90 jaar geleden, Dolly Davis maakt reclame voor zeep van het merk Lux

Dolly Davis, geboren als Julienne Alexandrine David stond bekend om haar rollen in films als Le Chauffeur de Mademoiselle en werd geprezen om haar gratie en charme door de filmpers van die tijd.

Tijdens haar carrière werd ze meermaals geportretteerd in schilderijen door kunstenares Jacqueline Marval.

Jacqueline Marval (1866–1932) was een spilfiguur in de Parijse kunstwereld rond 1900.

Als Franse kunstschilderes, graficus en beeldhouwster was ze een van de vrouwelijke pioniers van de avant-garde.

Ze werd geboren als Marie-Joséphine Vallet in Quaix-en-Chartreuse.

Haar vroege leven kende een tragische start: na het verlies van haar kind verliet ze haar echtgenoot en trok ze naar Parijs om een nieuw leven op te bouwen.

Om in haar levensonderhoud te voorzien, begon ze daar als ‘giletière’ (een maakster van vesten).

Al snel ontwikkelde ze echter haar artistieke talent en nam ze het pseudoniem Jacqueline Marval aan, een samentrekking van haar voor- en achternaam.

In Parijs bouwde ze een leven op in het hart van de kunstscene, waar ze bevriend raakte met prominente kunstenaars als Henri Matisse, Albert Marquet en haar levensgezel Jules Flandrin.

Haar doorbraak kwam in 1901, toen ze voor het eerst exposeerde op de Salon des Indépendants.

De invloedrijke kunsthandelaar Ambroise Vollard was direct onder de indruk en kocht maar liefst tien van haar schilderijen, waaronder het geruchtmakende naakte zelfportret “Odalisque au guépard”.

Marval bleef de kunstwereld opschudden.

Haar schilderij “Les Odalisques” (1902-1903) zorgde voor opschudding op de Salon van 1903.

Niet alleen was het avant-gardistisch, maar het onderwerp – een bordeelscène geschilderd door een vrouw waarin ze bovendien zichzelf meermaals afbeeldde – was zeer gedurfd voor die tijd.

Haar werk kenmerkt zich door een levendig kleurgebruik en een heel persoonlijke lijnvoering.

Ze schilderde uiteenlopende onderwerpen, van portretten en bloemstillevens tot het moderne strandleven in Biarritz en interpretaties van ballet.

In 1913 ontving ze de prestigieuze opdracht om de foyer van het nieuwe Théâtre des Champs-Élysées te decoreren, waarvoor ze panelen creëerde rond het ballet Daphnis et Chloé.

Marval werd bewonderd door tijdgenoten als Guillaume Apollinaire en stond bekend om haar flamboyante persoonlijkheid, wat haar de bijnaam ‘fee van de belle époque’ opleverde.

Tijdens haar leven werd haar werk veelvuldig getoond in heel Europa en de Verenigde Staten, onder meer op de beroemde Armory Show in New York (1913) en de Biënnale van Venetië.

Na haar dood in 1932 raakte ze wat in de vergetelheid, maar recentelijk is er weer volop aandacht voor haar belangrijke rol als vrouwelijke pionier in de moderne kunst.

Vandaag is het ook al vijftig jaar geleden dat Francisco Franco y Bahamonde, en beter bekend als generalísimo Francisco Franco is overleden

Francisco Franco werd op 4 december 1892 geboren in El Ferrol, Galicië, in het noordwesten van Spanje.

Zijn jeugd was moeilijk. Zijn vader, een marineofficier, was vooral bezig met gokken, drinken en vreemdgaan, wat thuis tot voortdurende ruzies leidde.

Uiteindelijk verliet zijn vader het gezin voor een jonge maîtresse in Madrid.

Getekend door deze ervaringen koos Franco zelf een radicaal ander pad: hij was een sober man die roken, drinken, gokken en het bezoek aan kroegen of bordelen meed.

Hoewel hij de marine ambieerde, koos hij in 1907 noodgedwongen voor het leger. Hij was een middelmatige student, maar maakte carrière in het Spaanse protectoraat Marokko.

Zijn optreden tijdens de Rifoorlog (ca. 1921-1926) was meedogenloos.

Nadat hij in 1916 gewond raakte, werd hij bevorderd. Een sleutelrol speelde hij in het Spaanse Vreemdelingenlegioen dat hij omvormde tot een geduchte eenheid.

Het redden van de stad Melilla in 1921 maakte hem tot een nationale held.

In 1923 trouwde hij met Carmen Polo, met wie hij één dochter kreeg.

Toen in 1931 de Tweede Spaanse Republiek werd uitgeroepen, hield Franco zich aanvankelijk afzijdig.

Wel ontstond er frictie toen de republikeinen zijn Militaire Academie sloten.

In de onrustige jaren dertig sloeg hij in 1934 een linkse opstand neer.

Toen het linkse Volksfront in 1936 de verkiezingen won, werd Franco overgeplaatst naar de Canarische Eilanden, wat hij zag als een verbanning.

Dit was de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog, die op 17 juli 1936 uitbrak.

Franco en andere rechtse generaals probeerden de macht te grijpen om te voorkomen dat Spanje ‘links-anarchistisch’ zou worden.

De staatsgreep slaagde deels, wat leidde tot een bloedige oorlog. Franco kreeg cruciale militaire steun van Hitlers Duitsland en Mussolini’s Italië; de republikeinen werden gesteund door Stalins Sovjet-Unie.

De invloed van de communisten binnen het republikeinse kamp zorgde echter voor interne spanningen.

Eind 1938 trok Stalin zijn steun terug, wat het lot van de republiek bezegelde.

Op 1 april 1939 claimden de nationalisten de overwinning.

De nationalisten traden hard op; alleen al in Barcelona werden in enkele dagen 10.000 mensen zonder proces geëxecuteerd.

De oorlog was desastreus, met naar schatting 320.000 doden en 114.000 blijvend vermiste republikeinen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het fascistische Spanje officieel neutraal.

Hitler en Franco ontmoetten elkaar in 1940, maar naar verluidt had Hitler een hekel aan de Spaanse leider.

Hoewel Franco een lijst met Joodse namen doorspeelde aan Duitsland, diende het neutrale Spanje ook als toevluchtsoord voor ongeveer 200.000 Joden.

Na 1945 bouwde Franco zijn dictatuur uit, wat leidde tot een internationaal isolement.

Hij herstelde in 1947 op papier de monarchie en wees in 1969 Juan Carlos I aan als zijn opvolger.

Francisco Franco stierf op 20 november 1975.

Tot verrassing van velen leidde de nieuwe koning Juan Carlos Spanje naar een democratie.

De erfenis van Franco blijft echter gevoelig; in 2022 werd in Spanje een wet aangenomen die het verheerlijken van Franco en het fascisme verbiedt.

Het is ook alweer bijna 40 jaar geleden dat Angie Dylan, wiens echte naam Anja Dillemans is, een kleine hit had met het nummer ‘In The Dark’.

Het nummer werd geschreven door Fred Bekky, Cris Lennarth en Jean-Pierre Dagleth.

Hoewel de single uiteindelijk niet verder kwam dan de Tipparade, kende het wel redelijk succes in discotheken, zowel in Vlaanderen als in Spanje en Italië (Foto uit mijn privécollectie).

40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De tweelingzussen Alice en Ellen Kessler zijn vandaag op 89-jarige leeftijd samen overleden. Onscheidbaar tot het laatst, kozen ze gezamenlijk voor euthanasie.

De zussen, geboren in 1936, laten een indrukwekkende en veelzijdige carrière na als danseressen, zangeressen en actrices.

Hun artistieke pad begon al vroeg. Dankzij hun muzikale ouders gingen de eeneiige tweelingzussen op zesjarige leeftijd naar de balletschool, wat in 1947 leidde tot een plek bij het kinderballet van de Leipziger Opera.

Na de vlucht van het gezin naar West-Duitsland in 1952 debuteerden ze in de revue van Düsseldorf. Het duurde niet lang voordat ze internationaal doorbraken.

In Parijs en Italië stonden ze bekend als de ‘tweeling van de benen’ en veroverden ze de harten van het publiek.

Vooral met Italië hadden ze een sterke band; ze woonden er van 1962 tot 1986 en hadden er hun eigen tv-show. Hun populariteit bleek ook in 1976, toen ze op 40-jarige leeftijd poseerden voor de Italiaanse Playboy. Dit zorgde voor een ware sensatie en het blad was in korte tijd uitverkocht.

Gedurende hun loopbaan deelden ze het podium met wereldsterren als Burt Lancaster, Fred Astaire, Sammy Davis Junior en Frank Sinatra.

Ook deden ze in 1959 mee aan het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Heute abend wollen wir tanzen gehen’, waarmee ze de achtste plaats behaalden (het jaar dat de Nederlandse Teddy Scholten won).

Ze waren echter ook kritisch op hun keuzes: zo weigerden ze een rol naast Elvis Presley in de film ‘Viva Las Vegas’, uit angst om in Hollywood getypecast te worden.

Sinds 1986 woonden de zussen weer in Duitsland, in Grünwald nabij München. Stilzitten deden ze niet; zo gaven ze in 2009 nog een reeks jazzconcerten.

Zoals ze hun leven samen deelden, zo zullen ze ook hun laatste rustplaats delen: Alice en Ellen hebben in hun testament vastgelegd dat ze samen in één urn begraven willen worden.

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat oud-politicus Willy Kuijpers is overleden.

Willy Kuijpers begon zijn engagement bij de Chiro, aanvankelijk zonder banden met het Vlaams-nationalisme, maar hij groeide desondanks snel uit tot een van de grote voortrekkers van de beweging.

Hij verwierf al vroeg een grote naamsbekendheid, onder meer door de uitgave van zijn eigen magazine “Nieuw Vlaanderen”.

Zijn politieke loopbaan was indrukwekkend en spreidde zich uit over alle niveaus.

Lokaal was Kuijpers zeer aanwezig in Herent, waar hij opklom van gemeenteraadslid tot schepen, en uiteindelijk van 1995 tot 2012 burgemeester was.

Hij was Kamerlid van 1971 tot 1984 en zetelde begin jaren 80 in de Vlaamse Raad.

In 1984 volgde een verkiezing als Europees Parlementslid, en tussen 1989 en 1995 zetelde hij in de Senaat. Aansluitend was hij nog twee jaar Vlaams Parlementslid, een mandaat dat hij om gezondheidsredenen neerlegde.

Doorheen zijn carrière streed Kuijpers, gedreven door zijn Vlaamse overtuiging, voor een hele reeks verdrukte bevolkingsgroepen, van Basken over Koerden tot Armeniërs.

Vooral zijn pro-Baskische activisme was opmerkelijk. Ten tijde van de Franco-dictatuur deelde hij pamfletten uit voor een vrij Baskenland bij de kathedraal van Guernica.

Die actie kwam hem duur te staan: hij werd opgepakt, in de cel gegooid en het land uitgezet.

Naast zijn politieke strijd was Kuijpers ook erg begaan met mensen die het moeilijk hadden.

Zo nam hij in zijn eigen gezin verschillende pleegkinderen op en bood hij onderdak aan mensen die nergens anders terechtkonden.

Hij stond tevens bekend als een non-conformist. Ooit werd hem de toegang tot de Kamer geweigerd omdat hij zonder das en pak verscheen.

Hij had ook een Tijl Uilenspiegel-kantje en haalde regelmatig grappen uit. Legendarisch is zijn luide uitroep “Pujol, kust mijn hol!” in Barcelona, na een toespraak van een Catalaanse politicus.

In 1997 stopte hij om gezondheidsredenen definitief als parlementslid.

Een jaar later, in 1998, werd hij in het Vlaams Parlement gehuldigd voor zijn 25-jarig parlementair mandaat.

Sinds 1999 draagt hij de eretitel van ere-Vlaams volksvertegenwoordiger.

Hoewel hij in 2016 officieel afscheid nam van de politiek, duwde hij twee jaar later nog de lokale N-VA-lijst in Herent om zijn partij te steunen.

Willy Kuijpers overleed op 83-jarige leeftijd aan de gevolgen van een coronabesmetting, opgelopen tijdens een ziekenhuisopname.

De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.

Vandaag 80 jaar geleden, verscheen de eerste volledig Vlaamse editie van het weekblad Libelle.

Hoewel het blad oorspronkelijk uit Nederland komt, waar het al in 1934 op de markt kwam, kreeg Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog een eigen versie.

De kernformule, gericht op mode, opvoeding, schoonheid, eten en relaties, bleef van meet af aan de basis.

De Nederlandse Uitgeverij De Spaarnestad richtte speciaal voor de Vlaamse markt ‘Libelle N.V.’ op. Het ‘nieuwe’ tijdschrift kreeg de ondertitel “Weekblad voor de (Vlaamsche) vrouw” en mikte aanvankelijk op huisvrouwen uit de middenklasse.

Nu het papiertekort voorbij was, kon het magazine in paginagrootte toenemen en maakte het geleidelijk de overstap van zwart-wit naar kleur.

Begin jaren 60 kreeg het blad een duidelijkere structuur met rubrieken geordend per thema, zoals mode, praktische tips, reportages en een tv-bijlage.

Tegen het einde van dat decennium verbreedde Libelle haar horizon en richtte het zich niet langer exclusief op huisvrouwen, maar ook op buitenshuis werkende vrouwen.

Een belangrijke mijlpaal was de fusie met het blad Rosita in 1970.

Dit moment markeerde een breuk met het zeer traditionele profiel. Het klassieke beeld van de vrouw die thuisbleef voor man en kinderen, strookte niet meer met de geëmancipeerde tijdgeest van de jaren 70.

Libelle evolueerde mee tot een hedendaags vrouwenblad, hoewel het een expliciet feministische koers vermeed.

In 1990 volgde een nieuwe fusie, ditmaal na het faillissement van ‘Het Rijk der Vrouw’. Libelle nam dit blad over en greep de kans aan voor een grondige modernisering.

Oude rubrieken kregen een opfrisbeurt, de moraliserende toon verdween, en de lay-out werd aangepakt met meer kleur, een nieuw lettertype en een gerestylede cover.

Ook op het vlak van eigenaarschap kende het blad verschuivingen. In 2001 nam de Finse groep Sanoma de publiekstijdschriften van VNU (waar Libelle sinds 1964 deel van uitmaakte) over.

Het merk breidde zelfs even uit naar televisie: tussen 2013 en 2015 bestond er een aparte zender genaamd Libelle TV.

Sinds 2018 maakt Libelle, samen met onder andere Flair, deel uit van de Roularta Media Group.

Door de jaren heen heeft Libelle bewezen een zeer breed publiek te kunnen aanspreken.

In 2011 bedroeg de wekelijkse oplage nog zo’n 300.000 exemplaren. Volgens cijfers uit 2010 bereikte het blad ruim 900.000 lezers.

Hoewel de grootste lezersgroep bij de 65-plussers lag, had het blad een sterke aanhang in alle leeftijdscategorieën vanaf 35 jaar.

Opvallend was dat bijna een kwart van de lezers mannelijk was en iets minder dan de helft van het totale lezerspubliek een job uitoefende.