
50 jaar geleden, Guido Van Liefferinge, met welk recht weert men artiesten van eigen bodem op radio en tv (Joepie 18 juni 1975)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek






Kenny Loggins’ carrière begon in 1969, toen hij kortstondig gitaar speelde in de psychedelische rockband The New Improved Electric Prunes.
Al snel bleek zijn talent als liedjesschrijver, in 1970 schreef hij nummers voor The Nitty Gritty Dirt Band, die later als The Dirt Band in 1980 in onze contreien een hit scoorden met het nummer “An American Dream”.
Zijn volgende stap was een succesvolle samenwerking met Jim Messina, een voormalig lid van Poco en Buffalo Springfield.
Als Loggins & Messina werden ze een fenomeen, met maar liefst 16 miljoen verkochte albums waren ze het succesvolste Amerikaanse duo, totdat Hall & Oates die titel opeisten.
In 1977 koos Loggins voor een solopad en bracht hij zijn debuutalbum “Celebrate Me Home” uit.
Hierop stond het prachtige duet “Whenever I Call You Friend” met Fleetwood Mac’s Stevie Nicks.
Het nummer werd in de zomer van 1978 zijn eerste solohit, met een mooie vijfde plaats in de Amerikaanse hitlijsten.
De samenwerking met Michael McDonald bleek goud waard, zo schreven ze samen het nummer “What A Fool Believes” dat een nummer 1-hit werd voor The Doobie Brothers in Amerika.
En natuurlijk was er ook het nummer “This Is It”, Loggins’ zijn tweede grote hit.
De single bereikte de elfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100 en werd genomineerd voor een Grammy Award voor Best Male Pop Vocal Performance.
Dit nummer, uitgebracht in 1979 in Amerika en in Europa pas in januari 1980, deed het matig in de Nederlandse Top 40 en bereikte daar de vijfentwintigste plaats en in Vlaanderen bleef een hitnotering zelfs uit.
In de jaren 80 werd hij de koning van de filmsoundtracks, want na “Footloose” leverde hij in 1986 opnieuw een bijdrage met de kaskraker Top Gun.
Het opzwepende “Danger Zone” werd een gigantische hit in Amerika en strandde op een haar na op de felbegeerde nummer 1-positie

Een memorabel moment in haar carrière deelde ze met haar vader, Frank Sinatra.
Op 13 april 1967 bereikten Frank en Nancy Sinatra de eerste plaats in de Engelse hitlijsten met hun duet “Somethin’ Stupid”.
Dit is tot op heden de enige keer in de popgeschiedenis dat een vader en dochter samen een nummer 1-hit scoorden.
In Nederland behaalde “Somethin’ Stupid” de tweede plaats, evenals de Nederlandse cover van Willy en Willeke Alberti, getiteld “Dat Afgezaagde Zinnetje”.
Ook in Vlaanderen bereikte ze de tweede plaats in de Hitparade.
In 2001 werd het nummer opnieuw succesvol gecoverd door Robbie Williams en Nicole Kidman, die er de 9e plaats mee behaalden.
Naast dit duet, brak Nancy Sinatra echt internationaal door in 1966 met haar iconische nummer “These Boots Are Made for Walkin'”.
Het nummer en de videoclip, waarin ze laarzen draagt en danst, werden een cultureel fenomeen.
Ook buiten de muziek had ze succes; ze speelde in een aantal films, waaronder de bekendste “Speedway” (1968) met Elvis Presley.
Ze zong bovendien het thema voor de James Bond-film “You Only Live Twice” uit 1967, wat een van de herkenbaarste Bond-liedjes is geworden.
Na haar hoogtijdagen in de jaren 60 is Nancy Sinatra altijd muziek blijven maken.


Johnny Logan, we hadden het lesje van Dana niet vergeten (Joepie 11 mei 1980).


Gisteren nog vandaag
Het conservatorium werd opgericht door Joseph-Martin Mengal, een componist van nationalistische liederen, romances en opera’s, en een bekend hoornspecialist.
Aanvankelijk telde de school 300 leerlingen, een aantal dat snel steeg tot 800.

Vanaf tien jaar oud was iedereen welkom.
In de 20e eeuw groeide het conservatorium uit tot een hogere kunstopleiding van academisch niveau, toegankelijk voor studenten met een middelbareschooldiploma.
Het studieaanbod werd uitgebreid met jazz, popmuziek, muziekproductie en instrumentenbouw.
Sinds 2011 vormt het Koninklijk Conservatorium samen met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Hogeschool Gent de School of Arts.

Op 13 december 1972 ging “Musikladen” van start, met optredens van onder meer Lyndsey de Paul en Slade. Uschi Nerke en Manfred Sexauer presenteerden de show, die al snel een groot succes werd in West-Duitsland.
De slogan “Optreden in ‘Musikladen’ betekent een hit” bleek waar, want al snel volgden grote namen als Roxy Music, Abba, Suzi Quatro, The Doobie Brothers, Randy Newman, Van Morrison en The Kinks.
Vanaf het midden van de jaren zeventig verschoof de focus van het programma naar een meer commerciële aanpak.
Dit opende de deuren voor vele Nederlandse artiesten, waaronder George Baker Selection, Pussycat, BZN en Long Tall Ernie & The Shakers, waardoor ook in Vlaanderen de interesse in “Musikladen” toenam.
De opkomst van disco bracht Europese artiesten als Boney M., Baccara, Eruption, La Belle Epoque en Amanda Lear naar de show.
In mei 1977 werd de kenmerkende begintune van “Musikladen” geïntroduceerd, gebaseerd op “A Touch of Velvet – A String of Brass” van The Mood Mosaic.
Tijdens deze tune toonden gogo-danseressen de gastenlijst op grote borden.
Deze danseressen kregen een steeds prominentere rol in het programma, zowel als achtergronddecoratie tijdens liveoptredens als in speciale danssegmenten.
Soms was hun optreden meer dan wat de toenmalige norm toeliet, met als bekendste voorbeeld de hit “Let’s All Chant” van de Michael Zager Band.
In een terugblik in 2012 merkte mediawebsite Wunschliste op dat het een “klein televisiewonder” was dat deze danseressen destijds door de censuur kwamen.
De toenmalige seksuele vrijheid speelde hier ongetwijfeld een rol in. Anderen waren verbaasd dat dit op de “serieuze” zender ARD te zien was, bekend van het journalistieke “Tagesschau”.
De afnemende populariteit van disco, de verschillende presentatiewisseling en de opkomst van MTV betekenden het einde voor “Musikladen”.
In november 1984 viel het doek definitief. Voor veel vijftigplussers bleef het programma echter een dierbare herinnering.

Na zijn succesvolle cd’s “Oudenaarde een Hymne” (2014) en “Oudenaarde een Idioticon” (2022), die beide rijk zijn aan unieke teksten en muzikale composities, bracht hij verleden jaar een nieuwe cd uit met liederen in de Zuid-Oost-Vlaamse streektaal.
Deze keer richt Verwée zich op het fascinerende taalgrensgebied rond de stad Ronse, “Koningin der Vlaamse Ardennen” en “Le Pays des Collines”.
Opnieuw bracht hij erfgoed, sagen, mythen, folklore en lokale verhalen tot leven in zijn muziek.
Steef Verwée (1951), van jongs af aan gepassioneerd door het Oudenaards dialect, groeide op in een familie waar “ouwenors” de voertaal was.
Zijn familiewortels gaan terug tot het midden van de 16e eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.
Op zijn achttiende schreef Steef zijn eerste Oudenaardse liederen, waarmee hij lokaal optrad.
Na zijn studies aan het conservatorium van Gent in 1973 begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.
Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen en Amsterdam.
Zijn succesvolle producties, waaronder “Claus on the Rocks”, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV, een welkome bron van inkomsten voor de jonge vader.
In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij “De Cirkel” op.
Na zijn periode bij Theater Arena startte hij “Applied Promotions Intermed nv”, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.
Ondertussen bleef hij eigen werk creëren, met als hoogtepunt de première van “The Erotic Opera” in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.
Zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling.
In 2012, voor de retrospectieve tentoonstelling “Beatles, Bombardons en Buuneklakkers”, werd Steef gevraagd om zijn jaren 60 liedjes in het Oudenaards dialect opnieuw uit te voeren.
Deze liederen trokken de aandacht van het stadsbestuur, wat resulteerde in de cd “Oudenaarde een Hymne” (2014), een drieluik met 20 Oudenaardse liederen.
Zijn live optreden bij de cd-release in CC De Woeker werd bekroond met de titel “Ambassadeur van het Oudenaards Dialect”.
Na een ernstig ongeval in 2015 volgde een rustperiode, waarin Steef zich weer aan het componeren en schrijven zette.
Dit resulteerde in nieuwe cd’s en drie theatercreaties, waaronder “Oudenaarde een Idioticon” (2022), geïnspireerd op Isidoor Teirlincks “Zuid-Oostvlaandersch Idioticon” (1905).
Op deze cd brengt Steef oude woorden en uitdrukkingen tot leven, vaak met een knipoog naar de lokale geschiedenis.
Zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip “Largootje voor mijn prinsesje”, geregisseerd door het team van de film “Adam en Eva”.
Momenteel werkt hij aan “Tour de Chant Ronse, parel van de Vlaamse Ardennen”, een nieuwe audiovisuele theatercreatie die op 3 mei 2025 in Ronse in première gaat.

Producer Giorgio Moroder schreef de muziek van “Call Me” en Debbie Harry de tekst.
Giorgio Moroder had oorspronkelijk zangeres Stevie Nicks van Fleetwood Mac in gedachten, maar toen zij het aanbod afsloeg, liet hij Debbie Harry het nummer zingen.
Overigens waren Debbie Harry en haar man, Chris Stein, fan van de muziek van Giorgio Moroder. Voor het nummer ‘Heart Of Glass’ lieten ze zich inspireren op zijn producties.
In de studio waren alleen Debbie en Chris aanwezig, omdat Giorgio Moroder zijn eigen muzikanten verkoos boven de andere leden van Blondie.
Zo horen we onder meer Harold Faltermeyer (keyboards) en Keith Forsey (drums).
Ook Chris Stein moest toegevingen doen en zijn gitaarspel werd bewerkt met processing.
“Call Me” werd ook gebruikt voor de film “American Gigolo” en is de bestverkochte single van Blondie in Amerika.
De single werd ook genomineerd voor een Grammy.

In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.
Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.
Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.
Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.
Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.
Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.
Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.
Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.
Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.

Het verhaal van The Captain & Tennille, een muzikaal duo dat ontstond toen Daryl Dragon, toen pianist bij de Beach Boys, en Toni Tennille, die optrad met een zelfgeschreven musical, elkaar in 1971 ontmoetten.
Hun samenwerking en romance bloeiden snel op.
Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract, wat al snel leidde tot hun doorbraaksingle “Love Will Keep Us Together”, een cover van Neil Sedaka die wekenlang de eerste plaats in de Verenigde Staten veroverde.

Voor dit nummer ontvingen ze in 1975 een Grammy Award, en later dat jaar bezegelden ze hun liefde met een huwelijk.
De jaren die volgden stonden in het teken van muzikaal succes.
In 1976 haalden ze in de Verenigde Staten de top vijf met maar liefst drie singles: “Lonely Night (Angel Face)”, “Muskrat Love” en “Shop Around” (een cover van Smokey Robinson).
Hun laatste grote hit was “Do That to Me One More Time”, een nummer 1 in de Verenigde Staten en hun enige notering in de Vlaamse en Nederlandse hitlijsten.

Gisteren nog vandaag
Dit nummer, geschreven door Toni Tennille, bereikte in Vlaanderen en Nederland de tweede plaats in zowel de BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.
Naast haar werk met The Captain, was Toni Tennille later achtergrondzangeres op de plaat “Don’t Let the Sun Go Down on Me” van Elton John en werkte ze mee aan het iconische album “The Wall” van Pink Floyd.
Ze bracht ook een aantal soloalbums uit met jazzballads en arrangementen van standards uit de jaren dertig en veertig.
In januari 2014 scheidden Dragon en Tennille na een 39-jarig huwelijk, hoewel ze bleven samenwonen.
Er werd in diverse media gesuggereerd dat deze scheiding mogelijk was ingegeven door de hoge behandelkosten voor de aan de ziekte van Parkinson lijdende Daryl Dragon.
Deze ziekte maakte een einde aan zijn carrière als pianist en performer.
Daryl Dragon overleed op 2 januari 2019 (Joepie 13 april 1980)

Gisteren nog vandaag