

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek





Everything I own is een nummer geschreven door David Gates en uitgebracht door zijn groep Bread in 1971.
Drie jaar later coverde Ken Booth het nummer en maakte er een reggaeversie.
In Groot-Brittannië goed voor een eerste plaats in de hitparade.
Ook andere artiesten zoals Andy Williams, Olivia Newton-John, Kamahl, Marcia Griffiths en Jack Jones coverde het nummer.
In Vlaanderen en Nederland was het nummer pas een groot succes in 1987 dankzij de cover van Boy George.
Zo bereikte zijn versie in Vlaanderen de tweede plaats in de Brt Top 30.
In Nederland was het nummer goed voor een vierde plaats in de hitparade.

Cat Stevens (geboren als Stephen Demetre Georgiou) is de zoon van een Grieks-Cypriotische vader en een Zweedse moeder.
Hij groeide op in Londen, waar zijn vader een restaurant had.
Hij schreef al op jonge leeftijd liedjes en trad gedurende de jaren zestig op, zonder veel succes.
Op zijn 19e kreeg hij tuberculose en moest gedurende lange tijd naar het ziekenhuis. Tussen 1967 en 1977 verkocht hij zo’n 40 miljoen lp’s.
Bij vrijwel elk lied werd hij bijgestaan door Alun Davies, die meestal de tweede gitaar speelde.
Cat Stevens is in de zomer van 1977 in de buurt van Malibu in een dronken bui aan het zwemmen.
De zanger komt in moeilijkheden, maar wordt door een golf teruggeworpen op het strand.
Cat Stevens ziet hierin een geschenk van God, en nadat hij van zijn broer een versie van de Koran heeft gekregen, bekeert hij zich tot de Islam, doet zijn artiestennaam in de ban en neemt op 23 December 1973 de naam Yusuf Islam aan. (diverse bronnen en Wikipedia)


De cover Some Guys Have All The Luck van Robert Palmer is geschreven door Jeff Fortgang in 1973 en toen uitgebracht door de Amerikaanse groep The Persuaders. Het bereikte toen de negenendertigste plaats in de Amerikaanse hitparade.
De single van Robert Palmer bereikte zowel in Vlaanderen als in Nederland niet de hitparade. Maar was wel een radiohit en ook terug te vinden op de verzamelaar Maybe It’s Live(1981)
Robert Palmer wordt als Alan Palmer op 19 januari 1949 in Balley in Yorkshire geboren, zijn jeugd brengt hij door op het eiland Malta.
Terug in Yorkshire leert Palmer gitaar spelen en richt hij zijn eerste bandje op.
Hij doet professionele ervaring op in de Alan Brown Set.
In 1970 versterkt hij de uit twaalf man bestaande jazzrockband Dada. Later werd Dada omgedoopt tot Vinegar Joe.
Vinegar Joe bestaat naast Robert Palmer uit Elkie Brooks, Mike Deacon, Pete Gage, Pete Gavin en Steve York.
Ondanks een ijzersterk repertoire en een aantal prima platen breekt Vinegar Joe niet door, en begin 1974 stopt Vinegar Joe er dan ook mee.
Vanaf 1974 is Robert Palmer actief als soloartiest en scoort zijn eerste hit met Sneakin’ Sally Through The Alley.
In Vlaanderen en Nederland heeft Robert Palmer in 1978 zijn eerste hit met Best Of Both Worlds.
In de jaren tachtig heeft Palmer diverse hits, waaronder: Johnny And Mary, Looking For Clues, Addicted To Love en Bad Case Of Loving You.
In 1985 richt Robert Palmer, samen met John en Andy Taylor van Duran Duran, de gelegenheidsband The Power Station op, en heeft daarmee internationale erkenning met de hits Some Like It Hot en de T.Rex cover Get It On.
Robert Palmer woonde de laatste jaren in Zwitserland en kwam te overlijden op 26 september 2003 en is 54 jaar geworden. (diverse bronnen en Wikipedia)

Stig Anderson heeft in 1963 de platenmaatschappij Polar Music opgericht, omdat hij voor zijn artiesten altijd één vaste locatie voor hun plaatopnamen gewild heeft.
In 1978 werden de Polar Studios opgericht door Benny Andersson en Björn Ulvaeus van ABBA samen met hun manager Stig Anderson.
Het was de bedoeling om een complete studio te hebben zodat ABBA alle opnamefaciliteiten in één studio had.
De studio’s waren dan ook bij hun opening de modernste van de wereld.
Na de dood van Anderson in 1997 worden Tomas en Marie Ledin, naast Lennart Ostlund, de nieuwe eigenaren van de Polar Music Studios aan 58-60 St. Eriksgatan in de Zweedse hoofdstad Stockholm.
De videoclip voor ABBA’s “Gimme! Gimme! Gimme! (A Man After Midnight)” werd in de studio opgenomen.
Op 1 mei 2004 wordt het complex gesloten.
In de Polar Music Studios heeft ABBA de albums Voulez Vous, Super Trouper en The Visitors opgenomen.
Ook Led Zeppelin, Robyn, Roxy Music, Adam Ant, Genesis, The Rolling Stones, The Backstreet Boys en The Cardigans hebben opnamen in deze studio gemaakt. (diverse bronnen en Wikipedia)







Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van SC Toof & Co, een commerciële drukkerij in Memphis.
De gronden werden genoemd naar Toofs dochter, Grace, die later de boerderij erfde.
Spoedig daarna werd het gedeelte van het land aangewezen als Graceland.
Het was Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, dat in 1939 samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een Amerikaans herenhuis bouwde in een “koloniale” stijl.
Graceland bestaat uit drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.

De badkamer waar het ontzielde lichaam van Elvis werd gevonden is pal boven de entree. De ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren. Bij de portiek staan aan beide zijden twee grote leeuwen.
Toen Elvis Graceland kocht werden er allemaal aanpassingen verricht.
Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren muziekthemapoort, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde “Jungle Room”, die beschikt over een overdekte waterval. In februari en oktober 1976 werd de Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio, waar Elvis bijna alle nummers opnam van zijn laatste twee albums: van Elvis Presley Boulevard Memphis Tennessee en Moody Blue, deze waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.
Elvis Presley wilde ook een plek hebben in de tuin om tot rust te kunnen komen.
Hij kwam op het idee van een Meditation Garden.
Elvis zal er tot aan zijn dood op 16 augustus 1977 wonen.

Nadat hij overleed, werd Elvis in de Meditatie Garden begraven net als zijn ouders Gladys en Vernon, en zijn grootmoeder.
Ook ligt er een kleine steen die de tweelingbroer van Elvis, Jesse Garon, (die bij de geboorte overleed) gedenkt.
De Meditation Garden was voor het publiek geopend vanaf 1978.
Graceland werd officieel geopend voor het publiek op 7 juni 1982.
Naast de muziek is Graceland, dat inmiddels uitgegroeid is tot een soort van bedevaartplaats, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.
Vandaag de dag is het landhuis in Memphis in Tennessee met zo’n 600.000 a 700.000 bezoekers per jaar (cijfers voor corona) het op één na meestbezochte ‘museumhuis’ van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.
Fans betalen een flinke duit voor een bezoek. Een tour van vier uur door het enorme huis kost 170 dollar, zo’n 153 euro, per persoon.
In 2016 bereikte Graceland een mijlpaal door de 20 miljoenste bezoeker te ontvangen.

