd opmerkelijke opleiding aan het Koninklijk Atheneum.

Na zijn studies oefende hij diverse beroepen uit, zoals telegramdrager, bediende en klerk bij een notaris.

Op achttienjarige leeftijd sloot hij zich in 1874 aan bij de Gentse afdeling van de Eerste Internationale, waar hij al snel tot secretaris werd benoemd.

Na een opleiding tot typograaf ging hij aan de slag als correspondent en verkoper voor het dagblad De Werker.

In 1877 stichtte hij, samen met onder meer Edmond Van Beveren, de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij.

De partij had duidelijke doelen: ze streed voor algemeen stemrecht om de arbeiders een stem in het parlement te geven en promootte de oprichting van coöperaties om arbeiders in armoede te voorzien van voedsel en sociale bescherming.

Deze partij ging in 1879 op in de Belgische Socialistische Arbeiderspartij, waarbinnen Anseele eveneens de rol van secretaris op zich nam.

Een volwaardige politieke loopbaan werd pas mogelijk na de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht in 1893.

Een jaar later, in 1894, schreef hij geschiedenis door als eerste Vlaamse socialist verkozen te worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers, aanvankelijk voor het arrondissement Luik.

Tot 1936 zou hij in de Kamer zetelen, vanaf 1900 voor Gent-Eeklo, en uitgroeien tot een van de tenoren van de socialistische beweging, met een sterke focus op sociale thema’s.

Ook op lokaal vlak in Gent was Anseele een sleutelfiguur. Hij zetelde van 1895 tot 1933 in de gemeenteraad en trad in 1909 als schepen toe tot het bestuur.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog toonde hij zijn standvastigheid. Toen de Duitse bezetter de liberale burgemeester Emile Braun had weggevoerd, werd Anseele in 1918 waarnemend burgemeester.

Hij weigerde elke medewerking met de Duitsers en bedankte zelfs voor de aangeboden post van ‘president van België’.

Na de oorlog tanende zijn rol als voorman van de Vlaamse socialisten.

Antwerpen nam de positie van Gent als socialistisch centrum over, en Camille Huysmans, met een sterker flamingantisch profiel, werd de nieuwe onbetwiste leider.

Een donkere wolk over het einde van zijn carrière was het faillissement van de Bank van de Arbeid tijdens de crisis van de jaren dertig.

Door een roekeloos investeringsbeleid ging de bank ten onder, waardoor talloze arbeiders en socialistische organisaties hun spaargeld in rook zagen opgaan.

Hoewel Anseele persoonlijk niets ten laste werd gelegd, werd hij wel medeverantwoordelijk gehouden voor het riskante beleid.

Onder lichte druk van zijn partij stelde hij zich bij de verkiezingen van 1936 niet meer kandidaat.

Na zijn parlementaire loopbaan schreef hij nog bijdragen voor de krant Vooruit, waarin hij zijn bezorgdheid uitte over de opkomst van het fascisme in Vlaanderen.

Edward Anseele overleed in februari 1938 op 81-jarige leeftijd.

45 jaar geleden, David Soul is er weer bovenop

David Soul, geboren als David Richard Solberg en voornamelijk bekend van zijn rol als Ken ‘Hutch’ Hutchinson in de televisieserie “Starsky & Hutch”, had een veelzijdige carrière.

Hij begon zijn loopbaan in de jaren zestig als zanger en bracht onder verschillende namen singles uit.

De grote doorbraak als acteur volgde in 1976 met “Starsky & Hutch”, waarin hij ook enkele van zijn eigen nummers zong.

Dit leidde tot aanzienlijk muzikaal succes, met name in het Verenigd Koninkrijk waar hij vier top 10-hits scoorde, waaronder de nummer 1-hit “Don’t Give Up on Us” in 1977.

Na het einde van de serie in 1979 zette Soul zijn acteercarrière voort met rollen in diverse films en televisieproducties, zoals “Salem’s Lot”, “Magnum Force” en “The Fifth Musketeer”.

Hoewel hij ook muziek bleef maken, evenaarde hij zijn eerdere successen niet. In 2004 maakte hij een cameo als de originele Hutch in de filmversie van “Starsky & Hutch” en in 2017 bracht hij het verzamelalbum “Gold” uit.

Op persoonlijk vlak is David Soul vijf keer getrouwd geweest en kreeg hij zes kinderen.

Sinds zijn scheiding van actrice Julia Nickson in 1997 woonde hij in Londen.

Zijn laatste huwelijk was in 2010 met pr-manager Helen Snell.

David Soul overleed in Londen op 4 januari 2024 op 80-jarige leeftijd

45 jaar geleden, Linsey De Paul wil trouwen met de Amerikaans filmacteur James Coburn.

Lynsey De Paul, geboren als Lynsey Monckton Rubin, was een van de meest getalenteerde en onafhankelijke vrouwen in de Britse muziekscene van de jaren zeventig.

Ze was niet alleen een succesvolle zangeres, maar ook een begenadigd songschrijfster.

Haar talent om pakkende liedjes te schrijven bleek al vroeg toen ze de hit “Storm in a Teacup” pende voor de groep The Fortunes.

In 1972 brak ze zelf groots door met het onvergetelijke “Sugar Me”, een nummer dat haar direct tot een ster maakte.

Daarna volgden nog meer hits, waaronder het bekroonde “Won’t Somebody Dance with Me” en “No Honestly”.

In 1977 vertegenwoordigde ze, samen met Mike Moran, het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival. Hun aanstekelijke duet “Rock Bottom” werd een grote favoriet en behaalde een verdienstelijke tweede plaats.

Lynsey De Paul was echter veel meer dan een popzangeres. Ze ontwikkelde zich tot producer, schitterde in musicals, nam interviews af voor televisie en was een veelgevraagde mediapersoonlijkheid.

Ze stond bekend als een bewust zelfstandige vrouw die nooit trouwde en overtuigd vegetariër was.

Haar onafhankelijkheid weerhield haar er niet van om relaties te hebben met enkele van de meest bekende mannen van die tijd, waaronder Ringo Starr, Sean Connery en Bernie Taupin.

Tragisch genoeg overleed de zangeres op 1 oktober 2014 onverwacht in een ziekenhuis in Londen na een hersenbloeding.

De Amerikaans actrice Catherine Hicksmag vandaag 74 kaarsjes uitblazen

Foto van 45 jaar geleden, toen speelde Catherine Hicks in de film Marilyn.

De televisiefilm Marilyn: The Untold Story uit 1980 was een succes voor zijn tijd.

Onder regie van John Flynn en Jack Arnold kreeg de productie veel lof van critici, wat vooral tot uiting kwam in de prestigieuze Emmy Award-nominatie voor hoofdrolspeelster Catherine Hicks.

Haar vertolking van Marilyn Monroe werd alom geprezen.

Naast Hicks bestond de cast uit een reeks bekende namen, waaronder Richard Basehart als haar zaakwaarnemer Johnny Hyde, Frank Converse als honkballegende Joe DiMaggio, Jason Miller als toneelschrijver Arthur Miller en Viveca Lindfors als haar acteercoach Natasha Lytess.

45 jaar geleden, te gast bij Michel Sardou en zijn gezin

Sardou was eerst getrouwd met Françoise Pettré, met wie hij twee dochters heeft.

Uit zijn tweede huwelijk met Babette Haas heeft hij twee zonen. Beide zonen zijn ook actief in het artiestenvak.

Davy Sardou acteert in toneelstukken en televisiefilms en heeft muziek voor zijn vader geschreven.

Romain Sardou is inmiddels beroemd door de boeken die hij schrijft.

Sinds 1999 is Sardou getrouwd met zijn jeugdliefde Anne-Marie Périer.

Zij was directeur van het Franse modeblad Elle.

Vele beroemde vrienden waren bij het huwelijk aanwezig, zoals Johnny Hallyday en Eddy Mitchell.

Ook toenmalig president Jacques Chirac en toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy waren aanwezig.