Van beatgroep tot Soundmixshow: het muzikale levensverhaal van Frank Ashton

Frank Ashton, die eigenlijk Frans Biezen heet, begon zijn muzikale loopbaan bij de Jumping Tigers voordat hij in 1965 landelijke bekendheid kreeg als medeoprichter van Les Cruches.

Deze formatie gold als de bekendste Tilburgse beatgroep en ontleende haar naam aan Kruikensijkers, de bekende bijnaam van de Tilburgers.

Biezen deelde het podium in die tijd met niet de minsten: ook Henny Vrienten (later Doe Maar), John van der Ven (de latere producer van onder meer André Hazes) en Jos van den Dries (VOF de Kunst) maakten deel uit van de band.

Les Cruches was regelmatig te zien en te horen op tv en radio.

In 1968 besloot hij de groep te verlaten en een heel andere muzikale koers te varen.

Zo sloot hij zich een tijdje aan bij de Rekels, de band die bekend werd door de samenwerking met Hanny (Hennie Doeland-Lonis).

In 1974 vormde hij het duo Frans & Monique, waarmee hij een grote hit scoorde met het nummer ‘Hé Monique’.

Na die periode kreeg Frank de nodige tegenslagen te verwerken.

Zo kreeg hij destijds toestemming om samen met producer Cees Vermeulen een klassieker op te nemen.

Hun oog viel op ‘You’ll Never Walk Alone’, maar de platenmaatschappij zag er geen brood in.

Slechts drie maanden later, in 1976, scoorde Lee Towers er een enorme hit mee.

Vanaf dat moment wist Frank dat hij muzikaal op de juiste weg zat, al duurde het daarna nog enkele jaren voordat hij met Cees Vermeulen aan zijn zijde opnieuw de studio in kon duiken.

Een nieuwe fase brak dan ook aan in 1981, toen hij onder de naam Frank Evans het podium betrad.

Hij bracht toen als eerste single ‘Forget Him’ uit.

Dat nummer was in 1963 geschreven door de Britse componist en producer Tony Hatch en was oorspronkelijk een hit voor Bobby Rydell.

Met zijn versie van deze oude hit van Bobby Rydell haalde hij in Vlaanderen met ‘Forget Him’ in juni 1981 de tiende plaats in de BRT Top 30.

Toch keek hij toen vol vertrouwen vooruit en voorspelde hij dat hij met zijn nieuwe single ‘Lonely Town’ helemaal naar de top zou gaan.

Het was een opvallend optimistische uitspraak van een man die de afgelopen jaren de nodige tegenslagen te verwerken had gekregen.

Doc Pomus (Jerome Solon Felder) en Mort Shuman schreven dit nummer ooit voor Elvis Presley. Elvis weigerde toen echter dit nummer op te nemen, waardoor Gene McDaniels het in 1963 als eerste opnam.

Dit legendarische schrijversduo tekende trouwens al eerder voor wereldhits van Elvis Presley, zoals ‘Surrender’, ‘Viva Las Vegas’ en ‘Kiss Me Quick’, en ook de klassieker ‘Save the Last Dance for Me’ voor The Drifters.

Hoewel het nummer geschreven was in 1963, leek het Frank in augustus 1981 op het lijf geschreven.

Hij had toen net een mislukt huwelijk achter de rug en woonde weer alleen. Frank legde uit dat de stad voor hem veranderd was, omdat hij overal geconfronteerd werd met mooie maar ook pijnlijke herinneringen, waar hij op sombere dagen liever met een boog omheen liep.

Toch accepteerde hij deze tegenslagen in de liefde als een onvermijdelijk onderdeel van zijn keuze voor een zangcarrière.

Veel tijd om bij de pakken neer te zitten had hij trouwens niet, want zijn agenda zat toen overvol.

Met de cover van Lonely Town behaalde hij op 15 augustus 1981 eveneens de tiende plaats in de BRT Top 30.

Hoewel deze twee singles in Vlaanderen succesvol waren, bereikten beide singles in zijn thuisland niet de hitparade.

In 1986 veranderde hij zijn artiestennaam opnieuw en deed hij als Frank Ashton mee aan de Soundmixshow.

Hij won deze talentenjacht met het nummer ‘Reno Town’ (Don’t go down to Reno), een cover van Tony Christie die werd geproduceerd door zijn vriend Jack de Nijs.

Opvallend genoeg had hij dit nummer een jaar eerder al op single uitgebracht onder zijn vorige schuilnaam Frank Evans.

De overwinning in de Soundmixshow zorgde voor zijn definitieve doorbraak.

Met de single ‘Remember The Good Times’ bereikte hij de eenentwintigste plaats in de Top 40, al kwam het nummer in Vlaanderen niet verder dan de tipparade.

Ook dit was een cover, gebaseerd op het Italiaanse nummer ‘Non voglio mica la luna’ uit 1986, dat werd geschreven door Zucchero, Luigi Albertelli en Enzo Malepasso en in Italië een hit werd voor zangeres Marina Fiordaliso.

De daaropvolgende single, getiteld ‘The Roses Ain’t Growing Anymore’ en geschreven door Hans Bouwens, bleef steken in de Tipparade.

Dit nummer werd geschreven door Hans Bouwens, de bekende voorman van de George Baker Selection.

Een nare val van een podium in 1997 leek een abrupt einde te maken aan zijn zangcarrière.

Na een jarenlange revalidatie maakte hij in 2004 echter een knappe comeback met het album Latin Lover.

Veertien jaar later, in 2019, liet hij opnieuw van zich horen door mee te doen aan het programma The Voice Senior, waar hij koos voor het team van coach Frans Bauer.

Hij wist toen uiteindelijk door te dringen tot de tweede ronde, maar de winst van dat seizoen ging naar de countryzanger Ruud Hermans.

De inmiddels 79-jarige zanger treedt tot op de dag van vandaag nog incidenteel op en is nog altijd te boeken.

Oldies-rage bezorgt Frank Evans tweede start

Gisteren nog vandaag

Michel Delpech en het succesverhaal achter zijn zomerhit ‘Pour Un Flirt’.

Michel Delpech werd op 26 januari 1946 geboren in Courbevoie, vlak bij Parijs.

Hij groeide op in een muzikaal gezin en liet zich al op jonge leeftijd inspireren door grote Franse meesters zoals Charles Aznavour en Gilbert Bécaud.

In de jaren zestig zette hij zijn eerste stappen in de muziekwereld en brak hij door met nummers zoals Chez Laurette.

Samen met componist Roland Vincent schreef hij in 1969 het door de hippiecultuur geïnspireerde ‘Wight Is Wight’.

Deze single werd een groot succes en behaalde een tweede plaats in Wallonië en een veertiende plaats in Vlaanderen.

De echte internationale doorbraak voor het duo Delpech en Roland Vincent kwam twee jaar later, in de lente van 1971.

Samen schreven ze het aanstekelijke nummer ‘Pour Un Flirt’.

Het liedje viel op door de speelse tekst over een onbezorgde romance, de vrolijke melodie en de warme, meeslepende stem van Delpech.

Het werd een gigantische zomerhit in 1971 die de eerste plaats bereikte in de BRT Top 30 in België en wekenlang de hitlijsten aanvoerde.

Ook in Nederland maakte de single indruk met een derde plaats in de Top 40.

Dankzij dit nummer groeide Michel Delpech uit tot een waar tieneridool.

In de jaren daarna bleef Delpech populair in de Franstalige wereld en schreef hij nog tal van andere pareltjes zoals ‘Les divorcés’, ‘Le Chasseur’, ‘Quand j’étais chanteur’, ‘Ce lundi-là’, ‘Loin d’ici’ en natuurlijk ook ‘La maison est en ruine’.

Hoewel hij later in zijn carrière te maken kreeg met persoonlijke tegenslagen en gezondheidsproblemen, bleef hij tot op latere leeftijd optreden en albums opnemen.

Michel Delpech overleed op 2 januari 2016 op negenenzestigjarige leeftijd, maar Pour Un Flirt geldt tot op de dag van vandaag als een tijdloze klassieker uit de Franse popmuziek.

Mireille Mathieu mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Het nummer ‘Together We’re Strong’ is een bijzonder duet tussen de Franse zangeres Mireille Mathieu en de Amerikaanse acteur Patrick Duffy.

Het nummer is van de hand van de bekende Duitse componist Ralph Siegel, die vanwege zijn indrukwekkende palmares van vierentwintig inzendingen ook wel Mister Eurovisie Songfestival wordt genoemd.

Hij wist het festival zelfs te winnen met het nummer ‘Ein bißchen Frieden’ van de zangeres Nicole.

De oorspronkelijke tekst werd geschreven door Bernd Meinunger, terwijl Richard Palmer-James, medeoprichter van de band Supertramp, verantwoordelijk was voor de Engelse versie.

De single ‘Together We’re Strong’ werd een groot succes in de Lage Landen; in de BRT Top 30 behaalde het nummer een mooie vierde plaats en in de Nederlandse Top 40 klom het duo zelfs op naar de tweede positie.

80 jaar geleden, reclame voor aanstekers van het merk Conti

De geschiedenis van het Belgische aanstekerbedrijf Conti (Conty)

Conti, beter bekend als Conty, was een Belgisch merk van kwaliteitsaanstekers dat vooral in de jaren 1930 tot 1950 populair was.

Het bedrijf, dat waarschijnlijk voluit Cie Continentale d’Appareils heet, produceerde stijlvolle benzine- en petroleumaanstekers met een vuursteenmechanisme.

De aanstekers vielen op door hun semi-automatische systemen: met één druk op een knop of hendel opende het deksel en draaide het vuursteenwiel, wat het gebruik erg gebruiksvriendelijk maakte.

Dit mechanisme werd rond 1945 gepatenteerd.

Conty richtte zich op rokers die een betrouwbare, compacte zakaansteker wilden.

Een mooi voorbeeld van hun marketing is deze reclame uit juli 1946, kort na de Tweede Wereldoorlog.

De Franse advertentie toont een kangoeroe met de slogan: “Dans la poche de tout fumeur: Un briquet” (In de zak van elke roker: een aansteker).

Het illustreert hoe het merk na de oorlog probeerde terug te komen op de markt met speelse, aantrekkelijke reclames.

Hoewel Conty geen wereldwijd gigamerk werd zoals Zippo of Ronson, stond het bekend om degelijk Belgisch vakmanschap.

De aanstekers worden tegenwoordig nog steeds gewaardeerd door verzamelaars vanwege hun mechanische innovatie en historische charme.

Na de jaren vijftig raakte het merk geleidelijk op de achtergrond door de opkomst van goedkopere massaproductie uit Japan en Amerika.

Gisteren nog vandaag

Een terugblik op de Canadese zanger Donny Gerrard en zijn titelloze debuutalbum van precies 50 jaar geleden.

Donny Gerrard, voluit Donald Bradford Gerrard, was een Canadese zanger die vooral bekend werd dankzij zijn indrukwekkende, soulvolle stem, waarmee hij zowel als frontman en als veelgevraagd achtergrondzanger een rijke carrière opbouwde.

Hij werd geboren op 19 maart 1946 in Vancouver en begon al als kind te zingen.

Zijn talent werd in 1961 opgemerkt tijdens een kerkelijk evenement, waarna hij als tiener zijn eerste groep oprichtte: Donny Gerrard and the Checkmates.

Na wat omzwervingen, waaronder een periode als bassist in de Night Train Revue en optredens in Las Vegas-lounges, zette hij zijn eerste grote stappen in de muziekwereld begin jaren zeventig als de leadzanger van de pop- en soulband Skylark.

Deze groep, waar ook de latere topproducer David Foster deel van uitmaakte, scoorde in 1973 een hit met het emotionele nummer Wildflower.

Het was vooral de loepzuivere en krachtige vocale prestatie van Gerrard die dit nummer tot een tijdloze klassieker maakte.

Na het uiteenvallen van Skylark halverwege de jaren zeventig, besloot hij zich te richten op een solocarrière.

In 1976 bracht hij op het platenlabel Greedy Records zijn titelloze debuutalbum Donny Gerrard uit.

De arrangementen voor deze plaat werden geschreven door Robert Louis Buchanan, die tevens de productie onder handen nam en dit samen met Henry Grumpo Marx.

Dit album is een prachtige weerspiegeling van zijn veelzijdigheid als zanger en mengt soepele soul, r&b en subtiele popinvloeden tot een elegant geheel.

Naast het grote succes van de single Words (Are Impossible) stonden er nog meer fantastische nummers op de tracklist die zijn bereik perfect benadrukten.

Luisteraars konden wegdromen bij sfeervolle nummers zoals ‘Peace For Us All’, ‘Stay Awhile With Me’, ‘Darlin’ en zijn cover ‘The Long And Winding Road’ van de Beatles, terwijl tracks als ‘Stand Up’ en ‘Greedy (For Your Love)’ juist zorgden voor een fijne, opzwepende energie.

Het geheel liet horen dat Gerrard moeiteloos kon schakelen tussen zwoele ballads en meer dynamische, soulvolle tracks.

De geschiedenis van het bekendste lied van dit album, Words (Are Impossible), begint in 1973 met de Italiaanse zanger Giampiero Anelli, beter bekend als Drupi, die het origineel uitbracht als Vado Via.

Dit werd een aanzienlijk succes in de Lage Landen: het bereikte in Vlaanderen de zeventiende plaats in de BRT Top 30 en werd in Nederland in september 1973 tot Alarmschijf verkozen, waarna het doorstootte naar de zevende plek in de Top 40.

Een jaar later, in 1974, bracht de Amerikaanse soulzangeres Margie Joseph de eerste Engelstalige versie uit, wat haar een hit opleverde in de Amerikaanse r&b-hitlijsten.

Twee jaar later, in 1976, was het de beurt aan Donny Gerrard om er zijn eigen, prachtige draai aan te geven.

Zijn uitvoering gaf zijn expressieve stembanden perfect de ruimte om te schitteren en leverde hem een bescheiden 87e plaats op in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Hoewel zijn debuutalbum destijds door critici en muziekkenners zeer werd geprezen omwille van de vlekkeloze productie van Buchanan en Gerrards warme stemgeluid, bleef een gigantisch commercieel succes helaas uit.

Tegenwoordig wordt het echter door liefhebbers van zeventigerjaren-soul beschouwd als een vergeten pareltje dat absoluut de moeite waard is om te beluisteren.

Voor zijn tweede album, dat de titel The Romantic kreeg, moesten de fans overigens erg veel geduld hebben; dit verscheen namelijk pas in 1999.

Na zijn avontuur als soloartiest bouwde Gerrard een buitengewoon succesvolle carrière op als sessie- en achtergrondzanger.

Zijn stem was in de decennia die volgden te horen op talloze albums en tijdens optredens van absolute grootheden uit de muziekindustrie, waaronder Elton John, Bruce Springsteen, Bob Seger, Cher en Bette Midler.

Daarnaast dook hij in de jaren tachtig nog op bij bijzondere projecten.

Zo nam hij in 1985 met Amy Holland een duet op voor de soundtrack van de bekende film St. Elmo’s Fire en werkte hij in datzelfde jaar met een hele reeks bekende artiesten mee aan ‘Tears Are Not Enough’, een Canadese benefietsingle om geld in te zamelen voor de hongersnood in Ethiopië.

Bij beide projecten werkte hij overigens weer even samen met zijn oude Skylark-bandgenoot David Foster.

In de latere jaren van zijn leven was hij een onmisbare en vaste kracht in de band van gospel- en soullegende Mavis Staples.

Hij toerde wereldwijd met haar en zijn warme bariton vormde een prachtige aanvulling op haar kenmerkende rauwe stem, wat ook goed te horen is op haar succesvolle albums uit die periode.

Hij was tot aan zijn dood getrouwd met zijn vrouw Myra, met wie hij een zoon, Cooper, had.

Uit een eerdere relatie had hij ook nog een ander kind, namelijk Traie Payne.

Donny Gerrard bleef optreden en zingen tot zijn gezondheid het niet meer toeliet.

Hij overleed op 3 februari 2022 op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, terwijl hij in een hospice verbleef in zijn woonplaats Santa Fe in de Amerikaanse staat New Mexico.

80 jaar geleden, reclame voor cognac van het merk Staub

Cognac Staub was een historisch drankenmerk dat zijn oorsprong vond in de negentiende eeuw, toen het werd opgericht door Auguste Staub.

Het huis vestigde zich in de beroemde Franse Charente-streek en groeide al snel uit tot een gerespecteerde naam binnen de wereld van de distillaten.

Wat dit merk destijds zo bijzonder maakte, was niet alleen de zorgvuldige rijping van de drank zelf, maar vooral de vooruitstrevende manier waarop de producent de cognac aan de man bracht.

In de late negentiende en vroege twintigste eeuw investeerde Auguste Staub namelijk stevig in opvallende en kleurrijke reclamecampagnes.

Deze artistieke posters en postkaarten bepaalden destijds het straatbeeld tijdens de Belle Époque en vormden later waardevol materiaal voor archivarissen en verzamelaars van historische documenten.

Ook na de woelige oorlogsjaren zette het drankenmerk zijn marketingtraditie voort, zoals bleek uit een specifieke reclameboodschap uit juni 1946.

Op deze publicatie prijkte een Brussels adres in de Van Lintstraat nummer negenendertig, gelegen in de gemeente Anderlecht.

Dit was toen de hoofdzetel van de exclusieve Belgische importeur.

Grote Franse drankhuizen werkten in die periode vrijwel altijd met nationale agenten die de verdeling voor het hele land op zich namen.

Vanuit dit centrale depot in de hoofdstad vertrokken de flessen en het bijbehorende promotiemateriaal naar lokale wijnhandelaren, slijterijen en horecazaken in heel België.

De advertentie bevatte tevens een hoopvolle Franse slagzin die verwees naar een dag die ooit zou komen.

In de vroege zomer van negentienzesenveertig, vlak na de Tweede Wereldoorlog, waren luxeproducten zoals Franse cognac immers nog uiterst schaars en streng gerantsoeneerd door hardnekkige logistieke problemen aan de grenzen.

Met deze melancholische woorden speelde de Brusselse distributeur slim in op het diepe verlangen naar betere tijden, waarin de consument weer vrijuit kon genieten van de vertrouwde luxe van voor de oorlog.

Het was een doordachte manier om de merknaam warm te houden in het bewustzijn van het publiek, terwijl men wachtte tot de bevoorrading vanuit de Charente weer op volle toeren draaide.

Hoewel het cognachuis de tand des tijds uiteindelijk niet op dezelfde schaal doorstond als de grootste giganten in de sector, bleef de rijke geschiedenis van Auguste Staub nog lang voortleven via de zeldzame flessen en antieke affiches die geliefde objecten werden op internationale veilingen.

80 jaar geleden, reclame voor de winkel La Voix de son maître

De winkel van La Voix de son maître, vaak beter bekend onder de Engelstalige naam His Master’s Voice of HMV, bevond zich destijds op huisnummer veertien in de Koningsgalerij in Brussel.

Het merk zelf vond zijn oorsprong eind negentiende eeuw, toen de Amerikaan William Barry Owen in Londen The Gramophone Company oprichtte en in 1899 een befaamd schilderij van de Britse schilder Francis Barraud kocht.

Dat schilderij, waarop het hondje Nipper in de hoorn van een fonograaf kijkt, werd in 1909 het officiële logo voor de platenlabels van het bedrijf.

In 1921 opende de allereerste eigen HMV-winkel in de Londense Oxford Street, waarna al snel internationale filialen volgden.

Het Britse moederbedrijf gebruikte in Franstalige gebieden steevast de vertaling La Voix de son maître om de lokale markt beter aan te spreken.

Uit oude Brusselse tijdschriften en archieven blijkt dat het filiaal in de Galerie du Roi al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een grote aantrekkingskracht uitoefende op muziekliefhebbers en verzamelaars van geluidsdragers.

In de chique setting van de galerij verkocht de winkel niet alleen de allernieuwste 78-toerenplaten van hun eigen label, maar ook van concurrenten zoals Columbia, Polydor en Brunswick.

Daarnaast was het een belangrijke verdeler van de destijds zeer moderne grammofoons en radiotoestellen.

De zaak pakte regelmatig uit met advertenties waarin ze gratis thuisdemonstraties aanboden, zodat klanten in hun eigen luisteromgeving overtuigd konden raken van de geluidskwaliteit.

Naast deze prestigieuze winkel in de Koningsgalerij had het merk in diezelfde periode overigens nog een tweede Brussels filiaal aan de Maurice Lemonnierlaan.

Het specifieke pand in de Koningsgalerij heeft na het vertrek van La Voix de son maître nog lang een muzikale bestemming behouden.

Vele jaren later, tijdens de hoogtijdagen van de elpee en de cd, was op exact hetzelfde adres de platenzaak Music Way gevestigd.

Toevallig is de naam HMV sinds april van dit jaar na lange afwezigheid weer terug in het Brusselse straatbeeld, ditmaal met een ruime nieuwe vestiging in het winkelcentrum City2.

Gisteren nog vandaag

Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Ook al 40 jaar geleden, de Amerikaanse soulzanger J. Blackfoot met zijn hit Taxi.

Het nummer werd geschreven en geproduceerd door Homer Banks en Chuck Brooks.

J. Blackfoot, wiens echte naam John Colbert was, begon zijn carrière, als leadzanger van de groep Bar-Kays.

Daarna, was hij lid van The Soul Children, die verschillende hits had in de jaren 60 en 70.

Na het uiteenvallen van de groep in 1979, begon hij een solocarrière.

Zijn debuutalbum City Slicker, uitgebracht in 1983, waar Taxi op stond, was zijn succesvolste album.

Hij had ook nog andere kleine hits, zoals Just One Lifetime, I Stood on the Sidewalk en Hearsay.

Hij bleef actief als zanger tot aan zijn dood in 2011 op 65-jarige leeftijd.