Het is bijna niet te geloven, maar vandaag, 8 juni, viert Nancy Sinatra haar 85e verjaardag!

Een memorabel moment in haar carrière deelde ze met haar vader, Frank Sinatra.

Op 13 april 1967 bereikten Frank en Nancy Sinatra de eerste plaats in de Engelse hitlijsten met hun duet “Somethin’ Stupid”.

Dit is tot op heden de enige keer in de popgeschiedenis dat een vader en dochter samen een nummer 1-hit scoorden.

In Nederland behaalde “Somethin’ Stupid” de tweede plaats, evenals de Nederlandse cover van Willy en Willeke Alberti, getiteld “Dat Afgezaagde Zinnetje”.

Ook in Vlaanderen bereikte ze de tweede plaats in de Hitparade.

In 2001 werd het nummer opnieuw succesvol gecoverd door Robbie Williams en Nicole Kidman, die er de 9e plaats mee behaalden.

Naast dit duet, brak Nancy Sinatra echt internationaal door in 1966 met haar iconische nummer “These Boots Are Made for Walkin'”.

Het nummer en de videoclip, waarin ze laarzen draagt en danst, werden een cultureel fenomeen.

Ook buiten de muziek had ze succes; ze speelde in een aantal films, waaronder de bekendste “Speedway” (1968) met Elvis Presley.

Ze zong bovendien het thema voor de James Bond-film “You Only Live Twice” uit 1967, wat een van de herkenbaarste Bond-liedjes is geworden.

Na haar hoogtijdagen in de jaren 60 is Nancy Sinatra altijd muziek blijven maken.

De geschiedenis van het Duitse Tv-programma Musikladen en zijn al even beruchte gogo-danseressen.

Op 13 december 1972 ging “Musikladen” van start, met optredens van onder meer Lyndsey de Paul en Slade. Uschi Nerke en Manfred Sexauer presenteerden de show, die al snel een groot succes werd in West-Duitsland.

De slogan “Optreden in ‘Musikladen’ betekent een hit” bleek waar, want al snel volgden grote namen als Roxy Music, Abba, Suzi Quatro, The Doobie Brothers, Randy Newman, Van Morrison en The Kinks.

Vanaf het midden van de jaren zeventig verschoof de focus van het programma naar een meer commerciële aanpak.

Dit opende de deuren voor vele Nederlandse artiesten, waaronder George Baker Selection, Pussycat, BZN en Long Tall Ernie & The Shakers, waardoor ook in Vlaanderen de interesse in “Musikladen” toenam.

De opkomst van disco bracht Europese artiesten als Boney M., Baccara, Eruption, La Belle Epoque en Amanda Lear naar de show.

In mei 1977 werd de kenmerkende begintune van “Musikladen” geïntroduceerd, gebaseerd op “A Touch of Velvet – A String of Brass” van The Mood Mosaic.

Tijdens deze tune toonden gogo-danseressen de gastenlijst op grote borden.

Deze danseressen kregen een steeds prominentere rol in het programma, zowel als achtergronddecoratie tijdens liveoptredens als in speciale danssegmenten.

Soms was hun optreden meer dan wat de toenmalige norm toeliet, met als bekendste voorbeeld de hit “Let’s All Chant” van de Michael Zager Band.

In een terugblik in 2012 merkte mediawebsite Wunschliste op dat het een “klein televisiewonder” was dat deze danseressen destijds door de censuur kwamen.

De toenmalige seksuele vrijheid speelde hier ongetwijfeld een rol in. Anderen waren verbaasd dat dit op de “serieuze” zender ARD te zien was, bekend van het journalistieke “Tagesschau”.

De afnemende populariteit van disco, de verschillende presentatiewisseling en de opkomst van MTV betekenden het einde voor “Musikladen”.

In november 1984 viel het doek definitief. Voor veel vijftigplussers bleef het programma echter een dierbare herinnering.

Vandaag, 45 jaar geleden, op 19 april 1980, stond Blondie met het nummer “Call Me” bovenaan de Billboard-hitlijst.

Producer Giorgio Moroder schreef de muziek van “Call Me” en Debbie Harry de tekst.

Giorgio Moroder had oorspronkelijk zangeres Stevie Nicks van Fleetwood Mac in gedachten, maar toen zij het aanbod afsloeg, liet hij Debbie Harry het nummer zingen.

Overigens waren Debbie Harry en haar man, Chris Stein, fan van de muziek van Giorgio Moroder. Voor het nummer ‘Heart Of Glass’ lieten ze zich inspireren op zijn producties.

In de studio waren alleen Debbie en Chris aanwezig, omdat Giorgio Moroder zijn eigen muzikanten verkoos boven de andere leden van Blondie.

Zo horen we onder meer Harold Faltermeyer (keyboards) en Keith Forsey (drums).

Ook Chris Stein moest toegevingen doen en zijn gitaarspel werd bewerkt met processing.

“Call Me” werd ook gebruikt voor de film “American Gigolo” en is de bestverkochte single van Blondie in Amerika.

De single werd ook genomineerd voor een Grammy.

50 jaar geleden, Tom Jones, de vakantie van een showgod.

In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.

Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.

Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.

Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.

Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.

Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.

Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.

Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.

Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.

45 jaar geleden, in het liefdesnest van The Captain & Tennille.

Het verhaal van The Captain & Tennille, een muzikaal duo dat ontstond toen Daryl Dragon, toen pianist bij de Beach Boys, en Toni Tennille, die optrad met een zelfgeschreven musical, elkaar in 1971 ontmoetten.

Hun samenwerking en romance bloeiden snel op.

Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract, wat al snel leidde tot hun doorbraaksingle “Love Will Keep Us Together”, een cover van Neil Sedaka die wekenlang de eerste plaats in de Verenigde Staten veroverde.

Voor dit nummer ontvingen ze in 1975 een Grammy Award, en later dat jaar bezegelden ze hun liefde met een huwelijk.

De jaren die volgden stonden in het teken van muzikaal succes.

In 1976 haalden ze in de Verenigde Staten de top vijf met maar liefst drie singles: “Lonely Night (Angel Face)”, “Muskrat Love” en “Shop Around” (een cover van Smokey Robinson).

Hun laatste grote hit was “Do That to Me One More Time”, een nummer 1 in de Verenigde Staten en hun enige notering in de Vlaamse en Nederlandse hitlijsten.

Gisteren nog vandaag

Dit nummer, geschreven door Toni Tennille, bereikte in Vlaanderen en Nederland de tweede plaats in zowel de BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Naast haar werk met The Captain, was Toni Tennille later achtergrondzangeres op de plaat “Don’t Let the Sun Go Down on Me” van Elton John en werkte ze mee aan het iconische album “The Wall” van Pink Floyd.

Ze bracht ook een aantal soloalbums uit met jazzballads en arrangementen van standards uit de jaren dertig en veertig.

In januari 2014 scheidden Dragon en Tennille na een 39-jarig huwelijk, hoewel ze bleven samenwonen.

Er werd in diverse media gesuggereerd dat deze scheiding mogelijk was ingegeven door de hoge behandelkosten voor de aan de ziekte van Parkinson lijdende Daryl Dragon.

Deze ziekte maakte een einde aan zijn carrière als pianist en performer.

Daryl Dragon overleed op 2 januari 2019 (Joepie 13 april 1980)

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 50 jaar geleden, maakte Kojak (Telly Savalas) een promovideo in Berlijn voor het muziekprogramma TopPop (25 maart 1975)

Deze video werd uitgezonden op 28 maart 1975, op Nederland 2.

Telly Savalas, geboren als Aristotle Savalas, had zijn eerste filmrollen in de jaren vijftig te danken aan zijn vermogen om met een geloofwaardig Europees accent te spreken, een gevolg van zijn afkomst als zoon van Griekse immigranten.

Daarvoor werkte hij als regisseur van nieuwsuitzendingen bij televisiezender ABC.

In 1962 leverde een bijrol als sadistische medegevangene in “Birdman of Alcatraz”, naast Burt Lancaster, hem een Oscarnominatie op voor beste mannelijke bijrol.

Drie jaar later vroeg regisseur George Stevens hem om zijn hoofd kaal te scheren voor de rol van Pontius Pilatus in “The Greatest Story Ever Told”.

De televisieserie “Kojak” werd in 1978 stopgezet na een campagne tegen geweld op de Amerikaanse televisie.

De politieman Kojak keerde echter in 1984 en 1985 terug in twee televisiefilms.

Zijn broer, George Savalas (1924-1985), was ook acteur en speelde detective Stavros in “Kojak”.

Hoewel Savalas na het einde van de serie nog andere rollen vertolkte, bleef hij vooral bekend door zijn rol als Kojak.

Hij accepteerde dit naar eigen zeggen zonder problemen: “Voor ‘Kojak’ had ik al zestig films gemaakt met de grootste namen in de filmindustrie, maar voor het publiek bleef ik ‘die-hoe-heet-hij-ook-alweer’.

Kojak heeft me de erkenning gegeven die ik verdiende.”

Telly Savalas overleed op 22 januari 1994 aan blaas- en prostaatkanker, een dag na zijn 72e verjaardag (Joepie 26 maart 1975)

Patrick’s dagelijkse Singles, vandaag de Oostenrijkse zangeres Gilla in de kijker.

Gilla, geboren als Gisela Wuchinger (Linz, Oostenrijk, 27 februari 1950), haar muzikale carrière begon in de band van haar vader, Niki Wuchinger.

Na haar studies in Salzburg zong ze in de bands Traffic en later in Seventy-five-music.

Haar doorbraak kwam toen ze in contact kwam met de Duitse producer Frank Farian.

Ze bracht diverse singles uit, waarbij haar rauwe stemgeluid opviel, perfect passend bij de sexy en zwoele nummers die Farian voor haar produceerde, zoals de Duitse versie van ‘Voulez-vous coucher avec moi’ (‘Lady Marmalade’, 1975).

Haar grootste succes in Duitsland en haar thuisland was de single ‘Tu es!’ (1976).

In Vlaanderen scoorde ze vier hits en in Nederland eentje meer.

Want bij onze buren scoorde ze een hit in 1976 met het nummer ‘Why Don’t You Do It’, toen goed voor een negentiende plaats in de Top 40.

Haar eerste bescheiden succes in Vlaanderen was in 1977 met de single ”Help’, dat in 1977 twee weken in de Top 30 stond.

In Nederland goed voor een twintigste plaats in de Top 40.

Voor haar volgende nummer, ‘Gentlemen Callers Not Allowed’ (1977), werkte ze samen met Bobby Farrell, bekend van Boney M.

Het nummer bereikte de elfde plaats in de BRT Top 30 en bleef acht weken in de hitparade.

Een jaar later coverde ze ‘Bend Me, Shape Me’ van The Outsiders, geschreven door Scott English en Larry Weiss.

Gilla’s discoversie kwam op 13 mei 1978 de BRT Top 30 binnen en bereikte op 24 juni de achtste plaats.

Het nummer stond tien weken in de hitparade.

In Nederland bereikte het de twaalfde plaats in de Top 40.

Met haar opvolger, ‘We Gotta Get Out of This Place’ (1979), een cover van The Animals uit 1965, geschreven door Barry Mann en Cynthia Weil, bleef ze slechts twee weken in de BRT Top 30.

Het nummer is afkomstig van haar album ‘I Like Some Cool Rock ‘n’ Roll’.

Net als haar twee eerdere lp’s, ‘Help Help’ en ‘Bend Me, Shape Me’, zijn deze albums voor verzamelaars waardevol en worden ze duur verkocht.

Na de geboorte van haar dochter Nadja werd het een tijdje stil rond Gilla.

Ze is getrouwd met producer Helmut Rulofs, die bij Frank Farian in dienst was.

Onder het pseudoniem G. Winger schreef ze het nummer ‘I See a Boat on the River’ (een top 10-hit voor Boney M.).

Later was ze ook op de achtergrond betrokken bij de groep Milli Vanilli.

Tegenwoordig woont ze in Braunfels, Hessen, en treedt ze alleen nog bij gelegenheden op.

Vandaag, 75 jaar geleden, op 2 maart 1950 werd Karen Carpenter geboren.

Samen met haar broer, Richard, die op 15 oktober 1946 ter wereld kwam, vormde ze het wereldberoemde duo The Carpenters.

Nadat Karen zangles had genomen, daarvoor was ze namelijk drumster en het duo koos voor een meer toegankelijk repertoire, tekenden ze een platencontract.

Hun eerste album, “Offering”, leek te floppen, maar toen “Ticket To Ride” alsnog een hit werd, werd het album omgedoopt tot “Ticket To Ride” en verkocht het goed.

Het door Burt Bacharach en Hal David geschreven nummer “Close To You” werd een wereldhit voor The Carpenters.

Ondanks hun brave imago wisten Karen en Richard ook serieuze popliefhebbers te overtuigen met hun vertolking van Leon Russell’s “Superstar”, waarmee ze in 1971 in Vlaanderen en Nederland een hit scoorden.

Vele hits volgden, waaronder “Jambalaya”, “Please Mr. Postman” en “Yesterday Once More”. In 1973 beleefden The Carpenters hun topjaar met het album “Now & Then” en de compilatie “The Singles 1969-1973”, die hoog in de hitlijsten stonden.

Daarna werd de formule met teruglopend succes uitgemolken.

Bovendien eiste het succes zijn tol. Richard was lange tijd verslaafd aan drugs.

Karen overleed op 4 februari 1983 aan de indirecte gevolgen van haar ziekte Anorexia Nervosa.

Karen Carpenter’s strijd tegen anorexia nervosa had toen een grote impact op het publieke debat over eetstoornissen.

Haar openheid over haar ziekte heeft geholpen om het stigma rond psychische problemen te verminderen.

Naar aanleiding hiervan trad onder anderen Lady Di naar buiten met haar eetstoornis.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De terugkeer van de Carpenters (Joepie 5 juli 1981)

Gisteren nog vandaag