Big Bill, de Leuvense rocker droomt van Amerika.

Big Bill geboren als Armand Hombroeckx begon zijn carrière in de jaren 70 als lid van de rockgroep Big Bill en zijn Rockers, die hits scoorden als ‘Ene mee hesp’ en ‘Lang leve de nijverheid’.

Later ging hij solo verder en experimenteerde hij met verschillende stijlen, van blues tot reggae.

Zijn teksten zijn vaak humoristisch en maatschappijkritisch, en hij zingt altijd in het Leuvens dialect.

Hij wordt beschouwd als een icoon van de Leuvense cultuur en een ambassadeur van het dialect (Joepie van 7 januari 1979)

Vandaag is het precies 40 jaar geleden dat het album 1984 (MCMLXXXIV) van de Amerikaanse rockband Van Halen in de platenwinkels lag.

Het was het zesde en laatste studioalbum van de groep in de originele bezetting met zanger David Lee Roth, gitarist Eddie Van Halen, bassist Michael Anthony en drummer Alex Van Halen.

Het album werd geproduceerd door Ted Templeman, die ook verantwoordelijk was voor de vorige vijf albums van de band.

1984 was een groot commercieel succes voor Van Halen, mede dankzij de hitsingles Jump, I’ll Wait, Panama en Hot for Teacher.

Deze nummers lieten een diversiteit aan stijlen zien, van synthesizerpop tot hardrock.

Het album bereikte de tweede plaats in de Amerikaanse Billboard 200 en werd meer dan 10 miljoen keer verkocht, waarmee het evenveel verkocht als het debuutalbum Van Halen uit 1978.

Het album wordt beschouwd als een van de klassiekers van de hardrock en een van de invloedrijkste albums van de jaren 80.

Het album verkocht meer dan 10 miljoen exemplaren in de Verenigde Staten alleen.

Het album markeerde ook het einde van een tijdperk voor Van Halen, want kort na de release verliet Roth de band vanwege muzikale meningsverschillen met Eddie Van Halen.

Roth begon een solocarrière en werd vervangen door Sammy Hagar, die tot 1996 bij de band bleef.

In 2007 kwam Roth terug bij Van Halen voor een reünie-tournee en in 2012 brachten ze samen het album A Different Kind of Truth uit.

Gisteren nog vandaag

100 jaar geleden, viering Marie Curie, de geleerde die twee keer een Nobelprijs kreeg.

Marie en Pierre Curie waren twee vooraanstaande wetenschappers die baanbrekend onderzoek deden naar radioactiviteit.

Ze ontdekten twee nieuwe elementen, radium en polonium, en isoleerden radium uit erts.

Ze toonden aan dat radium een krachtige bron van straling was die vele toepassingen had in de geneeskunde en de industrie.

Voor hun werk ontvingen ze samen met Henri Becquerel de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1903.

Marie Curie was de eerste vrouw die deze eer kreeg.

In 1911 kreeg Marie Curie nog een Nobelprijs, ditmaal voor de Scheikunde, voor haar verdere onderzoek naar radium en polonium.

Ze was de eerste persoon die twee Nobelprijzen won, en de enige die ze won in twee verschillende wetenschappelijke disciplines.

Ze werd wereldwijd erkend als een pionier op het gebied van radioactiviteit en een rolmodel voor vrouwen in de wetenschap.

Marie en Pierre Curie lieten een blijvende erfenis na in de wetenschap en de samenleving.

Hun namen zijn verbonden aan het element curium, dat in 1944 werd gesynthetiseerd, en aan de eenheid curie, die de activiteit van een radioactieve bron aangeeft.

In 1995 werden hun stoffelijke resten overgebracht naar het Panthéon in Parijs, als eerbetoon aan hun bijdragen aan Frankrijk en de mensheid.

Hun persoonlijke documenten, die nog steeds radioactief zijn, worden bewaard in de Bibliothèque nationale in Parijs, waar ze alleen met speciale bescherming kunnen worden geraadpleegd (Ons Land 5 januari 1924).