Vandaag herdenken we de vijftiende verjaardag van het heengaan van Wannes Van de Velde, een Vlaamse zanger en kunstenaar die een grote invloed had op de Vlaamse cultuur en identiteit.

Ter ere van zijn nagedachtenis brengt BLP Records een nieuwe vinylsingle uit van zijn bekendste lied ‘Ik Wil Deze Nacht In De Straten Verdwalen’.

Dit nummer schreef hij in 1973 voor de film “Home sweet home” van Benoit Lamy, maar het werd pas later opgenomen op het album Ne zanger is een groep.

De single bevat twee versies van het lied: de originele tweetalige versie uit 1973, die al vijftig jaar een klassieker is, en de versie uit 1976, die nooit eerder op vinylsingle te verkrijgen was.

Deze single is een eerbetoon aan de rijke muzikale erfenis van Wannes Van de Velde, die ons met zijn poëtische teksten en authentieke stem liet verdwalen in de straten van zijn geliefde Antwerpen.

Vijftig jaar geleden: Dream Express klaar voor de wereld met Track One.

In de nazomer van 1976 nam de internationale carrière van Luc Smets en zijn groep Dream Express een grote vlucht.

Na een geslaagd optreden op de Britse televisie tekende het Antwerpse viertal een contract voor een concertreeks van twee weken in het befaamde London Palladium, een van de meest prestigieuze zalen van de Britse hoofdstad.

Tegelijkertijd begonnen de voorbereidingen voor hun tweede langspeelplaat, waarbij Luc Smets artistieke ondersteuning kreeg van de Amerikaanse topproducer Randy Edelman, die eerder al successen had geboekt met opnames voor The Carpenters.

Platenmaatschappij EMI in Londen investeerde destijds aanzienlijke middelen in de groep.

Het enorme vertrouwen in de formatie bleek onder meer uit het hoesontwerp voor hun eerste internationale album, Track One.

Daarvoor wist de maatschappij de rechten te bemachtigen van het Art Institute of Chicago om het surrealistische meesterwerk La Durée poignardée, internationaal bekend als Time Transfixed, van René Magritte te gebruiken.

Op de voorzijde prijkte het schilderij met de stoomtrein die uit de schouw tevoorschijn komt, terwijl op de achterkant de groepsleden Stella, Patricia, Bianca en Luc te zien waren, die als het ware ontsnapten aan de verbeelding van de Brusselse schilder.

Luc Smets reageerde destijds overdonderd op het gebaar van de platenfirma, wat de groep extra motivatie gaf om internationaal door te breken.

Het debuutalbum werd in Groot-Brittannië bijzonder warm onthaald.

De vakpers sprak vol lof over de release en toonaangevende publicaties zoals Billboard prezen de productie als uitstekend geconstrueerde soulmuziek met het potentieel om de Britse hitlijsten te bestormen.

Met die lovende reacties leek voor Dream Express niet alleen de Europese markt open te liggen, maar ontstonden er ook mooie kansen op grote muziekmarkten zoals de Verenigde Staten en Japan.

De muzikale trein was in 1976 definitief vertrokken om uit te groeien tot een trans-Atlantisch succes.

Een jaar later waagde de groep haar kans in Eurosong.

Door die preselectie te winnen, veroverden ze meteen een ticket om België te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival van 1977.

Die editie kende de nodige hindernissen: het festival werd wegens een staking van het technisch televisiepersoneel uitgesteld van 2 april naar 7 mei.

Bovendien werd de vrije taalkeuze na drie jaar weer afgeschaft, wat betekende dat deelnemende landen opnieuw verplicht in hun eigen landstaal moesten aantreden.

België en Duitsland kregen echter een uitzondering en mochten toch in het Engels zingen, omdat ze hun inzendingen al hadden ingediend voordat de reglementswijziging werd doorgevoerd.

Uiteindelijk eindigde België op een verdienstelijke zevende plaats, terwijl Frankrijk de overwinning binnenhaalde dankzij zangeres Marie Myriam met het nummer L’oiseau et l’enfant.

Weer een jaar later, op 23 augustus 1978, nam de groep deel aan het bekende festival in het Poolse Sopot.

Daar wist Dream Express opnieuw internationaal indruk te maken en behaalden ze de overwinning met het nummer Just Wanna Dance with You.

Charles Aznavour, vrouwen maken mijn leven

In de zomer van 1976 stond Charles Aznavour als absolute topvedette centraal tijdens een Frans muziekfestival dat door de TROS werd uitgezonden.

Hij was toen een zanger die met zijn enorme sterrenstatus al verschillende generaties overbrugde: een emotionele persoonlijkheid, regelmatig het onderwerp van ophef, maar bovenal geliefd bij een miljoenenpubliek.

Als een van de weinige Franse artiesten wist hij de wereld te veroveren met werk dat hij volledig zelf schreef.

De in Parijs geboren zanger met Armeense wortels had er jaren van zeer hard zwoegen op zitten voor hij uiteindelijk de grootste internationale podia bereikte.

Het festival was opgezet om het Franse chanson nieuw leven in te blazen en een dam op te werpen tegen de overheersende golf van Engelstalige popmuziek.

Regisseur Ralph Inbar bracht daarvoor artiesten bijeen zoals Juliette Gréco, Frida Boccara, Dave en Hugues Aufray, terwijl Martine Bijl de presentatie verzorgde.

Toch paste Aznavour niet helemaal in het traditionele plaatje van een chanson-ambassadeur.

Hij woonde in die periode al niet meer in Frankrijk, omdat de Franse fiscus een te groot deel van zijn inkomsten opeiste.

Samen met zijn vrouw Ulla en hun twee kinderen verbleef hij voornamelijk in zijn huizen in Zwitserland en Italië.

Daarnaast zong hij al jaren geregeld in het Engels, wat hem volle zalen en grote neonletters opleverde in toonaangevende theaters in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Zelf zag hij zich dan ook niet als een typische vertolker van het Franse lied.

Zijn manier van werken vergeleek hij destijds met die van een fotograaf die de menselijke ziel vastlegt.

Hij zocht naar herkenbare, alledaagse emoties en menselijke thema’s, met name de liefde in al haar facetten.

Hij wilde de dingen niet mooier of lelijker maken dan ze waren, maar juist schrijven over zaken waarover mensen vaak zwegen.

Hoewel hij zijn privéleven zo veel mogelijk afschermde, gaf hij toe dat vrouwen altijd de belangrijkste drijfveer in zijn bestaan waren geweest.

Na tal van intense relaties waarin hij zowel teleurgesteld was als anderen had gekwetst, had hij rust gevonden bij Ulla.

Vrouwen bleven echter zijn voornaamste inspiratiebron.

Melodieën kwamen hem meestal moeiteloos aanwaaien, maar het schrijven van een rake tekst kostte hem soms maanden van worsteling.

Hij zocht niet naar een zware maatschappelijke boodschap, maar wilde pure gevoelens delen met een breed publiek.

Op 51-jarige leeftijd, oogde Aznavour toen nog opvallend energiek en jeugdig.

Hij keek vaak terug naar zijn verleden om stevig in de toekomst te kunnen staan, een gewoonte die voortkwam uit zijn afkomst en de moeilijke weg die hij had moeten afleggen.

Inmiddels was hij ook succesvol als acteur, onder meer met een rol in de film Skydivers.

Dat stond in schril contrast met zijn jeugd in Parijs, toen hij als tiener met kleine schnabbels en een baantje als krantenverkoper op de Champs-Élysées de eindjes aan elkaar moest knopen.

Pas rond 1960 was de grote doorbraak gekomen.

Die leerschool had van hem een doorgewinterde vakman gemaakt.

Hij vond dat een artiest eerst zijn sporen op het podium moest verdienen voordat hij platen ging opnemen, omdat echt vakmanschap en podiumpresentatie zeldzaam waren.

Voor de Armeense gemeenschap gold Aznavour in die jaren als een nationale held.

Hij steunde hun streven naar een eigen staat en doneerde aanzienlijke bedragen om de aandacht op hun situatie te vestigen. Ondanks het verstrijken van de jaren bleef zijn gedrevenheid onverminderd groot.

Hij omringde zich bij voorkeur met mensen met vernieuwende ideeën en stelde vast dat ook jongere generaties zijn werk bleven ontdekken.

Van het idee achter een specifiek Frans muziekfestival moest hij destijds overigens weinig weten.

Hij vond de drang om muziek in nationale hokjes te verdelen achterhaald en zag zichzelf liever gewoon als zanger dan als Fransman.

Goede muziek oversteeg volgens hem elke landsgrens of taal, en het ging er uiteindelijk alleen om hoe een zanger die emotie wist over te brengen.

Willeke Alberti wordt winkeldame

In de zomer van 1976 stond Willeke Alberti op het punt om te trouwen met haar vriend John de Mol jr.

Om meer aandacht te kunnen besteden aan haar privéleven, besloot ze het een tijdje kalmer aan te gaan doen.

Ze zette voorlopig een punt achter haar loopbaan als actrice en las tevens een pauze van enkele maanden in wat betreft haar optredens.

Het daaraan voorafgaande seizoen was ze namelijk bijna dagelijks op pad geweest met André van Duin, en dat was haar een beetje te veel geworden.

Om toch niet stil te hoeven zitten, kochten zij en John een platenwinkel in Laren, op slechts enkele kilometers afstand van hun woning in Blaricum.

Ze nam zich voor om daar een tijdje als winkeldame aan de slag te gaan. Op die manier bleef ze lekker bezig, maar had ze wel de zekerheid dat ze ’s avonds gewoon thuis kon zijn.

De inspiratie voor dit ondernemerschap had Willeke duidelijk van huis uit meegekregen.

Haar vader, de bekende zanger Willy Alberti, was namelijk ook eigenaar van een eigen platenzaak.

Het was in die tijd wel vaker de gewoonte dat succesvolle artiesten een winkel begonnen, enerzijds als verstandige investering voor de toekomst en anderzijds om heel direct in contact te blijven met het kopende publiek en de fans.

De winkel van Willy opende op 28 november 1968 de deuren aan het Osdorpplein in Amsterdam, waar hij de zaak met veel succes runde samen met zijn zoon Tonny, die als inkoper fungeerde.

Deze platenzaak bleef tot ver in de jaren tachtig een begrip voor muziekliefhebbers.

Willeke en John noemden hun nieuwe zaak aan de Brink in Laren toepasselijk Disco Alberti, dezelfde naam als het succesvolle bedrijf van Willekes vader.

Dit betekende echter niet het einde van haar zangcarrière, want ze koesterde wel de wens om weer de studio in te duiken.

Daar had ze voorheen de tijd niet voor kunnen vinden, maar met haar nieuwe, rustigere levensritme lukte dat wel.

Ze gaf destijds wel duidelijk aan dat ze nummers in de stijl van Spiegelbeeld achter zich wilde laten, simpelweg omdat ze geen tiener meer was.

In plaats daarvan wilde ze zich gaan toeleggen op romantisch getinte liedjes met teksten die aanzienlijk meer inhoud hadden dan haar eerdere werk.

Met deze nieuwe muzikale koers leek de kans dan ook groot dat ze snel weer een plekje in de hitlijsten zou weten te veroveren.

De Larense platenzaak werd zakelijk ondergebracht in de vennootschap B.V. Disco Alberti.

In het appartement boven de winkel woonde destijds Berber van der Weg, die in de jaren zeventig haar intrek in de woning nam.

Zij was een absolute sleutelfiguur in het lokale buurtleven en zou later uitgroeien tot een zeer goede vriendin van Willeke. Berber was de drijvende kracht en voorzitter van de Larense buurtvereniging Ons Genoegen.

Tientallen jaren lang organiseerde ze talloze grote en kleine evenementen voor het dorp, variërend van politieke bijeenkomsten en kinderfestijnen tot bingo’s en de traditionele Klepperman van Elleven.

Het avontuur met de platenzaak was uiteindelijk geen lang leven beschoren.

In 1979 sloot de winkel definitief de deuren, en kort daarna strandde in 1980 ook het huwelijk tussen Willeke en John.

Toch kreeg de onderneming nog een opmerkelijk staartje.

Na de sluiting behield John de Mol de oorspronkelijke B.V. en doopte deze om tot John de Mol Produkties, het bedrijf dat later de fundering zou vormen voor het wereldwijde media-imperium Endemol.

Ook de band tussen Willeke en Berber bleef altijd bestaan.

Hun vriendschap was zelfs zo hecht dat Van der Weg uiteindelijk de voorzitter werd van de Willeke Alberti Foundation, de stichting waarmee Alberti optredens verzorgt in zorgcentra voor ouderen en mensen met een beperking.

Tegenwoordig herinnert er in Laren nog maar weinig aan de muzikale geschiedenis van het pand, het biedt nu namelijk onderdak aan exclusieve modewinkels.

50 jaar geleden, het filmdebuut van Julien Clerc in de film D’amour et d’eau fraîche met Miou-Miou en Annie Girardot.

In de zomer van 1976 was het filmdebuut van Julien Clerc te zien in de Vlaamse bioscopen, een gebeurtenis die destijds uitgebreid de aandacht trok.

De zanger, destijds omschreven als het enfant terrible van de Franse pop, draaide op dat moment al meer dan acht jaar mee in de muziekwereld.

Zijn carrière had een grote vlucht genomen sinds zijn ontdekking in de musical Hair, waarna de hits zich in zijn eigen land snel opstapelden.

Ook in de Lage Landen had hij in die periode definitief voet aan de grond gekregen.

Met zijn toen recente plaat ‘This Melody’ behaalde de Franse krullebol in amper enkele maanden tijd zijn tweede grote succes in onze hitlijsten, maar hij bleek destijds nog andere artistieke plannen te hebben.

Julien Clerc stond er destijds om bekend dat hij niet graag te koop liep met zijn veelzijdige talent.

Hij wilde in de eerste plaats vooral zichzelf overtuigen, terwijl de mening van het publiek voor hem eerder bijzaak was.

Zonder veel tamtam stortte hij zich destijds in het voor hem onbekende avontuur van de filmwereld.

Hij vertelde toen dat hij daar al een hele tijd van droomde en dat de filmkunst hem altijd had geboeid.

Ook gaf hij destijds toe dat hij al vaker aanbiedingen had gekregen, maar die aanbiedingen had hij altijd geweigerd, omdat hij niet achter de verhalen stond.

Dat veranderde toen zijn vriend en regisseur Jean Pierre Blanc hem op een dag opzocht en een scenario overhandigde dat hem wel aansprak.

De film kreeg de titel ‘D’Amour et D’Eau Fraîche’.

Omdat het een zeer romantisch verhaal was en hij bovendien Annie Girardot en Miou-Miou als tegenspeelsters kreeg, kon hij zich destijds nauwelijks een beter gezelschap voorstellen om zijn debuut te vieren.

Voor de opnames van start gingen, probeerde Miou-Miou nog met alle macht haar toenmalige partner Patrick Dewaere aan de mannelijke hoofdrol te helpen, maar regisseur Jean-Pierre Blanc verzette zich hiertegen.

Julien Clerc was immers al een gekende en populaire muzikant in Frankrijk en kreeg de voorkeur.

Op de set speelden Julien Clerc en Miou-Miou een pril liefdeskoppel, wat ze ook tijdens de opnames in het echte leven werden, tot grote wanhoop van Patrick Dewaere.

Het verhaal van de film, dat destijds als een Franse Love Story werd onthaald, draaide om het personage Jip, een rol die door Julien zelf werd gespeeld.

Jip was een jongen van 25 jaar die samenwoonde met de 40-jarige Mona, gespeeld door Annie Girardot.

Zijn leven nam een wending toen hij Rita ontmoette, een rol van Miou-Miou.

Zij was een jonge Hollandse die namaakjuwelen maakte, terwijl Jip de kost verdiende als pianoleraar.

Jip raakte destijds zo in haar ban dat hij besloot Mona te verlaten om met Rita te gaan samenwonen.

Met hun gespaarde geld trokken de twee op vakantie naar het Zuiden, maar bij hun terugkeer sloeg het noodlot toe en werd Rita ziek.

Enkele weken later overleed ze, waarna Jip, die destijds ziek was van verdriet, uiteindelijk terugkeerde naar Mona.

Zij ontving hem destijds met open armen en veel begrip, wat het emotionele slot vormde van deze film die vijftig jaar geleden in de zalen draaide.

Ondanks de sterke cast flopte de film in de bioscoop.

Het zou uiteindelijk ook bij zijn enige hoofdrol als acteur blijven.

Clerc zelf vertelde later dat hij begreep dat acteren niet echt zijn ding was. Wel was hij veel later nog te zien in een cameo als zichzelf in de films Guy, onder regie van Alex Lutz, en On l’appelait Roda, die allebei in 2018 uitkwamen.

Het jonge koppel trouwde en kreeg twee dochters.

Het gezinsleven maakte hem blijkbaar wat rustiger en met het knippen van zijn krullen leken ook zijn wilde haren te zijn verdwenen.

Niets was echter minder waar.

Vlak voordat hij in 1982 het album Femmes, Indiscrétion, Blasphème uitbracht, verbrak Julien de relatie met Miou-Miou

Gisteren nog vandaag