Vandaag, precies vijftig jaar geleden, deed een aanstekelijk nummer zijn intrede in de Vlaamse BRT Top 30: “Moviestar”.

Het was de creatie van de Zweedse zanger Jan Svensson, beter bekend onder zijn artiestennaam Harpo.

Het lied vertelt het verhaal van iemand die droomt van een grootse filmcarrière, maar in werkelijkheid slechts een rolletje in een tv-reclamespot heeft bemachtigd.

Een opvallend detail is dat de achtergrondzang werd verzorgd door niemand minder dan Anni-Frid Lyngstad, die toen wereldberoemd aan het worden was met Abba.

“Moviestar” groeide uit tot een grote hit en bereikte de vierde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland zelfs de tweede plaats in de Top 40.

Ondanks dit succes zou Svensson het niveau van “Moviestar” nooit meer evenaren, waardoor hij vaak als een eendagsvlieg wordt bestempeld.

Toch is Harpo nooit gestopt met optreden.

Naast zijn muziekcarrière legde hij zich later met succes toe op het fokken van paarden.

Deze passie kende echter een donkere keerzijde. In 1980 raakte hij ernstig gewond toen een van zijn paarden hem meermaals in het gezicht trapte, wat hem zijn reukvermogen en het zicht in één oog kostte.

Ondanks deze tegenslag bleef de muziek een constante in zijn leven.

In 2021 bracht hij zelfs zijn tiende album uit, getiteld “Songwriter”.

Op dit album staan enkele pareltjes zoals “We Should Be Building Bridges”, “Love Is Great And Butterflies Are Angels” en “The Boy In The Psychedelic T-Shirt”, waarmee hij bewijst dat de “Moviestar” nog steeds niet is uitgespeeld.

Vandaag 40 jaar geleden, Julien Clerc stapt in het huwelijksbootje met Virginie Couperie Eiffel.

Voordat zanger Julien Clerc zijn jawoord gaf aan Virginie Coupérie-Eiffel, deelde hij zijn leven met de Franse actrice Miou-Miou.

Samen kregen ze op 19 april 1978 een dochter, Jeanne Herry, die later zelf een succesvolle carrière als filmmaker en actrice zou uitbouwen.

Een nieuwe fase in zijn leven begon toen hij Virginie Coupérie-Eiffel ontmoette. De vonk sloeg over toen de zanger een paard kwam kopen bij Virginie, die op dat moment een professionele jumpingruiter was en een afstammelinge van de beroemde Gustave Eiffel.

Het koppel trouwde op 14 september 1985 op haar landgoed in de Gironde.

Hun gezin breidde zich uit met de komst van dochter Vanille, drie jaar na hun huwelijk, en zoon Barnabé, die in 1995 werd geboren.

Hun leven samen inspireerde Clerc tot een van zijn grootste hits, “Fais-moi une place” (1990), een nummer waarvoor hij zelf de muziek componeerde.

Hoewel de tekst door Françoise Hardy werd geschreven, wordt het nummer beschouwd als zijn muzikale verklaring aan Virginie, een vraag om een plek in haar wereld van rust en paarden.

Na een huwelijk van 22 jaar ging het paar in 2007 uit elkaar.

Na de scheiding gingen beiden hun eigen weg. Virginie Coupérie-Eiffel bouwde een carrière uit als verslaggeefster voor paardensportevenementen bij France Télévisions.

Voor haar verdiensten werd ze in 2013 benoemd tot Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.

Julien Clerc vond opnieuw de liefde bij romanschrijfster Hélène Grémillon, met wie hij in 2012 trouwde. Zij hadden voor hun huwelijk al een zoon gekregen, Léonard.

50 jaar geleden, waarom zanger Peter West ook voor andere artiesten een goede promotor kan zijn.

De muzikale reis van Paul Nijs, bij het grote publiek beter bekend als zanger Peter West, begon al op jonge leeftijd met een opleiding klassieke gitaar aan de plaatselijke muziekschool.

Als zestienjarige zette hij onder de naam Paul Robbins zijn eerste stappen in de showbizz met een eigen plaat.

Al snel sloot hij zich aan bij de groep “Les Jeunes”, waar hij samenspeelde met een jonge Paul Michiels.

Daarna werd hij lid van “The Hit Boys”, een in de streek zeer bekend orkest waar hij het podium deelde met artiesten als Bobby Prins en Luc Derdin.

Een cruciale wending kwam er tijdens zijn legerdienst in 1968.

In Turnhout ontmoette hij commandant Karel Van Herck, die op dat moment de manager was van gevestigde waarden als Marc Dex, Juul Kabas en Micha Marah.

Onder de vleugels van Van Herck en met topproducer Roland Kluger lanceerde hij in 1969 zijn eerste single als Peter West: “Santo Domingo”.

Vanaf dat moment kwam zijn carrière in een stroomversnelling.

Hits als “Met jou wil ik leven”, “Lieveling”, “Zoon van mijn vader”, “Zeg aan Carina” en “Zonder vrees” volgden elkaar in hoog tempo op. “Zeg aan Carina” was een compositie van Leo Caerts, de man achter “Eviva Espana”, en met “Zonder vrees” stond Peter West drie weken lang op nummer één in de Tele top tien.

In deze topperiode verzorgde een toen nog onbekende Ann Christy zijn voorprogramma, nog voor ze zelf doorbrak via Canzonissima.

In 1974 besloot Paul Nijs een andere weg in te slaan en werd hij producer bij Monopole Records. In die rol toonde hij zijn talent om andere artiesten te lanceren.

Hij zorgde ervoor dat Claire haar superhit “Vreemde Vogels” kon opnemen, waarmee ze zes weken op nummer één stond in Nederland.

Ook de eerste opnames van Judy Mc Queen (Sonia Pelgrims) waren producties van zijn hand; haar single “Moving Along” werd in 1975 een hit die tien weken in de BRT Top 30 stond.

Dankzij uitstekende contacten in de Duitse muziekwereld verhuisde Peter in 1976 definitief naar Düsseldorf.

Dit betekende het einde van zijn loopbaan als zanger.

Toch was zijn invloed nog niet voorbij.

Zijn voormalige begeleidingsband, “The Classic Illustration”, scoorde in 1977 met een productie van Peter West een nummer die de Top 5 bereikte in verschillende landen met het nummer “Darling I Love You”.

Paul Nijs, de man achter de artiest Peter West, overleed in mei 2023.

45 jaar geleden, Harry Thumann, internationaal succes voor een technicus

Thumann startte zijn carrière als drummer tijdens tournees van diverse bands.

Nadat hij het tourleven beu werd, richtte hij zijn pijlen op de elektronische muziek. Hij leverde ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van verschillende types synthesizers (o.a. de iconische Fairlight II) en studio-apparatuur en was één van de eerste muzikanten die gebruikt maakte van MIDI en de Commodore 64 voor muziek.

‘Underwater’ staat op het debuutalbum ‘American Express’ dat in 1979 werd uitgebracht.

Vier jaar later lag de opvolger ‘Andromeda’ in de winkel, Harry’s tweede en laatste album. Het nummer ‘Sphinx’ was – samen met het klassieke stuk ‘Procession Of Bacchus’ van Léo Delibes – een van de inspiratiebronnen voor het iconische Knight Rider-thema.

Harry Thumann werkte tevens samen met o.a. het Italiaanse kamerorkest Rondo Veneziano dat als één van de eerste acts klassiek vermengde met synthesizermuziek.

Thumann overleed in 2001 op amper 49-jarige leeftijd

Deze week 53 jaar geleden bereikte het nummer Popcorn, en dat zowel voor de groepen Hot Butter en The Anarchic System, de eerste plaats in de BRT Top 30, een positie die twee weken werd vastgehouden.

De componist van deze instrumentale klassieker is Gershon Kingsley, geboren als Götz Gustav Ksinski op 28 oktober 1922 in het Duitse Bochum.

Vanwege zijn joodse vader en de verslechterende politieke toestand in Duitsland, vertrok hij in 1938 als 15-jarige alleen naar Palestina.

Daar studeerde hij aan het Conservatorium van Jeruzalem en was hij lid van de zionistisch-Joodse paramilitaire organisatie Haganah.

Pas acht jaar later zou hij zijn ouders terugzien in Amerika.

Samen met zijn vriend Jean-Jacques Perrey richtte hij de popgroep The Perrey-Kingsley op.

Ze brachten in 1966 hun eerste lp ‘The In Sound from Way Out’ uit, een jaar later gevolgd door ‘Kaleidoscopic Vibrations, Spotlight on the Moog’.

Daarna ging Kingsley solo en bracht in 1969 zijn album ‘Music to Moog By’ uit.

Op deze lp stonden naast covers ook eigen nummers, waaronder het voor zijn Moog synthesizer geschreven Popcorn.

Drie jaar later werd het nummer gecoverd door diverse artiesten, waaronder Hot Butter, het Pop Corn Orchestra met een jonge Jean-Michel Jarre, en Anarchic System.

Deze laatste groep was opgericht door Olivier Toussaint en Paul de Senneville, die we ook kennen van hun hit Dolannes Melodie en als componist van Ballade Pour Adeline.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland behaalden de versies van Anarchic System en Hot Butter de eerste plaats in de hitparade.

Kingsley schreef ook veel muziek voor films en tv-series, waaronder nog in 2009 voor de film Silent Night, Bloody Night. Hij overleed op 10 december 2019 op 97-jarige leeftijd in Manhattan, New York.

Luisa Fernandez mag vandaag 64 kaarsjes uitblazen.

Luisa Fernandez werd in het Noord-Spaanse Vigo geboren, maar verhuisde met haar familie begin jaren 70 naar het Duitse Hamburg.

Daar volgde ze een opleiding tot kapster. In 1977 neemt Luisa, dan 16 jaar, deel aan een talentenjacht in een discotheek in Alveslohe.

Ze wordt daardoor ontdekt en krijgt meteen een platencontract.

In 1978 ligt de debuutsingle ‘Lay Love On You’ in de winkel, een nummer dat wel heel veel gelijkenissen vertoont met de hits van de Australische popzanger John Paul Young, die op dat moment erg populair is.

‘Lay Love On You’ werd een grote zomerhit met hoge noteringen in Vlaanderen (n°7), Nederland (n°4), Duitsland, Oostenrijk en Nieuw-Zeeland.

Enkele weken later deed ze dat nog eens over met ‘Give Love A Second Chance’.

Met het wegdeemsteren van disco verdween ook Luisa van de radar.

In 1986 duikt ze weer op aan de zijde van Peter Kent, in 1981 zelf goed voor een zomerhit met ‘It’s A Real Good Feeling’, met wie ze ook trouwde.

Samen scoren ze in 1987 een Oostenrijkse n°1-hit met ‘Solo Por Ti’.

De samenwerking en haar relatie met Kent wordt in 1997 beëindigt.

Na 1997 brengt Fernandez opnieuw solonummers uit, zonder veel succes evenwel

Gisteren nog vandaag

The Go-Go’s, de lieverdjes van Specials en Madness

The Go-Go’s zagen het levenslicht in 1978 in de punkscene van Los Angeles.

De groep werd opgericht door Belinda Carlisle, die haar sporen al had verdiend bij de legendarische band The Germs, samen met Charlotte Caffey en Jane Wiedlin. Met de komst van drumster Gina Shock in 1979 was de bezetting compleet en begon de band met redelijk succes op te treden in het clubcircuit.

Hun aanstekelijke rock & roll, met een duidelijke knipoog naar de meidengroepen uit de jaren zestig, wist het publiek te boeien, maar platenmaatschappijen hapten niet toe.

Gedesillusioneerd maar vastberaden namen de dames in 1980 een drastische beslissing: ze zegden hun banen op om zich volledig op de muziek te richten.

Een tournee door Engeland in het voorprogramma van The Specials bleek een gouden zet.

Het leverde niet alleen een romance op tussen Jane Wiedlin en Specials-zanger Terry Hall, maar ook hun eerste single, ‘We Got The Beat’.

Kort daarna kwam bassiste Kathy Valentine de gelederen versterken en eindelijk toonde een platenlabel, I.R.S. Records, interesse.

In 1981 namen ze met producer Richard Gottehrer hun debuutalbum ‘Beauty and the Beat’ op.

De plaat werd een fenomenaal succes in de Verenigde Staten, waar er meer dan twee miljoen van werden verkocht.

Hits volgden snel, waaronder het door Wiedlin en Hall geschreven ‘Our Lips Are Sealed’ en de opnieuw uitgebrachte single ‘We Got The Beat’, die op zijn beurt een miljoen keer over de toonbank ging.

Druggebruik, persoonlijke conflicten en onenigheid over de muzikale koers zorgden voor steeds meer spanningen.

In oktober 1984 besloot Jane Wiedlin de band te verlaten.

Met Paula Jean Brown als vervangster speelden The Go-Go’s in 1985 nog op het Rock In Rio Festival, maar de magie was verdwenen.

In mei van datzelfde jaar besloten Belinda Carlisle en Charlotte Caffey de stekker uit de groep te trekken.

Carlisle startte een succesvolle solocarrière, terwijl Caffey zich liet behandelen voor haar drugsverslaving. Na deze succesvolle behandeling, Starte ze ook een solocarrière die er mag zijn, binnenkort meer over deze dame in onze groep.

Een reünietournee in 2000 bracht de oorspronkelijke leden weer samen en leidde in 2001 zelfs tot een nieuw album: ‘God Bless The Go-Go’s’.

Dit jaar waren ze ook aanwezig op het Coachella Valley Music and Arts Festival 2025. Waar ook onder meer Lady Gaga, Green Day en

Travis Scott van de partij waren.