
50 jaar geleden, reclame voor de Martini shop met onder ander de verzamelaar Enter The Martini World.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



Henrique ‘Afric’ Simone werd in Brazilië geboren als zoon van een Braziliaanse vader en een moeder uit Mozambique.
Wanneer hij 9 jaar is, verhuist hij met zijn moeder (na de dood van zijn vader) naar haar thuisland.
Daar krijgt hij de muziekmicrobe te pakken en begint hij met zingen.
Wanneer een manager hem in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, ziet optreden biedt hij zijn diensten aan en stelt voor om naar Londen te komen.
Afric gaat in op het aanbod en doet zo ervaring op in heel wat Europese hoofdsteden. Zijn eerste single ‘Barracuda’ wordt een hit in Zuid-Amerika.
In Europa gaat Simone in zee met de invloedrijke Franse producer Eddie Barclay.
Onder zijn hoede neemt multi-linguïst Afric Simone het nummer ‘Ramaya’ op.
Kenmerkend voor zijn liedjes zijn de verschillende talen die hij door elkaar gebruikt.
De muziek wordt dan European Happy Sound genoemd. ‘Ramaya’ wordt in Vlaanderen en Nederland een top 3-hit in de zomer van 1975.
Hij werkt zich o.a. in de kijker met zijn acrobatische optreden in Toppop. Hij wordt door velen zelfs gezien als pionier in het breakdancen en beatboxen nog voor die termen bestonden.
Het Franse succes van ‘Ramaya’ brengt hem vier weken naar de Parijse Olympia.
Er verschenen ettelijke coverversies van, o.a. ‘Rammen Maar’ (André Van Duin) en ‘De Soep Is Aangebrand’ (Anja Yelles).
Ook de tweede hit ‘Hafanana’ (n°7 in Nederland en n°18 in Vlaanderen) kreeg verschillende covers, o.a. van The Booming People en Dennis (‘Gewoon Een Vrolijk Liedje’).
Na een derde hitje ‘Playa Blanca’ verdween Afric Simone van de radar.
Hij woont de laatste jaren met zijn Russische echtgenote in Berlijn en is nog vaak te gast in tv-shows in de Duitstalige landen en Zuid-Europa (Met dank aan Denis Michiels)







Salvatore Adamo’s levensverhaal begint op 1 november 1943 in Comiso, een Siciliaans dorp.
Zijn vader, de economische malaise in Italië beu, zocht zijn heil in België en begon in februari 1947 als mijnwerker in Marcinelle.
Een paar maanden later volgden zijn vrouw en de jonge Salvatore hem naar hun nieuwe thuis.
Het gezin vestigde zich in een bescheiden woning in de mijnwerkerscité van Ghlin, bij Bergen.
Muziek speelde er al snel een centrale rol. “Mijn moeder en vader zongen graag en veel,” vertelde Adamo later in Humo. “Zo werd ik doordrongen van het Italiaanse lied.
Maar tegelijk hoorde ik hier ook Brel, Bécaud, Aznavour.” Die unieke mengelmoes vormde zijn sound: een Siciliaans klinkende stem en melodie, gecombineerd met ‘Waals-Franse’ geïnspireerde teksten.

Zijn ouders, die later naar het naburige Jemappes verhuisden, stuurden hem naar school in de hoop dat hij aan een toekomst als mijnwerker zou ontsnappen.
Salvatore bleek een goede student, die vooral uitblonk in muziek en voordracht. Hij zong in het kerkkoor en leerde zichzelf gitaar spelen.
In 1960 waagde hij zijn kans bij een muziekwedstrijd van Radio Luxemburg. Hij stootte door naar de finale in Parijs en won, op 17-jarige leeftijd, met zijn eigen nummer “Si j’osais”.
Het leverde hem 10.000 Belgische frank en de eerste aandacht van platenmaatschappijen op.
Toch liet de echte doorbraak nog even op zich wachten; zijn eerste singles sloegen niet aan.
In het voorjaar van 1963 was het echter wel raak. “Sans toi, ma mie” werd een voltreffer, waarvan in recordtijd 100.000 exemplaren werden verkocht.
De hits volgden elkaar daarna in sneltempo op. Met “Tombe la neige” en “Vous permettez, monsieur?” brak hij in 1964 internationaal door, met name in Nederland en Frankrijk.
Nummers als “La nuit” en “Les filles du bord de mer” klommen moeiteloos naar de top van de hitlijsten.

Een halve eeuw geleden scoorde hij ook “C’est ma vie”, een nummer dat André Hazes zeven jaar later zou coveren als het bekende “’t Laatste rondje”.
Om zijn succes te verzilveren, bracht Adamo zijn nummers uit in diverse talen, waaronder Engels, Duits, Spaans en Nederlands. Vooral “Tombe la neige”, dat in Japan werd uitgebracht als “Yuki ga furu”, bleek een schot in de roos.
Het bezorgde hem een trouwe fanschare in het Verre Oosten, waar hij sindsdien regelmatig toert.
Niet al zijn hits waren zonder controverse. “Inch’Allah” (1967), bedoeld als vredeslied, werd ongelukkig gelanceerd net voor de Zesdaagse Oorlog.
Hoewel hij de tekst aanpaste, werd het in sommige Arabische landen als pro-Israëlisch gezien, wat hem een jarenlang inreisverbod opleverde.
Desondanks werd het wereldwijd een van zijn bekendste nummers. Met “Dolce Paola” (1965) bracht hij dan weer een ode aan de prinses met wie hij zijn Italiaanse roots deelde, al heeft hij de hardnekkige geruchten over een romance altijd ontkend.
Op jonge leeftijd verloor hij zijn vader Antonio, die in 1966 op 47-jarige leeftijd overleed.
Eind jaren 60 trouwde Adamo met zijn jeugdvriendin Nicole Durant, die bewust een leven buiten de schijnwerpers koos.
Ze kregen samen zoon Anthony (1969) en Benjamin (1980), die later als muzikant in zijn vaders voetsporen trad.
Begin jaren 2000 onthulde Adamo dat zijn dochter Amélie (1979) voortkwam uit een tienjarige buitenechtelijke relatie met de Duitse actrice Annette Dahl.
Na zijn absolute topjaren eind jaren 60 nam zijn dominantie in de hitlijsten af. Adamo koos bewust voor een minder commerciële koers, maar bleef wereldwijd intensief optreden.
Dat eiste zijn tol: in 1984 kreeg hij een hartinfarct, en twintig jaar later, in 2004, een hersenbloeding. Na een jaar rust herstelde hij gelukkig volledig.
Zijn bekendheid zet hij sinds 1993 ook in als ambassadeur voor UNICEF.

De erkenning voor zijn carrière is groot: in 2001 werd hij geridderd door koning Albert II, en in 2005 eindigde hij hoog in de verkiezing van “De Grootste Belg”.
Recentelijk, op 29 januari 2025, ontving hij nog de ‘Lifetime Achievement Award’ op de MIA’s.
Zijn naam leeft zelfs voort in een Nederlandse tulp en een Franse straatnaam.
Met meer dan 100 miljoen verkochte albums is zijn nalatenschap immens.
De unieke combinatie van romantiek, melancholie en die kenmerkende hese stem blijft mensen aanspreken.
Zijn collega Jacques Brel vatte het ooit treffend samen: “de tedere tuinman van de liefde”.
En ook op zijn 82e is het liedje van deze Siciliaanse Belg nog lang niet uitgezongen.
Twee jaar na zijn coversalbum “In French Please” bereidt hij een aan een nieuw album.
De eerste single daarvan, ‘Ma belle jeunesse’, kregen we op 19 september 2025 al te horen.
Na een optreden in Brugge afgelopen zomer, staan er de komende maanden nog drie concerten in België gepland, alvorens hij begin 2026 weer naar Frankrijk trekt.


Joepie 29 oktober 1975

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.
Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)
Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.
Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.
De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.
In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.
In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.
In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.
Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.
Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.
In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.
Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.
Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.
Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.
Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.
Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.
In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.
Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.
Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.
De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.
Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.
Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.
Desondanks blijft hij actief.
Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.
Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag
Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag
Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag







