De geschiedenis van Ter Duinen in Nieuwpoort: over zorg, devotie en abdijstenen

Wanneer we spreken over Ter Duinen in de context van Nieuwpoort, komen we uit bij een boeiende geschiedenis die nauw verweven is met de heropbouw en de zorgsector aan de Belgische kust.

Hoewel de naam Ter Duinen historisch gezien vooral herinneringen oproept aan de middeleeuwse Duinenabdij van Koksijde, heeft Nieuwpoort zijn eigen specifieke plekken gekregen die deze naam met trots dragen.

De belangrijkste moderne betekenis van Ter Duinen in Nieuwpoort is het bekende zorg- en herstelverblijf van de Christelijke Mutualiteit, gelegen aan de Louisweg.

Gisteren nog vandaag

De geschiedenis van deze specifieke locatie begon in de vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw.

In februari 1983 startten de bouwwerken voor wat destijds werd opgezet als een modern revalidatiecentrum en vakantiedomein.

Het doel was om een toegankelijke vakantieplek te creëren voor senioren, chronisch zieken en mensen die moesten herstellen na een ziekenhuisopname.

Door de jaren heen evolueerde het complex tot een volledig aangepast centrum, dat vandaag de dag een cruciale rol speelt in het zorgtoerisme aan de kust.

Het centrum kreeg een officieel toegankelijkheidslabel en biedt al decennia een tijdelijk onderkomen waar professionele zorg en ontspanning hand in hand gaan.

Gisteren nog vandaag

Naast dit moderne zorgverblijf is er in de lokale Nieuwpoortse geschiedenis ook een sterke religieuze en volkskundige link met de naam, in de vorm van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinenkapel.

Deze kapel, die vaak kortweg de Duinenkapel wordt genoemd, groeide in de loop van de twintigste eeuw uit tot een belangrijk lokaal Mariaoord.

Gisteren nog vandaag

Vooral tijdens de moeilijke jaren van de Tweede Wereldoorlog vond de Nieuwpoortse bevolking hier een plek van samenkomst en troost.

In 1958 kende de kapel een triest dieptepunt toen het oorspronkelijke Mariabeeld werd vernield, maar nog in datzelfde jaar werd een nieuw beeld ingewijd door pastoor Pieter Declercq.

Gisteren nog vandaag

De kapel bleef een ontmoetingsplaats voor de lokale gemeenschap, en in de jaren negentig werd het interieur nog verrijkt met bas-reliëfs van de bekende volkskundige en keramist Bert Bijnens, die lokale sagen en legendes in de kunstwerken verwerkte.

Een bijzonder en minder bekend historisch weetje over deze Duinenkapel is dat de oorsprong van de devotie op deze plek teruggaat tot een opmerkelijke vondst in de negentiende eeuw.

Volgens de lokale overlevering werd er in 1890 door spelende kinderen een oud houten Mariabeeldje gevonden, half begraven in het zand van de Nieuwpoortse duinen.

De vondst werd destijds door de vissersgemeenschap beschouwd als een hemels teken van bescherming tegen de gevaren van de zee.

Om het beeldje te eren en te beschermen, werd er aanvankelijk een heel eenvoudige houten schuilplaats gebouwd, die later werd vervangen door de meer permanente bakstenen kapel.

Dit verklaart waarom de kapel, hoewel geografisch losstaand van de oude abdij, toch de naam ter Duinen kreeg en door de jaren heen vooral door zeemansfamilies werd bezocht om een behouden vaart af te smeken.

Er is ook een historisch-materieel verband tussen Nieuwpoort en de oorspronkelijke middeleeuwse Duinenabdij van Koksijde.

Toen die reusachtige abdij na de beeldenstorm en de godsdienstoorlogen aan het einde van de zestiende eeuw in verval raakte, werden de restanten een geliefde bron van bouwmateriaal voor de wijde omgeving.

De stad Nieuwpoort bleek een trouwe afnemer van deze historische stenen, de zogenaamde abdijmoeffen.

Zelfs rond het jaar 1800 kocht het stadsbestuur van Nieuwpoort nog grote partijen van deze oude stenen op om ze te verwerken in de herstelling en versteviging van de lokale sluizen.

Zo zit er letterlijk een stukje van het oude Ter Duinen ingemetseld in de maritieme geschiedenis en de waterwerken van Nieuwpoort.

Gisteren nog vandaag

Redbone (Poster Joepie november 1973)

Het 7e cavalerieregiment (7th Cavalry Regiment) ging onder bevel van majoor Samuel Whitside op zoek naar de Miniconjou die het reservaat waren ontvlucht.

Op 28 december 1890 werd de groep gevonden, 48 kilometer ten oosten van Pine Ridge (Pijnboom-Rug). Spotted Elk hoopte dat Rode Wolk in Pine Ridge zijn volgelingen tegen de soldaten kon beschermen.

De uitgeputte en slecht tegen de winterkou geklede indianen boden geen verzet.

Spotted Elk, die een longontsteking had opgelopen en wegens bloedingen in een wagen verder trok, liet een witte vlag aan zijn wagen bevestigen.

Ze kregen de opdracht een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek (Chankpe Opi Wakpala of Gekwetste Knie-kreek), 8 kilometer westelijker.

De volgende ochtend wilde het leger de indianen ontwapenen.

Hun medicijnman Yellow Bird voorspelde, toen hij een paar passen danste van de Dans van de Geesten en een van de heilige liederen zong dat de geestendanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels van de militairen.

Intussen probeerden enkele soldaten een van de indianen zijn geweer te ontnemen.

Zij wisten niet dat Zwarte Prairiewolf doof was en zagen zijn onbegrip aan voor verzet.

Er ontstond een worsteling waarbij het geweer per ongeluk afging en een soldaat neerviel.

Dit was het begin van een hevige schietpartij. Van dichtbij vuurden de soldaten, ondersteund door Hotchkiss-geschut, in de groep indianen die slechts gewapend waren met de knuppels en messen die ze hadden verborgen in dekens.

De geestendanshemden boden niet de eraan toegedichte magische bescherming.

Tientallen indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten.

De indianen die erin geslaagd waren te vluchten werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.

In totaal kwamen meer dan 200 indianen om.

Volgens een schatting kwamen bijna driehonderd van de 350 mannen, vrouwen en kinderen om.

Er sneuvelden 25 militairen, en 39 raakten gewond, de meesten door eigen kogels en granaatscherven.

De volgende dag, 30 december 1890, vond nog een laatste gewelddadige confrontatie plaats, die bekend zou worden als de Drexel Mission Fight, tussen overgebleven Lakota-krijgers en hetzelfde cavalerieregiment.

De volgende lente, toen het leger terugkeerde, werden de lijken die waren blijven liggen (te weten 144 indianen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen), begraven in een massagraf.

Aan de betrokken militairen werd na afloop een medaille toegekend.

Op 8 mei 1973 komt er een einde aan een tien weken durende bezetting van de Indiaanse nederzetting Wounded Knee in Zuid-Dakota door jonge Sioux-indianen.

Zij protesteren tegen de sociale en economische achterstand van Indianen in de Verenigde Staten.

De actievoerders hebben juist voor Wounded Knee gekozen, omdat het een historische plek is in de Amerikaanse geschiedenis.

Naar aanleiding van de actie van de Sioux-indianen onderneemt Redbone de single We Were All Wounded At Wounded Knee op.

In scherpe bewoordingen wordt kritiek geleverd op het beleid van de Amerikaanse regering.

We Were All Wounded At Wounded Knee komt op 6 juni 1973 de BRT Top 30 binnen, en staat vanaf 30 juni 1973 vijf weken op de eerste plaats.

Ook in Nederland komt de single voor vijf weken op de eerste plaats in de Top 40. In Amerika wordt de single niet uitgebracht.

De tekst is te kritisch voor de Amerikaanse regering.

Gisteren nog vandaag

Reclame van het hotel Metropole in Brussel en zijn geschiedenis.

In 1890 besloten twee broers een Café Metropole te openen om hun bier te verkopen.

Het werd een succes en de familie Wielemans-Ceuppens kocht de aanpalende bank om het hotel te laten bouwen door de Franse architect Alban Chambon.

In het hotel kan men bij het binnenkomen aan de receptie nog de balie van de bank herkennen.

Naast deze authentieke delen werd het vooral modern luxueus met als eerste hotel elektrische verlichting en centrale verwarming.

Er werd gewerkt met luxueuze materialen als marmer en mahoniehout.

Naast de architectuur werd het ook bekend als de plaats waar de eerste Solvayconferenties (de solvayraad is een internationale conferentie voor natuurkundigen, voor het eerst georganiseerd door Ernest Solvay op 29 oktober 1911 en tegenwoordig door de door hem opgerichte organisatie, het Internationaal Instituut voor Fysica en Chemie plaats hadden).

In 1949 maakte de barman Gustave Tops een nieuwe cocktail voor de VS-ambassadeur Perle Mesta, namelijk Black Russian.

In tientallen producties figureert het hotel als locatie, onder meer in de film Mortelle randonnée (1982) en in de clip Nue van Clara Luciani (2018).

In de roman Soumission van Michel Houellebecq is het sluiten van de hotelbar voor de hoofdpersoon reden om zich te bekeren tot de islam.

Hij ziet er de ondergang van de westerse beschaving in.

Het hotel, dat nog in familiebezit was, werd in 2020 failliet verklaard.

Wanbeheer, de aanleg van een voetgangerszone, de aanslagen in Brussel en uiteindelijk de Coronacrisis lagen aan de basis.

In december 2022 werd het hotel overgenomen door het investeringsfonds Lone Star Fund met het oog op uitbating door Centaurus Hospitality Management.

De inboedel werd in het voorjaar van 2023 geveild.

Het hotel zal in het laatste kwartaal van 2025 de deuren heropenen, na een grondige renovatie. (Diverse bronnen, Wikipedia en reclame van november 1973)

75 jaar geleden, reclame voor Quality Street snoepjes van het merk Mackintosh.

Het begon allemaal in 1890 in Engeland, toen John Mackintosh samen met zijn vrouw een winkel opende in Halifax.

Daar verkochten ze snoepjes, die ze maakte door harde toffees te mengen met zachte karamel.

Deze snoepjes werden gemaakt van lokale ingrediënten zoals melk, suiker en eieren.

John en zijn vrouw waren zo succesvol dat ze in 1898 de allereerste toffeefabriek openden.

Negen jaar later, in 1909 brandde de fabriek helaas helemaal af.

Daardoor verhuisde ze naar een oude tapijtfabriek en bouwde deze om tot een nieuwe, succesvolle snoepfabriek.

Na John’s dood erfde zoon Harold het bedrijf.

De naam is afgeleid van een toneelstuk van J.M. Barrie, de schrijver van Peter Pan.

De snoepjes worden verkocht in een kleurrijke verpakking met verschillende soorten chocolade, toffee en fruitvullingen.

Het merk staat bekend om zijn nostalgische en feestelijke uitstraling, en wordt vaak geassocieerd met Kerstmis en andere speciale gelegenheden.

Het merk maakt nu deel uit van het Zwitsers voedingsmiddelenconcern Nestlé (Diverse bronnen, Nestlé, Wikipedia en de reclame is september 1948)