Louis De Saeger, een Vlaamse kunstschilder, begon zijn tekenopleiding aan de Academie van Dendermonde onder leiding van Maes, Gorus en Gogo.

Hij vervolgde zijn studie aan de Academie van Gent bij Coddron en Alfons De Cuyper.

Zijn werk omvatte diverse onderwerpen, waaronder landschappen van de Schelde, stadsgezichten van Dendermonde, Vlassenbroek, Afsnee, Deinze, Beernem en Gent.

De Saeger onderhield contacten met schilders uit Dendermonde en werkte samen met Jan Maes langs de Scheldeboorden.

In Gent ontmoette hij Gust De Smet. Hij vond ook inspiratie in Brugge, aan de kust, en schilderde portretten.

Hij vestigde zich in Sint-Amandsberg en exposeerde onder meer op het 47e Salon van de Kring Kunst en Kennis in Gent in 1946.

Louis De Saeger overleed in 1988 in Gent.

Deze week, 90 jaar geleden, stond de achtjarige Gentse danseres Suzy Feys, die later bekend zou worden als lid van “De Beren” van het gezelschap van Romain Deconinck, op de foto in het tijdschrift ABC van 24 februari 1935)

Raymond Vanherberghen begon al op zijn zevende met jeugdtoneel in zijn geboortestad Tienen.

In 1938 verhuisde hij met zijn ouders naar Gent, waar hij na zijn werkuren als mecanicien al snel weer op de planken stond.

Hij speelde in de bekende Minardschouwburg, onder de vleugels van theatericoon Romain Deconinck.

Daar werd hij verliefd op Suzy, vijf jaar jonger en danseres.

In 1952 trouwden ze en kregen ze een zoon, Gino.

Het koppel was in de jaren 50 en ’60 goed bevriend met mijn marraine en grootvader, die tot zijn overlijden in 1965 lid was van de beheerraad van het theatergezelschap.

Meer dan veertig jaar lang stonden Raymond en Suzy samen op de planken.

Raymond Vanherberghen overleed in juli 2018, Suzy Feys in november 2023.

90 jaar geleden, te gast bij Gentse beeldhouwer Leon Sarteel.

Leon Petrus Sarteel, geboren in Gent op 2 oktober 1882 als zoon van huisschilder Petrus Sarteel en Maria Theresia Temmerman.

Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent onder Louis Mast en Jules Van Biesbroeck en toonde al vroeg zijn talent.

In 1907 ontving hij een eervolle vermelding op het Salon van Gent en werd in 1908 leraar boetseren aan de Gentse Nijverheidsschool.

Zijn oeuvre omvat portretbustes (o.a. Cyriel Buysse, De Gentse kunstschilder Constant Montald en Julius Mac Leod (hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Gent en bestuurder van de Gentse Plantentuin), figuren (mythologisch, allegorisch en alledaags), monumenten (zoals het oorlogsmonument in Zomergem) en reliëfs.

Zijn werken zijn te vinden in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) Gent, in de Gentse openbare ruimte (beelden aan de Sint-Niklaaskerk en Sint-Baafskathedraal), de Boekentoren (bevat een reliëf van Sarteel, De Leie en de Schelde.), en op Campo Santo (Treurende Ouders op het graf van zijn schoonzoon, piloot Jean Vanavermaete).

Hij trouwde met Marguerite De Mulder, met wie hij twee kinderen kreeg: zoon en architect Antoine Sarteel en dochter Germaine.

In zijn carrière ontving Sarteel verschillende onderscheidingen, waaronder Ridder in de Leopoldsorde (1921) en Officier in de Kroonorde (1929). Hij was lid van de kunstenaarsvereniging Kunst en Kennis.

Sarteel, wiens Art-decowoning van architect Jan-Albert De Bondt en atelier zich in de Vaderlandstraat 166 bevond, werkte in brons, marmer, steen en terracotta.

Zijn stijl is realistisch, met aandacht voor detail en expressie.

Hij overleed op 2 mei 1942, op 59-jarige leeftijd, in Gent aan een longontsteking (ABC 10 februari 1935)

Kan een afbeelding zijn van 4 mensen en tekst

Deze week, 90 jaar geleden, werklozenbeweging in Gent en dit tegen de uithongeringspolitiek van de regering Theunis (ABC 20 januari 1935)

Deze regering, Theunis IV, een coalitie van Katholieken en Liberalen, voerde een impopulair economisch herstelbeleid, dat gekenmerkt werd door deflatiemaatregelen, en werd geconfronteerd met sociale onrust en hevige oppositie van de socialistische BWP-POB.

Ondanks het deflatiebeleid bleef de Belgische economische toestand verslechteren.

De regering viel dan ook op 25 maart 1935.

De opvolgende regering-Van Zeeland I (25 maart 1935 – 13 juni 1936) was een coalitie van de Katholieke Unie (80 zetels), de BWP (72 zetels) en de Liberale Partij (24 zetels).

Op 30 maart 1935, kort na haar aantreden, devalueerde deze regering de Belgische frank met 28%.

De regering bleef in functie tot aan de verkiezingen van 24 mei 1936, waarbij de drie grote partijen veel zetels verloren ten voordele van kleinere extremere partijen en met name Rex.

Toch werd de regering opgevolgd door een regering-Van Zeeland II.

65 jaar geleden, reclame voor bier van het merk Kronenbourg en de geschiedenis van dit biermerk.

Alles begint in 1664 wanneer Jérôme IV-Hatt brouwerij Le Canon opent aan de Place du Corbeau in Straatsburg.

Bijna twee eeuwen later, in 1850, verhuist de brouwerij naar de wijk Cronenbourg (Kronenburg in het Duits).

Daar wordt overgeschakeld op ondergisting, een destijds innovatief brouwproces dat een constante lage temperatuur vereist van maximaal 10 °C. en dit gebeurt daarom grotendeels ondergronds.

In 1922 verwerft de familie Hatt het prestigieuze Straatsburgse restaurant Le Grand Tigre.

Ter gelegenheid hiervan lanceert de brouwerij het bier Tigre Bock, dat in 1930 het meest gedronken bier van Frankrijk wordt.

De naam Kronenbourg ziet het levenslicht in 1947. Jérôme Hatt, een nazaat van de oprichter, keert terug naar Straatsburg en hernoemt het vlaggenschipbier Tigre Bock naar de wijk Cronenbourg, waar de brouwerij nog steeds gevestigd is.

De ‘C’ wordt vervangen door een ‘K’ om het merk een Duits tintje te geven, destijds een synoniem voor kwaliteit.

Ter ere van de kroning van Elizabeth II tot koningin van het Verenigd Koninkrijk in 1952, brengt Kronenbourg het bier 1664 uit, dat eveneens een groot succes wordt.

In 1969 kan de oude fabriek de groeiende vraag niet meer aan en verhuist de productie naar een gloednieuwe vestiging in Obernai.

Deze brouwerij is op dat moment de grootste van Europa en tot op de dag van vandaag de grootste van Frankrijk.

Het bedrijf kent in de daaropvolgende decennia verschillende eigenaarswisselingen: in 1970 wordt het onderdeel van het BSN-concern en in 1986 fuseert het met Kanterbräu, wat leidt tot de oprichting van de Brasseries Kronenbourg.

In 2000 wordt het overgenomen door Scottish & Newcastle, dat op zijn beurt in 2008 in handen komt van een consortium van Heineken en Carlsberg.

Uiteindelijk wordt Kronenbourg onderdeel van de Carlsberg groep.

Tegenwoordig zijn de Brasseries Kronenbourg met een marktaandeel van 30,5% de absolute marktleider in Frankrijk.

Eén op de drie in Frankrijk gedronken biertjes komt uit de brouwerij in Obernai.

In 2011 behaalde het bedrijf een omzet van 902 miljoen euro.

De brouwerij in Obernai is met een oppervlakte van 70 hectare, een productie van 7,3 miljoen hectoliter en 1210 werknemers nog steeds de grootste van Frankrijk.

Vandaag, 100 jaar geleden, viering 25 jaar NTG (27 december 1924)

De officiële naam luidt als volgt: Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS).

Nochtans staat het gebouw beter bekend als NTG of NTGent omdat NTG de theatergroep is die op die locatie speelt.

Ik heb daar jaren gewerkt als hoofd van het horecagedeelte en ik woon daar toen ook in het gebouw.

Ook ben ik trots dat ik toen de eer had om de Foyer op te starten en dat met veel succes.

Deze week, 90 jaar geleden, voorstelling maquette van de boekentoren in Gent.

Henry Van de Velde doceerde van 1926 tot 1936 Bouwkunst en Toegepaste Kunsten aan de Gentse Universiteit.

In 1933 (hij was toen zeventig) werd hem gevraagd een nieuwe universitaire bibliotheek te ontwerpen.

In dezelfde opdracht zaten ook de nieuwe gebouwen voor de instituten van Kunstgeschiedenis, Dierkunde en Farmacie.

De bouwplaats was het voormalige De Vreesebeluik of de Cité Ouvrière op de Blandijnberg, het hoogste punt van de stad.

Van de Velde opteerde voor een toren als baken van de wetenschap; een vierde toren die zich kon meten met de drie torens waar Gent om bekendstaat: die van de Sint-Niklaaskerk, de Sint-Baafskathedraal en het Belfort.

Het ontwerp was omstreden en er kwam zelfs een alternatief plan met een langwerpig gebouw van de tekentafel van architect Armand Cerulus, maar Van de Veldes ontwerp haalde het uiteindelijk toch.

In 1935 waren de definitieve plannen klaar.

Het werd een toren van 64 meter hoog, met 20 verdiepingen, 4 kelderverdiepingen en een belvedère als uitkijkplatform.

Als symbool voor de moderniteit koos Van de Velde een constructie uit beton, waarvan de sokkel bekleed is met arduin.

Gisteren nog vandaag

Het grondplan kreeg de vorm van een Grieks kruis, om de verbinding tussen hemel en aarde en de vermenging van tijd en ruimte te symboliseren.

De bouwwerken startten in 1936 en in 1939 waren de ruwbouw en een deel van de afwerking klaar.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren ingenomen door de Duitsers als uitkijkpost.

Toen ze de oorlog dreigden te verliezen, bliezen ze het schutgeweer op dat op het dak stond.

Hierdoor bleef het dak, maar ook de vloer eronder lang beschadigd.

Het aanpalende gebouw voor het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde werd afgewerkt, maar de afdelingen voor Dierkunde en Farmacie kwamen er niet.

In de jaren 1950 werden op die plaats de nieuwe gebouwen voor de Faculteit voor Letteren en Wijsbegeerte opgetrokken door Eugène Delatte, maar in een andere stijl en met andere materialen dan Van de Velde voorzien had.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Van de Velde beschuldigd van collaboratie.

Tot een proces kwam het nooit, maar Van de Velde ging wel in vrijwillige ballingschap; hij trok zich terug in het Zwitserse Oberägeri, waar hij zijn memoires schreef, die in 1962 postuum zouden verschijnen onder de titel Die Geschichte meines Lebens.

Van de Velde overleed in 1957 op 94-jarige leeftijd te Zürich en werd begraven in Tervuren, bij Brussel.

Op 16 september 2005 besliste de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent om 30 miljoen euro te investeren in de restauratie van de Boekentoren.

De vijf ontwerpteams, aan wie de Universiteit vroeg om hun ruimtelijke visie uit te werken, bestond uit drie Belgische en twee internationale teams.

De keuze viel op het Gentse architectenbureau Robbrecht en Daem dat zich laat omringen door een multidisciplinair ontwerpteam.

Op 1 maart 2012 vingen de werken aan met het bouwen van een spectaculair ondergronds depot in de binnentuin.

Het zal drie verdiepingen tellen en 45 km materiaal kunnen herbergen dat in de beste klimatologische omstandigheden bewaard zal worden.

Vandaag is het gebouw al van 2022 terug toegankelijk en in gebruik (Diverse bronnen, De Stad, 28 december 1934, Jill Dhondt, RUG, Wikipedia en Duo Nous (Violiste Christy Collet en celliste Liesbet Engelen)

Gisteren nog vandaag