Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Hij volgde zijn vader Albert I op, die een paar dagen eerder was omgekomen bij een klimongeval in Marche-les-Dames.
Leopold III werd geboren op 3 november 1901 in Brussel als oudste zoon van Albert I en Elisabeth.
Hij bracht zijn jeugd door op het kasteel van Laken en kreeg een strenge opvoeding.
In 1914, na het uitbreken van de oorlog, vergezelde hij zijn ouders en verbleef met hen in De Panne.
Van 1915 tot 1919 was hij, met onderbrekingen, leerling in Eton College.
Vanaf 1919 volgde hij in Brussel een militaire opleiding.
Hij huwde in 1926 met prinses Astrid van Zweden, met wie hij drie kinderen kreeg: Josephine-Charlotte, Boudewijn en Albert.
Bij zijn eedaflegging op 23 februari 1934 was hij 32 jaar oud.
De plechtigheid vond plaats in het parlement, in aanwezigheid van de regering, de hoge magistratuur, de diplomatieke vertegenwoordigers en de leden van de koninklijke familie.
Leopold III legde de eed af in de drie landstalen: Nederlands, Frans en Duits.
Hij beloofde de grondwet en de wetten van het Belgische volk te onderhouden en de nationale onafhankelijkheid en de integriteit van het grondgebied te handhaven.
Het kasteel is ontworpen door de architect Joseph Schadde en werd in 1890 voltooid in opdracht van Paul Van Tieghem.
Paul Van Tieghem was de erfgenaam van de heerlijkheid Schaubroeck, een oud leen dat zich uitstrekte over de parochies Mariakerke, Drongen en Wondelgem.
De geschiedenis van deze familie gaat terug tot de 14de eeuw, toen ze eigenaar werden van het goed van Coolman dat later het kasteel Van Tieghem de ten Berghe zou worden.
In de loop der eeuwen kwam de heerlijkheid Schaubroeck in handen van verschillende adellijke geslachten, zoals de Triest, de Borluut en de Van der Noodt.
In 1889 liet Paul Van Tieghem het oude kasteel afbreken en een nieuw neogotisch kasteel bouwen dat hij Les Muguets noemde.
Hij woonde er tot 1917, waarna het kasteel door de Duitsers bezet werd en later aan diverse huurders verhuurd werd.
Het gebied van de heerlijkheid Schaubroeck werd grotendeels verkaveld in de 20ste eeuw.
Na de Tweede Wereldoorlog raakte het kasteel verwaarloosd en onbewoond, totdat het in 1963 werd aangekocht door de gemeente Mariakerke.
Het kasteel werd gerestaureerd en deed vanaf 1967 dienst als het gemeentehuis van Mariakerke.
Na de fusie met Gent in 1977 werd het kasteel een dienstencentrum voor de deelgemeente.
Het kasteel is sinds 1997 beschermd als monument en is een voorbeeld van de neogotische stijl.
Onder neogotiek wordt een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek.
Het kasteel heeft een rechthoekige plattegrond met een polygonaal (Polygonaal wil zeggen “naar vele richtingen verlopend” en het woord bestaat uit het Griekse poly (veel) en de toevoeging “gonaal”, die afkomstig is van het Griekse gonia (hoek) hoektorentje op de noordoostelijke hoek.
De voor- en achtergevel worden gemarkeerd door een breed middenrisaliet met een opengewerkte puntgevel.
Het kasteel is opgetrokken uit rode baksteen met verwerking van arduin en heeft een schilddak met leien.
Het interieur is aangepast aan de neogotische stijl en bevat onder meer stucversiering, schouwmantels en wapenschilden (foto februari 1934)
Faroek I van Egypte was de koning van 1936 tot 1952, toen hij werd afgezet door een staatsgreep van de Vrije Officieren.
Hij stond bekend om zijn weelderige levensstijl, zijn verzamelingen en zijn kleptomanie.
Na zijn afzetting vluchtte hij naar Italië, waar hij in 1965 overleed.
Een van de gebeurtenissen die zijn reputatie schaadden, was de veiling van zijn bezittingen door de regering in 1954.
De veiling duurde tien dagen en bracht meer dan 3 miljoen pond op.
Onder de geveilde voorwerpen waren sieraden, kleding, meubels, auto’s, wapens, postzegels en munten.
Een van de munten was het Amerikaanse gouden 20 dollarstuk van 1933 dat later de kostbaarste munt uit de geschiedenis werd.
De veiling was bedoeld om geld in te zamelen voor de ontwikkeling van Egypte, maar werd ook gezien als een vernedering voor de voormalige koning en een symbool van het einde van de monarchie.
De veiling duurde 10 dagen en omvatte onder andere auto’s, juwelen, meubels, kunstwerken en zelfs dieren.
Om van de verkoop een succes te maken, kregen de kopers die voor meer dan 5 miljoen Franse Frank kochten, de eer en het voorrecht om de verzameling pornografische voorwerpen en afbeeldingen van Faroek I te mogen zien.
De grote verzamelingen postzegels en munten van de koning waren wereldberoemd.
Hij bezat onder meer de kostbaarste munt uit de geschiedenis, het Amerikaanse gouden 20 dollarstuk van 1933.
Dit exemplaar bracht op een veiling in 2002 7,5 miljoen dollar op.
De opbrengst van de veiling was ongeveer 3 miljoen pond, maar veel van de spullen werden onder de marktwaarde verkocht of gestolen door corrupte ambtenaren.
Gisteren nog vandaag
Na de Egyptische onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1922 veranderde de titel van sultan Foead I naar die van koning.
In april 1936 overleed Foead I, waardoor zijn zoon Farouk I op 16-jarige leeftijd koning van Egypte werd.
Een van zijn eerste daden als staatshoofd was al zijn auto’s (hij had er meer dan 100) rood te laten verven).
Daarna verbood hij per wet, die kleur voor elke andere wagen, zodat hij snel zonder last van de politie door zijn land kon scheuren.
26 jaar lang heerste hij met ijzeren hand en bouwde een nogal dubieuze reputatie op.
Door zijn overdadige levensstijl kreeg Faroek de weinig liefkozende naam ‘Playboy-koning’ en stond hij te boek als een kleptomaan.
Faroek ging helemaal op in deze, zeker voor een monarch, ongewone hobby.
Toen hij Winston Churchill over de vloer kreeg, maakte hij hem diens horloge afhandig.
Nadat de Britse diplomatieke diensten discreet protest aantekenden tegen deze protocollair niet zo gangbare praktijk, werd het kleinood terugbezorgd, met als uitleg dat Farouk het “gevonden” had.
En toen in 1944 de kist met daarin het stoffelijk overschot van de in Zuid-Afrika overleden Perzische koning een tussenlanding maakte in Caïro, stal Farouk het ceremoniële zwaard, de medailles en de broeksband van de afgestorvene.
Mede daardoor werd de impopulaire ‘Dief van Caïro’ in 1952 van de kroon gestoten door de legendarische kolonel Gamal Abdel Nasser.
Na zijn gedwongen onttroning nam Faroek met zijn luxe jacht op pompeuze manier vanuit havenstad Alexandrië de vlucht naar Monaco.
Na de revolutie ging Faroek in Rome wonen, maar zijn zoon Fouad en zijn dochters werden naar Zwitserland gestuurd.
Narriman Sadik, de tweede vrouw van Faroek vroeg de scheiding aan in 1953 en vertrok terug naar Egypte.
Haar zoon en de drie dochters uit het eerste huwelijk bleven bij Faroek.
In 1953 bracht de ex-koning een bezoek aan ons land en was hij te gast in Roeselare tijdens de batjesfeesten.
56 jaar geleden, stierf hij in Rome na het verorberen van een rijk diner.
De officiële lezing is dat hij stierf aan een hersenbloeding.
Volgens zijn zoon Ahmed Fouad II. die toen 13 jaar was, zou hij vergiftigd geweest zijn door zijn vijanden,
In een gesprek uit 2011 beweerde Ahmed Fouad II dat zijn vader niet de kans had om zijn fortuin mee te nemen naar het buitenland.
Vier jaar geleden werd het Patek Philippe uurwerk dat om Faroeks pols hing, verkocht door een onbekende koper voor 912.500 dollars. (Diverse bronnen, De Naakte Kroon van Jan van den Berghe. Wikipedia en Ons Volk 27 september 1951)
Koning Albert I werd geboren op Marche-les-Dames in Brussel als de tweede zoon van prins Filips, graaf van Vlaanderen, en prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen.
Prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen werd geboren op 17 november 1845 in Sigmaringen, als de jongste dochter van Karel Anton, de laatste regerende vorst van Hohenzollern-Sigmaringen, en Josefine van Baden.
Haar broer Karel werd later koning van Roemenië en haar zus Stefanie werd koningin van Portugal.
Zij trouwde op 25 april 1867 in Berlijn met prins Filips, de tweede zoon van koning Leopold I van België en de jongere broer van koning Leopold II.
Het huwelijk was gearrangeerd door de Britse koningin Victoria, die een nicht was van Leopold I.
Zij stond bekend als zeer vroom en werd door Leopold II soms spottend “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen” genoemd.
Maria verloor twee van haar vijf kinderen: haar dochter Josephine stierf kort na haar geboorte en haar oudste zoon Boudewijn stierf op 21-jarige leeftijd.
Haar jongste zoon Albert volgde zijn oom Leopold II op als koning der Belgen op 23 december 1909.
Albert I leidde het land door de Eerste Wereldoorlog, waarin hij zich onderscheidde door zijn moed en vastberadenheid om de neutraliteit en integriteit van België te verdedigen tegen de Duitse invasie.
Hij stond aan het hoofd van het Belgische leger, dat vier jaar lang standhield aan de IJzer, en bezocht regelmatig de loopgraven om zijn soldaten aan te moedigen.
Hij genoot ook het respect en de bewondering van de geallieerde leiders, zoals de Franse president Raymond Poincaré en de Britse premier David Lloyd George.
Na de oorlog speelde Albert I een belangrijke rol in de vredesonderhandelingen en de wederopbouw van het land.
Hij bevorderde de sociale en economische hervormingen, zoals het algemeen enkelvoudig stemrecht, de achturendag en de sociale zekerheid.
Hij steunde ook de culturele en wetenschappelijke ontwikkeling van België, en was zelf een gepassioneerde alpinist, ontdekkingsreiziger en natuurliefhebber.
Albert I stierf tragisch op 17 februari 1934 bij een klimongeval in Marche-les-Dames, in de Ardennen.
Eerder bereikte Prinses Maria Gabriella van Savoye de wereldpers in 1958 omdat ze weigerde te trouwen en dat wegens religieuze verschillen met de Shah Mohammed Reza Pahlavi van Iran.
Maria Gabriella di Savoia was het derde kind van de prins en prinses van Piemonte, geboren op 24 februari 1940, Napels, Italië.
Haar vader was de laatste koning van Italië, Umberto II, en haar moeder was Marie José van België.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze met haar moeder en haar broer en zussen naar Zwitserland, waar ze tyfus opliep maar herstelde.
Na de afschaffing van de monarchie in Italië in 1946, vestigde ze zich definitief in Zwitserland met haar familie.
Ze studeerde exacte wetenschappen, tolken en kunstgeschiedenis in Madrid, Genève en Parijs.
Robert Zellinger de Balkany was een Franse zakenman en vastgoedontwikkelaar van Hongaarse afkomst, die geboren werd op 4 augustus 1931 in Iclod, Roemenië.
Hij trouwde op 12 februari 1969 in Sainte-Mesme met prinses Maria Gabriella van Savoye.
Het kerkelijk huwelijk werd later gevierd op 21 juni 1969 in Eze-sur-Mer, op Château Balsan.
Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.
Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.
Marie Elizabeth werd geboren op 12 augustus 1971 in Genève.
Ze is een kunsthistorica en curator die werkt voor verschillende musea en galerijen in Europa.
Ze is getrouwd met Nicolas Kostopoulos, een Griekse bankier, en heeft twee kinderen: Alexander en Sophia.
Het huwelijk van Prinses Maria Gabriella van Savoye met Robert Zellinger de Balkany eindigde in een scheiding in 1990, na een eerdere scheiding van tafel en bed in 1976.
Robert Zellinger de Balkany overleed op 19 september 2015 in Genève, Zwitserland.
Prinses Maria Gabriella van Savoye richtte de Stichting Umberto II en Marie José van Savoye op en schreef verschillende boeken over het Huis Savoye.
Een autogiro is een soort vliegtuig dat gebruikmaakt van een rotor om lift te genereren, maar ook een motor met propeller om voorwaartse snelheid te creëren.
Het verschil met een helikopter is dat de rotor niet aangedreven wordt door de motor, maar door de luchtstroom die erlangs gaat.
Dit heet autorotatie.
Een autogiro kan niet verticaal opstijgen of landen, maar heeft wel een kortere start-en-landingsbaan nodig dan een conventioneel vliegtuig.
Een autogiro is een soort vliegtuig dat een motorloze rotor heeft, die alleen door de langsstromende lucht in beweging wordt gebracht.
Dit zorgt voor een grote veiligheid en stabiliteit, maar ook voor een beperkte start- en landingsruimte.
De uitvinder van de autogiro was de Spaanse vliegtuigbouwer Juan de la Cierva y Codorníu (1895-1936), die zijn eerste succesvolle model in 1923 bouwde.
Hij noemde zijn uitvinding Autogiro, volgens de Spaanse spellingregels met een i.
Hij richtte in 1925 een fabriek op in Engeland, waar hij zijn toestellen verder ontwikkelde en verkocht.
Koning Albert I was een groot liefhebber van de luchtvaart en leerde in 1931 zelf een autogiro te besturen.
Hij maakte verschillende vluchten boven België en Europa, soms vergezeld door zijn zoon Leopold III.
De autogiro raakte in de vergetelheid door de opkomst van de helikopter, die meer mogelijkheden bood voor verticaal opstijgen en landen.
De uitvinder Juan de la Cierva kwam in 1936 om het leven bij een vliegtuigongeluk in Engeland.
Het Kasteel van Gaasbeek werd oorspronkelijk gebouwd als een verdedigingsburcht rond 1240 door Godfried van Leuven, om het hertogdom Brabant te beschermen tegen het graafschap Henegouwen.
Doorheen de eeuwen werd het kasteel verschillende keren verwoest en heropgebouwd, en kwam het in handen van verschillende adellijke families, zoals de Hornes, de Egmonts en de Arconati Visconti’s.
De bekendste eigenaar was graaf Lamoraal van Egmont, die het kasteel kocht in 1565, maar drie jaar later onthoofd werd op bevel van de Spaanse koning.
In de 17de en 18de eeuw werd het kasteel omgevormd tot een luxueus zomerverblijf, met flamboyante parkgebouwen zoals de gloriëtte.
De laatste markiezin, Marie Peyrat, gaf het kasteel zijn huidige romantische uitzicht, geïnspireerd door de middeleeuwen.
Gisteren nog vandaag
Zij schonk het domein in 1921 aan de Belgische Staat.
Op 11 februari 1924 werd in aanwezigheid van de ministers Pierre Nolf (Kunsten en Wetenschappen) en Fulgence Masson (Justitie) het kasteel, dat al sinds de 13e eeuw bestaat, officieel ingehuldigd als een cultureel erfgoed (zie foto 3).
Het museum toont de rijke geschiedenis van het kasteel, dat verschillende eigenaars en verbouwingen heeft gekend, en de kunstcollectie die er door de eeuwen heen is verzameld.
Bezoekers kunnen genieten van schilderijen, meubels, wandtapijten, porselein en andere voorwerpen die getuigen van de levensstijl en smaak van de vroegere bewoners.
Sinds 1980 is het kasteel een museum van de Vlaamse Gemeenschap.
Het stadhuis van Oudenaarde is een prachtig voorbeeld van de Brabantse laatgotiek en een erkend UNESCO-werelderfgoed.
Het werd gebouwd tussen 1526 en 1537 door de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede, die het oude schepenhuis en de lakenhalle uit de 14e eeuw in zijn ontwerp integreerde.
Het stadhuis heeft een L-vormige plattegrond en is rijkelijk versierd met beeldhouwwerk, maaswerk en bladgoud.
Op de belforttoren staat een bronzen beeld van Hanske de Krijger.
Hanske de Krijger is een volksheld en het embleem van de stad Oudenaarde.
Het verhaal gaat dat toen keizer Karel V Oudenaarde bezocht de stadswachter Hanske de Krijger, die op uitkijk stond, hem niet had zien aankomen.
Hanske zou toen in slaap zijn gevallen, omdat hij te veel Oudenaards bier had gedronken.
Volgens een zestiende-eeuwse legende zou de keizer hebben opgedragen om een bril in het wapenschild te zetten.
In werkelijkheid is het embleem in het wapenschild echter geen bril maar een gotische letter A van Audenaerde.
De oorsprong van de legendevorming is het vergulde roodkoperen beeld dat sinds 1538 het Stadhuis van Oudenaarde bekroont.
Het toont een vaandeldrager uitgerust als een Spaans soldaat.
De Oudenaardse goudsmid Willem Blansterins maakte dit beeld in 1530.
Het stadhuis herbergt ook het MOU, een museum dat de geschiedenis van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen vertelt aan de hand van wandtapijten, schilderijen en archeologische vondsten.
Acha Stavisky kwam ter wereld in 1886 als zoon van een joodse tandarts in Oekraïne.
Hij verhuisde met zijn familie naar Parijs in 1899, waar hij al snel betrokken raakte bij verschillende oplichterijen, soms samen met zijn grootvader.
Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij als gigolo en cocaïnehandelaar.
Hij werd meerdere keren veroordeeld tot gevangenisstraf.
In 1926 bedroog hij een effectenmakelaar in Parijs voor miljoenen francs.
Hij werd aangehouden en na anderhalf jaar in voorarrest werd hij tijdelijk vrijgelaten in afwachting van zijn proces.
Na zijn vrijlating veranderde Stavisky zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte vanaf dan de zwendel grootscheeps aan.
Hij richtte een trits nieuwe maatschappijen met bekende personen in de directie.
Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar hadden geen macht en zeker geen expertise.
Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen.
Een van zijn bedrijven maakte houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika.
De koelkasten werkten natuurlijk niet.
Stavisky fêteerde politici en rechters en kreeg daardoor ondersteuning
Van deze politici werd gezegd: “ze zijn mannen van woorden in plaats van actie, en van ambitie in plaats van idealen “.
Stavisky gebruikte een piramidespel om zijn investeerders te misleiden.
Hij richtte een nieuw bedrijf op met het geld dat hij van de vorige investeerders had gekregen.
Zo hield hij de schijn op dat hij winstgevend was.
Maar dit kon natuurlijk niet eeuwig doorgaan en eind 1933 stortte zijn imperium.
Stavisky had een plaatselijke bank in Bayonne opgericht met de hulp van de burgemeester.
Hij leende geld bij zijn eigen bank en dit met als onderpand nepjuwelen.
Komt daarbij, om deze leningen terug te betalen, gaf hij obligaties uit die werden gesteund door de minister van arbeid.
Maar toen de obligaties eind 1933 moesten worden afgelost, was er geen geld meer.
De bank werd aangeklaagd en Stavisky sloeg op de vlucht naar Chamonix.
Op 8 januari probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl ze de deur van zijn chalet forceerden, schoot Stavisky zich zelf door het hoofd.
Zowel de links als rechtse pers geloofde dit niet en negen van de tien Fransen dacht dat Stavisky was vermoord om te voorkomen dat de namen van medeplichtige politici bekend zouden worden.
De bankfraude in Bayonne bracht de frauduleuze praktijken van Stavisky aan het licht.
Hij leek onaantastbaar te zijn door zijn connecties met machtige personen en door omkoping van politie, rechters en politici.
De Action Française, een extreemrechtse en antisemitische groep, eiste dat de verantwoordelijken in de regering en overheid zouden worden ontmaskerd.
De Action Française was een autoritaire beweging die oud-strijders vereerde en al jaren de democratische instellingen aanviel.
De affaire Stavisky gaf hen een nieuwe aanleiding om onrust te stoken.
De politieke crisis in Frankrijk escaleerde in januari 1934.
Vooral omdat de premier, Chautemps, van de liberale Radicale Partij, weigerde een onderzoek in te stellen.
De Action Française, beschuldigde daarom de regering van medeplichtigheid en eiste haar aftreden.
Dit leidde daardoor tot een golf van protesten en geweld in Parijs, die duurden van 9 tot 29 januari.
Verschillende andere rechtse organisaties, zoals de Crois de Feu en de Solidarité Française, sloten zich aan bij de Action Française om de regering omver te werpen.
De situatie werd zo ernstig dat Chautemps op 27 januari ontslag nam.
Daladier, ook van de liberale Radicale Partij, vormde een nieuwe regering op 29 januari 1934.
Daladier probeerde de socialisten te paaien voor zijn kabinet door Chiappe, de politieprefect van Parijs, te laten oppakken.
Chiappe werd namelijk door de socialisten beschuldigd van extreemrechtse sympathieën en mogelijke betrokkenheid bij de Stavisky-affaire.
Dit leidde tot grote verontwaardiging bij rechts.
Op 5 februari organiseerde de Croix de Feu een betoging in Parijs.
De volgende dag, toen het kabinet-Daladier zou worden beëdigd, wilde de Croix de Feu een massale protestactie houden tegen het parlementaire systeem.
De geruchten dat de regering Senegalese soldaten zou inzetten tegen de betogers versterkten de woede bij rechts.
Een grote menigte, waaronder leden van fascistische organisaties, verzamelde zich op 6 februari aan de oever van de rivier, tegenover het parlementsgebouw dat door een brug verbonden was.
Ze gooiden projectielen naar de politieagenten die de brug bewaakten.
De politie slaagde er niet in om de menigte te verspreiden.
De demonstranten vielen de paarden aan met stokken met scheermesjes en gooiden knikkers om ze te laten struikelen.
Rond acht uur ’s avonds probeerden de fascisten de brug over te steken om het parlement te bereiken.
Er ontstond een vuurgevecht tussen de politie en de aanvallers.
De brug bleef echter in handen van de politie en de menigte trok zich tegen middernacht terug.
Er waren 15 doden en ruim 1400 gewonden.
De volgende dag bood de één dag oude regering van Daladier haar ontslag aan.
Er werd nu een rechtse regering gevormd onder Gaston Doumerge, een socialisten hater.
Petain, de maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog en collaborateur in de tweede, werd minister van oorlog.
De rechtse groeperingen waren tevreden en de demonstraties namen af.
De affaire Stavisky was niet de oorzaak van de crisis in de Franse politiek, maar wel een symptoom ervan.
Het toonde aan hoe corrupt en zwak de Derde Republiek was, en hoe verdeeld en gepolariseerd de Franse samenleving was.
Het was een voorbode van de donkere tijden die zouden volgen (Ons Volk 7 januari 1934)
Door verschillende oorzaken, zoals structurele schade, waterinfiltratie en corrosie, helt de toren 87 centimeter over naar de kant van de Wollestraat.
De laatste keer dat het Belfort een grondige restauratie onderging, was in de jaren 70.
Nu heeft de stad Brugge een grootschalig renovatieproject opgestart om de toren te redden van verder verval.
De werkzaamheden die in 2026 zullen starten, gaan verder dan enkel restauratie.
Het project omvat het herstellen van de funderingen, het dak, de gevels en de verlichting, maar ook het verbeteren van de toegankelijkheid en de beleving voor de bezoekers.
Er komen nieuwe ingangen aan de zijkanten, een modern onthaal op de begane grond en een betere ontsluiting van de Belforttoren.
Het Belfort werd gebouwd in de 13e eeuw (of volgens sommige bronnen al in 1140) als symbool van de stedelijke autonomie en de handel.
Het Belfort is 83 meter hoog en heeft een achthoekige bovenbouw in neogotische stijl, die werd voltooid in 1482.
Het huisvestte een schatkamer, een archief en een klokkenspel.
In het Belfort zijn tal van kunstwerken te bewonderen, zoals het beeld van Sint-Michiel op de spits, de muziekrol die de beiaard aanstuurt en het klavier waarop de beiaardier speelt.
De beiaard telt 47 klokken en wordt regelmatig bespeeld voor het publiek.
In de schatkamer zijn ook enkele historische documenten te zien, zoals de stadskeuren en het stadszegel.
Het Belfort biedt ook een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving, voor wie de 366 trappen durft te beklimmen.
Het Belfort maakt sinds 1999 deel uit van het UNESCO-werelderfgoed, samen met andere belforten in België en Frankrijk.
In het Belfort zijn tal van kunstwerken te bewonderen, zoals het beeld van Sint-Michiel op de spits, de muziekrol die de beiaard aanstuurt en het klavier waarop de beiaardier speelt.
De beiaard telt 47 klokken en wordt regelmatig bespeeld voor het publiek. In de schatkamer zijn ook enkele historische documenten te zien, zoals de stadskeuren en het stadszegel.
Het Belfort biedt ook een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving, voor wie de 366 trappen durft te beklimmen (Diverse bronnen en De Post van 7 februari 1954)
Woodrow Wilson was een Amerikaanse politicus en academicus die de 28e president van de Verenigde Staten was van 1913 tot 1921.
Hij was lid van de Democratische Partij en diende als president van de Princeton University en als gouverneur van New Jersey voordat hij de presidentsverkiezingen van 1912 won.
Als president veranderde hij het economische beleid van het land en leidde hij de Verenigde Staten in de Eerste Wereldoorlog in 1917.
Hij was de belangrijkste architect van de Volkenbond, en zijn progressieve houding tegenover het buitenlands beleid kwam bekend te staan als het wilsonianisme .
Wilson werd geboren in Staunton, Virginia, en groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten, voornamelijk in Augusta, Georgia, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en het Reconstruction-tijdperk.
Hij studeerde af aan de Princeton University en behaalde zijn doctoraat in de politieke wetenschappen aan de Johns Hopkins University.
Zijn proefschrift, Congressional Government: A Study in American Politics, werd gepubliceerd in 1886 en vestigde zijn reputatie als een geleerde.
Hij doceerde aan verschillende universiteiten voordat hij in 1902 president werd van Princeton, waar hij een aantal hervormingen doorvoerde om het curriculum te moderniseren en de democratie te bevorderen.
In 1910 werd Wilson gekozen tot gouverneur van New Jersey met de steun van de progressieve vleugel van zijn partij.
Hij voerde een aantal wetten door om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, de corruptie te bestrijden, het kiesrecht uit te breiden en het bankwezen te reguleren.
Zijn succes als gouverneur maakte hem tot een leidende kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1912, waar hij het opnam tegen de Republikeinse zittende president William Howard Taft en de voormalige president Theodore Roosevelt, die zich afsplitste van zijn partij om een derde partij op te richten, de Progressive Party .
Wilson won de verkiezing met een meerderheid in het kiescollege, maar slechts 42 procent van de populaire stemmen.
Hij was de eerste Democraat die sinds 1896 werd gekozen tot president en de eerste zuidelijke president sinds 1848.
Als president lanceerde hij een ambitieus binnenlands programma dat bekend stond als The New Freedom, dat gericht was op het verminderen van tarieven, het hervormen van het bankwezen, het creëren van een federale handelscommissie en het versterken van de antitrustwetgeving.
Hij steunde ook sociale wetgeving om kinderarbeid te verbieden, arbeiders het recht op collectieve onderhandelingen te geven en federale leningen aan boeren te verstrekken .
Wilson werd herkozen in 1916 met een nipte marge onder de slogan “He kept us out of war”.
Hij had geprobeerd om neutraal te blijven in de Eerste Wereldoorlog die Europa verscheurde sinds 1914, maar hij werd geconfronteerd met toenemende druk om zich bij de geallieerden aan te sluiten tegen Duitsland na verschillende provocaties, zoals de onbeperkte duikboot oorlogvoering en het Zimmermann-telegram.
In april 1917 vroeg Wilson het Congres om een oorlogsverklaring tegen Duitsland “om de wereld veilig te maken voor democratie”.
Hij mobiliseerde snel het land voor oorlog door middel van propaganda, conscriptie, rantsoenering en leningen.
Hij stuurde ook meer dan twee miljoen Amerikaanse soldaten naar Europa om te vechten onder generaal John J. Pershing.
Wilson speelde een cruciale rol bij het beëindigen van de oorlog en het vormgeven van de naoorlogse orde.
Hij presenteerde zijn visie voor een rechtvaardige en duurzame vrede in een toespraak tot het Congres in januari 1918, waarin hij zijn beroemde Veertien Punten uiteenzette.
Deze omvatten het principe van nationale zelfbeschikking, de vrijheid van de zeeën, de vermindering van bewapening, en vooral de oprichting van een “algemene vereniging van naties” om de internationale samenwerking en veiligheid te waarborgen.
Wilson reisde persoonlijk naar Parijs om deel te nemen aan de vredesconferentie, waar hij de leider werd van de “Big Four”, samen met de Britse premier David Lloyd George, de Franse premier Georges Clemenceau en de Italiaanse premier Vittorio Orlando.
Hij slaagde erin om zijn idee van een Volkenbond op te nemen in het Verdrag van Versailles, dat in juni 1919 werd ondertekend.
Wilson keerde terug naar de Verenigde Staten om het verdrag te ratificeren door het Congres, maar hij stuitte op hevig verzet van senatoren die zich verzetten tegen het lidmaatschap van de Volkenbond.
Wilson weigerde compromissen te sluiten of wijzigingen in het verdrag toe te staan, en lanceerde een nationale spreekbeurt om steun te verwerven voor zijn plan.
Tijdens deze tour kreeg hij echter een beroerte die hem gedeeltelijk verlamd en blind aan één oog achterliet.
Zijn vrouw Edith, met wie hij in 1915 was getrouwd na de dood van zijn eerste vrouw Ellen in 1914, nam veel van zijn taken over als zijn naaste adviseur.
Het Congres verwierp uiteindelijk het Verdrag van Versailles en de Volkenbond, waardoor Wilsons droom van een nieuwe wereldorde werd gedwarsboomd.
Wilson bleef tot het einde van zijn termijn in 1921 in functie, maar hij was grotendeels afgesneden van het publiek en had weinig invloed op binnenlandse of buitenlandse zaken.
Hij werd opgevolgd door de Republikein Warren G. Harding, die beloofde terug te keren naar “normaliteit” na de oorlog en de hervormingen.
Wilson trok zich terug in zijn huis in Washington, D.C., waar hij tot zijn dood in 1924 bleef.
Hij werd begraven in de Washington National Cathedral, als eerste president die in de hoofdstad werd begraven .
Wilson wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste presidenten in de Amerikaanse geschiedenis, vooral om zijn leiderschap tijdens de Eerste Wereldoorlog en zijn visie op een vreedzame internationale orde.
Hij wordt ook geprezen om zijn progressieve hervormingen op binnenlands gebied, hoewel hij ook wordt bekritiseerd om zijn segregatiebeleid en zijn schendingen van burgerlijke vrijheden tijdens de oorlog.
Hij ontving in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan het beëindigen van de oorlog en het bevorderen van de Volkenbond.
Peter Townsend was een Britse piloot (officier van de Royal Air Force) en auteur.
Van 1944 tot 1952 was hij stalmeester van koning George VI, en nadien ook van diens dochter koningin Elizabeth II.
In 1944 kwam hij in dienst aan het Brits koninklijk hof als ere-stalmeester van koning George VI.
In die periode leerde hij ook de prinsessen Elizabeth en Margaret kennen.
Prinses Margaret werd verliefd op hem en wilde met Peter trouwen.
Ze vroeg hiervoor de goedkeuring aan haar zus, die ondertussen haar vader had opgevolgd als koningin en hoofd van de Engelse Kerk.
Omdat Peter Townsend op dat moment (1953) een gescheiden man was, oordeelde de Britse regering dat de prinses niet met hem kon trouwen.
Omdat koningin Elizabeth II haar zus het geluk wou gunnen, werd een toevlucht genomen tot een clausule in de wet waardoor een huwelijk wel mogelijk zou zijn vanaf de 25e verjaardag van de prinses.
Om de RAF-officier nog twee jaar uit de schijnwerpers van de media te houden, werd hij verbannen naar een diplomatieke post als ambassadeattaché in Brussel, van 1953 tot 1956.
Margaret en Peter schrijven elkaar elke dag en bellen elkaar urenlang.
In 1956 ging hij weg bij de RAF.
Op 31 oktober 1955 uitte prinses Margaret haar voornemen om toch af te zien van een huwelijk met Peter.
Margaret verdrinkt zich in gin en sociale uitjes.
Ze verliest de controle, terwijl Peter in zijn gedwongen ballingschap geniet van het leven.
De rede van zijn genot, is natuurlijk Marie-Luce Jamagne die hij leerde kennen in Brussel, toen ze pas 13 jaar was.
Marie-Luce Jamagne dochter van een miljonair en sigarettenfabrikant uit Brasshaat.
In 1959 trouwde hij met Marie-Luce Jamagne, in het gemeentehuis van Watermaal-Bosvoorde.
Het echtpaar krijgt drie kinderen: Marie-Françoise, Pierre en Marie-Isabelle, die een supermodel zal worden voor Ralph Lauren.
Het huwelijk bleef stand houden tot de dood van Peter.
De familie verhuisde vervolgens naar de regio Parijs, “La Bullière”, een eigendom waar ze de nodige rust vinden en vooral privacy.
Peter Townsend begon toen een leven als auteur, voornamelijk van non-fictie boeken.
Tot zijn oeuvre behoren titels als “Earth My Friend” (rond het thema van solo-wereldreizen midden de jaren 50), “Duel of Eagles” (over de slag om Groot-Brittannië), “The Odds Against Us” (Duel in the Dark, over zijn oorlogstijd als gevechtspiloot), “The Last Emperor” (een biografie van koning George VI), “The Girl in the White Ship” (over de Vietnamese bootvluchtelingen eind jaren 70) en “The Postman of Nagasaki” (over de kernbom op Nagasaki).
In 1978 schreef hij zijn autobiografie “Time and Chance”, die een groot succes zou worden.
Hij stierf op 19 juni 1995 op 80-jarige leeftijd op zijn eigendom in Saint-Léger-en-Yvelines en dit aan de gevolgen van darmkanker (Foto’s januari 1959).