Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Ze was een veelzijdige en kritische auteur, die zowel poëzie, proza als essays schreef. Ze was ook een voorvechtster van de vrouwenemancipatie en de Vlaamse Beweging.
Virginie Loveling werd geboren in Nevele, als dochter van een Duitse vader en een Vlaamse moeder.
Haar vader pleegde zelfmoord toen ze nog een kind was, waardoor ze opgroeide in armoede.
Ze leerde verschillende talen en ontwikkelde een grote liefde voor literatuur.
Samen met haar zus Rosalie begon ze gedichten te publiceren onder het pseudoniem Loveling.
Na de dood van haar zus in 1875 legde Virginie zich toe op het schrijven van verhalen en romans, die getuigden van een scherp observatievermogen en een realistische stijl.
Ze nam geen blad voor de mond en hekelde de invloed van de katholieke kerk, de verfransing van de elite en de achterstelling van de vrouw.
Haar werken waren vaak controversieel en werden soms gecensureerd of verboden.
Virginie Loveling reisde veel en maakte kennis met andere culturen en schrijvers.
Ze schreef ook over haar reiservaringen in boeiende verslagen.
Ze was bevriend met haar neef Cyriel Buysse, met wie ze samen een roman schreef: Levensleer, een humoristische roman over de verfranste Gentse bourgeoisie.
Ze was ook actief in verschillende verenigingen die opkwamen voor de rechten van de vrouw en de Vlaming.
Virginie Loveling stierf op 1 december 1923 in Gent en werd begraven op de Westerbegraafplaats te Gent.
Hij schreef dit nummer als een ode aan het dochtertje van zijn manager Gordon Mills, die drie jaar oud was toen het nummer uitkwam.
Aan het eind van het nummer hoor je haar vrolijke lach.
Gordon Mills speelde ook mee op de harmonica.
Clair was een groot succes in Vlaanderen en Nederland, waar het respectievelijk de eerste plaats in de Brt Top 30 en de vierde plaats in de Nederlandse Top 40 behaalde.
Gordon Mills was niet alleen de manager van Gilbert O’Sullivan, maar ook van Tom Jones en Engelbert Humperdinck.
Gilbert O’Sullivan is ook de peetvader van Clair.
Gilbert O’Sullivan werd geboren als Raymond Edward O’Sullivan in Ierland.
Hij verhuisde naar Swindon in Engeland toen hij tien jaar was en raakte daar geïnteresseerd in muziek.
Hij speelde in verschillende bandjes, waaronder Rick’s Blues met Rick Davies, die later bekend werd als de oprichter van Supertramp.
In 1967 kreeg hij een platencontract bij CBS en veranderde zijn artiestennaam naar Gilbert O’Sullivan, een verwijzing naar de beroemde operettecomponisten Gilbert & Sullivan.
Maar na twee singles eindigde deze samenwerking.
Gelukkig maakte hij indruk met zijn demo’s op Gordon Mills, die hem onder zijn hoede nam en hem hielp met zijn carrière.
Gilbert O’Sullivan had veel succes in de jaren zeventig, vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Vlaanderen en Nederland.
Hij scoorde hits met nummers als Nothing Rhymed, Alone Again (Naturally), Get Down en Matrimony.
Zijn relatie met Gordon Mills verslechterde echter in de loop der jaren en hij raakte verwikkeld in een juridisch conflict met hem en zijn platenmaatschappij over de rechten op zijn nummers.
Hij spande een rechtszaak aan en won die uiteindelijk na een lange strijd.
Hij kreeg daarmee alle rechten op zijn eigen werk terug. Hij is een van de weinige artiesten die zo’n overwinning behaald heeft tegen een platenbedrijf.
De Vroente of Amigo was naast de Treurenbergpoort en de Steenpoort een van de drie middeleeuwse gevangenissen in Brussel.
De eerste vermelding ervan dateert uit 1326.
Ze had geen vaste plek maar werd elke drie jaar door de landsheer verpacht, wat tot te veel ontsnappingen leidde.
Daarom maakte de Rekenkamer in februari 1522 middelen vrij om een huis aan te kopen in de huidige Vruntstraat tegenover de toenmalige Lakenhal.
Het was een eigendom van de erfgenamen van Jan van Lindt, gelegen tussen de herbergen t’Oudt Stadhuys en Emaüs.
Behalve kamers en cellen (callaborsen) was er ook een kapel ingericht. In de Spaanse Tijd kreeg de gevangenis de naam Amigo, zoals ook blijkt uit een officiële akte van 1652.
Allicht ging het om een foute vertaling die vrunt verwarde met vriend. Het woord vond ook elders in de Nederlanden ingang.
De kamers hadden elk een verschillend tarief, dat ook afhing van hoeveel personen er waren opgesloten.
Voor de cellen en de behoeftigenkamers kreeg de cipier een vergoeding van de overheid of van de schuldeiser die de arrestatie had uitgelokt.
Zowel criminele als civiele gevangenen konden in de Amigo terechtkomen. Een oorkonde van 1328 schreef voor dat poorters en poorteressen van Brussel nergens gevangen mochten worden gezet tenzij in de Vroente of in de Steenpoort.
De costuymen van 1570 schreven voor dat poorters en ingezetenen gewoonlijk in de Vroente moesten worden opgeborgen.
Vandaar dat men zei dat je een nachtje in de Amigo moest hebben doorgebracht om Brusselaar te zijn. Na het bombardement van 1695 lag de Amigo in puin.
De centrale regering wilde er geen kosten aan maken en stond het gebouw in 1705 af aan het stadsbestuur. Het herrees als politiegevangenis en zou volgens Henne en Wauters in 1791 nogmaals zijn herbouwd.
Tijdens de Franse bezetting eind 1792 werden de politieke gevangenen van de Madelonetten overgebracht naar de Amigo.
Paul Verlaine bracht er in 1873 een nacht door waarvan hij een beschrijving naliet. De Amigo bleef bestaan tot 1930.
De naam leeft voort in het Hotel Amigo, dat al sinds 1957 bestaat.
Het werd door de familie Blaton omgebouwd om koninklijke families, beroemdheden en vips te herbergen voor de wereldexpositie van 1958.
Om de hoek op de Kolenmarkt is nog steeds een politiecommissariaat met een cellenblok. (Diverse bronnen, Wikipedia en reclame van november 1973)
Haar stiefvader was de cabaretier en protestzanger Wolf Biermann, die haar inspireerde om zich te verzetten tegen het communistische regime.
Nina Hagen was buiten haar stiefvader dan ook een van de eerste artiesten die kritiek durfde te uiten op het leven in de DDR.
Haar nummer Du Hast Den Farbfilm Vergessen, dat ze opnam met de band Automobil, was een ironische aanklacht tegen de somberheid en de onderdrukking van het Oost-Duitse regime.
Het nummer werd in 1974 uitgebracht als haar debuutsingle en maakte haar meteen populair bij het jonge publiek.
In december 2021 koos bondskanselier Angela Merkel voor de taptoe bij haar afscheid voor dit nummer.
Ze emigreerde naar het Westen in 1977 en richtte de Nina Hagen Band op, waarmee ze twee succesvolle albums uitbracht: Nina Hagen Band (1978) en Unbehagen (1979).
Haar grootste hits waren onder andere “Unbeschreiblich weiblich”, “TV-Glotzer” en “African Reggae”.
Nina Hagen wordt beschouwd als een pionier van de punk- en new wave-beweging in Duitsland.
Ze experimenteerde met verschillende muziekgenres, zoals rock, pop, opera, reggae, rap en dance.
Ze werkte samen met artiesten als Herman Brood, Adamski, M.C. Shawn en Apocalyptica.
Ze bracht meer dan 20 albums uit, waarvan de laatste Return of the Mother (2000) was.
Ze is ook bekend om haar spirituele en politieke activisme.
Ze bekeerde zich tot het hindoeïsme in de jaren 80 en steunde verschillende sociale en ecologische doelen.
Betref het hindoeïsme daar ze maakte een einde aan in 2005 en stapte ze over naar de Evangelisch-Reformierte Kirche in Schüttorf.
Nina Hagen had verschillende relaties en huwelijken in haar leven.
Ze heeft twee kinderen: Cosma Shiva Hagen (1981), die ze kreeg met gitarist Ferdi Karmelk (lid geweest van James Mean, Tee Set, Les Baroques, Vitesse, Wild Romance, Nina Hagen begeleidingsband en The Managers en kwam te overlijden 20 augustus 1988) en Otis Chevallier-Hagen, die ze adopteerde met haar tweede echtgenoot Lucas Alexander Breinholm, een relatie die een jaar duurde, namelijk van 2004 tot en met 2005.
Haar eerste huwelijk was met David Lynn van 1996 tot en met 2000.
Betreft haar relatie met Herman Brood in 1979 toen de krantenkoppen melding maakte van een sensationele huwelijk van Herman Brood en Nina Hagen en toen ook de hoofdrolspelers van de film Cha Cha.
Was het al vlug duidelijk dat dit niet meer was dan publiciteitsstunt om de film te promoten.
Op de set leerde ze wel gitarist Ferdi Karmelk kennen. Sommige beweren dat er wel eerder een korte relatie was tussen haar en Herman Brood.
Later vertelde ze in een interview dat Herman Brood haar soulmate was, maar dat ze geen relatie met hem kon hebben gezien zijn drugsgebruik.
Een vreemde reactie gezien Ferdi Karmelk zelf verslaafd was aan drugs en daar ook aan kwam te overlijden in 1988.
Ook zou ze voor een korte periode getrouwd geweest zijn met een kraker uit Londen.