
Abba (juli 1975)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

In het muzikale landschap van 1973, in Schotland, besloten twee leden van de Bay City Rollers, David Paton en Billy Lyall, een nieuwe koers te varen.
Ze richtten de band Pilot op, een naam die al snel synoniem zou staan voor een reeks onvergetelijke popsongs.
Hun muziek sloeg verrassend snel aan. Singles als ‘Magic’, ‘January’, ‘Just a Smile’ en ‘Call Me Round’ vonden vlot hun weg naar de hogere regionen van de Britse hitlijsten.
Het was vooral het nummer ‘Magic’, afkomstig van hun debuutalbum dat de band internationale bekendheid bracht.
De productie was in handen van de legendarische Alan Parsons, en dat was te horen.
De single werd in 1974 een ‘million seller’, bereikte een indrukwekkende vijfde plaats in de hitlijsten van de Verenigde Staten en een elfde plek in hun thuisland.
De opvolger, ‘January’, deed het zelfs nog beter. Begin 1975 schoot het nummer naar de eerste plaats in zowel het Verenigd Koninkrijk als Australië, en vestigde de naam van Pilot definitief.
Een interessant detail is de rol van arrangeur Andrew Powell. Direct na de opnames van ‘January’ dook hij de studio in met een jonge, opkomende artieste: Kate Bush.
Omdat zowel Pilot als Kate Bush onder contract stonden bij EMI Records, waren de lijntjes kort en de samenwerkingen snel gelegd.
Dit leidde ertoe dat de leden van Pilot meespeelden op Kate’s iconische debuutalbum “The Kick Inside” en later ook op “Lionheart”.
Zoals dat wel vaker gaat in de muziekwereld, was de oorspronkelijke bezetting geen lang leven beschoren.

Gisteren nog vandaag
In 1977 waren alleen Paton en gitarist Ian Bairnson nog over. Samen met een groep sessiemuzikanten namen ze nog het album “Two’s a Crowd” op, wat de zwanenzang voor de band zou inluiden.
Het einde van Pilot betekende echter een nieuw begin voor de kernleden.
In 1978 werden Paton, Bairnson en drummer Stuart Tosh vaste leden van The Alan Parsons Project, de groep van hun voormalige producer.
Tosh liet ook van zich horen als drummer bij de band 10cc.
Medeoprichter Billy Lyall overleed helaas in 1989 aan de gevolgen van aids.
Decennia later kwam de magie van Pilot onverwacht weer tot leven. In augustus 2014, precies veertig jaar na het verschijnen van hun debuut, kwamen Paton, Bairnson en Tosh weer samen.
Onder de naam “A Pilot Project” brachten ze een album uit als een hommage aan Eric Woolfson, de zanger en componist van The Alan Parsons Project.

Gisteren nog vandaag
Deze wereldhit, een creatie van Ray Davies (The Kinks), groeide in 1965 al snel uit tot een nummer één-hit in zowel Nederland als Vlaanderen.
Ook de B-kant, ‘Now’ van de hand van Douglas Hodson, kreeg later een tweede leven toen Patricia Paay er in 1976 een succesvolle discoversie van uitbracht.
Het nummer groeide zowel in Nederland als in Vlaanderen uit tot een nummer één-hit en vestigde de naam van de zanger, die eigenlijk David Holgate Grundy heet, voorgoed in de Lage Landen.
Zijn grote Europese doorbraak was kort daarvoor al ingezet na een bekroond optreden op het songfestival van Knokke of beter gekend als de Knokke Cup.
In 1965 won trouwens Nederland de Knokke Cup, met het team bestaande uit Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Connie van Bergen, Suzie en Jan Arntz.
Hoewel ‘This Strange Effect’ zijn lijflied blijft, was het niet zijn enige succes.
Eerder al had hij in het Verenigd Koninkrijk een hit met ‘The Crying Game’ en ook nummers als ‘Mama’, ‘I’m Gonna Take You There’ en ‘Can I Get It From You’ vonden hun weg naar de hitlijsten.
De populariteit van de voormalige elektrolasser was in die tijd zo gigantisch dat hij zich tijdens een tournee met een circus in Nederland in een leeuwenkooi moest verstoppen voor zijn uitzinnige fans.
Later in zijn carrière keerde Berry terug naar zijn muzikale roots, de rhythm-and-blues, wat resulteerde in het door critici geprezen album “Memphis… in the Meantime” uit 2003.
Dave Berry, geboren op 6 februari 1941 en dus 84 jaar oud en die inspiratie was voor latere bands als de Sex Pistols, is getrouwd met Marthy, afkomstig uit Amsterdam.
Zo blijft Dave Berry, de man met de mysterieuze podiumact, onlosmakelijk verbonden met Nederland en België.




Op 19 juli 1965 opende in Orléans een winkel die meer was dan alleen een kledingwinkel.
Het was de belichaming van de droom van een jonge, opkomende Franse zangeres: Sheila.
Ze was pas 19 jaar oud, maar had al een aantal hits op haar naam staan, waaronder “L’école est finie” en “Vous les copains, je ne vous oublierai jamais”.

Sheila, geboren als Annie Chancel, zag de kledinglijn en de winkel als een manier om haar imago als stijlicoon verder te versterken en een directere band met haar fans te creëren.
De opening in Orléans, een stad niet ver van haar geboorteplaats Créteil, was een bewuste keuze.

De winkel was elegant ingericht en bood een selectie kleding en accessoires aan die pasten bij de ‘yé-yé’-stijl van die tijd, een stijl die Sheila zelf belichaamde en populair maakte.
De opening zelf trok dan ook veel aandacht, zowel van de pers als van haar fans.
Sheila was persoonlijk aanwezig en de belangstelling was enorm.
De collectie van de boetiek was geïnspireerd op Sheila’s eigen kledingstijl, een mix van jeugdige frisheid en Parijse chic.

Men kon er terecht voor jurkjes, rokken, blouses, schoenen en accessoires die allemaal zorgvuldig waren geselecteerd om de ‘Sheila-look’ te repliceren.
In de beginperiode was La Boutique de Sheila een succes.
De naam en faam van Sheila trokken veel klanten, en de winkel werd een trekpleister voor jonge vrouwen die op zoek waren naar de nieuwste modetrends.

Het was meer dan zomaar een winkel, het was een verlengstuk van het merk “Sheila”.
Vandaag bestaat La Boutique de Sheila niet meer, maar op haar site kunt u nog steeds shirts en juwelen kopen.







Billy en Bobby Alessi begonnen hun carrière eind jaren zestig met de groep Barnaby Bye en speelden in een van de eerste bezettingen van de musical Hair op Broadway.
Ze braken in 1977 door met de single “Oh, Lori” en toerden eind jaren zeventig met Andy Gibb tijdens zijn Shadow Dancing Tour.
Naast hun eigen successen hebben de broers liedjes geschreven en geproduceerd voor een breed scala aan artiesten, waaronder Paul McCartney, Christopher Cross, Frankie Valli, Michael McDonald, Whitney Houston, Richie Havens en Olivia Newton-John.
Hun talent strekte zich ook uit tot filmmuziek, met composities voor films als “The Main Event” en “Ghostbusters”.
Verder hebben ze als achtergrondzangers bijgedragen aan albums van John Lennon en Yoko Ono (“Milk & Honey”), Art Garfunkel (“Fate for Breakfast”) en Sting.
De broers Alessi specialiseerden zich ook in het maken van commercials en creëerden spots voor merken als Ford, Twix, McDonald’s, Kentucky Fried Chicken en Seven-Up.
Billy was de componist van de themamuziek voor de Diet-Coke reclame.
Voor hun werk in de reclamewereld wonnen ze diverse onderscheidingen, waaronder de prestigieuze Clio Award.
Ze woonden jaren in Nederland en traden nog wel eens onverwachts op tijdens de jazzsessies in het helaas ter ziele gegane restaurant/café ‘Wakker’ aan de Wakkerendijk in Eemnes, jaren 2010/2015 (met dank aan René Bouwman voor de info over hun verblijf in Nederland)


