50 jaar geleden, Mireille Mathieu met haar single C’est l’amour et la vie que je te dois.

Het nummer is geschreven door de Franck Gérald en Patricia Carli.

Franck Gérald is een belangrijke man geweest voor het Franse chanson. Zo schreef hij nummers voor bijna alle grote Franse artiesten zoals Dalida, Gilbert Bécaud, Annie Cordy, Michel Polnareff, Françoise Hardy, Sylvie Vartan en Brigitte Bardot.

Patricia Carli is van Italiaanse afkomst, maar verhuisde samen met haar ouders naar ons land, toen ze nog een kind was.

Als zangeres had ze een hit in 1963 met het nummer Demain Tu Te Maries.

Een nummer dat ze zelf heeft geschreven en die we in Vlaanderen en Nederland vooral kennen dankzij de Nederlandse cover Raak Me Niet Aan van Conny Vandenbos.

75 jaar geleden, Jean Simmons als Ophelia in de film Hamlet

Jean Simmons was een Britse actrice die bekend werd door haar rollen in films als Hamlet, Spartacus en The Robe.

Ze werd geboren in Londen in 1929 en begon haar carrière als kindsterretje in de jaren 40.

Ze trouwde twee keer, eerst met de acteur Stewart Granger, met wie ze een dochter had, en later met de regisseur Richard Brooks, met wie ze een zoon had.

Ze verhuisde naar Hollywood in de jaren 50 en werkte samen met grote namen als Laurence Olivier, Kirk Douglas en Marlon Brando.

Ze werd twee keer genomineerd voor een Oscar, voor Hamlet en The Happy Ending.

Ze leed aan een bipolaire stoornis en alcoholisme, waarvoor ze zich liet behandelen in de jaren 80.

Ze bleef acteren tot in de jaren 2000, vooral in televisieseries.

Ze overleed in 2010 aan longkanker op 80-jarige leeftijd.

45 jaar geleden, een tweede dochter voor Noddy Holder van de Britse glamrockband groep Slade.

Noddy Holder staat bekend om zijn krachtige stem, zijn flamboyante kledingstijl en zijn kenmerkende spiegelbril.

Na het uiteenvallen van Slade in 1992 begon hij een solocarrière als zanger, songwriter, producer en acteur.

Hij heeft onder andere meegewerkt aan musicals, films, televisieseries en radio-uitzendingen.

In 2000 werd hij benoemd tot Lid in de Orde van het Britse Rijk voor zijn bijdrage aan de muziekindustrie.

Noddy Holder is getrouwd met Suzan Price, met wie hij twee kinderen heeft: Jessica en Charley.

Hij was eerder getrouwd met Leandra Russell, met wie hij ook twee kinderen heeft: Russell en Django.

Hij woont in Prestbury, Cheshire, waar hij een grote collectie gitaren en memorabilia van Slade heeft.

Hij is een fan van voetbalclub Walsall FC en houdt van lezen, schilderen en tuinieren in zijn vrije tijd. (Joepie 1 oktober 1978)

45 jaar geleden, Charlie’s Angels, Charlie heet eigenlijk John Forsythe.

John Forsythe was een Amerikaanse acteur die vooral bekend werd door zijn rol als de mysterieuze stem van Charlie in de tv-reeks Charlie’s Angels.

Hij speelde ook de hoofdrol in de populaire soap Dynasty, waar hij de rijke oliemagnaat Blake Carrington vertolkte.

Forsythe begon zijn carrière in de jaren 40 als radiopresentator en theateracteur.

Hij maakte zijn filmdebuut in 1943 in Destination Tokyo.

Hij verscheen in meer dan 40 films, waaronder The Trouble with Harry, Topaz en Scrooged.

Hij won drie Emmy Awards en twee Golden Globes voor zijn werk op televisie.

Forsythe was drie keer getrouwd en had vier kinderen.

Hij overleed in 2010 op 92-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking.

40 jaar geleden, de Amerikaanse acteur Dirk Benedict in de Joepie van 2 oktober 1983.

Dirk Benedict is vooral bekend van zijn rollen als Templeton “Face” Peck in de televisieserie The A-Team en als Luitenant Starbuck in de sciencefictionserie Battlestar Galactica.

Hij begon zijn carrière in het theater, waar hij onder andere speelde in Hamlet, Macbeth en The Caine Mutiny Court-Martial.

Hij maakte zijn filmdebuut in 1972 met de horrorfilm Sssssss, waarin hij een man speelde die langzaam in een slang veranderde.

Hij kreeg meer bekendheid door zijn rol als Starbuck, een rokkenjager en piloot in de ruimte, die hij van 1978 tot 1980 vertolkte.

In 1983 werd hij gecast als Face, een charmante oplichter en lid van een team van voortvluchtige huurlingen, die hij tot 1987 speelde.

Na het einde van The A-Team verscheen Benedict nog in enkele films en series, maar zonder veel succes.

Hij richtte zich meer op het schrijven van boeken en het regisseren van films.

Hij schreef onder andere de autobiografie Confessions of a Kamikaze Cowboy, waarin hij vertelde over zijn strijd tegen prostaatkanker en zijn macrobiotische levensstijl.

Hij regisseerde onder andere de film Cahoots, waarin hij ook een rol speelde.

Benedict is twee keer getrouwd geweest en heeft drie kinderen.

Zijn eerste huwelijk was met actrice Toni Hudson, met wie hij twee zonen kreeg: George en Roland.

Zijn tweede huwelijk was met actrice Kristine DeBell, met wie hij een zoon kreeg: John.

Beide huwelijken eindigden in een scheiding.

Benedict woont momenteel op een ranch in Montana, waar hij zich bezighoudt met paardrijden, vissen en schilderen.

Billy Joel, goud uit de goot.

Billy Joel schreef het nummer She’s Always a Woman voor zijn toenmalige vrouw Elizabeth Weber, die ook zijn manager was.

Hij wilde met dit nummer zijn liefde voor haar uiten, maar ook haar kracht en onafhankelijkheid erkennen.

Het nummer verscheen op zijn album The Stranger uit 1977 dat een van zijn succesvolste albums werd.

She’s Always a Woman bereikte de zeventiende plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100 en de drieënvijftigste plaats in de Britse UK Singles Chart.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de Brt Top 30, terwijl in Nederland de single de twaalfde plaats bereikte in de Top 40.

Het nummer is door verschillende artiesten gecoverd, waaronder Des O”Connor, John Barrowman, Josh Groban en Fyfe Dangerfield.

In 1981 vertaalde Belinda Meuldijk het nummer in het Nederlands voor Rob De Nijs. Het nummer m’n beste vriendin is terug te vinden op zijn album De regen voorbij.

In Vlaanderen coverde de Kortrijkse zangeres Severine Doré het nummer. De vertaling was van Alain Vande Putte en kreeg als titel Altijd een man en is terug te vinden op haar enige album Eén Moment van 2003 (Muziek Expres september 1978).

Vandaag 70 jaar geleden, opening van de nieuwe fabriek van General Motors in het Antwerps havengebied.

Het bedrijf werd in 1924 opgericht als General Motors Continental en was de tweede fabriek van General Motors buiten Noord-Amerika, na General Motors International A/S dat een jaar eerder in Denemarken operationeel werd.

GM Continental was gehuisvest waar vroeger de Sint-Michielsabdij en het marinearsenaal zich bevonden.

De eerste bediende van GM Continental werd aangeworven op 1 januari 1925, de eerste arbeider op 5 februari 1925.

Op 2 april datzelfde jaar werd de eerste CKD- Chevrolet geproduceerd.

Er werden 20 tot 25 exemplaren per dag gebouwd en op het einde van het eerste jaar waren 2040 Chevrolets geproduceerd.

Een sterke groei verplichtte GM Continental te verhuizen naar een grotere locatie.

Dat werd de voormalige velodroom.

De vorige locatie bleef in gebruik voor de productie van carrosserieën voor bedrijfsvoertuigen en als opslagplaats.

In 1929 was ook deze nieuwe locatie te klein geworden. In november dat jaar verhuisde het bedrijf naar een nieuwe assemblagefabriek in de haven.

Ook de verkoop en dienstverlening, die voorheen over Antwerpen verspreid waren, kwamen naar deze locatie.

De Grote Depressie, die het jaar daarop wereldwijd toesloeg en de jaren 1930 teisterde, zorgde ervoor dat de vergrote capaciteit jarenlang onbenut bleef.

Omwille van de slechte economische toestand werden de Franse en Duitse afdelingen van GM in 1932 gefuseerd met de Belgische.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek in de haven verwoest bij geallieerde bombardementen op de haven.

Na de oorlog begint GM een hersteldienst voor Amerikaanse legervoertuigen en een magazijn voor auto- en elektro-onderdelen.

In 1947 werd grond gekocht voor een nieuwe fabriek.

Begin 1948 werden opnieuw Chevrolets gebouwd in de oude.

Dat jaar werden bijna 5000 stuks gemaakt.

In 1953 was de nieuwe fabriek aan de Noorderlaan – de latere Fabriek 1 – klaar.

Vervolgens worden er Amerikaanse CKD’s en later ook Bedford-vrachtwagens, Opels en Vauxhalls geassembleerd (GM nam Opel volledig over in 1931).

In 1965 beslist GM een nieuwe fabriek te bouwen waarvoor Antwerpen gekozen werd.

Deze Fabriek 2 kwam in het noorden van de haven, op ongeveer 10 kilometer van Fabriek 1.

In 1967 werd Fabriek 2 operationeel en op 2 juli 1968 werd er reeds de 100.000ste auto gebouwd.

In 1970 draait de fabriek op volle capaciteit en komt er een tweede werkshift.

Op 22 maart 1971 bouwde Fabriek 2 de 500.000ste auto.

In 1973 werken er voor het eerst arbeidsters in de fabriek, maar het jaar erop moet de fabriek twee maanden dicht door de dalende verkoop die het gevolg was van de oliecrisis.

Op 24 mei 1973 rolde nog de miljoenste wagen van de band.

In de tweede helft van de jaren 1970 wakkert de autoverkoop opnieuw aan, wat grotendeels te danken was aan de nieuwe Manta en Ascona – en neemt de productie weer toe.

In 1978 begint een grote modernisering. Gedurende 8 jaar zal zo’n 22 miljard frank geïnvesteerd worden.

In 1979 werd ook in Fabriek 1, die sinds 1977 enkel nog Opels bouwde, een tweede shift ingesteld.

In 1981 kreeg Fabriek 1 een nieuwe verfspuiterij en werd Fabriek 2 uitgebreid om ook onderdelen te gaan maken.

Die laatste kreeg in 1984 ook een gerobotiseerde lijn voor het lassen van koetswerken.

In de tweede helft van de jaren 1980 krijgt ook Fabriek 2 een verfspuiterij die 6,2 miljard frank kostte.

In 1987 bereikte de productie een record van 393 724 Opels en Vauxhalls.

In augustus 1988 wordt de productie van Fabriek 1 overgeheveld naar Fabriek 2.

Een nieuw ploegensysteem zorgt voor een rendementsstijging van 43,5% waardoor één fabriek het werk van de twee aankon.

Fabriek 1 bleef verder dienstdoen voor onderdelenopslag en administratie.

In 1991 werd 4,6 miljard frank in Fabriek 2 gestoken voor de nieuwe Opel Astra en Opel Vectra, gevolgd door nogmaals 5,9 miljard frank in 1993-4.

Op 1 november 1994 wijzigt het bedrijf van naam en heet vanaf dan Opel Belgium.

Ook wordt Fabriek 1 verkocht en verhuist de sociale zetel naar Fabriek 2.

Fabriek 1 doet tegenwoordig (2007) dienst als parkeergarage voor cinemacomplex Metropolis.

De afdeling Verkoop ten slotte verhuisde naar Kontich.

Nog in 1994 begon een nieuw investeringsprogramma van 25 miljard frank voor allerlei moderniseringen en uitbreidingen.

In 1997 ging tien miljard frank naar de nieuwe Astra.

In 2002 werd de perserij fors uitgebreid, een investering van 51,4 miljoen euro.

Midden 2003 rolt de 12 miljoenste auto van de band.

In januari 2004 begon de productie van de nieuwe Astra waarvan de vijfdeurs en de stationwagen in Antwerpen werden gebouwd.

Op 1 november van dat jaar werd de bedrijfsnaam opnieuw veranderd, deze keer in General Motors Belgium.

Die wijziging paste in de nieuwe bedrijfsstructuur van GM en wijst op de wereldwijde krachtenbundeling binnen de autoreus.

In 2005 kreeg de fabriek ook de Astra GTC toegewezen.

In 2007 begon men die Astra ook onder het Amerikaanse merk Saturn te bouwen voor de Noord-Amerikaanse markt.

Nog in 2007 werd bekendgemaakt dat het bedrijf geherstructureerd wordt en de productie nagenoeg zal halveren.

Hierdoor zouden 2200 van de 4700 banen verdwijnen.

Ook zal de nieuwe generatie van de Astra niet in Antwerpen gebouwd worden.

In de plaats zouden een kleine SUV voor Opel en Chevrolet komen, en mogelijk nog een derde model.

In juni 2009 gaan er geruchten dat de gehele fabriek in Antwerpen wordt gesloten.

Dit in verband met een overname van Opel door Magna.

De overname door Magna gaat uiteindelijk niet door, maar GM neemt op 20 januari 2010 zelf het besluit de vestiging in Antwerpen in 2010 te sluiten.

Uiteindelijk rolde op woensdag 15 december 2010 de laatste auto van de band en twee dagen later, op 17 december 2010, ging de fabriek definitief dicht.(Diverse bronnen, Wikipedia en Ons Volk januari 1952)

Gisteren nog vandaag