Vandaag, 50 jaar geleden, was Charles Aznavour te zien met het nummer Mes Emmerdes in het muziekprogramma TopPop.

Het nummer is door hemzelf geschreven en staat op zijn album Voilà que tu reviens.

Naast dit nummer bevat datzelfde album ook bekende hits zoals ‘Par Gourmandise’ en ‘Ils sont tombés’.

Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat de tekst van het nummer verwijst naar de moeizame relatie van de zanger met de Franse fiscus.

Nadat hij naar Zwitserland verhuisde, werd hij in 1972 beschuldigd van fiscale fraude.

Dit juridische getouwtrek leidde in 1979 tot een boete van drie miljoen Franse frank (FRF), wat neerkomt op ongeveer 450.000 euro, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar.

Pas na de uiteindelijke betaling in 1980 werd de rechtsvervolging officieel gestaakt.

De titel ‘Mes Emmerdes’ draagt een interessante dubbele lading die perfect aansluit bij dit verhaal.

In het Frans wordt het woord emmerdes vaak gebruikt om te verwijzen naar dagelijkse beslommeringen en kleine ergernissen waarover de zanger in de tekst zingt.

Tegelijkertijd heeft de term een veel plattere, volkse bijbetekenis die verwijst naar diepe narigheid of stront aan de knikker.

Met deze titel wist Aznavour op een ironische en melancholische manier zowel de onschuldige kopzorgen van vroeger als zijn zware juridische strijd met de overheid te vatten.

Hoewel ‘Mes Emmerdes’ in Wallonië een groot succes was met een vierde plaats in de hitlijsten, bleef het succes in Vlaanderen opvallend genoeg beperkt tot een notering in de tipparade.

In Nederland wist het nummer door te dringen tot de vijfentwintigste positie in de Top 40.

Stampeders mogen een dikke kaars branden voor dj Wolfman Jack.

De Stampeders, een van Canada’s meest gewaardeerde formaties, mochten een dikke kaars branden voor deejay Wolfman Jack, ongetwijfeld Amerika’s beroemdste en origineelste platenruiter.

Want alhoewel hun versie van de Ray Charles-hit ‘Hit the Road Jack’ verre van slecht genoemd kon worden, toch hadden ze de Europese doorbraak ervan vooral aan deejay Jack te danken.

De jongens waren op het idee gekomen de plaat te beginnen en te eindigen met een sentimenteel telefonisch onderonsje met de superdikkerd onder de platendraaiers.

In het kort kwam het hierop neer dat een van de Stampeders schreeuwde dat zijn meisje was gaan lopen en hij verrekt in de put zat, waarna Wolfman Jack in zijn klassieke gillende stijl antwoordde dat hij maar eens een weekendje moest afkomen om alles uit te praten.

Dat viel zodanig in de smaak van de meeste deejays in Europa en elders dat ze daarom alleen al ‘Hit the Road Jack’ van The Stampeders waren gaan ronddraaien.

Het publiek pikte daar meteen op in, maar dan ook echt voor het nummer zelf. Het betekende voor deze Canadese formatie na hitjes als ‘Morning Magic’ en ‘Be a woman’ uiteindelijk de eerste grote hit.

Het nummer kende een rijke voorgeschiedenis, want het werd al in 1960 geschreven door Percy Mayfield en vervolgens in 1961 opgenomen door Ray Charles.

Op die bewuste opname, waarop ook The Raelettes-zangeres Margie Hendrix te horen was, groeide het uit tot een van de allerbekendste nummers van Charles.

Het stond destijds zelfs twee weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100. In 1976 besloten The Stampeders het nummer in een nieuw, rockend jasje te steken.

Een opvallend element in deze versie was het telefoongesprek dat de hoofdpersoon voerde met de bekende Amerikaanse radio-dj Wolfman Jack, wiens echte naam Robert Weston Smith is.

Deze unieke aanpak bracht hen internationaal succes in de hitlijsten. In hun thuisland Canada klom de single naar de zesde plaats, en in de Verenigde Staten werd de veertigste positie bereikt.

Ook in de Lage Landen viel het nummer erg in de smaak: in Vlaanderen stootte de plaat door naar een mooie derde plek in de BRT Top 30, terwijl de hit in Nederland goed was voor een zesde plaats in de Top 40.

De Stampeders bestonden op dat moment, in juni 1976, al sedert 1965.

De groep was destijds opgericht door gitarist en componist Rich Dobson, gitarist en componist Ronnie King en gitarist, drummer en componist Kim Berly.

Dit trio was altijd de basis gebleven van de formatie, maar ze lieten zich geregeld door andere muzikanten omringen.

Wolfman Jack overleed op 1 juli 1995. Hij stierf op 57-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Alvin Stardust, de man in het zwarte leer en zijn onverwachte succesverhaal.

Aanvankelijk begon Bernard William Lewry zijn muzikale carrière in het begin van de jaren zestig onder de artiestennaam Shane Fenton.

Met zijn band The Fentones kende hij wat lokaal succes. Een opmerkelijk weetje uit die tijd is dat Lewry eigenlijk de roadie van de band was.

Toen de oorspronkelijke zanger, de echte Shane Fenton, vlak voor een belangrijke BBC-auditie door gezondheidsproblemen plotseling overleed, nam Lewry noodgedwongen zijn plaats én zijn naam over om de kans niet aan de band voorbij te laten gaan.

Jaren later kreeg zijn carrière een onverwachte en zeer succesvolle wending.

Componist Peter Shelley had het nummer ‘My coo ca choo’ geschreven en was oorspronkelijk van plan om dit zelf uit te brengen.

Hij had daarvoor zelfs al de extravagante artiestennaam Alvin Stardust bedacht.

Omdat Shelley echter in 1973 samen met Michael Levy een doorstart maakte van hun eigen platenfirma, Shelley Magnet Records, ontbrak het hem simpelweg aan tijd om zelf op te treden en promotie te voeren.

Shelley vond voormalig tieneridool Shane Fenton bereid om in de huid van Alvin Stardust te kruipen en het nummer op het podium te promoten.

Deze samenwerking legde hen geen windeieren, want ‘My coo ca choo’ werd een daverend mondiaal succes.

In Australië stond het nummer maar liefst zeven weken op de eerste plaats.

Ook in Oostenrijk en Noorwegen liep de verkoop uitstekend, met respectievelijk een tweede plaats gedurende zestien weken en een vierde plaats in negen weken.

In Vlaanderen bereikte de single op 2 februari 1974 een mooie derde plaats in de BRT Top 30.

Wat Peter Shelley betreft: hij zou een jaar na dit succes alsnog zelf singles gaan uitbrengen onder zijn eigen naam.

Zijn single ‘Love Me Love My Dog’ uit 1975 deed het behoorlijk goed.

In de Lage Landen kennen we de melodie van dit nummer vooral dankzij Rudi Carrell, die er in 1976 met ‘Samen ’n straatje’ een hit mee scoorde in de Nederlandse vertaling.

Na het gigantische succes van zijn debuutsingle bracht Alvin Stardust nog enkele opvolgers uit, waaronder ‘Red dress’ en ‘You, you, you’.

De zanger cultiveerde in deze periode een zeer kenmerkend imago: strak in het zwarte leer, met grote bakkebaarden, opvallende zwarte handschoenen en een grote, dikke ring om zijn vinger.

Hij nam tijdens tv-optredens steevast een mysterieuze, ietwat norse houding aan die sterk deed denken aan rock-‘n-roll-legendes zoals Gene Vincent.

Bovendien werd hij in Groot-Brittannië een iconisch gezicht door zijn deelname aan een beroemde verkeersveiligheidscampagne, waarin hij Britse kinderen op het matje riep als ze niet goed uitkeken bij het oversteken.

Na de hoogtijdagen in de jaren zeventig werd het even wachten, maar in 1981 maakte hij een krachtige comeback met zijn coverversie van ‘Pretend’.

Dit nummer werd oorspronkelijk in 1952 geschreven door Lew Douglas, Dan Belloc en Frank Lavere en werd destijds wereldberoemd gemaakt door Nat King Cole.

De uitvoering van Alvin Stardust bleek een groot succes te zijn.

Een leuk detail over deze comeback is dat ‘Pretend’ hem in het Verenigd Koninkrijk zijn grootste succes sinds lange tijd opleverde en de deuren naar het legendarische televisieprogramma Top of the Pops opnieuw wijd voor hem opende.

Ook in de Benelux was het een voltreffer: de single bereikte op 12 december 1981 de eerste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en behaalde in de Nederlandse Top 40 een knappe derde plaats.

Ook in de jaren die daarop volgden, wist Alvin Stardust nog enkele hits te scoren.

Zo was hij in 1982 succesvol met ‘A Wonderful Time Up There’ en had hij in 1985 nog een notering met ‘I Feel Like Buddy Holly’.

Naast zijn muziekcarrière speelde hij succesvol mee in diverse theatermusicals zoals Godspell en Chitty Chitty Bang Bang, en verscheen hij regelmatig in Britse televisieseries.

Het leven van deze veelzijdige artiest kwam ten einde in oktober 2014, slechts enkele weken nadat er uitgezaaide prostaatkanker bij hem was vastgesteld.

Bernard William Lewry, de man die we ons altijd zullen herinneren als de in leer gehulde Alvin Stardust, werd 72 jaar oud.

Vandaag is het alweer twee jaar geleden dat Françoise Hardy, een onuitwisbare stem in de Franse popwereld, op 80-jarige leeftijd overleed na een slepende ziekte.

De Parijse, geboren op 17 januari 1944, begon haar carrière als tieneridool met dromerige, melancholische liedjes.

Ze oogstte al snel de bewondering van talloze beroemdheden; zo bekende David Bowie ooit dat hij stiekem verliefd op haar was.

Een van haar absolute tophits is ‘Comment te dire adieu’.

Dit nummer is de Franse bewerking van ‘It Hurts To Say Goodbye’, dat oorspronkelijk door Jack Gold was geschreven voor Margaret Whiting.

De gevatte Franse tekst kwam van de hand van Serge Gainsbourg.

Door de jaren heen is het lied veelvuldig gecoverd door onder meer Jim Nabors, Amanda Lear en uiteraard Jimmy Somerville.

Hardy’s privéleven werd sterk getekend door haar relatie met zanger en acteur Jacques Dutronc.

Na een jarenlange latrelatie traden ze in 1981 in het huwelijk. In haar autobiografie omschrijft ze hem als een ongrijpbare man, steevast verscholen achter een zonnebril en een wolk van sigarenrook.

Hij was bovendien zelden thuis vanwege tournees of filmopnames.

Hoewel ze officieel altijd getrouwd zijn gebleven, bouwde hij later een nieuw leven op Corsica op met actrice Sylvie Duval.

In een openhartig interview blikte de zangeres ooit terug op dit complexe huwelijk.

Ze omschreef Dutronc als een man van weinig woorden, die over haar opmerkte dat ze slim was, omdat ze kritiek altijd behendig verzachtte met een compliment.

Hun relatie vormde een enorme inspiratiebron voor haar liefdesliedjes en de ontelbare brieven die ze hem schreef.

Hoewel de romantische liefde uiteindelijk uitdoofde, bleef hij wel bij haar overnachten wanneer hij in Parijs was.

Hardy besefte naar eigen zeggen pas op latere leeftijd dat haar echtgenoot behoefte had aan een dubbelleven.

Enerzijds zette hij de vrouw van wie hij hield op een voetstuk, maar anderzijds zocht hij stiekem de spanning op in vluchtige avontuurtjes.

Achteraf was ze opgelucht dat ze dit als jonge vrouw niet volledig had beseft, omdat het haar destijds ongetwijfeld gebroken zou hebben.

Met de jaren kon ze zijn hang naar avontuur echter loslaten en accepteerde ze hem zoals hij was.

In hetzelfde interview gaf ze toe lange tijd ongelukkig te zijn geweest, wat haar juist aanzette tot schrijven.

Ze herkende daarin een zekere hang naar tragiek, aangezien ze zich simpelweg niet kon aangetrokken voelen tot een brave, stabiele man.

Hoewel ze later in haar leven emotionele rust vond, werd haar laatste levensfase getekend door zwaar fysiek lijden.

De zangeres kampte jarenlang met lymfeklier- en keelkanker.

Deze ingrijpende ziektegeschiedenis zorgde ervoor dat ze zich in haar laatste jaren nadrukkelijk begon uit te spreken voor het recht op euthanasie.

Ondanks haar roem was Hardy naar eigen zeggen een kluizenaar van nature.

Ze hield het schrijven van een autobiografie lang af met de smoes dat haar leven te saai zou zijn om over te lezen.

Ze verbleef immers het liefst ongestoord tussen haar vier muren met boeken, muziek en schrijfwerk.

Haar wereldje was klein en bestond vooral uit haar zoon Thomas Dutronc en enkele hechte vrienden.

Haar geluk vond ze in kleine, alledaagse momenten: goed eten, wandelen in het Bois de Boulogne en in alle stilte genieten van de bomen en de zonsondergang.

De natuur bood haar een meditatieve rust en een vredige manier om zich van de buitenwereld af te sluiten.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat Drafi Deutscher overleed.

De Duitse zanger en componist, geboren als Drafi Richard Franz Deutscher, kende een rijke muzikale carrière vol hits en pseudoniemen.

Zo bracht hij in 1983 onder de naam Masquerade het Engelstalige nummer ‘Guardian Angel’ uit, dat hij samen met de in 2022 overleden Christopher Evans-Ironside schreef en produceerde.

Het werd een groot Europees succes met eerste plaatsen in Oostenrijk en Denemarken, een derde plek in de Vlaamse BRT Top 30 en een negende positie in de Nederlandse Top 40.

De Duitse zanger Nino de Angelo scoorde vervolgens een gigantische hit met de Duitstalige cover ‘Jenseits von Eden’, die hij later ook als ‘La valle dell’Eden’ in het Italiaans uitbracht.

In de Lage Landen behaalde deze versie eveneens de hitlijsten, met een dertiende plaats in Vlaanderen en een zeventiende plek in Nederland.

Deutscher werd geboren in het Berlijnse stadsdeel Charlottenburg. Zijn vader, de Hongaarse pianist Drafi Kálman, keerde kort na de geboorte terug naar zijn vaderland, waardoor Drafi door zijn moeder werd opgevoed en zijn vader nooit heeft gekend.

Zijn muzikale talent viel al vroeg op: op elfjarige leeftijd nam hij deel aan een talentenjacht en in 1962 richtte hij zijn eerste band op.

Een jaar later scoorde hij met ‘Teeny’ zijn eerste hit in West-Duitsland, in 1965 gevolgd door de evergreen ‘Marmor, Stein und Eisen bricht’.

Dit nummer werd in het Nederlands vertaald door Trea Dobbs als (Marmer, staal en steen vergaan(, en kreeg later zelfs een punkjasje dankzij de Heideroosjes.

Een ander opvallend nummer uit die tijd was Der Hauptmann von Köpenick uit 1967, gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de werkzoekende schoenmaker Friedrich Wilhelm Voigt, die begin twintigste eeuw het gemeentehuis van Köpenick beroofde.

Gedurende zijn loopbaan maakte Deutscher veelvuldig gebruik van schuilnamen.

Als Mr. Walkie Talkie scoorde hij in de zomer van 1977 een tweede plaats in Vlaanderen met ‘Be my boogie woogie baby’.

Onder de meisjesnaam Renate Vaplus schreef hij in 1976 het nummer ‘Mama Leone’ voor Ruth Handel.

Hoewel die eerste versie flopte, werd het in 1978 in de uitvoering van de Italiaanse zanger Bino een enorme hit in Duitsland, Vlaanderen en Nederland.

Deutscher schreef daarnaast, samen met Jimmy Bilsbury en Joe Menke, de wereldhit Belfast voor Boney M. Bilsbury, geboren als James Robert Bilsbury, was een van de voormalige leadzangers en de songwriter van de Les Humphries Singers.

Hij kreeg destijds echter nooit het respect en de erkenning voor zijn schrijfwerk, omdat de platenmaatschappij de nadruk uitsluitend op Les Humphries wilde leggen. Bilsbury overleed in 2003 in diepe geldnood als gevolg van zijn alcoholisme.

Mede-auteur Josef Menke was een Duitse componist, producer en geluidstechnicus. Hij werd geboren op 1 april 1925 in het Duitse Greven en overleed op 6 februari 2001.

Eind jaren vijftig en begin jaren zestig schreef Menke talloze Duitse schlagers.

Hij boekte met name grote successen als producer van de band Truck Stop. Veel van zijn nummers en producties bracht hij uit onder de naam Edition Joe Menke. Later, in 1983, richtte hij samen met Harald Gutowski de uitgeverij GuM audio Media op.

Een bijzondere mijlpaal in zijn carrière vond plaats in 1964. In dat jaar richtte Menke Studio Maschen op, de allereerste particuliere geluidsstudio in Duitsland, die hij in de kelder van zijn eigen huis installeerde.

Op persoonlijk vlak was hij de echtgenoot van Karin Menke en de vader van Alexander Menke en Franziska Menke, die ook wel bekendstaat onder haar artiestennaam Frl. Menke.

In 1987 boekte Deutscher opnieuw groot succes, ditmaal als onderdeel van het duo Mixed Emotions met Oliver Simon.

Hun single ‘You want love (Maria Maria)’ bereikte de tweede plaats in Vlaanderen en werd een nummer 1-hit in Nederland.

De Duitse zanger Andreas Martin maakte hier later nog een Duitstalige versie van.

Ook voor zijn toenmalige echtgenote, schlagerzangeres Isabel Varell, schreef hij muziek.

Met de door hem gecomponeerde ‘Melodie d’amour’ werd zij in 1990 zesde tijdens de Duitse voorronde voor het Eurovisiesongfestival.

Op persoonlijk vlak was Drafi Deutscher drie keer getrouwd.

Zijn huwelijk met Isabel Varell duurde van 1989 tot 1991.

Daarvoor was hij van 1966 tot 1976 getrouwd met zijn eerste echtgenote, met wie hij in 1965 een tweeling kreeg: Drafi junior en René.

De veelzijdige zanger en componist overleed op 9 juni 2006 op zestigjarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 55 jaar geleden dat Carole King een indrukwekkende mijlpaal bereikte.

Op deze dag in 1971 behaalde haar legendarische tweede soloalbum Tapestry de gouden status in Amerika.

Dit meesterwerk, dat begin 1971 werd opgenomen in de beroemde A&M Recording Studios, groeide uit tot een van de meest succesvolle en invloedrijke albums aller tijden.

Vanaf juni van dat jaar domineerde het album maar liefst vijftien weken lang de eerste plaats van de Amerikaanse Billboard-hitparade.

Het succes was werkelijk overweldigend, want binnen twee jaar tijd gingen er in de Verenigde Staten al meer dan twaalf miljoen exemplaren van over de toonbank.

Inmiddels staat de wereldwijde teller zelfs op meer dan dertig miljoen verkochte platen.

Wat Tapestry zo bijzonder maakt, is de diepe persoonlijke stempel van Carole King, die aan elk nummer op het album meeschreef.

Voordat ze doorbrak als soloartiest, was ze in de jaren zestig al een ongelooflijk succesvolle songwriter in het befaamde Brill Building in New York.

Ze schreef daar destijds talloze hits voor anderen, vaak samen met haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin.

Voor de nummers ‘It’s too late’ en ‘Where you lead’ werkte ze op Tapestry samen met Toni Stern, terwijl absolute klassiekers als ‘Will you love me tomorrow’ en ‘(You make me feel like) a natural woman’ voortkwamen uit haar partnerschap met Gerry Goffin.

Voor dat laatste nummer leverde ook producer Jerry Wexler een bijdrage aan de tekst.

Hoewel sommige van deze liedjes al eerder wereldberoemd waren geworden in de uitvoeringen van respectievelijk The Shirelles en Aretha Franklin, kregen ze op Tapestry een geheel eigen, intiem karakter.

King nam de nummers op met een minimalistische bezetting, waarbij haar eigen pianospel en warme, kwetsbare stem centraal stonden.

Een leuk detail is dat de albumhoes, waarop King met haar kat naast haar bij het raam zit, werd gefotografeerd in haar eigen huiskamer in Laurel Canyon, de creatieve broedplaats van de toenmalige folkrockscene.

De kat op de voorgrond heette trouwens Telemachus.

De invloed van het album reikte destijds veel verder dan Kings eigen vertolkingen.

Haar goede vriend James Taylor, die ook meespeelde en zong op Tapestry, scoorde in diezelfde periode een gigantische nummer 1-hit met zijn eigen versie van ‘You’ve got a friend’.

Ook Barbra Streisand behaalde succes met haar vertolking van ‘Where You Lead’.

Deze ongekende muzikale en culturele impact werd in 1972 groots bekroond tijdens de Grammy Awards.

Carole King schreef geschiedenis door als eerste vrouw vier grote Grammy’s op één avond in de wacht te slepen, waaronder de prestigieuze prijzen voor Album of the Year en Record of the Year voor ‘It’s too late’

Ook James Taylor viel die avond in de prijzen en ontving een Grammy voor zijn prachtige uitvoering van haar compositie.

Met Tapestry vestigde Carole King zich definitief als de koningin van de singer-songwriters, en het album blijft tot op de dag van vandaag een tijdloos monument in de popgeschiedenis.

55 jaar geleden sloegen Joan Baez en Ennio Morricone de handen ineen voor Here’s To You, een nummer dat zij schreven voor de film Sacco & Vanzetti van regisseur Giuliano Montaldo.

Het lied brengt een ode aan Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti, twee Italiaanse anarchisten die in de jaren twintig ter dood werden veroordeeld door een Amerikaanse rechtbank.

Hun proces werd wereldwijd gezien als een schrijnend voorbeeld van klassenjustitie; de mannen kregen nooit een eerlijke kans en hun veroordeling leek eerder gebaseerd op hun politieke kleur dan op feitelijk bewijs.

Hoewel gratie een optie was, weigerden ze dit standvastig, omdat dit een schuldbekentenis zou impliceren.

De zaak leidde tot een enorme storm van protest binnen en buiten de Verenigde Staten.

Zelfs kopstukken als Albert Einstein, Marie Curie en George Bernard Shaw ondertekenden petities om het tij te keren, maar hun inzet mocht niet baten.

Op 23 augustus 1927 volgde de executie op de elektrische stoel, een gebeurtenis die internationaal voor een golf van ontzetting zorgde.

Pas vijftig jaar later, in 1977, erkende gouverneur Michael Dukakis officieel dat het proces onrechtvaardig was verlopen.

Spencer Sacco, de kleinzoon van Nicola, benadrukte tijdens deze plechtigheid dat hij deze erkenning van onschuld verkoos boven een postuum pardon, aangezien gratie nog altijd een zweem van schuld met zich mee zou dragen.

Ondanks de diepe historische impact bleef het commerciële succes van de single beperkt: het nummer behaalde de tweeëntwintigste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en de negenentwintigste positie in de Nederlandse Top 40.

Door de jaren heen is het nummer door talloze artiesten in diverse talen vertolkt.

De Israëlische zangeres Daliah Lavi zong het lied in het Engels, Frans en Duits, terwijl de Franse zanger Georges Moustaki zowel een Franse als Engelse versie uitbracht.

Ook Agnetha Fältskog, bekend van ABBA, nam het nummer in 1972 op in het Duits onder de titel Geh’ mit Gott.

In de jaren zeventig verscheen er bovendien een Nederlandstalige uitvoering; Thérèse Steinmetz coverde het nummer in 1978 als Steen Voor Steen.

Later volgden nog diverse bijzondere samenwerkingen, zoals in 1997 toen Nana Mouskouri het opnam met Les Enfoirés, en de uitvoering van Hayley Westenra die samen met Ennio Morricone een versie opnam voor het album Paradiso.

50 jaar geleden, Getty met haar nummer Love Me.

Getty Kaspers werd op 5 maart 1948 geboren in het Oostenrijkse Graz, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar Nederland.

Ze groeide op in Enschede, waar haar muzikale talent al snel naar boven kwam.

In de jaren zestig begon ze te zingen in lokale bands.

Haar grote doorbraak kwam toen ze begin jaren zeventig toetrad als leadzangeres van de popgroep Teach-In.

Na vroege hits zoals ‘Fly Away’ en ‘Tennessee Town’ volgde de internationale doorbraak met Ding-a-dong.

Met Teach-In kende ze in 1975 haar absolute hoogtepunt.

De groep werd geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm met het vrolijke, aanstekelijke nummer Ding-a-dong.

Ze mochten als eerste aantreden en wonnen uiteindelijk het festival met een ruime voorsprong.

Het nummer, geschreven door Eddy Ouwens, Dick Bakker en Will Luikinga, werd een grote internationale hit en bereikte de hitlijsten in heel Europa, waaronder een top 20-notering in het Verenigd Koninkrijk.

Na dit enorme succes bleef de band intensief toeren en singles uitbrengen, maar de druk en interne verschuivingen zorgden ervoor dat de bezetting veranderde.

Getty Kaspers besloot in 1976 te breken met de groep Teach-In om een solocarrière te starten.

Hoewel er geruchten gingen over ruzie, werd de beslissing in goed overleg met de andere groepsleden genomen.

De zangeres voelde dat het succes haar te veel was geworden; ze leefde enkel nog voor haar vak en kon niet meer genieten van het dagelijks leven.

Zo moest ze zaken als het houden van een hond, lezen en koken laten schieten vanwege de overvolle agenda die volgde op de winst van het Eurovisiesongfestival.

Deze plotselinge status als ster lag haar niet goed, omdat ze liever dicht bij zichzelf bleef dan een vedette te zijn.

Voor haar nieuwe weg als soloartiest koos ze ervoor om zich achter de schermen te laten begeleiden door John Gaasbeek, terwijl ze op het podium alleen stond.

Ze streefde ernaar om niet langer enkel als de zangeres van Teach-In te worden gezien, maar als een zelfstandige artiest.

In haar nieuwe loopbaan wilde ze een volwassener geluid laten horen dan het publiek van haar gewend was.

Ze was destijds achtentwintig jaar en vond dat haar muziek bij die levensfase moest passen.

Om haar felbegeerde privéleven te beschermen, nam ze zich voor om nog maar twee tot drie dagen per week te werken.

De rest van de tijd reserveerde ze voor haar rust en persoonlijke interesses.

Onder haar eigen naam bracht ze verschillende singles uit. Haar eerste solosingle in 1976 was ‘Love Me’, een nummer dat werd geproduceerd door Eddy Ouwens.

Dit lied werd geschreven door Bert Baarslag, die helaas op 18 mei 2020 is overleden, en John Gaasbeek, die destijds eveneens lid was van Teach-In.

In 1977 volgde de single ‘Mademoiselle (Mais Oui Je T’Aime).’

Dit nummer werd geschreven door Dick Kooiman, die destijds ook de hoofdredacteur was van de Nederlandse popmuziektijdschriften Muziek Expres (1977-1985) en Popfoto, en Eddy Ouwens, die daarnaast ook weer verantwoordelijk was als producer.

Hoewel ze hiermee airplay kreeg, kon haar solowerk het gigantische succes van de Teach-In-periode niet evenaren.

Samen met John Gaasbeek en Wilma Van Diepen vormde ze in 1978 de groep Balloon.

De twee singles Summerparty, die een medley was van verschillende nummers, en het nummer All You Need Is The Music, uitgebracht in 1979, waren helaas beide een flop.

In de jaren tachtig trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en verhuisde ze met haar toenmalige partner naar Portugal, waar ze een rustiger leven leidde buiten de muziekindustrie.

Na haar terugkeer naar Nederland bleef de liefde voor het Songfestival altijd aanwezig.

Ze bleef een graag geziene gast bij speciale gelegenheden, fanbijeenkomsten en tv-programma’s rondom het festival.

In 2009 trad ze nog eens op met een nieuwe bezetting van Teach-In tijdens de opening van het Eurovisiesongfestival in Moskou, waarmee ze bewees dat haar bekendste succes nog altijd springlevend is in het collectieve geheugen van de Europese popmuziek.

Eind 2024 werkte ze mee aan de speciale theaterproductie Dingedong – De Eurovisiemusical, waarin het 50-jarig jubileum van de songfestivalwinst werd gevierd en waarin zij de rol van juryvoorzitter vertolkte.

In maart 2025 vierde ze de bijzondere mijlpaal dat het exact 50 jaar geleden was dat ze met Teach-In het Eurovisiesongfestival won.

Ze is nog altijd een fervent volger van het Songfestival en spreekt zich samen met andere oud-winnaars, zoals Lenny Kuhr, weleens uit over het evenement.

De nu 78-jarige zangeres woont samen met haar man Cor in het Overijsselse Markelo.

Af en toe laat ze nog van zich horen in de media, zoals bij de presentatie van haar biografie Een leven lang geleden en recenter nog in tv-interviews.

50 jaar geleden, Ann Christy, het songfestival kan me gestolen worden.

Ann Christy uitte in 1976 haar ongezouten mening over het Eurovisiesongfestival.

Hoewel ze de editie in Den Haag op de voet volgde, waren haar indrukken verre van positief.

Ze stelde dat het festival haar gestolen kon worden en vond de inzendingen kwalitatief ondermaats.

Volgens haar was er geen enkel liedje dat echt indruk maakte.

Zelfs de meer gewaardeerde inzendingen, zoals die van Pierre Rapsat, konden haar niet overtuigen van de relevantie van het festival.

Ook de commerciële nummers vond ze weinig origineel; ze had het gevoel dat elk liedje een kopie was van een bestaande melodie en vond dat de componisten artistiek waren achtergebleven.

Een belangrijke reden voor deze matige kwaliteit was volgens haar de gebrekkige voorbereidingstijd.

Ze merkte op dat de organisatie in de meeste landen verkeerd werd aangepakt, waarbij artiesten en componisten vaak slechts een maand de tijd kregen om alles klaar te stomen.

In die korte periode moesten arrangementen worden gemaakt en promotiecampagnes worden opgezet, waardoor er volgens haar geen ruimte was voor een degelijke voorbereiding.

Ze betwijfelde dan ook sterk of ze haar kandidatuur voor een volgende editie zou indienen, tenzij er een systeem van préselectie zou komen dat artiesten een vol jaar de tijd gaf.

Voor haar was het festival veranderd in een soort hitparade-kermis die haar niet langer kon boeien.

Tegelijkertijd maakte ze destijds bewuste keuzes tussen het zingen in het Engels of het Nederlands.

Hoewel ze een single in beide talen uitbracht, besloot ze dat ze een dergelijke dubbele release niet snel zou herhalen.

Ze vond dat de geschiktheid van een taal sterk afhing van de melodie van het nummer.

Ondanks het succes van de Vlaamse versie van haar werk, ging haar persoonlijke voorkeur vaak uit naar de Engelse versies, omdat ze de teksten daarin sterker vond. In die periode concentreerde ze zich echter op de opname van een nieuwe lp die uitsluitend uit Nederlandstalige nummers bestond.

Het jaar 1976 markeerde ook een belangrijke nieuwe weg in haar carrière met een debuut op het toneel.

Ze schitterde in een muzikale enscenering van Midzomernachtsdroom in het Mechels Miniatuur Theater, het huidige t Arsenaal.

In dit stuk van Shakespeare speelde ze de rol van Helena, een zachtmoedig meisje.

Ze stond hiervoor op de planken met collega Marijn Devalck, die destijds nog optrad onder zijn artiestennaam Marino Falco.

De productie was een enorm succes en werd meer dan 150 keer opgevoerd voor uitverkochte zalen.

De liedjes voor deze productie werden grotendeels geschreven door componist Pieter Verlinden en zijn echtgenote Rita Van Dievel.

Zij schreven zes van de acht nieuwe nummers voor deze musical, die door haar persoonlijk werden ingezongen.

Voor haar was dit een essentiële ervaring waarin ze haar zangtalent combineerde met een nieuwe uitdaging in de acteerwereld.

Pieter Verlinden, die op 25 september 2002 overleed, was een zeer invloedrijke figuur in de Belgische televisiewereld.

Hij was jarenlang verantwoordelijk voor de sonorisatie van talrijke programma’s en series, waarbij hij de muziek en het geluid selecteerde.

Zijn werk was te horen in legendarische producties zoals Wij, Heren van Zichem, Slisse & Cesar en Echo, evenals in jeugdfeuilletons als ‘Johan en de Alverman’ en ‘Axel Nort’.

Na verloop van tijd begon hij steeds vaker zelf de muziek te componeren voor de projecten waarvoor hij werd gevraagd.

Een van zijn meest herkenbare composities was de begintune van De Collega’s, maar hij schreef ook de muziek voor series zoals ‘De vorstinnen van Brugge’, ‘Een mens van goede wil’, ‘Maria Speermalie’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘Mata Hari’, ‘Herenstraat 10’, ‘Hard labeur’ en ‘Het Pleintje’ .

Ook voor jeugdseries zoals ‘Johan en de ‘Alverman’ en ‘Keromar’ bleef hij actief als componist.

Naast zijn werk voor televisie schreef hij op tekst van Bert Vivier het nummer ‘Laat me nu gaan’, waarmee Linda Lepomme België vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in 1985.

Pieter Verlinden was bovendien de vader van voormalig VRT-journalist Peter Verlinden.

Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag