Burt Blanca, geboren als Norbert Blancke op 6 augustus 1944 in Neder-Over-Heembeek, wordt beschouwd als een van de absolute grondleggers van de rock-‘n-roll in België.

Zijn muzikale reis begon nochtans klassiek; als jong kind volgde hij lessen aan het conservatorium op de accordeon en klarinet.

Die wereld veranderde echter volledig toen hij de Amerikaanse rock-‘n-roll ontdekte.

Geïnspireerd door iconen als Elvis Presley en Bill Haley ruilde hij zijn klassieke instrumenten in voor een gitaar.

In de vroege jaren 60 vormde hij zijn band The King Creoles.

Ze maakten furore met instrumentale nummers die sterk deden denken aan de stijl van The Shadows en The Ventures.

Blanca stond al snel bekend om zijn virtuoze spel op de Fender Stratocaster, wat hem in eigen land de bijnaam de Belgische Elvis opleverde.

Wat zijn carrière echter uniek maakte, was zijn enorme succes over de taalgrens.

In 1961 werd zijn talent opgemerkt door het grote Franse label Pathé-Marconi.

Hij verhuisde naar Parijs, speelde in de legendarische club Golf Drouot en deelde in 1962 het podium van de Olympia met internationale grootheden zoals Gene Vincent.

Toen de muzikale trends in de jaren zeventig veranderden, bleef Blanca trouw aan zijn wortels.

Hij nam in dat decennium verscheidene rock-‘n-roll-albums op met zijn eigen versies van bekende songs uit het genre.

Zijn status als gerespecteerd muzikant werd bevestigd door de artiesten voor wie hij het voorprogramma mocht verzorgen.

Dit waren niet de minsten: hij opende voor legendes als Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Gary Glitter en de Frans-Belgische rocker Johnny Hallyday.

De jaren tachtig brachten een enorme commerciële heropleving. In het begin van dit decennium ging Burt Blanca een samenwerking aan met Lou Deprijck, de producer achter Plastic Bertrand en Two Man Sound.

Dit resulteerde in de single Touche Pas à Mon R.N.R., waarmee hij de hitlijsten veroverde.

Maar daar bleef het niet bij. In 1983 richtte hij de band The Klaxons op.

Samen met zijn vrienden Jean-Marie Troisfontaine en Roger Verbestel schreef hij de megahit Clap, Clap Sound.

Het nummer werd een fenomenaal succes en haalde in verscheidene landen de top van de hitparade.

In Zuid-Afrika stond de single maar liefst 25 weken op nummer 1.

Het leverde hen verscheidene keren platina en zelfs diamant op.

Ook in het nieuwe millennium bleef hij actief en veelzijdig.

In januari 2004 maakte hij een uitstapje naar televisie door deel te nemen aan de opnamen van de populaire VTM-serie Familie.

Datzelfde jaar was ook op muzikaal vlak bijzonder: in juni 2004 gaf hij opnieuw een concert in de Olympia in Parijs en vierde hij zijn 45-jarige carrière met een optreden in de Ancienne Belgique.

Burt Blanca, inmiddels Ridder in de Orde van Leopold II, blijft de geschiedenis ingaan als de man die de elektrische gitaar in België populariseerde, internationale successen boekte van Parijs tot Zuid-Afrika, en zijn hele leven in dienst stelde van de rock-‘n-roll.

40 jaar geleden, Jan Vanroelen van Arbeid Adelt en zijn vriendin Agnes De Man gaan in zaken.

Creatief, geestig en gevat: dat is Agnes De Man ten voeten uit. Na haar studies in modestad Parijs was ze zeventien jaar lang actief in de modewereld, waar ze haar eigen winkel had.

Ze bruiste van de inspiratie en ontwierp kledij, zowel in opdracht van boetieks als voor zichzelf.

Haar rijke fantasiewereld voedde een eigen lijn met extravagante kledij, typisch voor de post-punkperiode van de eighties.

Denk aan een explosie van kleuren, gecombineerd met halskettingen, breiwerk, plastiek en gigantische schouders.

Daarbij richtte ze zich niet zelden tot vrouwen met een maatje meer. Het leverde haar een leven vol hectische modeshoots en campagnes op.

Haar fascinatie voor het Oosten bracht haar naar Indonesië, waar ze stoffen bedrukte met zeefdrukken van koriander- en kippenvoerzakken.

In India trok ze de aandacht door oude, veelkleurige stoffen op te kopen en ter plaatse, samen met Indische kleermakers, nieuwe kleding te creëren.

Een grote ommekeer in haar leven kwam in 1996.

Agnes De Man hing haar flitsende modecarrière aan de wilgen om haar jeugddroom na te jagen: clown worden.

Ze richtte de vzw Relatieclowns op en werkte tien jaar lang intensief met kwetsbare ouderen en mensen met dementie.

Deze ervaring vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar huidige kunstwerken. Haar werk is een direct gevolg van deze persoonlijke en professionele verschuiving.

De kwetsbaarheid van de ‘oudjes’ – soms gekwetst, soms kinderlijk onbevangen lachend – bood een diepgaand tegengewicht voor de perfectionistische modewereld waarin ze eerder vertoefde.

Hieruit ontstonden haar groteske, witte poppen van papier-maché.

Sindsdien maakt Agnes De Man persoonlijk en oprecht werk.

Haar emotionele erfenissen vinden een uitweg in suggestieve sculpturen en “niet onschuldige” colliers, maar altijd met de nodige knipoog. Haar wereld is vervreemdend en speels: een champignon groeit door het dak van een huis, een diepblauwe kwal spreidt zijn lange tentakels en houten popjes houden een vinger voor hun mond.

Ze schuwt ook de maatschappijkritiek niet. Met haar komische Barbie-installatie confronteert De Man ons met het maatschappelijk opgedrongen “perfecte” lichaam.

Met klei geeft ze de poppen allerlei plastisch chirurgische ingrepen, van borstvergrotingen en liposucties tot geslachtsveranderingen.

Wat ze ook maakt, haar werk raakt telkens een gevoelige snaar en is doordrongen van tederheid, compassie, troost en humor.