
Bowie verovert Broadway

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Het was ooit een vertrouwd beeld in menig medicijnkastje: Pleegzuster Bloedwijn.
Deze ‘medicinale’ rode wijn, door firma Chefaro aangeprezen als hét middel voor herstellenden, zieken en kinderen met bloedarmoede, beloofde verlichting bij tal van kwalen.
Zelfs kraamvrouwen kregen het aangeraden om snel weer op krachten te komen.
De wijn was daartoe verrijkt met ijzerverbindingen, calciumglycerofosfaat en ginseng.
Het idee van een versterkende bloedwijn was echter veel ouder dan Chefaro.
Al rond 1894 bevalen artsen de ‘met goud bekroonde Mesener Bloedwijn van harte aan.
In de jaren twintig zocht firma Haco via dichtwedstrijden zelfs al naar de beste reclameslogan voor hún bloedwijn, die toen ook al ‘De Pleegzuster’ heette.
De echte hoogtijdagen van Pleegzuster Bloedwijn braken aan in de jaren zestig en zeventig.
Via advertenties in kranten en vrouwenbladen werd de wijn gepromoot als een heilzaam middel voor dames en ouderen.
Zelfs heren die last hadden van ‘overspanning’ konden er baat bij hebben, met slechts een paar glaasjes per dag.
Vanaf de jaren zeventig was de fles niet langer enkel bij de apotheek, maar gewoon in de supermarkt verkrijgbaar.
Deze laagdrempeligheid zorgde ervoor dat het gebruik wijdverspreid raakte en het imago van een onschuldig ‘opkikkertje’ werd versterkt.
Maar was Pleegzuster Bloedwijn wel echt een medicijn? Die vraag kwam eind jaren negentig steeds vaker op.
In 1998 boog de Reclame Code Commissie zich over de claims.
Was de heilzame werking te danken aan de toegevoegde mineralen, of speelde het alcoholpercentage van 13,5% stiekem de hoofdrol?
De conclusie was helder en betekende het einde van een tijdperk: hoewel de wijn mogelijk verlichting kon bieden bij lichte kwaaltjes, was het definitief géén geneesmiddel.





Joseph Jacques Kieckepoost, in de volksmond bekend als de Kiekenpuut van Gent, duikt voor het eerst op in 1810.
Op 30 juli van dat jaar werd hij aangesteld als de beheerder van de begrafenisdienst. Deze functie ging in op 1 januari 1811.
Iedere Gentenaar had hem op een dag nodig om naar een van de drie begraafplaatsen te worden gebracht: die buiten de Brugse Poort, de Dampoort of de Heuvelpoort.
Door zijn functie werd zijn naam verbasterd tot ‘Kiekenpuut’.
Daarnaast werd hij vaak afgebeeld in spotprenten met een misvormde voorarm die leek op een kippenpoot, compleet met extra sterke klauwen.
De dagelijkse uitdrukking ‘hij es bij kiekenpuut’ of ‘zij es bij kiekenpuut’ betekende dan ook dat iemand was overleden.


Hoewel ze werd geboren in het Franse Saint-Mandé, verhuisde Claudette Colbert al rond haar derde, in 1906, naar de Verenigde Staten.
Haar passie voor acteren ontstond op de middelbare school en legde de basis voor een succesvolle carrière.
In 1923 maakte ze haar debuut op de planken van Broadway, en vier jaar later volgde haar eerste filmrol.
Haar talent werd al snel erkend en bereikte een hoogtepunt in 1934, toen ze een Oscar in ontvangst mocht nemen.
Naast haar filmwerk was Colbert ook een bekende stem op de radio, waar ze van 1936 tot 1944 een programma presenteerde.
Na een lange en succesvolle filmcarrière keerde ze in 1958 terug naar haar eerste liefde, het theater op Broadway.
Claudette Colbert overleed in 1996 aan de gevolgen van een beroerte.






