

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Sid Vicious wordt op 10 mei 1957 in Lewisham, een district in Londen geboren als John Simon Ritchie.
Kort na de bevalling eindigde de relatie tussen zijn vader Ritchie en moeder Anne Beverley.
Anne Beverley en de jonge Sid verhuizen voor enkele maanden naar Ibiza.
In 1965 trouwde Anne Beverley met Christopher Beverle.
Ritchie nam de voornaam van zijn vader en de achternaam van de stiefvader en stond bekend als John Beverley.
In 1977 verving Sid Vicious Glen Matlock als bassist in The Sex Pistols en leerde hij zijn vriendin Nancy Spungen kennen. Niet dat Sid enige ervaring had met het bespelen van een instrument.
Tijdens de opnames van de eerste (en enige) plaat ‘Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols’ lag Sid in het ziekenhuis met hepatitis.
Voor concerten leerde hij de melodie van ‘I Don’t Wanna Go Down to the Basement’ van The Ramones en speelde dat tijdens nagenoeg elk liedje.
Nancy kwam uit gegoed Joods-Amerikaans middenklasse milieu en besloot op haar vijftiende om fulltime groupie te worden. Haar drang tot zelfdestructie sloot perfect aan bij die van Sid.
Bowie en Iggy flirten destijds met het ‘live fast, die young’ ideaal. Voor Sid werd het een missie.
In 1978 werd Sid wakker in kamer 100 van het beruchte Chelsea Hotel in New York met een spuit heroïne in zijn arm.
Zijn vriendin Nancy Spungen lag dood op de vloer in de badkamer.
Na een paar nachten in Rikers Island, was Sid weer op vrije voeten.
Zijn kameraden hadden zijn borgsom betaald.
Daarna was het snel klaar. Een gevecht met de broer van Patti Smith in een club en nachten doorhalen met heroïne-gremlins.
Kwatongen beweren dat zijn eigen moeder (die zelf ook worstelde met een heroïneverslaving) hem z’n laatste shot gaf. Sid was 21. Nancy was 20.
Kort na de dood van Sid Vicious beweerde zijn moeder, Anne Beverley, dat Vicious en Spungen een zelfmoordverdrag hadden gesloten en dat de dood van Vicious niet toevallig was.
Beverley beweerde dat nadat Vicious was gecremeerd, ze een handgeschreven notitie vond in de zak van Vicious leren jas.
Op het briefje staat: We hadden een doodspact en ik moet nog mijn deel doen van de afspraak. Begraaf me alsjeblieft naast mijn baby. Begraaf me in mijn leren jasje, jeans en motorlaarzen. Vaarwel
In 1996 vertelde Beverley aan journalist Alan G. Parker dat ze opzettelijk een fatale dosis heroïne aan Vicious had gegeven.
Zodoende hem te begoeden om niet meer naar de gevangenis te moeten gaan.
Anne Beverley stierf in 1996, ook aan een overdosis drugs
Sid Vicious (Joepie van 15 februari 1979)




Paul Robi werd geboren op 20 augustus 1931 en begon zijn carrière als zanger in verschillende gospelkoren.
Hij sloot zich aan bij The Platters in 1954, nadat hij ontdekt was door hun manager Buck Ram.
Samen met Tony Williams, Zola Taylor, David Lynch en Wilbert Reed vormde hij de klassieke bezetting van de groep, die hits scoorde als Only You, The Great Pretender, My Prayer, Twilight Time en Smoke Gets In Your Eyes.
Paul Robi had een warme baritonstem en zong vaak de tweede stem of de lead in sommige nummers.
Hij bleef bij The Platters tot 1960, toen hij de groep verliet na een juridisch conflict met Buck Ram over de rechten op de naam.
Hij vormde zijn eigen versie van The Platters en bleef optreden tot zijn dood in 1989.

Gisteren nog vandaag
De Canadees Frank Mills (°27 juni 1942), die vooral muziek voor de Canadese tv maakte, nam deze oorwurm al in 1974 op, maar het nummer flopte toen.
In 1978 werd het opnieuw uitgebracht als B-kant van een andere single.
Een dj van een Canadees radiostation draaide echter per vergissing steeds ‘Music Box Dancer’.
Er kwam toen zoveel positieve respons op het nummer dat de platenmaatschappij het wereldwijd opnieuw als A-kant uitbracht.
‘Music Box Dancer’ werd een Amerikaanse top 3-hit en ook in Europa deed de single het erg goed in januari 1979.
Zo was het nummer in Vlaanderen en Nederland goed voor een elfde plaats in de Brt Top 30 en de Nederlandse Top 40.
Sindsdien werd het ook gebruikt in talloze films, series en commercials, o.a. in The Simpsons en Kill Bill (Met dank aan Denis Michiels)
Mike Francis, geboren op 26 april 1961 in Florence, was een invloedrijke Italiaanse popdancemuzikant in de jaren 80.
Hij begon zijn muzikale carrière op 14-jarige leeftijd met een band die hij vormde met zijn schoolvrienden van L’Istituto di Studi Americano in Rome.
Hij brak door in 1984 met het nummer Survivor, dat een grote hit werd in Zuid-Europa.
Het jaar daarop scoorde hij opnieuw met het nummer Friends dat hij samen met Amii Stewart zong.
Dit nummer was vooral populair in het Verenigd Koninkrijk en de Filipijnen.
In Vlaanderen en Nederland bleven deze nummers echter steken in de Tipparade.
In 2000 richtte Mike Francis samen met zijn broer Mario (Mari-One) en de Maltese multi-instrumentalist Aidan Zammit de groep Mystic Diversions op.
Met deze groep maakte hij een overstap van de dance naar de lounge muziek.
Ze maakten zowel eigen nummers als covers van bekende nummers uit de jaren 70 en 80, zoals Float On van The Floaters en A Warm Summer Night van Chic.
In 2007 nam hij samen met de groep Blank & Jones een cover op van Someone Like You van Van Morrison.
Zijn laatste compilatiealbum, The Very Best Of Mike Francis (All Was Missing), kwam uit kort voor zijn overlijden.
Mike Francis is 47 jaar geworden.

Gisteren nog vandaag

Het nummer werd geschreven door de komedieschrijver Bruce Vilanch, samen met de muzikanten en producers Fred Zarr en Jacques Morali.
De single was in Vlaanderen goed voor een achtste plaats in de Top 30 en in Nederland bereikte het nummer de twaalfde plaats in de Top 40.
Eartha Mae Kitt wordt op 17 januari 1927 geboren in North, South Carolina een klein plaatsje in Orangeburg County, South Carolina.
Haar vader is blank en haar moeder is van Afro-Amerikaanse en Cherokee-afkomst.
Haar kindertijd is moeilijk: haar vader verdwijnt al snel en haar moeder overlijdt wanneer Eartha zes is.
Op achtjarige leeftijd wordt ze naar New York gestuurd om bij haar tante te gaan wonen.
Haar grote kans krijgt ze wanneer ze op zestienjarige leeftijd wordt toegelaten tot de Katherine Dunham Company, het eerste Afro-Amerikaanse gezelschap voor modern ballet.
Aanvankelijk is Eartha Kitt actief in het cabaret, maar het is regisseur Orson Welles die haar als actrice ontdekt.
Hij noemt haar “The Most Exciting Woman In The World“ en geeft haar haar eerste hoofdrol in Christopher Marlowe’s toneelstuk The Tragical History Of Doctor Faustus (1950).
In Hollywood debuteert Kitt als tegenspeelster van Sidney Poitier in de film The Mark of the Hawk (1958).
Bij het grote publiek wordt ze het meest bekend van haar rol als Catwoman in de televisieserie Batman in de jaren zestig.
Ze is in meer dan 30 films te zien, waaronder de documentaire All By Myself: The Eartha Kitt Story (1983).
Als zangeres heeft Kitt in de jaren vijftig en zestig een aantal hits, waaronder Santa Baby, Let’s Do It, C’est Si Bon, Just An Old Fashioned Girl, Monotonous, Love for Sale, I’d Rather Be Burned As A Witch, Usku Dara, Mink, Schmink en Under The Bridges Of Paris.
Haar debuut-lp RCA Victor Presents Eartha Kitt (1953) bereikt de top vijf in de Amerikaanse albumlijsten.
In 1960 krijgt Eartha Kitt een ster op de Hollywood Walk of Fame.
In 1968 maakt ze een faux-pas tijdens een lunch in het Witte Huis, door Lady Bird Johnson, de vrouw van Amerikaanse president Lyndon B. Johnson, aan het huilen te maken met kritische commentaren over de Vietnam-oorlog.
Hierna kan ze in de VS geen meer werk krijgen en vertrekt ze naar Europa, waar ze onder meer vloeiend Frans leert spreken.
In 1978 maakt ze haar Amerikaanse comeback in de Broadway-musical Timbuktu!
In de jaren tachtig had ze ook nog succes met de nummers I Love Men (1984) en Cha-Cha Heels (1989), een samenwerking met Bronski Beat.
Eartha Kitt kwam te overlijden op 25 december 2008.
De zeven regels van Eartha Kitt voor huwelijksgeluk (Piccolo mei 1962)

Gisteren nog vandaag




Gisteren nog vandaag
Het nummer Now that we found love is een soulklassieker die oorspronkelijk is geschreven door het Amerikaanse duo Gamble & Huff.
Zij produceerden ook de eerste versie van het nummer, die in 1973 werd gezongen door de R&B-groep The O’Jays.
De cover van Third World was in Vlaanderen goed voor een zeventiende plaats in de Brt Top 30.
In Nederland deed de single het veel beter en bereikte daar de derde plaats in de Top 40.