Wie vandaag na de kerstmarkt in Gent de minder commerciële plekken wil bezoeken, moet zeker even binnenstappen in de Sint-Baafskathedraal.

Want buiten de religieuze rust en het wereldberoemde Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, kunt u er genieten van hedendaagse kunst.

Dit is te danken aan een bijzonder werk van de Gentse kunstenares Annie Gansbeke: een ode aan Pieter Paul Rubens.

Ik had de eer om deze kunstenares persoonlijk te leren kennen tijdens mijn bezoek, waarbij haar indrukwekkende traject en passie voor de kunst meteen duidelijk werden.

Haar aanwezigheid in de kathedraal is het resultaat van een bijzonder succes.

In 2022 schreef het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) een wedstrijd uit met als thema de aanbidding van de koningen

Na enkele overpeinzingen besloot Annie deel te nemen. Uit een enorm deelnemersveld van maar liefst 2600 kunstenaars wist zij een eervolle 30ste plaats te verzilveren.

De beloning was evenredig aan de prestatie: haar werk werd in december 2022 geëxposeerd in het KMSKA.

Het creatieve proces achter dit winnende werk getuigt van haar technische diepgang.

Het boeide haar om de schets op te zetten in glacis en deze vervolgens nauwgezet uit te werken volgens de principes van de gulden snede.

Hoewel dit project buiten haar comfortzone lag, ging ze de uitdaging met volle overgave aan.

Ze behield het grootste respect voor het originele werk van Rubens, maar gaf er een geheel eigen, bewegende bewerking aan in haar karakteristieke kleuren.

Dit schilderij is nog tot en met 20 maart 2026 te bezichtigen in de kathedraal.

Annie Gansbeke is een artieste die het broze evenwicht tussen verleiding en gevoeligheid feilloos weet te bewaren.

Haar oeuvre kent duidelijke ontwikkelingslijnen, waarbij de natuur een centrale rol speelt.

Ze vervormt die natuur in vloeibare, warme kleurpaletten die haar werken een organisch karakter geven.

Hoewel ze vaak met verstilde nuances werkt, is kleur niet weg te denken uit haar ontdekkingswereld; met voornamelijk rode schakeringen geeft ze een sprankelende en jonge kracht aan haar composities.

Alles krijgt bij haar een eigen leven en graaft zijn eigen weg.

Haar veelzijdigheid uit zich in haar gedurfde materiaalgebruik.

Met verf, metaal, glas, textiel, potlood en inkt slaagt ze erin om in al die verschillende technieken een passie en harmonie aan te brengen.

Deze creaties wekken tegelijkertijd een gevoel van rust en onrust op, wat haar werk zo boeiend en intrigerend maakt.

Annies wijde horizonten kun je herleiden tot haar penseelvegen, met hier en daar een ruw accent of een teder streepje.

Het zijn precies deze accenten die zij zo mooi weet om te toveren: alles komt weer naar het centrum, naar zijn rustpunt.

Vandaag de dag blijft ze zeer actief en deelt ze haar passie graag met anderen.

In haar huidige woning in Heusden stelt ze haar huis regelmatig open voor het brede publiek. Zo ook op 2 en 3 mei 2026.

Daarnaast viel ze dit jaar op door haar aanwezigheid op diverse locaties.

Zo nam ze deel aan de tentoonstelling EXPORUIMTE CM14 in Vilvoorde.

Op uitnodiging van kunstenaar-decorateur en curator Filip Leemans stelde zij haar werken tentoon in de lobby en de voormalige bankkluis aan de Grote Markt 14.

Ook op de Tuindagen van Beervelde was haar werk dit jaar te bewonderen.

Het succes bij het KMSKA en haar huidige expositie in de Sint-Baafskathedraal tonen aan hoe haar werk de dialoog aangaat met de grote meesters, terwijl het toch een heel eigen, hedendaagse harmonie blijft uitstralen die de kijker uitnodigt tot introspectie.

Oude postkaart van de Posthoornstraat in Gent

De straat die we nu kennen als de Sint-Niklaasstraat droeg vroeger de toepasselijke naam Cromme Steghe, een verwijzing naar het destijds bochtige parcours.

Al in 1347 werd er geschreven over “in de Cromstege”, en later sprak men ook wel van Reinbouds steghe.

In de 19de eeuw had de steeg een bedenkelijke reputatie vanwege de prostitutie.

Een sprekend voorbeeld hiervan is de vondst op 16 oktober 1809 door een onderwijzer: in het portaal van nachtclub Le Roi d’Espagne lag een pasgeboren baby met een briefje dat ze gedoopt was.

Het meisje kreeg de naam Jeanne Ghislaine Cromstege.

Tegen het eind van de 19de eeuw veranderde het aanzicht van de straat grondig.

Tussen 1897 en 1899 werden hele huizenrijen gesloopt om de straat te verbreden en recht te trekken.

Na 1898 stond de straat bekend als de Posthoornstraat, waarschijnlijk vernoemd naar de 18de-eeuwse afspanning De Posthoorn.

Vanaf 1901 domineerde het Hotel du Téléphone de straat op de hoek met de Bennesteeg.

Dit gebouw was 70 meter lang en had een sierlijk torentje van 57 meter hoog, wat nodig was om de bovengrondse telefoonlijnen naar de buurt te leiden.

Vandaag de dag trekt vooral het Metselaarshuis op de hoek met de Cataloniëstraat de aandacht.

De trapgevel is versierd met Moreske dansers, ontworpen door wijlen Walter de Buck.

Hoewel het de bedoeling was dat deze beelden in de wind zouden bewegen, zijn ze vanwege hun gewicht uiteindelijk vast verankerd.

55 jaar geleden, weeklange schoolstaking leidt tot historische overwinning te Gent.

Het incident dat in december 1970 de Gentse Rijksmiddelbarenormaalschool op stelten zette, staat in de geschiedenisboeken bekend als de kus van Erna.

Het verhaal draait om de bijna twintigjarige studente Erna Van de Velde.

Wanneer zij bij de schoolpoort afscheid neemt van haar verloofde, die op dat moment zijn legerdienst vervult in Duitsland, worden ze opgemerkt door de directeur, de heer De Vogelaere.

De directeur vindt dit gedrag ongepast en bestraft Erna met een schorsing van een week.

Hij vreest dat dergelijke uitingen van genegenheid zouden kunnen leiden tot wanorde bij de schoolpoort.

Deze beslissing valt volledig verkeerd bij de medestudenten van Erna.

De tweehonderd toekomstige regenten van de school aan de Ledeganckstraat besluiten direct in staking te gaan.

Zij voelen zich door de directeur behandeld als kleine kinderen, terwijl velen van hen al bijna volwassen zijn, sommigen zelfs getrouwd zijn of een eigen huishouden runnen.

De staking duurt een volle week.

De studenten weigeren de lessen te volgen, maar blijven wel op school om te schaken, te breien of gezelschapsspelletjes te spelen.

Hun grieven gaan dieper dan alleen de straf voor Erna; ze eisen meer inspraak en verzetten zich tegen wat ze noemen het dictatoriale optreden van de directeur en verouderde schoolreglementen.

Tijdens de woelige week slaat het noodlot toe voor directeur De Vogelaere: hij valt uit bed, breekt een dijbeen en moet met hoge koorts in bed blijven.

In zijn afwezigheid wordt de leiding overgenomen door een voorlopig directiecomité.

De staking eindigt uiteindelijk in een overwinning voor de studenten, waarbij de opgelegde straf en de strikte regels ter discussie komen te staan.

De Predikherenlei dankt haar naam aan de orde van de Predikheren, een bedelorde die in 1215 werd gesticht door de Spaanse priester Dominicus Guzman om het evangelie te verkondigen en ketterij te bestrijden.

De naam verwijst ook naar de verdwenen Predikherenkerk die hier aan de overkant van de Leie, bij de Predikherenbrug, stond.

Deze 13de-eeuwse kerk, ook wel bekend als de kerk van de Jacobijnen en palend aan het vroegere Dominicanenklooster Het Pand, werd in 1860 afgebroken.

Op architecturaal vlak springt vooral het neogotische hoekpand aan de Sint-Michielshelling in het oog.

Dit zandstenen gebouw vormt een visuele brug tussen het koor van de Sint-Michielskerk en het eclectische postgebouw aan de overkant.

Iets verderop, op de hoek met de Nodenayesteeg, vind je op nummer Het Groen Kruis.

Dit was ooit de woning van Michael Mast, telg uit een familie die al sinds de 14de eeuw aanzien genoot in Gent.

Hoewel het pand in 1977 werd beschermd, was het in 1980 bijna slooprijp.

Gelukkig volgde in 1988 een vakkundige restauratie.

Vandaag staat de lei aan de vooravond van een grote metamorfose. Omdat de kaaimuren instabiel zijn en de balustrade aan vervanging toe is, wordt de hele omgeving heraangelegd.

Deze werken moeten eind 2026 klaar zijn.

Het asfalt maakt plaats voor natuursteen en de kaaimuren worden, net als aan de Graslei, deels verlaagd om het contact met het water te herstellen.

Er komt een steiger voor kano’s en kajaks, en met extra zitbanken, geveltuinen en bijna 70 fietsstalplaatsen wordt de Predikherenlei een groene en aangename verblijfsplek.

Oude postkaart van de Korenmarkt in Gent

Tegen het einde van de 10de eeuw groeide Gent zo snel dat de oude handelsnederzetting letterlijk uit haar eerste omwalling barstte.

De economische bloei en bevolkingsexplosie dwongen de stad om westwaarts te kijken, tot over de Leie.

Deze expansiedrift tekent tot op vandaag de kaart van Gent: nieuwe wijken vroegen om nieuwe parochies – denk aan Sint-Jacob, Sint-Niklaas en later Sint-Michiel – en om een nieuwe verdediging.

De grillige vorm van de binnenstad is een stille getuige van de grachtengordel die rond 1100 werd aangelegd.

Waar mogelijk werden de Leie en de Schelde ingeschakeld als natuurlijke barrière, aangevuld met gegraven grachten om de nieuwe wijken te omsluiten.

In de eeuwen die volgden, bleef de stad vervellen. Na het verwerven van stadsrechten in de 12de eeuw volgden nieuwe omwallingen in de 13de en 16de eeuw, en werden de versterkingen tot in de 18de eeuw voortdurend aangepast.

Pas in de 19de eeuw, toen Gent uitgroeide tot een industriële grootstad en de octrooirechten verdwenen, durfde de bevolking zich weer buiten de poorten te vestigen, wat leidde tot de typische 19de-eeuwse gordel.

Het kloppend hart van die eerste grote stadsuitbreiding – de zogenaamde ‘tweede middeleeuwse stad’ – is de Korenmarkt.

Dit plein is een rechtstreeks gevolg van de 10de-eeuwse groei: gronden werden verkaveld en de handel floreerde.

In 1208 duikt de naam voor het eerst op als forum segetum, oftewel graanmarkt.

Vanaf de 14de eeuw werd hier elke vrijdag het koren verhandeld, wat ook de oude naam ‘Koornaard’ verklaart.

Vandaag is de Korenmarkt een architecturale tijdreis. Je wordt er omringd door gevels die variëren van de 13de tot de 20ste eeuw, met als absolute blikvangers de westgevel van de Sint-Niklaaskerk en de monumentale toren van het Postgebouw ertegenover.

Oude postkaart van de Bijloke in Gent, van ziekenzorg naar kunstbeleving op de Bijlokesite.

De naam ‘Bijloke’ verwijst naar een omsloten, moerassig gebied waar ooit een kronkelende Leie-arm liep.

Het huidige Bijlokevaardeken herinnert nog aan die verdwenen waterloop.

De bouwgeschiedenis start begin 13de eeuw toen Ermentrude Uten Hove haar Mariahospitaal noodgedwongen vanuit de binnenstad naar deze meersen verhuisde.

Om de zorg te garanderen, werd naast het hospitaal een nieuwe cisterciënzerinnenabdij gesticht.

De site breidde al snel uit met een voor die tijd enorme ziekenzaal (1251-1255), een kapel en het ‘Craeckhuys’ (ca. 1511) voor ernstig zieken.

Na zware verwoestingen tijdens de calvinistische republiek (1577-1584) volgde in de 17de eeuw herstel.

De Franse annexatie in 1797 zorgde voor een nieuwe breuk: de abdij werd afgeschaft.

Later keerden de zusters terug in een deel van de gebouwen, terwijl de rest dienstdeed als oudemannenhuis.

Vanaf 1817 drukte de universiteit haar stempel op de site: de middeleeuwse ziekenzorg maakte plaats voor medisch onderwijs.

Omdat de oude gebouwen niet voldeden, bouwde architect Adolphe Pauli tussen 1863 en 1880 een nieuw neogotisch ziekenhuiscomplex.

Sinds de jaren 80 onderging de Bijloke een gedaanteverwisseling van zorg- naar cultuursite.

De kunstacademie (nu KASK) nam er haar intrek en de middeleeuwse ziekenzaal werd in 1988 omgevormd tot concertzaal.

In 2010 opende het STAM (Stadsmuseum) zijn deuren.

Met de recente komst van de Kunstenbibliotheek en de aanleg van het open park ‘Bijlokeveld’ is de site nu een groene campus waar historisch erfgoed, onderwijs en cultuur samenkomen.

35 jaar geleden, Guido Claus in de Post van 2 november 1990

Johan Claus (1938-2009) richtte in dat jaar het pand op de hoek van de Hoogstraat en de Oude Houtlei in, geïnspireerd door de gelijknamige club van Al Capone in het Chicago van de jaren dertig.

Nog datzelfde jaar liet hij de exploitatie over aan zijn broer Guido, die van de zaak zijn levenswerk zou maken.

Samen met zijn levensgezellin Motte gaf Guido het artiestencafé een renommee die tot ver buiten de grenzen reikte.

Het unieke interieur, de gezelligheid en de persoonlijkheden van het koppel maakten van de ‘Hotsy Totsy’ een begrip.

Het werd een pleisterplaats voor kunst- en cultuurliefhebbers, waar ook Guido’s broer Hugo Claus en Jan Hoet graag geziene gasten waren.

Hugo legde er regelmatig een kaartje met zijn broer en literaire vrienden.

Aan de zijmuur in de Oude Houtlei hangt zijn lofgedicht ‘Achter deze gevel hier’, opgedragen aan Guido en het café.

De club was ook het decor voor een memorabel literair moment: op 17 maart 1983 stelde Hugo Claus er zijn langverwachte meesterwerk ‘Het verdriet van België’ voor aan pers en publiek, wat in de Belgische pers een ongekende hype veroorzaakte.

Guido Claus was zelf ook artistiek actief. Van 1986 tot 1991 vormde hij met Jan Albert De Bruyne (alias ‘Prof. Arnoldus Goedbier’) het muzikaal straattheater-duo ‘Twee Wezen’.

Daarnaast speelde hij in de toneelbewerking van ‘Lijmen & Het been’ (naar Willem Elsschot) en vertolkte hij rollen in films als ‘De Loteling’ (1973), ‘Vrijdag’ (1981) en ‘Hector’ (1987).

In november 1991 kwam er een abrupt einde aan een tijdperk door het plotse overlijden van Guido Claus.

De Groep Druwel kocht de zaak en het nabijgelegen pand.

Na een restauratie werd het café overgenomen door Patrick De Graeve, die de zaak een nieuwe boost gaf met Motte Claus als deel van zijn team.

Al meer dan 50 jaar is de ‘Hotsy Totsy’ een authentiek Gents artiestencafé.

Vandaag de dag is de uitbating al enkele jaren in de goede handen van Lara, die de unieke sfeer van deze historische plek verderzet.

Vandaag, is het exact 35 jaar geleden dat Lynn Wesenbeek, een van Vlaanderens bekendste mediapersoonlijkheden, in het huwelijksbootje stapte met advocaat en voormalig liberaal politicus Geert Versnick.

Samen kregen ze twee dochters, onder wie actrice Lauren Versnick.

Hoewel het koppel in 2001 uit elkaar ging, hebben ze altijd een vriendschappelijke band behouden.

De carrière van Lynn Wesenbeek, geboren in Brasschaat in 1962, werd gelanceerd toen ze in 1987 tot Miss België werd gekroond.

Haar overwinning was de perfecte springplank naar de televisiewereld.

In 1989, bij het opstarten van VTM, werd ze een van de eerste en meest geliefde omroepsters van de zender.

Gedurende 23 jaar was ze een vast gezicht op het scherm en presenteerde ze succesvolle programma’s als “Miss België”, “Royalty” en “De Exclusieve”.

Na haar vertrek bij VTM in 2012 bleef Wesenbeek niet stilzitten.

Ze begon een nieuwe fase als freelance journaliste en moderator en maakte zelfs een opmerkelijke zijstap naar het bedrijfsleven door in 2015 mede de Belgische Federatie voor Robotica op te richten.

In 2018 keerde ze terug naar haar oude liefde, de televisie, als presentatrice van het interviewprogramma “Z-Talk” op Kanaal Z.

In datzelfde jaar schreef ze samen met Kris Colpaert het boek “50 Tinten Wijs”, waarvoor ze tal van bekende leeftijdsgenoten interviewde over het leven na vijftig.

Een volgende verrassende wending kwam er in 2019, toen ze de politieke arena betrad als lijstduwer voor Open Vld bij de Europese verkiezingen.

Ze zette haar televisiewerk op pauze en behaalde een indrukwekkend aantal van ruim 53.000 voorkeurstemmen, wat net niet voldoende was voor een zetel.

Haar politieke engagement kreeg een vervolg toen ze in 2020 door haar partij werd aangesteld als lid van de raad van bestuur van de VRT.

Recentelijk heeft Lynn Wesenbeek een nieuwe, creatieve passie omarmd.

In 2025 richtte ze Studio Saudade op, een project waarmee ze haar zelfgemaakte keramieken hoofden als designobjecten verkoopt, en zo opnieuw een nieuw hoofdstuk aan haar veelzijdige carrière toevoegt.

Gisteren nog vandaag

Acteur Jef Demedts mag vandaag 90 kaarsjes uitblazen.

Jef Demedts was jarenlang een vaste waarde in het theater, voornamelijk bij NTGent, waar hij niet alleen op de planken stond, maar ook een periode de artistieke leiding op zich nam.

Voor het grote publiek is hij wellicht het bekendst door zijn iconische hoofdrol als Fabian van Fallada in de gelijknamige jeugdreeks.

Daarnaast vertolkte hij door de jaren heen nog vele andere televisierollen.

Zo speelde hij Miel Bataille in ‘Rupel’, was hij drie jaar lang te zien als Gaston Veugelen in ‘Familie’ en had hij een rol als Karel Arends in de telenovelle ‘Ella’.

Zijn veelzijdigheid bleek ook uit zijn talrijke gastoptredens in populaire series.

Hij verscheen onder meer in ‘De Kotmadam’, ‘Windkracht 10’, ‘Wittekerke’, ‘Spoed’, ‘Flikken’, ‘Aspe’ en ‘LouisLouise’. In ‘F.C. De Kampioenen’ was hij zelfs drie keer te gast in verschillende rollen.

Daarnaast werkte hij mee aan klassiekers als ‘Manko Kapak’, ‘Kapitein Zeppos’, ‘Het zwaard van Ardoewaan’ en ‘De Paradijsvogels’.

Op het witte doek had hij een rol als begrafenisondernemer in de film ‘Pauline & Paulette’ uit 2001.

Vlak bij de bekende Hotsy Totsy in Gent ligt een verborgen parel: de Turrepoortsteeg.

Velen lopen er achteloos voorbij, maar wie de steeg inwandelt, vindt een oase van rust die de Gentse kunstenaar Gustave Dierkens (1878 – 1940) al in 1936 wist te vatten op doek.

Zijn schilderij toont een tafereel uit een ongetwijfeld rustiger tijdperk, maar ook vandaag nog ademt het steegje een sfeer waarin je de wereld even vergeet.

De naam ‘Turrepoort’ (of Torenpoort) is een historische verwijzing naar een van de vier 13e-eeuwse stadspoorten die ooit aan de Oude Houtlei stond.

Vandaag is van de poort enkel een doodlopend steegje over, dat eindigt tegen een blinde muur met een nis.

Het meest opvallende element, zowel in de steeg als op het schilderij, is een bakstenen poortgebouw uit 1764.

Dit gebouw werd dwars over de doorgang gemetseld en fungeerde als achterhuis voor een woning aan de Oude Houtlei.

Tussen de twee ramen van dit poortgebouw prijkt een muurkapelletje met een kleurrijk beeld van Onze-Lieve-Vrouw.

Dit zogenaamde ‘gebuurtekapelletje’, ingewijd in 1929, was nog relatief nieuw toen de kunstenaar het vereeuwigde.

Dit soort kapelletjes ontstond vaak uit dankbaarheid en werd door de buurt zelf gefinancierd.

Dierkens had oog voor detail: op zijn doek zijn aan weerszijden van de kapel ‘zaterdags lichtjes’ te zien. Deze verwijzen naar de oude gewoonte om op zaterdag, de Mariadag, extra verlichting te branden.

De kunstenaar achter dit sfeervolle werk, Gustave Dierkens, was een rasechte Gentenaar.

Hij genoot zijn opleiding aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, waar hij later ook als tekenaar en leraar aan verbonden was.

Hoewel hij vooral bekend stond om zijn stadsgezichten, schilderde hij ook landschappen, bloemen, portretten en stillevens.

Zijn belangrijkste werk buiten zijn thuisstad is te vinden in Leuven, waar hij in 1935 de kruisweg voor de kapel van het Heilige Drievuldigheidscollege ontwierp.

Een leuke wetenswaardigheid is dat deze school lange tijd de bijnaam ‘Gentsch College’ droeg, omdat ze werd opgericht door de Gentse humanist Frans van de Nieulande (Bronnen Robert Declerck en Ghendtsche Tydinghen)

35 jaar geleden, Hugo Van Den Berghe, pannellid in de Wies Andersen Show.

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.

In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.

Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).

Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.

Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.

Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).

Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.

Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.

Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.

“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.

Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.

Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).

Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.

Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.

Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”

Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.

Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.

In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.

Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.

Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.

Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.

Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.

“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.

Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

Kan een afbeelding zijn van 3 mensen en tekst