
40 jaar geleden, reclame voor het album You Broke My Heart In 17 Places van Tracey Ullman (januari 1984)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Al zal hij het niet kunnen vieren, gezien hij in 1976 omkwam tijdens een roofoverval.
Mineo werd geboren in de New Yorkse wijk Harlem, als zoon van Siciliaanse emigranten. Op zijn negende verhuisde hij met zijn familie naar The Bronx.
Al op jonge leeftijd schreef zijn moeder hem in voor acteer- en danslessen.
In 1950 maakte hij zijn toneeldebuut in “The Rose Tattoo”, een stuk van Tennessee Williams.
Hij speelde ook de jonge prins in The King and I, met Yul Brynner en Gertrude Lawrence.
In 1957 maakte Mineo een uitstapje naar de rock-‘n-roll. Hij bracht twee singles uit. De eerste was “Start Movin’ (In My Direction)”, die in Amerika dertien weken in de hitparade stond en de negende positie bereikte.
Opvolger “Lasting Love” stond in de VS drie weken in de top-40 en kwam tot de 27e plaats. Daarna kwam een album uit dat in Amerika werd uitgebracht door Epic en in Groot-Brittannië door Philips.
Hoewel Mineo als zanger succesvol was, besloot hij zich snel weer op het acteerwerk te concentreren.
Tussen 1957 en 1959 speelde hij in een handvol films, waaronder “The Gene Krupa Story”, over de legendarische jazzdrummer. Mineo speelde zelf ook drums.
In 1960 werd Mineo genomineerd voor een Oscar, voor zijn bijrol in de film Exodus.
Hij speelde de rol van de joodse jongen Dov Landau. Opnieuw ging de Oscar aan zijn neus voorbij; het beeldje ging naar Peter Ustinov voor zijn rol in Spartacus.
Langzamerhand werd Mineo minder voor films gevraagd.
Tussen 1962 en 1964 speelde hij in drie films: The Longest Day, Escape from Zahrain en Cheyenne Autumn. Hollywood was op zoek naar nieuwe gezichten en Mineo, over wie de geruchten over zijn homoseksualiteit toenamen, liep alweer een tijdje mee.
In 1965 speelde Mineo in The Greatest Story Ever Told en in Who Killed Teddy Bear. In de laatste film, een in zwart-wit gedraaide low-budgetproductie, speelde hij een door seks geobsedeerde stalker.
Thema’s als voyeurisme, masturbatie, kindermisbruik en travestie werden opvallend onverhuld aan de orde gesteld. Mineo was vaak in ontbloot bovenlijf te zien en droeg niet meer dan een strakzittende slip, waarop werd ingezoomd.
De film gaf zijn carrière in Hollywood geen opkikker. Hij keerde terug naar het toneel en regisseerde in 1969 het toneelstuk “Fortune And Men’s Eyes”, met de latere Miami Vice-ster Don Johnson in de hoofdrol.
Hij had daarna bijrollen in televisieseries en films, waaronder Escape from the Planet of the Apes waarin hij de rol van Dr. Milo speelde.
In 1975 keerde hij terug naar het toneel voor P.S. Your Cat is Dead”, in San Francisco. Hij speelde daarin een biseksuele inbreker.
Voordat Mineo met het toneelstuk in Los Angeles zijn opwachting kon maken, werd hij op 12 februari 1976 bij zijn appartement in West Hollywood doodgestoken.
Hij kwam terug van een repetitie.
Zo’n 250 mensen betuigden vijf dagen later in een kerk in Mamaroneck, New York, de laatste eer aan Mineo.
Onder hen waren Courtney Burr (met wie hij de laatste jaren een relatie had), Jill Haworth, Michael Mason, Elliot Mintz, Desi Arnaz jr., Nicholas Ray, Michael Greer, zijn moeder Josephine en familie.
Lionel Ray Williams, een voormalige pizzakoerier, werd in 1979 veroordeeld voor de moord op Mineo.
Hij was negentien toen Mineo werd vermoord.
Williams kreeg 51 jaar cel voor de moord op Mineo (een mislukte beroving) en voor tien berovingen.
In het geval van Mineo is Williams veroordeeld op basis van voornamelijk indirect bewijs.
Zo legde zijn vrouw een belastende verklaring af en zei een medegevangene dat Williams tegenover hem de moord heeft bekend.
Begin jaren negentig werd hij voorwaardelijk vrijgelaten.
Williams kwam later weer achter de tralies, omdat hij zich weer op het criminele pad had begeven. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Hij begon zijn muziekcarrière in de jaren zestig als lid van de popgroep The Wallace Collection, die bekend werd met het nummer “Daydream”.
Veel rockgroepen uit die tijd lieten zich inspireren door klassieke muziek, zoals The Moody Blues, Procol Harum en The Beatles.
Vanholme haalde twee leden van het Nationaal Orkest van België erbij, Jacques Namotte en violist Raymond Vincent.
Sylvain wilde een unieke sound creëren en de manager van de groep Jean Martin regelde een contract bij EMI Records in Londen, dezelfde platenmaatschappij als The Beatles.
Tijdens een opname in de beroemde Abbey Road Studio’s begon Raymond Vincent te spelen op Het Zwanenmeer van Tsjajkovski. Vanholme bedacht er een tekst bij over de liefde en de natuur en zo ontstond Daydream.
Daydream werd een hit in 20 landen en verkocht meer dan 3 miljoen stuks.
Later was hij lid van de popband Two Man Sound op, die hits scoorde met “Charlie Brown” en “Disco Samba”.
Vanholme werkte ook als producer voor artiesten als Jo Lemaire, Plastic Bertrand en Soulsister.
Hij componeerde ook muziek voor films, televisie en reclame.
Vanholme is getrouwd met Anne-Marie Vanholme en heeft twee kinderen, David en Sarah.
Hij woont in Brussel en is nog steeds actief in de muziekwereld.

Tracey Ullman is een Britse actrice, comédienne en zangeres die in de jaren tachtig bekend werd met haar debuutalbum You Broke My Heart In 17 Places.
Op het album kreeg ze steun van Kirsty MacColl en dit dankzij twee nummers die ze schreef, namelijk They Don’t Know en You Broke My Heart In 17 Places.
Het album werd geproduceerd door Peter Collins en bevatte ook verschillende covers van bekende nummers uit de jaren zestig, zoals Bobby’s Girl, Breakaway en Move Over Darling.
Deze laatste was een hit van Doris Day, die Ullman bewonderde en aan wie ze het nummer opdroeg.
Het nummer Move Over Darling is geschreven is door Hal Kanter, Jack Sher en Bella Spewack.
Ze schreven dit nummer voor de film Move Over, Darling uit 1963, een komedie met Doris Day, James Garner en Polly Bergen in de hoofdrollen.
In Vlaanderen bereikte haar cover de vijftiende plaats in de Brt Top 30.
In Nederland was het nummer goed voor een dertiende plaats in de Top 40.


Hij werd in de studio ontdekt door Roland Beelen, de oprichter van Antler Records, toen hij aan het werken was met Twee Belgen.
Hij was gefascineerd door de persoon Nebel; hij had iets fascinerends, iets exuberants, aldus Beelen.
Maar Nebel kampte helaas ook met angstpsychoses en raakte verslaafd aan drank en drugs.
Hij hield zijn psychoses geheim om zijn imago als wildeman in stand te houden en verspreidde het gerucht opgenomen te zijn in Zwitsers sanatorium, om te vechten tegen de kilo’s en drankmisbruik.
In realiteit zat hij in Oostende.
Volgens Beelen verspreidde hij de leugen om het mysterie rond hem in stand te houden.
Alcohol, pillen en een fatale hartziekte maakten een einde aan zijn leven in 1986.
Dit betekende meteen ook het einde van Nacht und Nebel.
Nebel overleed in Ekeren in de Sint-Lucaskliniek.
De kerkdienst werd gehouden in de kerk van de Zilverenhoek in Kapellen. (Diverse bronnen en Wikipedia)


Het was het zesde en laatste studioalbum van de groep in de originele bezetting met zanger David Lee Roth, gitarist Eddie Van Halen, bassist Michael Anthony en drummer Alex Van Halen.
Het album werd geproduceerd door Ted Templeman, die ook verantwoordelijk was voor de vorige vijf albums van de band.
1984 was een groot commercieel succes voor Van Halen, mede dankzij de hitsingles Jump, I’ll Wait, Panama en Hot for Teacher.
Deze nummers lieten een diversiteit aan stijlen zien, van synthesizerpop tot hardrock.
Het album bereikte de tweede plaats in de Amerikaanse Billboard 200 en werd meer dan 10 miljoen keer verkocht, waarmee het evenveel verkocht als het debuutalbum Van Halen uit 1978.
Het album wordt beschouwd als een van de klassiekers van de hardrock en een van de invloedrijkste albums van de jaren 80.
Het album verkocht meer dan 10 miljoen exemplaren in de Verenigde Staten alleen.
Het album markeerde ook het einde van een tijdperk voor Van Halen, want kort na de release verliet Roth de band vanwege muzikale meningsverschillen met Eddie Van Halen.
Roth begon een solocarrière en werd vervangen door Sammy Hagar, die tot 1996 bij de band bleef.
In 2007 kwam Roth terug bij Van Halen voor een reünie-tournee en in 2012 brachten ze samen het album A Different Kind of Truth uit.

Gisteren nog vandaag



Maurice White, die actief is als sessiemuzikant, richt eind jaren 60 de groep Salty Peppers op in Chicago.
Ze brachten twee singles uit, namelijk La La Time werd een bescheiden hit in het Midwesten en de tweede single Uh Huh Yeah was een flop.
Gezien het succes uitbleef, nam hij de beslissing om naar Los Angeles te verhuizen.
Daar vormt hij in 1969 de band Earth, Wind & Fire, samen met zijn broer Verdine en acht nieuwe muzikanten.
De nieuwkomers zijn onder andere zanger Philip Bailey, die met zijn hoge stemgeluid een enorme stempel op het geluid van de groep zou drukken.
White verkoos de naam van de groep omdat volgens hem de aarde, de wind en het vuur elementen van zijn sterrenbeeld zijn.
In februari en november 1971 verschenen de eerste twee albums (Earth, Wind & Fire en The Need of Love; beide geproduceerd door Joe Wissert) op Warner en werd met I Think About Lovin’ You een eerste top R&B 40-hit gescoord.
Tussendoor nam EWF ook de soundtrack op voor de regisseur Melvin Van Peebles en zijn film Sweet Sweetback’s Baadassss Song (uitgebracht op Stax) en bouwde de band een livereputatie op in het universiteitscircuit.
De eerste drie albums zijn geen groot succes.
Maar Earth, Wind & Fire werkt onafgebroken aan de eigen stijl: een lekkere mix van Motown-soul, R&B, pop, jazz en funk.
In 1975 is de track ‘Shining Star’ de eerste internationale hit.
Daarna volgde een voortdurende stroom van briljant geproduceerde albums. Live-album ‘Gratitude’ onderstreepte de band’s podiumreputatie. ‘Spirit’ (1976), EWF’s volgende studio-album, leverde klassiekers als ‘Getaway’ en ‘Saturday Nite’.
In 1977 verscheen ‘All ‘N All’, met ‘Serpentine Fire’, ‘Fantasy’ en ‘Love’s Holiday’.
Het album uit 1978 Fantasy wordt een eerste millionseller in Europa.
I Am wordt in de zomer van 1979 uitgebracht.
Daar staat de hitsingle ‘Boogie Wonderland’, ‘Star’ en ‘After the Love Has Gone’ op.
Vijf tracks op het album zijn geschreven door David Foster.
David Foster leerde we kennen toen hij lid was van de Canadese pop/rockband Skylark, die in 1972 een grote hit hadden met het nummer “Wildflower”.
Na 1973 werkte hij als componist en producer voor een pak artiesten zoals Paul Anka, Daryl Hall & John Oates, Dionne Warwick, Al Jarreau, Donna Summer, Whitney Houston en Barbra Streisand.
In oktober 1980 kwam EWF voor het eerst sinds Gratitude weer met een dubbelaar; hoewel Faces geen onverdeeld succes was, leverde het toch een gouden plaat op.
De fans bleven enthousiast en het album leverde memorabele tracks als ‘You’ en ‘And Love Goes On’.
De volgende lp Raise (1981) met hitsingle ‘Let’s Groove’ werd minder goed ontvangen.
Earth, Wind & Fire gaat in de jaren 80 steeds meer synthezisers, computers en elektronica gebruiken in hun muziek om met de tijd mee te gaan.
Dat is goed te horen op het album Electric Universe uit 1983. Maar het succes wordt minder, zoals met veel topacts uit de jaren 70. Gaandeweg groeit de groep uit elkaar en de muzikanten hun eigen weg.
Zo zingt Philip Bailey een duet met Phill Collins in ‘Easy Lover’.
Maar in 1987 komt de groep bij elkaar voor het album Touch The World met de R&B nummers ‘Thinking Of You’ en ‘System Of Survival’.
Daarna zou de groep gedoe krijgen met platenmaatschappijen om hun ‘ouderwetse’ sound.
In 1992 werd bij Maurice White Parkinson vastgesteld, waardoor hij uiteindelijk niet meer kon optreden met de groep.
Maar in plaats van in zijn ziekte te berusten bleef Maurice actief vanuit zijn eigen studio in Santa Monica, Los Angeles, waar hij teksten schreef en muziek produceerde voor EWF en andere artiesten.
Bij optredens nam vanaf dat moment Philip Bailey niet alleen de bandleidersrol over maar ook een groot deel van de lagere zangpartijen.
In 1997 proberen zanger Bailey en de broertjes White het nog eens met het album In The Name Of Love en in 1999 bereikt een remix (door Phats & Small) van het twintig jaar oude nummer ‘September’ de Top 40.
In 2005 brengen ze ter gelegenheid van hun 35-jarig bestaan het album Illumination uit met de single Pure Gold).
Voor dit album werkt de band samen met bekende producers en artiesten, waaronder Will.I.Am van Black Eyed Peas.
Het album werd lovend ontvangen door zowel de diehardfans als door de muziekpers – het heeft een goede balans van oud en nieuw.
Behalve dat de muziek de bestaande fans aansprak, bracht het Earth, Wind & Fire ook onder de aandacht bij de nieuwe generatie.
Illumination werd nummer 8 in de R&B/Hip-hop-hitlijsten en nummer 32 in de Billboard top 200.
Acht jaar later brengen ze een nieuw album uit met als titel Now, Then & Forever.
Voor die lp werken ze terug samen met Allee Willis. Zij is bekend van de grootste EWF-hit Boogie Wonderland die ze voor de band schreef.
Op 5 februari 2016 overleed Maurice White aan zijn ziekte.
De groep won zes Grammy’s Awards en White kreeg de prestigieuze prijs ook een keer individueel, net als zijn medezanger Philip Bailey.
De groep kreeg in 2000 ook een plekje in de Rock & Roll Hall of Fame.
Earth Wind en Fire verkocht wereldwijd meer dan 90 miljoen albums (Joepie 8 januari 1984)
