75 jaar geleden, te gast in het Brouwershuis in Antwerpen (oktober 1948) deel 1

Het Brouwershuis in Antwerpen is een historisch gebouw dat dateert uit de 16e eeuw.

Het was oorspronkelijk de zetel van de gilde van de brouwers, die een belangrijke rol speelden in de economische en sociale ontwikkeling van de stad.

Het gebouw is een voorbeeld van de Brabantse renaissancestijl, met een rijk versierde gevel en een imposante trapgevel.

Het interieur bevat onder meer een grote zaal met een houten zoldering, een schouw met albasten reliëfs en een collectie schilderijen en wandtapijten.

Het Brouwershuis is sinds 1938 een beschermd monument en is nu in gebruik als museum en evenementenlocatie.

50 jaar terug geleden, het Duitse duo Cindy en Bert en hun hit Immer wieder sonntags.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een zesde plaats in de hitparade. In Nederland bereikte ze de achtste plaats in de Top 40.

Het nummer werd geschreven door Andreas Dries Holten en Jonny Halvey en verscheen in 1973 ook op hun derde album Zwei Menschen und ein Weg.

Cindy en Bert waren een populair muziekduo uit Duitsland dat vooral in de jaren 70 succesvol was.

Ze zongen voornamelijk schlagers en volksliedjes, maar ook enkele covers van internationale hits.

Ze hadden ook succes met onder meer de nummers zijn ‘Wenn die Rosen erblühen in Malaga’ en hun ‘Der Hund von Baskerville’, een cover van het nummer Paranoid van Black Sabbath.

Ze deden ook mee aan het Eurovisiesongfestival in 1974 met het liedje ‘Die Sommermelodie’, maar eindigden op de veertiende plaats.

Cindy en Bert gingen in 1988 uit elkaar, zowel als duo als, als echtpaar.

Ze hebben elk een solocarrière nagestreefd, maar konden niet meer hetzelfde succes behalen als samen. (Foto september 1973)

Donna Summer (Poster oktober 1978)

Donna Summer staat bekend om haar krachtige stem en haar hits als I Feel Love, Hot Stuff en Last Dance.

Een van haar meest opvallende nummers was haar cover van Mac Arthur Park, een lied geschreven door Jimmy Webb en oorspronkelijk gezongen door Richard Harris.

Donna Summer nam het nummer op voor haar album Live and More uit 1978 dat een dubbelalbum was met liveopnames en een met als extra de single The Deep.

De producers van het album was Giorgio Moroder, een Italiaanse muzikant en pionier van de elektronische muziek en Pete Bellotte.

Zij waren verantwoordelijk voor veel succesvolle nummers, waaronder I Feel Love.

Moroder gaf Mac Arthur Park een discoarrangement met synthesizers, strijkers en een snelle beat.

Het nummer werd uitgebracht als een single met op kant 1, Mac Arthur Park en op kant 2, Mac Arthur Park (Reprise).

Het eerste deel duurde bijna vier minuten en het tweede deel bijna zes minuten.

Samen vormden ze een epische discoversie van het nummer dat oorspronkelijk meer dan zeven minuten duurde.

Mac Arthur Park werd een grote hit voor Donna Summer en bereikte de eerste plaats in de Billboard Hot 100 in de Verenigde Staten.

Het was haar eerste nummer één hit in haar thuisland en het maakte haar tot een wereldwijde superster.

In Vlaanderen bereikte de single de elfde plaats in de Brt Top 30. In Nederland bereikte het nummer de negende plaats in de Top 40.

Mac Arthur Park wordt beschouwd als een klassieker van de disco en een hoogtepunt in de carrière van Donna Summer.

Bobby Henrey in de film The Fallen Idol (1948)

Bobby Henrey was een kindacteur die bekend werd door zijn rol in de film The Fallen Idol uit 1948, geregisseerd door Carol Reed.

Hij speelde de rol van Philippe, een jongen die getuige is van een moord en verstrikt raakt in een web van leugens en bedrog.

Henrey was slechts acht jaar oud toen hij de rol kreeg, en had geen acteerervaring.

Hij werd gecast nadat Reed hem zag op een foto in een boek over zijn vader, Robert Henrey, een Franse diplomaat en schrijver.

Henrey’s acteerprestaties werden geprezen door de critici en het publiek, en hij werd een ster in Engeland en Amerika.

Hij verscheen in nog twee films, The Wonder Kid (1951) en Little Boy Lost (1953), voordat hij zich terugtrok uit de filmwereld.

Hij had moeite om zich aan te passen aan het normale leven na de roem, en worstelde met depressie, drugsverslaving en alcoholisme.

Hij schreef later een autobiografie over zijn ervaringen als kindster, getiteld A Minor Consideration (1989).

Henrey leeft nu in de Verenigde Staten en werkte daar als leraar en vertaler. Hij heeft twee kinderen en vier kleinkinderen.

Hij heeft geen spijt van zijn filmcarrière, maar zegt dat hij het niet opnieuw zou doen.

Hij beschouwt The Fallen Idol als zijn beste werk, en zegt dat hij nog steeds een speciale band voelt met Carol Reed, die als een vaderfiguur voor hem was.

45 jaar geleden, Nazaré Pereira zingt Braziliaans volksliedje de hitlijsten in.

Nazaré Pereira is een Braziliaanse zangeres die bekend is geworden met haar hit Chero da Carolina, een nummer dat oorspronkelijk geschreven is door Amorim Roxo en Luis Gonzaga in 1956.

Het nummer gaat over een vrouw die naar een sambafeest gaat en iedereen betovert met haar geur.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland, bereikte de single niet de hitparade.

In Vlaanderen kennen we het nummer ook dankzij de cover van John Terra. Zijn vertaling van dit nummer kwam zowel uit op single als op zijn album John Terra uit 1983.

De productie was in handen van de gekende Nederlandse producer Paul Hougardy. Die ook verantwoordelijk was voor onder meer de hits Oerend Hard van Normaal en Santa Maria van Joe Harris.

In haar privéleven is Nazaré Pereira getrouwd met de Franse muzikant Jean-Philippe Rykiel en woont ze in Parijs.

Ze heeft ook een dochter, Melissa, die ook zingt en gitaar speelt.

Nazaré Pereira is nog steeds actief als zangeres en bracht dit jaar een nieuwe single uit met als titel Xapuri Pará Paris.

50 jaar geleden, Suzi Quatro, de basgitaar is een sexy instrument.

Suzi Quatro (geboren als Susan Kay Quatro) eerste single, “Rolling Stone”, werd geproduceerd door Mickie Most, maar was geen succes.

Daarom vroeg hij de songwriters en producers Nicky Chinn en Mike Chapman om haar volgende single te schrijven en te produceren.

Het resultaat was “Can The Can”, dat in 1973 een nummer één hit werd in het Verenigd Koninkrijk, Japan en Australië.

Het was de eerste nummer één hit voor een soloartieste sinds “Those Were The Days” van Mary Hopkin in 1968.

In Vlaanderen was de single goed voor een derde plaats in de Brt Top 30. In Nederland bereikte het nummer de veertiende plaats in de Top 40.

Quatro schreef zelf veel van haar eigen nummers, maar die waren meestal bedoeld voor haar albums, terwijl de singles van Chapman en Chinn kwamen.

Quatro woont momenteel in Duitsland met haar tweede man, concertpromotor Rainer Haas.