
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag









Zangeres Kiki van Oostindiën was voor velen destijds al een bekende verschijning, zij het vooral visueel; zij was namelijk het vaste fotomodel dat te zien was op de iconische platenhoezen van de verzamelreeks Alle 13 Goed.
Haar muzikale partner Pearly was niemand minder dan haar toenmalige echtgenoot Herman Schmitz.
Hun grote doorbraak kwam in 1975 met het nummer ‘Patrick, Mon Chéri’.
Dit nummer was een gezamenlijke creatieve inspanning, geschreven door Herman Schmitz alias Pearly, Peter Koelewijn, Will Hoebee en Kiki van Oostindië.
De productie van de plaat lag eveneens in handen van Peter Koelewijn en Will Hoebee.
Hoebee verwierf later grote bekendheid als manager van de meidengroep Luv’ en als echtgenoot van zangeres José; hij overleed op 10 juni 2012 op 64-jarige leeftijd aan darmkanker.
Het succes was aanzienlijk: de single behaalde in zowel Vlaanderen als Nederland exact dezelfde hoge notering en bereikte de zevende plaats in respectievelijk de BRT Top 30 en de Nederlandse Top 40.
De Franse tekstschrijvers Claude Carrère en Jean Schmitt bewerkten het origineel tot een Frans chanson dat perfect paste bij het stemgeluid en imago van de zangeres Sheila.
Deze internationale versie werd een enorme hit en was goed voor een verkoop van meer dan 800.000 singles.
De carrière van Kiki beperkte zich overigens niet tot de samenwerking met haar man.
Ze scoorde ook nog een hit met het nummer ‘Et Si Tu Pars’, een duet met de zanger Art Sullivan.
Deze samenwerking gaf haar discografie een bijzonder tintje door de achtergrond van deze Franstalige Brusselaar.
Geboren als Marc Liénart van Lidth de Jeude was hij via moederskant familie van de huidige koningin Mathilde. Sullivan kende vooral in de jaren zeventig grote successen in landen als Frankrijk, Canada, Duitsland en Portugal, waarbij hij in totaal meer dan tien miljoen platen verkocht.
De bekendste nummers van Art Sullivan waren hits zoals “Ensemble”, “Adieu sois heureuse” en “Donne Donne moi.”
Aan het eind van dat decennium vertrok hij naar de Verenigde Staten om televisieprogramma’s te produceren, maar door de opkomst van de cd kreeg zijn oeuvre een nieuw leven, waarna hij ook weer ging optreden.
Art Sullivan overleed op 27 december 2019 aan de gevolgen van pancreaskanker.
In 1979 deed Kiki nog een poging om het succes te evenaren met een cover van ‘Tous Les Garcons Et Les Filles’, maar dit bleef zonder het gewenste resultaat.
Kiki van Oostindiën beperkte zich echter niet alleen tot de muziek; in 1980 maakte ze een uitstapje naar het witte doek.
Ze speelde toen een rol in de film Dirty Picture van de bekende Surinaams-Nederlandse regisseur Pim de la Parra.
Daarna is zij uit de publieke belangstelling verdwenen.


Gisteren nog vandaag
Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.
Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.
Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.
De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.
Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.
In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.
Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.
Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.
In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.
Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.
Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.
Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.
In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.
Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.
Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.
Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.
Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.
Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.
