
90 jaar geleden, sfeerbeelden van een Vlaamse hoefsmid aan het werk.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Lemmens werd geboren in Gotem (Borgloon) op 3 april 1893 in Limburg.
Hij was een autodidact en leerde zichzelf schilderen door observatie en experimenten.
Zijn vroege werken waren vooral landschappen in donkere kleuren, beïnvloed door het impressionisme.
Na 1944 evolueerde zijn stijl naar een meer kleurrijke en expressionistische benadering.
Hij schilderde toen ook meer portretten en stillevens. Lemmens was een actief lid van de Limburgse kunstscène en nam deel aan verschillende tentoonstellingen.
Hij was ook leraar tekenen.
Sommige van zijn werken zijn opgenomen in de collectie van het Stadshuis in Hasselt.
Lemmens stierf op relatief jonge leeftijd aan een hartaanval in zijn atelier in Sint-Truiden in 1952 (De Stad december 1934).








Het Albertkanaal is een kunstmatige waterweg die Luik met Antwerpen verbindt en de Maas met de Schelde.
Het kanaal werd genoemd naar koning Albert I, die het project steunde als een manier om de economische ontwikkeling van België te bevorderen en de verdediging tegen een mogelijke Duitse invasie te versterken.
Het kanaal werd aangelegd tussen 1930 en 1939, maar werd pas na de Tweede Wereldoorlog officieel in gebruik genomen.
Een van de hoogtepunten van de bouw van het Albertkanaal was het koninklijk bezoek aan de werken in oktober 1933.
Koning Albert I en koningin Elisabeth bezochten toen de werf in Lanaken, waar een van de zes sluizen werd gebouwd om het hoogteverschil van 55 meter tussen Luik en Antwerpen te overbruggen.
Ze werden verwelkomd door een grote menigte van arbeiders, ingenieurs en lokale autoriteiten.
Ze kregen een rondleiding over de werf en woonden een demonstratie bij van het uitgraven van de bodem met behulp van een baggermachine.
Ze toonden veel belangstelling voor de technische aspecten van het project en spraken hun waardering uit voor de inspanningen van alle betrokkenen.
Het Albertkanaal heeft sindsdien een belangrijke rol gespeeld in de binnenvaart en de industrie in België.
Het kanaal vervoert jaarlijks bijna 40 miljoen ton goederen, vooral containers. Het kanaal wordt ook gebruikt voor de drinkwaterproductie, aangezien het water uit de Maas wordt gezuiverd in verschillende installaties langs het kanaal.
Het kanaal heeft ook een culturele en recreatieve waarde, aangezien het landschappen, monumenten en sportactiviteiten met elkaar verbindt.
Het Albertkanaal is echter niet onveranderlijk gebleven.
Het kanaal heeft verschillende moderniseringswerken ondergaan om het aan te passen aan de evolutie van de scheepvaart en de milieueisen.
Zo werden de sluizen vergroot, de bruggen verhoogd, de bochten rechtgetrokken en de oevers verstevigd.
Vandaag zijn er werken bezig voor het oosterweelde project, namelijk het graven van een bouwput in het kanaal om de Kanaaltunnels aan te leggen.
Deze tunnels zullen het Oosterweelknooppunt, dat zich op de rechteroever van Antwerpen bij het Noordkasteel bevindt, verbinden met de Ring.
De vier tunnelkokers beginnen bij het Amerikadok en gaan onder het Albertkanaal door.
Bij de Noorderlaan splitsen ze zich in een noordelijke en een zuidelijke verbinding met de Ring.
Dit mag gerust gezien worden als een technisch hoogstandje (De Stad 28 december 1934)




Het museum sloot de deuren in 1986, gelukkig bestaat vandaag nog wel het Archief van het Diocesaan Museum, Mechelen.
Het archiefbestand bestaat in de eerste plaats uit stukken in verband met de oprichting van het diocesane museum en de administratieve commissie in 1933.
Voorts zijn vergaderverslagen en briefwisseling van de commissie bewaard, evenals stukken betreffende de betrekkingen met de stedelijke en provinciale overheden.
Andere bescheiden betreffen de tentoonstellingen die in het museum werden georganiseerd en de weerklank ervan in de pers.

Rafaël Tambuyser, geboren en getogen in Mechelen, werd in 1927 tot priester gewijd en was één van de oprichters van het museum.
Vier jaar later behaalde hij in Leuven een diploma als licentiaat in het kerkelijk recht.
Datzelfde jaar benoemde kardinaal Van Roey hem tot secretaris van het aartsbisdom en tot assistent van diocesaan archivaris Jozef Laenen.
Na de dood van Laenen in 1940 werd Tambuyser archivaris en conservator van het diocesaan museum. E
en jaar later volgde de benoeming tot erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel.
Intussen was Tambuyser ook actief aan de kerkelijke rechtbank in Mechelen.
Met zijn aanstelling tot hulparchivaris en vervolgens hoofdarchivaris van het Aartsbisschoppelijk Archief groeide bij Tambuyser de interesse voor Mechelse geschiedenis.
In 1931 werd hij lid van de Mechelse oudheidkundige kring. Later volgde het lidmaatschap van diverse andere historische commissies en verenigingen.
In 1939 trad Tambuyser toe tot het bestuur van de oudheidkundige kring van Mechelen. Een jaar later werd hij voorzitter, een functie die Tambuyser tot aan zijn dood in 1966 bleef uitoefenen.
In het gebouw vestigde zich daarna het Koninklijke Manufactuur De Wit die over een van de prestigieuste privécollecties van wandtapijten ter wereld beschikt.
De “Manufacture de Tapisseries d’Art” werd in 1889 opgericht door Theo De Wit en vernoemd naar diens zoon, tapijtwever Gaspard De Wit.
Ook is er een werkplaats waar men werk verricht op het vlak van conservatie en restauratie van oude wandtapijten voor musea (De Stad van 28 december 1934, site Koninklijke Manufactuur De Wit, Wikipedia en Site Odis)

