Mireille Mathieu mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Het nummer ‘Together We’re Strong’ is een bijzonder duet tussen de Franse zangeres Mireille Mathieu en de Amerikaanse acteur Patrick Duffy.

Het nummer is van de hand van de bekende Duitse componist Ralph Siegel, die vanwege zijn indrukwekkende palmares van vierentwintig inzendingen ook wel Mister Eurovisie Songfestival wordt genoemd.

Hij wist het festival zelfs te winnen met het nummer ‘Ein bißchen Frieden’ van de zangeres Nicole.

De oorspronkelijke tekst werd geschreven door Bernd Meinunger, terwijl Richard Palmer-James, medeoprichter van de band Supertramp, verantwoordelijk was voor de Engelse versie.

De single ‘Together We’re Strong’ werd een groot succes in de Lage Landen; in de BRT Top 30 behaalde het nummer een mooie vierde plaats en in de Nederlandse Top 40 klom het duo zelfs op naar de tweede positie.

80 jaar geleden, reclame voor aanstekers van het merk Conti

De geschiedenis van het Belgische aanstekerbedrijf Conti (Conty)

Conti, beter bekend als Conty, was een Belgisch merk van kwaliteitsaanstekers dat vooral in de jaren 1930 tot 1950 populair was.

Het bedrijf, dat waarschijnlijk voluit Cie Continentale d’Appareils heet, produceerde stijlvolle benzine- en petroleumaanstekers met een vuursteenmechanisme.

De aanstekers vielen op door hun semi-automatische systemen: met één druk op een knop of hendel opende het deksel en draaide het vuursteenwiel, wat het gebruik erg gebruiksvriendelijk maakte.

Dit mechanisme werd rond 1945 gepatenteerd.

Conty richtte zich op rokers die een betrouwbare, compacte zakaansteker wilden.

Een mooi voorbeeld van hun marketing is deze reclame uit juli 1946, kort na de Tweede Wereldoorlog.

De Franse advertentie toont een kangoeroe met de slogan: “Dans la poche de tout fumeur: Un briquet” (In de zak van elke roker: een aansteker).

Het illustreert hoe het merk na de oorlog probeerde terug te komen op de markt met speelse, aantrekkelijke reclames.

Hoewel Conty geen wereldwijd gigamerk werd zoals Zippo of Ronson, stond het bekend om degelijk Belgisch vakmanschap.

De aanstekers worden tegenwoordig nog steeds gewaardeerd door verzamelaars vanwege hun mechanische innovatie en historische charme.

Na de jaren vijftig raakte het merk geleidelijk op de achtergrond door de opkomst van goedkopere massaproductie uit Japan en Amerika.

Gisteren nog vandaag

Een terugblik op de Canadese zanger Donny Gerrard en zijn titelloze debuutalbum van precies 50 jaar geleden.

Donny Gerrard, voluit Donald Bradford Gerrard, was een Canadese zanger die vooral bekend werd dankzij zijn indrukwekkende, soulvolle stem, waarmee hij zowel als frontman en als veelgevraagd achtergrondzanger een rijke carrière opbouwde.

Hij werd geboren op 19 maart 1946 in Vancouver en begon al als kind te zingen.

Zijn talent werd in 1961 opgemerkt tijdens een kerkelijk evenement, waarna hij als tiener zijn eerste groep oprichtte: Donny Gerrard and the Checkmates.

Na wat omzwervingen, waaronder een periode als bassist in de Night Train Revue en optredens in Las Vegas-lounges, zette hij zijn eerste grote stappen in de muziekwereld begin jaren zeventig als de leadzanger van de pop- en soulband Skylark.

Deze groep, waar ook de latere topproducer David Foster deel van uitmaakte, scoorde in 1973 een hit met het emotionele nummer Wildflower.

Het was vooral de loepzuivere en krachtige vocale prestatie van Gerrard die dit nummer tot een tijdloze klassieker maakte.

Na het uiteenvallen van Skylark halverwege de jaren zeventig, besloot hij zich te richten op een solocarrière.

In 1976 bracht hij op het platenlabel Greedy Records zijn titelloze debuutalbum Donny Gerrard uit.

De arrangementen voor deze plaat werden geschreven door Robert Louis Buchanan, die tevens de productie onder handen nam en dit samen met Henry Grumpo Marx.

Dit album is een prachtige weerspiegeling van zijn veelzijdigheid als zanger en mengt soepele soul, r&b en subtiele popinvloeden tot een elegant geheel.

Naast het grote succes van de single Words (Are Impossible) stonden er nog meer fantastische nummers op de tracklist die zijn bereik perfect benadrukten.

Luisteraars konden wegdromen bij sfeervolle nummers zoals ‘Peace For Us All’, ‘Stay Awhile With Me’, ‘Darlin’ en zijn cover ‘The Long And Winding Road’ van de Beatles, terwijl tracks als ‘Stand Up’ en ‘Greedy (For Your Love)’ juist zorgden voor een fijne, opzwepende energie.

Het geheel liet horen dat Gerrard moeiteloos kon schakelen tussen zwoele ballads en meer dynamische, soulvolle tracks.

De geschiedenis van het bekendste lied van dit album, Words (Are Impossible), begint in 1973 met de Italiaanse zanger Giampiero Anelli, beter bekend als Drupi, die het origineel uitbracht als Vado Via.

Dit werd een aanzienlijk succes in de Lage Landen: het bereikte in Vlaanderen de zeventiende plaats in de BRT Top 30 en werd in Nederland in september 1973 tot Alarmschijf verkozen, waarna het doorstootte naar de zevende plek in de Top 40.

Een jaar later, in 1974, bracht de Amerikaanse soulzangeres Margie Joseph de eerste Engelstalige versie uit, wat haar een hit opleverde in de Amerikaanse r&b-hitlijsten.

Twee jaar later, in 1976, was het de beurt aan Donny Gerrard om er zijn eigen, prachtige draai aan te geven.

Zijn uitvoering gaf zijn expressieve stembanden perfect de ruimte om te schitteren en leverde hem een bescheiden 87e plaats op in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Hoewel zijn debuutalbum destijds door critici en muziekkenners zeer werd geprezen omwille van de vlekkeloze productie van Buchanan en Gerrards warme stemgeluid, bleef een gigantisch commercieel succes helaas uit.

Tegenwoordig wordt het echter door liefhebbers van zeventigerjaren-soul beschouwd als een vergeten pareltje dat absoluut de moeite waard is om te beluisteren.

Voor zijn tweede album, dat de titel The Romantic kreeg, moesten de fans overigens erg veel geduld hebben; dit verscheen namelijk pas in 1999.

Na zijn avontuur als soloartiest bouwde Gerrard een buitengewoon succesvolle carrière op als sessie- en achtergrondzanger.

Zijn stem was in de decennia die volgden te horen op talloze albums en tijdens optredens van absolute grootheden uit de muziekindustrie, waaronder Elton John, Bruce Springsteen, Bob Seger, Cher en Bette Midler.

Daarnaast dook hij in de jaren tachtig nog op bij bijzondere projecten.

Zo nam hij in 1985 met Amy Holland een duet op voor de soundtrack van de bekende film St. Elmo’s Fire en werkte hij in datzelfde jaar met een hele reeks bekende artiesten mee aan ‘Tears Are Not Enough’, een Canadese benefietsingle om geld in te zamelen voor de hongersnood in Ethiopië.

Bij beide projecten werkte hij overigens weer even samen met zijn oude Skylark-bandgenoot David Foster.

In de latere jaren van zijn leven was hij een onmisbare en vaste kracht in de band van gospel- en soullegende Mavis Staples.

Hij toerde wereldwijd met haar en zijn warme bariton vormde een prachtige aanvulling op haar kenmerkende rauwe stem, wat ook goed te horen is op haar succesvolle albums uit die periode.

Hij was tot aan zijn dood getrouwd met zijn vrouw Myra, met wie hij een zoon, Cooper, had.

Uit een eerdere relatie had hij ook nog een ander kind, namelijk Traie Payne.

Donny Gerrard bleef optreden en zingen tot zijn gezondheid het niet meer toeliet.

Hij overleed op 3 februari 2022 op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, terwijl hij in een hospice verbleef in zijn woonplaats Santa Fe in de Amerikaanse staat New Mexico.

80 jaar geleden, reclame voor cognac van het merk Staub

Cognac Staub was een historisch drankenmerk dat zijn oorsprong vond in de negentiende eeuw, toen het werd opgericht door Auguste Staub.

Het huis vestigde zich in de beroemde Franse Charente-streek en groeide al snel uit tot een gerespecteerde naam binnen de wereld van de distillaten.

Wat dit merk destijds zo bijzonder maakte, was niet alleen de zorgvuldige rijping van de drank zelf, maar vooral de vooruitstrevende manier waarop de producent de cognac aan de man bracht.

In de late negentiende en vroege twintigste eeuw investeerde Auguste Staub namelijk stevig in opvallende en kleurrijke reclamecampagnes.

Deze artistieke posters en postkaarten bepaalden destijds het straatbeeld tijdens de Belle Époque en vormden later waardevol materiaal voor archivarissen en verzamelaars van historische documenten.

Ook na de woelige oorlogsjaren zette het drankenmerk zijn marketingtraditie voort, zoals bleek uit een specifieke reclameboodschap uit juni 1946.

Op deze publicatie prijkte een Brussels adres in de Van Lintstraat nummer negenendertig, gelegen in de gemeente Anderlecht.

Dit was toen de hoofdzetel van de exclusieve Belgische importeur.

Grote Franse drankhuizen werkten in die periode vrijwel altijd met nationale agenten die de verdeling voor het hele land op zich namen.

Vanuit dit centrale depot in de hoofdstad vertrokken de flessen en het bijbehorende promotiemateriaal naar lokale wijnhandelaren, slijterijen en horecazaken in heel België.

De advertentie bevatte tevens een hoopvolle Franse slagzin die verwees naar een dag die ooit zou komen.

In de vroege zomer van negentienzesenveertig, vlak na de Tweede Wereldoorlog, waren luxeproducten zoals Franse cognac immers nog uiterst schaars en streng gerantsoeneerd door hardnekkige logistieke problemen aan de grenzen.

Met deze melancholische woorden speelde de Brusselse distributeur slim in op het diepe verlangen naar betere tijden, waarin de consument weer vrijuit kon genieten van de vertrouwde luxe van voor de oorlog.

Het was een doordachte manier om de merknaam warm te houden in het bewustzijn van het publiek, terwijl men wachtte tot de bevoorrading vanuit de Charente weer op volle toeren draaide.

Hoewel het cognachuis de tand des tijds uiteindelijk niet op dezelfde schaal doorstond als de grootste giganten in de sector, bleef de rijke geschiedenis van Auguste Staub nog lang voortleven via de zeldzame flessen en antieke affiches die geliefde objecten werden op internationale veilingen.

80 jaar geleden, reclame voor de winkel La Voix de son maître

De winkel van La Voix de son maître, vaak beter bekend onder de Engelstalige naam His Master’s Voice of HMV, bevond zich destijds op huisnummer veertien in de Koningsgalerij in Brussel.

Het merk zelf vond zijn oorsprong eind negentiende eeuw, toen de Amerikaan William Barry Owen in Londen The Gramophone Company oprichtte en in 1899 een befaamd schilderij van de Britse schilder Francis Barraud kocht.

Dat schilderij, waarop het hondje Nipper in de hoorn van een fonograaf kijkt, werd in 1909 het officiële logo voor de platenlabels van het bedrijf.

In 1921 opende de allereerste eigen HMV-winkel in de Londense Oxford Street, waarna al snel internationale filialen volgden.

Het Britse moederbedrijf gebruikte in Franstalige gebieden steevast de vertaling La Voix de son maître om de lokale markt beter aan te spreken.

Uit oude Brusselse tijdschriften en archieven blijkt dat het filiaal in de Galerie du Roi al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een grote aantrekkingskracht uitoefende op muziekliefhebbers en verzamelaars van geluidsdragers.

In de chique setting van de galerij verkocht de winkel niet alleen de allernieuwste 78-toerenplaten van hun eigen label, maar ook van concurrenten zoals Columbia, Polydor en Brunswick.

Daarnaast was het een belangrijke verdeler van de destijds zeer moderne grammofoons en radiotoestellen.

De zaak pakte regelmatig uit met advertenties waarin ze gratis thuisdemonstraties aanboden, zodat klanten in hun eigen luisteromgeving overtuigd konden raken van de geluidskwaliteit.

Naast deze prestigieuze winkel in de Koningsgalerij had het merk in diezelfde periode overigens nog een tweede Brussels filiaal aan de Maurice Lemonnierlaan.

Het specifieke pand in de Koningsgalerij heeft na het vertrek van La Voix de son maître nog lang een muzikale bestemming behouden.

Vele jaren later, tijdens de hoogtijdagen van de elpee en de cd, was op exact hetzelfde adres de platenzaak Music Way gevestigd.

Toevallig is de naam HMV sinds april van dit jaar na lange afwezigheid weer terug in het Brusselse straatbeeld, ditmaal met een ruime nieuwe vestiging in het winkelcentrum City2.

Gisteren nog vandaag

Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Ook al 40 jaar geleden, de Amerikaanse soulzanger J. Blackfoot met zijn hit Taxi.

Het nummer werd geschreven en geproduceerd door Homer Banks en Chuck Brooks.

J. Blackfoot, wiens echte naam John Colbert was, begon zijn carrière, als leadzanger van de groep Bar-Kays.

Daarna, was hij lid van The Soul Children, die verschillende hits had in de jaren 60 en 70.

Na het uiteenvallen van de groep in 1979, begon hij een solocarrière.

Zijn debuutalbum City Slicker, uitgebracht in 1983, waar Taxi op stond, was zijn succesvolste album.

Hij had ook nog andere kleine hits, zoals Just One Lifetime, I Stood on the Sidewalk en Hearsay.

Hij bleef actief als zanger tot aan zijn dood in 2011 op 65-jarige leeftijd.

Edith Piaf (februari 1959)

La Vie En Rose is een nummer van Edith Piaf en zij heeft het geschreven als Les Choses En Rose en dit samen met Louis Gugliemi alias Louiguy.

Het chanson wordt door Marianne Michel in 1945 voor het eerst opgenomen.

Zij is een goede vriendin van Edith Piaf.

Als deze uitvoering met veel enthousiasme wordt ontvangen, besluit Edith Piaf La Vie En Rose zelf op te nemen.

Het is in 1946 haar allereerste hit.

Een van de bekendste nummers van Gilbert O’Sullivan, de Ierse zanger en liedjesschrijver die vandaag 77 jaar wordt, is Clair.

Hij schreef dit nummer als een ode aan het dochtertje van zijn manager Gordon Mills, die drie jaar oud was toen het nummer uitkwam.

Aan het eind van het nummer hoor je haar vrolijke lach.

Gordon Mills speelde ook mee op de harmonica.

Clair was een groot succes in Vlaanderen en Nederland, waar het respectievelijk de eerste plaats in de Brt Top 30 en de vierde plaats in de Nederlandse Top 40 behaalde.

Gordon Mills was niet alleen de manager van Gilbert O’Sullivan, maar ook van Tom Jones en Engelbert Humperdinck.

Gilbert O’Sullivan is ook de peetvader van Clair.

Gilbert O’Sullivan werd geboren als Raymond Edward O’Sullivan in Ierland.

Hij verhuisde naar Swindon in Engeland toen hij tien jaar was en raakte daar geïnteresseerd in muziek.

Hij speelde in verschillende bandjes, waaronder Rick’s Blues met Rick Davies, die later bekend werd als de oprichter van Supertramp.

In 1967 kreeg hij een platencontract bij CBS en veranderde zijn artiestennaam naar Gilbert O’Sullivan, een verwijzing naar de beroemde operettecomponisten Gilbert & Sullivan.

Maar na twee singles eindigde deze samenwerking.

Gelukkig maakte hij indruk met zijn demo’s op Gordon Mills, die hem onder zijn hoede nam en hem hielp met zijn carrière.

Gilbert O’Sullivan had veel succes in de jaren zeventig, vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Vlaanderen en Nederland.

Hij scoorde hits met nummers als Nothing Rhymed, Alone Again (Naturally), Get Down en Matrimony.

Zijn relatie met Gordon Mills verslechterde echter in de loop der jaren en hij raakte verwikkeld in een juridisch conflict met hem en zijn platenmaatschappij over de rechten op zijn nummers.

Hij spande een rechtszaak aan en won die uiteindelijk na een lange strijd.

Hij kreeg daarmee alle rechten op zijn eigen werk terug. Hij is een van de weinige artiesten die zo’n overwinning behaald heeft tegen een platenbedrijf.

Della Bosiers, een van de bekendste Vlaamse zangeressen, viert vandaag haar 77ste verjaardag.

Bosiers heeft een rijke en veelzijdige carrière achter de rug, die begon met een journalistieke opleiding aan de katholieke Hogeschool voor Vrouwen in Antwerpen.

Daar ontdekte ze haar talent voor het schrijven en componeren van liedjes in het Nederlands, .

Ze maakte haar debuut als zangeres dankzij Ramses Shaffy en Thijs van Leer, die haar uitnodigden om in Nederland op te treden.

Haar eerste album Della Bosiers verscheen in 1971, gevolgd door Kwartetten in 1974.

In datzelfde jaar zong ze samen met Wim De Craene het nummer Mensen van achttien dat een groot succes werd.

Bosiers was ook actief als televisiepersoonlijkheid, onder meer in de Wies Andersen show en als jurylid in Sterrenwacht.

Ze presenteerde ook het kookprogramma Cordon Bleu en schreef columns voor Knack-magazine en De Standaard magazine.