
Reclame voor muziekcassettes van het merk Maxell

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Begon striptekenaar Toon van Driel toen aan een opvallend nieuw project voor het Veronica-blad.
Nadat de komische avonturen van Guust Flater jarenlang de voorlaatste pagina van het tijdschrift hadden gesierd, nam hij het stokje over van de legendarische Franquin.
Samen met André van Duin wilde hij dan ook het publiek aan het lachen krijgen.
De toen 41-jarige tekenaar, die vooral bekendheid genoot met F.C. Knudde, wilde graag voortborduren op het type van de sympathieke schlemiel, zoals Guust.
In Van Duin vond hij de ideale opvolger: televisiekijkend Nederland kende André al als de ultieme brokkenpiloot bij wie vrijwel alles in het honderd liep.
Toen Van Driel op het idee kwam om een strip rond de komiek te bouwen, maakte hij eerst een paar schetsen en legde die aan hem voor.
Van Duin, zelf een groot stripliefhebber, reageerde meteen enthousiast.
In de verhalen speelde André de hoofdrol, steevast vergezeld door zijn twee honden: de bassethond Wibo en de Engelse bulldog Gorp.
Net als op televisie wisselde het personage voortdurend van baan en belandde hij wekelijks in de gekste situaties.
Op papier kon Van Driel veel verder gaan dan een televisieprogramma toeliet.
Zonder torenhoge productiekosten stuurde hij André net zo makkelijk naar het Amazonegebied in Zuid-Amerika voor een spannend avontuur, iets wat voor een tv-uitzending onbetaalbaar zou zijn geweest.
In een aflevering nam André pianoles op een muziekschool, waar elke student zijn eigen instrument moest meebrengen.
De lezer zag hem vervolgens door de straten sjouwen met een loodzware vleugel op de schouders.
Eenmaal aangekomen bleek dat op de begane grond slechts blokfluitles werd gegeven, en André met zijn instrument naar de derde verdieping de trap op moest lopen.
Aan iedere aflevering besteedden Van Driel en zijn vrouw samen zo’n vijfentwintig uur, want het visuele plaatje moest perfect kloppen.
Terwijl hij de verhalen bedacht en uittekende, nam zijn vrouw het nauwkeurige inkleurwerk voor haar rekening.
Naast deze serie leverde hij toen ook dagelijks vier tekeningen aan voor het Algemeen Dagblad en tekende hij wekelijks een strip voor Panorama.
De allereerste aflevering van de André van Duin-strip, die zich afspeelde in de duinen, verscheen in week 39 van 1986.
De populaire reeks zou vervolgens ongeveer vijf jaar lang in het Veronica-blad te zien zijn, tot eind september 1991.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag



Veertig jaar geleden kozen Everything but the Girl met hun derde album ‘Baby, The Stars Shine Bright’ en de knappe single ‘Come on Home’ voor een rustiger koers.
Tijdens de persvoorstelling van het album praatten ze nuchter over de aandacht die ze kregen.
Ze lachten dan ook hartelijk om het idee dat ze ooit op één zouden belanden en gaven meteen toe dat ze het op de hitparade nooit van Madonna zouden winnen.
Muzikaal sloegen ze met hun nieuwe album een heel andere weg in dan de sobere, jazzy indie van hun debuut ‘Eden’ of het maatschappijkritische ‘Love Not Money’.
Ze gingen voluit voor weidse, filmische ballades met een stevige fifties- en sixties-orkestratie: een weelderige strijkerssectie en een knipoog naar Dusty Springfield.
Dat strookte totaal niet met de synthetische sound die de hitlijsten in 1986 domineerde.
Het album bleef destijds dan ook een beetje onder de radar hangen, en recensenten liepen er niet bepaald wild van.
Pas jaren later kwam de kentering: de gewaagde productie en de ironische teksten, zoals in ‘Sugar Finney’, kregen alsnog de lof die ze verdienden. Vandaag geldt ook ‘Cross My Heart’ terecht als een echte klassieker van het duo.

Kort daarvoor waren ze in 1986 voor het eerst naar Amerika getrokken.
Veel potten hadden ze daar niet gebroken, maar ze voelden dat ze stilaan hun eigen stek in de muziekwereld vonden.
Ze wilden vooral op hun eigen tempo groeien; overweldigend succes hoefde er voor hen niet van vandaag op morgen te zijn.
Ben maakte tijdens de persvoorstelling een subtiele verwijzing naar Sade.
Hij zag hoe zij ten onder ging aan de loodzware druk die een plotse doorbraak op een privéleven legt. Het duo voelde geen greintje afgunst, alleen medelijden.
Rond 1985-1986 was de gekte rond Sade Adu en haar band amper nog bij te benen.
Na het triomfantelijke debuut ‘Diamond Life’ in 1984 schoot ook de opvolger ‘Promise’ eind 1985 recht naar de internationale toppen.
Die wereldroem eiste een zware tol: platenbazen zaten haar op de nek, tabloids en paparazzi gunden haar geen seconde rust, met kwalijke roddels over een relatiebreuk en psychische inzinkingen tot gevolg.
De slopende tournees, de niet-aflatende promotie en het totale gebrek aan privacy putten haar emotioneel en fysiek uit.
Sade trok aan de noodrem en verdween uit de schijnwerpers. Fans moesten tot 1988 wachten op ‘Stronger Than Pride’.
Die dolgedraaide showbizz lieten Ben en Tracey met plezier aan zich voorbijgaan.
Zij nestelden zich liever met hun tweetjes in een kalm hoekje van Londen.
Wilde feestjes en recepties waren aan hen niet besteed; een discotheek of nachtclub hadden ze naar eigen zeggen zelfs nog nooit van dichtbij gezien.
Zelfs in dat rustige leventje liep het niet altijd van een leien dakje.
Omdat ze vierentwintig uur per dag op elkaars lip zaten, maakten ze aan de lopende band ruzie en kibbelden ze over elk klein detail.
Om de vrede te bewaren stelden ze hun werkwijze bij.
Vroeger schreven ze nummers nog zij aan zij; voortaan deed ieder zijn eigen ding: Tracey de teksten, Ben de muziek.
Dat zorgde meteen voor veel minder wrevel.
De echte romantiek vonden ze terug in de studio.
Daar was de vonk ooit overgeslagen, toen ze allebei met een koptelefoon op stonden te zingen en elkaar recht in de ogen keken.
Die herinnering riepen ze bij elke opnamesessie weer op, en dat hoor je tot op vandaag in de zachte, zwoele sfeer van hun songs.

Ben Watt en Tracey Thorn waren niet alleen een muzikaal duo, maar ook een koppel.
Ze leerden elkaar in 1981 kennen aan de Universiteit van Hull. Al snel volgde een relatie die tot op de dag van vandaag standhoudt: ze kregen drie kinderen en stapten in 2009 in het huwelijk.
Ook muzikaal bleef hun verhaal in beweging.
In 2023 verscheen het goed ontvangen comebackalbum Fuse, hun eerste plaat in bijna vierentwintig jaar.
Na een pauze van vijfentwintig jaar keerden ze in 2025 bovendien terug op het podium.
Ze kozen opnieuw voor intimiteit: als kleinschalig akoestisch-elektronisch duo, aangekondigd onder hun eigen namen Ben Watt en Tracey Thorn, en bewust zonder festivalweides of arena’s.
In augustus 2026 volgde nog een nieuwe remix van ‘Run A Red Light’, een teken dat hun artistieke koers springlevend is.
Hun bandnaam Everything But The Girl komt van een slogan van meubelzaak Turner’s in Hull: for your bedroom needs, we sell everything but the girl.
Toen ze elkaar ontmoetten, waren zowel Thorn als Watt al solo onder contract bij Cherry Red: Thorn als lid van Marine Girls, een favoriet van Kurt Cobain, en Watt met zijn debuut North Marine Drive.
Hun eerste gezamenlijke plaat was een samba-achtige cover van Cole Porter’s ‘Night and Day’.
In 1992 werd een Amerikaanse tournee van Everything But The Girl afgelast toen Watt bijna stierf aan een zeldzame auto-immuunziekte; hij schreef daar later het boek Patient over.
Tracey zong ondertussen op Massive Attack’s ‘Protection’.
De grote doorbraak kwam met Todd Terry’s remix van ‘Missing’, die in 1995–1996 wereldwijd een hit werd en nummer 2 haalde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
In Nederland bereikte de Todd Terry Club Mix in september 1995 de derde plaats in de Top 40; de single stond zeventien weken genoteerd.
Nadat het nummer in oktober 1995 uit de lijst verdween, kwam het door het Europese succes opnieuw in de belangstelling.
In maart 1996 keerde het terug in de Top 40, met een 24e plaats als piek.
In Vlaanderen speelde zich hetzelfde af: in 1995 haalde de single de twaalfde plaats in de Ultratop 50, in 1996 de tiende.
Alles bij elkaar bracht het duo elf studioalbums uit.
In het Verenigd Koninkrijk behaalden ze acht gouden en twee platina-albums; het album Amplified Heart wordt vaak als hun bestverkochte album genoemd, en alleen al in het VK en de VS zijn er honderdduizenden tot meer dan een miljoen exemplaren verkocht.
De single ‘Missing’ werd in het VK driedubbel platina.

Frank Liefooghe volgde zijn opleiding aan de Academie van Gent, waar hij zich bekwaamde in grafiek, sierkunst en schilderkunst.
Onder invloed van mentoren als Raoul Servais, Jan Burssens en Pierre Vlerick groeide bij hem een vrijgevochten, non-conformistische mentaliteit die bepalend werd voor zijn artistieke ontwikkeling.
Die houding kwam tot uiting in grootschalige projecten die de gemiddelde toeschouwer verbaasden, zoals zijn plan uit 1969 om het Stedelijk Museum in Amsterdam in te pakken met een gigantisch schilderij.
Hoewel dat herinneringen opriep aan het werk van Christo, kwam het voort uit Liefooghes eigen drang om de ruimte te beheersen en artistieke grenzen te verleggen.
In de vroege jaren zeventig kregen zijn concepten een uitgesprokener maatschappelijke en filosofische lading.
In 1970–1971 experimenteerde hij bijvoorbeeld met een mobiel van hoge ballonnen boven het Amsterdamse IJ, de brede waterweg die noordelijk langs het centrum van Amsterdam loopt en de stad van Amsterdam-Noord scheidt, om de spanning tussen natuur en kunstmatige vergankelijkheid te onderzoeken.
Het project ‘Landschap van de Toekomst’ kwam tot stand in samenwerking met het Stedelijk Museum.
Later richtte hij zijn aandacht meer op thema’s zoals vrede en solidariteit.
Dat leidde onder meer tot een ontwerp voor een monument in Jeruzalem: een blauw ei dat onder invloed van de zon zou openbreken en zo symbolen van verschillende religies zou verenigen.
Het werk uit deze periode weerspiegelt een sterk ideologisch engagement, vaak in opvallende en onconventionele vormen.
Maar Frank Liefooghe was zoveel meer dan de man van grote projecten.
Zo ontwierp hij ook de hoes van het album ‘Tussen Zomer en Winter’ van Rob de Nijs.
De twee leerden elkaar kennen in Gent, via de Gentse muziekproducent en tekstschrijver Walter Ertvelt. Rob de Nijs verbleef toen een korte periode in Gent, waar de voorbereiding van het album plaatsvond.
Na het werk nam Ervelt hem mee naar de Hotsy Totsy. Op een van die avonden ontmoette De Nijs er Frank Liefooghe.
Franks oudste broer, Dirk Liefooghe, was jarenlang leerkracht aan de Gentse academie en een bekende figuur in de Gentse kunstwereld.
Hij werkte mee aan verschillende kunstprojecten en speelde in 1965 in het toneelstuk ‘Maria Stuart’ van Friedrich von Schiller (1759-1805), in een regie van Georges Vitaly, animator van kleine theaters in Parijs.
Regieassistent was Jo Decaluwe.
Het stuk was de eerste productie van het NTG, met Dré Poppe als eerste directeur.
Naast deze conceptuele projecten bleef Liefooghe zich intensief wijden aan de schilderkunst zelf, meestal ver van de gevestigde galeriewereld.
Reizen naar Schotland, Ibiza en Ierland vormden de aanloop naar zijn meest ingrijpende ervaring: een verblijf in West-Afrika in 1982.
De onderdompeling in een andere cultuur en het herontdekken van antieke levenswaarden veranderden zijn artistieke visie fundamenteel. Werken als ‘Regendans van de Lobi’ en ‘Wedergeboorte’ gebruiken weliswaar westerse materialen, maar ademen een geest die losstaat van de Europese traditie.
Zijn schilderstijl wisselt tussen een vrolijk, tachistisch kleurgebruik met veel oranje en groen, en een mystiekere benadering met diepe blauwtinten, bruinen en zwarte accenten.
Die visuele keuzes worden gestuurd door persoonlijke herinneringen aan ontmoetingen met mensen, dieren en de natuur.
Uiteindelijk vormen deze schilderijen een persoonlijke belijdenis, nauw verwant aan de bevlogenheid van zijn eerdere politieke en maatschappelijke projecten.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag









Eind september 1986 had Linda de Mol het simpelweg.
De camera was op slag verliefd op haar uiterlijk, ze had een stralende glimlach, een vlekkeloze uitspraak van zowel het Nederlands als het Engels en een vanzelfsprekende flair.
Het leek alsof ze al jaren meeliep in de televisiewereld. Een belangrijk voordeel was haar broer John, die haar in Hilversum wist te introduceren.
Dankzij hem had ze uitstekende contacten bij de TROS, de omroep waar hij bijna tien jaar eerder zijn loopbaan was gestart als assistent-producer van een popprogramma.
Inmiddels had John zich opgewerkt tot een invloedrijke manager met zijn eigen artiestenmanagementbureau genaamd Total Management.
Daarmee behartigde hij niet alleen de zakelijke belangen van zijn zus, maar ook die van succesvolle acts als de Dolly Dots, Centerfold en René Shuman.
Het managen van die artiesten was voor John een uiterst strategische zet: hij kon de talenten uit zijn eigen stal immers direct boeken voor de televisieshows die hij destijds al volop produceerde.
Wanneer journalisten haar vroegen naar die beroemde kruiwagen, reageerde Linda nuchter.
Het was een vraag die ze al vanaf haar allereerste optreden voor de camera kreeg.
Natuurlijk speelde zo’n ingang een rol, erkende ze, maar een kruiwagen kon nooit de doorslag geven voor echt succes.
Zowel bij de TROS als bij Sky Channel keken ze immers kritisch mee.

Ze zat ongetwijfeld dichter bij het vuur en had een kans gekregen, maar daarna moest ze zichzelf dubbel en dwars bewijzen.
Wellicht zelfs harder dan een ander, juist doordat ze de achternaam De Mol droeg.
Voor het naderende winterseizoen wachtte haar een overvolle agenda. Nadat presentator Erik de Zwart de overstap had gemaakt, nam Linda in 1986 samen met radio-dj Jeroen Soer de presentatie van TROS Popformule over.
Soer was kort daarvoor vertrokken bij de VARA.
Linda zou het muziekprogramma uiteindelijk één seizoen presenteren, goed voor ongeveer een jaar.
Omdat de show in nauwe samenwerking met Sky Channel werd geproduceerd, presenteerde ze tweetalig, waarbij het Engels voor Sky Channel centraal stond.
Ondertussen naderden de gesprekken met de TROS over een eigen show hun afronding: een periodiek praatprogramma in magazinevorm rond popmuziek, mode, media en aanverwante onderwerpen.
Linda nam plaats in de redactie om actief ideeën aan te dragen, want puur en alleen voorlezen wat een ander had bedacht, vond ze niets.
Ze wilde toen nadrukkelijk haar eigen stempel op het programma drukken.
Bij Sky Channel combineerde ze popmuziek met een populair kinderprogramma.
TROS Popformule kwam wekelijks vanuit de gloednieuwe discotheek Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein, die op dat moment gold als de grootste discotheek van Europa.
Ook de presentatie van de Eurochart verzorgde ze vanuit diezelfde locatie.
Wel stond er in de Eurochart iets nieuws te gebeuren: ze zou de uitzendingen voortaan tweetalig in het Engels en het Duits presenteren.
Ze mikte op echt Duits en wilde nadrukkelijk wegblijven van Rudi Carrell-Duits, al waarschuwde ze dat men er in het begin niet te veel van moest verwachten, omdat ze simpelweg nog veel oefening nodig had.
Tel daarbij haar optredens op in het kinderprogramma van Sky naast de ondeugende punkkat D.J. Kat, en het was duidelijk dat ze een opmerkelijke start doormaakte voor iemand die amper een jaar eerder haar debuut had beleefd.
Haar professionele doelen wilde ze binnen vijf jaar realiseren.
Het plan was helder: vijf jaar zeer hard werken, financieel flink binnenlopen en het maximale uit haar mogelijkheden halen.
Daarna zou het tijd zijn om gas terug te nemen en te kiezen voor een rustiger bestaan.
De weekenden stonden voorlopig in het teken van de vrijdag- en zaterdagavonden, want ze dacht de eerste vrouwelijke dj te zijn die een grootschalige drive-inshow presenteerde als verlengstuk van het TROS-popprogramma.
Met een beetje geluk bleef de zondag over om op adem te komen.
Ook haar relatie hoopte ze ondanks de drukte intact te houden.
Een vrij moment in haar agenda was dan ook nauwelijks te vinden.
Zowel haar hobby’s als haar rechtenstudie moesten opzijgezet worden.
Die studie beschouwde ze toen al als een verloren zaak, hoewel ze al voorbij de helft was.
Echte spijt voelde ze niet, aangezien het televisiewerk haar veel meer aansprak door de creativiteit, het directe resultaat en de mogelijkheid om daar te zijn waar leuke dingen gebeurden.
Zelfs haar balletlessen sneuvelden simpelweg door tijdgebrek, al bleef een goede conditie noodzakelijk om het slopende tempo vol te houden.
Ze keek voorzichtig verder dan de horizon van vijf jaar: ze hield de rem erop, deed hooguit nog een paar leuke shows per maand en dacht aan een gezin.
Dat lag op dat moment toen echter nog ver weg.

De basis van haar omroepcarrière lag halverwege de jaren tachtig bij Sky Channel en de TROS.
Sky Channel was een Brits bedrijf van mediamagnaat Rupert Murdoch en bereikte via de kabel miljoenen huishoudens in heel West-Europa, met Nederland voorop.
Linda verwierf internationale bekendheid door haar deelname aan The DJ Kat Show en de toonaangevende Eurochart Top 50.
Hoewel de zender Brits was en de voertaal Engels, kwamen talloze programma’s uit de koker van John de Mol Produkties en vonden de opnames geregeld plaats in de Loosdrechtse Pandahallen of het Escape-theater in Amsterdam.
Het vormde de opmaat naar de grote programma’s waarmee ze later doorbrak, zoals Love Letters, dat ook afkomstig was van John de Mol Producties, het latere Endemol.
In diezelfde vroege periode, aan het einde van de jaren tachtig, was Linda bovendien aan de zijde van Ron Brandsteder te zien in de mateloos populaire Showbizzquiz, een programma dat destijds ook in Vlaanderen massaal werd bekeken.
Toen Sky Channel in 1989 werd omgedoopt tot Sky One en de focus volledig verlegde naar de Britse thuismarkt, werd Linda vervangen door Britse presentatoren.
Ze ging zich daarna volledig richten op haar carrière in Nederland en Duitsland.
Bij onze oosterburen werd Linda in de jaren negentig letterlijk op een voetstuk geplaatst en groeide ze uit tot een van de populairste tv-gezichten van de Duitse televisie.
Haar allergrootste succes daar was het programma Traumhochzeit, een huwelijksshow op RTL die vele miljoenen kijkers aan de buis kluisterde.
Toch liet ze rond 2020 weten dat het hoofdstuk Duitsland voorgoed gesloten was.
Het pendelen en de enorme druk hadden te veel energie gekost, waardoor ze besloot haar focus definitief te verleggen naar haar werk en haar gezinsleven in Nederland.
In 2003 richtte ze samen met Rozemarijn de Witte de uitgeverij Mood for Magazines op en lanceerde ze het blad LINDA.
Vier jaar later, in 2007, verwierf de Finse uitgever Sanoma de volledige zeggenschap en uiteindelijk 86 procent van de aandelen. Linda behield een minderheidsbelang van 14 procent en bleef het creatieve gezicht van het blad.
In 2005 lanceerde John de Mol zijn eigen zender Talpa, later bekend als Tien. Linda verruilde de vertrouwde TROS voor de nieuwe zender van haar broer om die mee op te bouwen, waarbij kijkcijfersuccessen zoals Gooische Vrouwen en Miljoenenjacht mee verhuisden.
Na het mislukken van die zender in 2007 volgde een overname door RTL en verhuisde Linda mee naar RTL 4.
Daar volgden gouden jaren met programma’s als Ik hou van Holland en Linda’s Zomerweek.
Haar grote amusementsshows werden door de jaren heen door ontelbare Vlamingen bekeken via de Nederlandse zenders.
Hoewel ze destijds officieel werkte voor RTL, bleef de zakelijke wisselwerking met haar broer bestaan: veel van haar programma’s werden nog steeds gemaakt door zijn productiebedrijven.
Haar absolute grootste succes in Vlaanderen werd echter de hitserie Gooische Vrouwen.
De serie werd in Vlaanderen massaal bekeken op VTM en groeide uit tot een waar kijkcijferfenomeen.
Ook de daaropvolgende bioscoopfilms trokken volle zalen in de Vlaamse bioscopen.
Toen John de Mol de zenders van SBS, waaronder SBS6, had gekocht en Talpa Network oprichtte, stapte Linda in 2019 opnieuw over om hem te steunen.
Ze zei destijds openlijk dat ze er nooit een geheim van had gemaakt dat ze naar hem zou overstappen zodra haar broer haar hulp hard nodig had.
Bij die overstap hoorde ook de verkoop van haar magazine LINDA. aan zijn bedrijf.
In maart 2019 kocht Talpa Network de aandelen van Sanoma over voor zo’n 40 miljoen euro.
Op 8 en 9 januari 2026 volgde de officiële aankondiging en het akkoord over de overname van Mood for Magazines door DPG Media, die de uitgeverij van Talpa Network overnam.
Het blad valt sindsdien onder dezelfde paraplu als Libelle en Margriet.
Ondanks die verkoop blijft Linda nauw verbonden aan het magazine en de hoofdredactie.
Het merk werd intussen gestaag uitgebouwd: naast het reguliere blad en varianten als LINDA.meiden en LINDA.loves verscheen in maart 2026 LINDA.mini, speciaal gericht op aanstaande en jonge ouders.
Vandaag de dag is de 62-jarige Linda nog altijd volop actief.
Ze is regelmatig op televisie te zien, werkt aan nieuwe programma’s en spelconcepten zoals In de Ring, en blijft nauw betrokken bij haar eigen blad.
Dat voornemen uit 1986 om veel geld te verdienen, is ruimschoots waargemaakt.
Uit de openbare jaarcijfers van haar persoonlijke vennootschappen blijkt dat het eigen vermogen van haar bedrijven rond de 37 miljoen euro schommelt.
Ze behoort al decennialang tot de bestbetaalde televisiepresentatrices van Nederland. Zakenblad Quote schatte haar inkomen in het verleden op ongeveer een miljoen euro per jaar.
Daarnaast verdiende ze een fors bedrag toen ze in 2019 haar aandeel in LINDA. verkocht aan het bedrijf van haar broer.
Ze bezit een luxe villa in het Gooi en heeft door de jaren heen vastgoed gekocht, onder meer panden in Amsterdam.
Ze is multimiljonair en heeft een vorstelijk inkomen, maar haar vermogen is echter veel kleiner dan dat van haar oudere broer John.
Zijn kapitaal wordt geschat op zo’n twee miljard euro.
Die reusachtige voorsprong bouwde hij op via grote deals. De verkoop van Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000 bracht hem en Joop van den Ende miljarden op.
De verkoop van Talpa Media, inclusief de wereldwijde rechten van The Voice, aan ITV leverde in 2015 opnieuw honderden miljoenen op, potentieel oplopend tot ruim een miljard euro inclusief bonussen.
Daarnaast belegt hij grootschalig in technologie, vastgoed en beursgenoteerde bedrijven zoals TomTom.
Daarmee is hij ruim vijftig keer zo rijk als zijn zus.

Images werd halverwege de jaren tachtig opgericht in Toulouse en bestond uit zanger, bassist Jean-Louis Pujade en synthesizerspeler Frédéric Locci.
Mario Ramsamy, oorspronkelijk afkomstig van het eiland Mauritius, bracht een herkenbare zangstijl mee die perfect aansloot bij de opkomende synthpop van dat decennium.
Met hun aanstekelijke mix van melodieuze pop en elektronische dansritmes wist het trio al snel de aandacht te trekken van een breed publiek.
Hun grote doorbraak kwam in 1986 met de release van ‘Les démons de minuit’.
De melodie en het arrangement werden gecomponeerd door Christophe Després en Jean-Louis Pujade, terwijl de tekst werd geschreven door Richard Seff, die ook verantwoordelijk was voor de productie.
Het nummer groeide uit tot een ongekende zomerhit in Frankrijk en domineerde wekenlang de hoogste regionen van de officiële hitlijsten.
De combinatie van een meeslepende baslijn, weelderige synthesizers en het dramatische thema van nachtelijke verleidingen en slapeloze verlangens sloeg enorm aan.
Inhoudelijk draait het lied om de eenzaamheid en verleidingen die toeslaan wanneer de klok middernacht slaat en de nacht de gedachten overneemt.
Ook de bijbehorende videoclip zorgde bij het verschijnen in 1986 voor de nodige ophef.
De video werd opgenomen in Toulouse, in de historische kerk Saint-Pierre des Chartreux.
Het visuele verhaal borduurt direct voort op het thema van nachtelijke verleidingen en volgt een priester die worstelt met zijn geloften terwijl hij ten prooi valt aan vleselijke verleidingen en innerlijke demonen.
Deze provocerende beelden leidden in 1987 zelfs tot een officiële veroordeling door de Franse katholieke kerk wegens het gebrek aan respect voor het geloof.
Hoewel een specifieke regisseur in officiële credits zelden met naam wordt genoemd, stond de artistieke leiding onder supervisie van Richard Seff, en het lichte schandaalsfeertje rond de clip droeg alleen maar bij aan de nieuwsgierigheid en de enorme populariteit van het nummer.
Een opvallend detail rond het ontstaan van het nummer is de rol van Christophe Després.
Hij was een van de oorspronkelijke drijvende krachten achter de compositie, maar verliet het project al snel na de opname om samen met zangeres Sabine Paturel en later met Pacifique aan nieuwe muzikale avonturen te werken.
Desondanks werd Les démons de minuit een blijvend monument in de Franse popgeschiedenis.
Het nummer stond meer dan dertig weken genoteerd in de Franse Top 50, waarvan maar liefst dertien weken onafgebroken op de eerste plaats.
Ook buiten Frankrijk kende het nummer succes, al waren de verschillen in de Lage Landen opmerkelijk.
In september bereikte het nummer in de Nationale Belgische Top 50 de eerste plaats, wat vooral te danken was aan de enorme populariteit in Wallonië.
In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en bereikte de single de vierentwintigste plaats in de BRT Top 30.
In Nederland sloeg de Franstalige synthpophit nauwelijks aan en wist het nummer zelfs de Tipparade niet te bereiken.
Na dit gigantische succes bracht de band Images nog verschillende andere populaire singles uit, waaronder ‘Corps à corps’ en ‘Ma maîtresse’, waarmee ze bewezen dat ze geen eendagsvlieg waren.
Aan het einde van de jaren negentig sloeg de groep de handen ineen met Émile Wandelmer, de voormalige frontman van Gold, een andere populaire band uit Toulouse.
Onder de naam Émile et Images beleefden ze een opmerkelijke comeback en brachten ze nostalgische verzamelalbums uit die opnieuw voor volle zalen en platina verkoopcijfers zorgden.
Tot op de dag van vandaag geldt (Les démons de minuit( als een absolute klassieker op Franstalige dansvloeren en retrofeesten.

In september 1986 had Lionel Richie zijn status als absolute superster definitief gevestigd.
Ooit had de in de Amerikaanse staat Alabama geboren zanger zijn zinnen op de advocatuur gezet, maar daar was niets van terechtgekomen.
Zijn muzikale loopbaan was daarentegen uitgegroeid tot een ongekend succesverhaal.
Gedurende de zestien jaar dat hij op dat moment in de muziekwereld meedraaide, regende het onderscheidingen en edelmetaal.
De basis daarvoor werd eind jaren zestig gelegd, toen hij begon als leadzanger en toetsenist van The Commodores, een van de absolute topacts uit de Motown-stal.
Met zelfgeschreven hits als ‘Three Times a Lady’ en ‘Sail On’ zette hij de groep op de kaart, tot hij de formatie in 1982 verliet.
Zijn overstap naar een solocarrière was al in 1980 voorzichtig begonnen.
Richie werkte destijds als producer voor andere artiesten en schreef de wereldhit ‘Lady’ voor Kenny Rogers.
Een jaar later volgde ‘Endless Love’, de titelsong van de gelijknamige film die hij samen met Diana Ross opnam.
In 1982 verscheen zijn eerste soloalbum, simpelweg getiteld Lionel Richie.
Hoewel hij zijn oude vrienden van The Commodores gedag had gezegd, bleef hij zijn platenlabel Motown trouw.
De stap naar een solobestaan bleek een schot in de roos.
Hij boekte succes na succes met romantische ballads als ‘Hello’, dansbare tracks zoals ‘All Night Long’ en ‘Dancing on the Ceiling’.
Andere grote wapenfeiten waren zijn spectaculaire optreden tijdens de slotceremonie van de Olympische Spelen in Los Angeles in 1984 en de megahit ‘We Are the World’ voor USA for Africa, die hij samen met Michael Jackson componeerde.
Zijn tweede plaat Can’t Slow Down uit 1984 groeide uit tot de bestverkochte Motown-elpee aller tijden en leverde tal van hitsingles op.
Zangeres Grace Slick van Starship merkte destijds op dat Richie de ene hit na de andere met het grootste gemak leek te produceren.
Hoewel zijn werkwijze in werkelijkheid heel wat tijdrovender was, gold hij in de Amerikaanse popgeschiedenis als een ware hitmachine.
Hij vestigde destijds een uniek record door negen jaar op rij minstens één nummer één-hit te scoren die aan zijn eigen pen was ontsproten.
In de zomer van 1986 verscheen zijn langverwachte derde soloplaat, Dancing on the Ceiling.
Het album kende een grote muzikale diversiteit met acht uiteenlopende nummers, variërend van de sfeervolle en rustige hit ‘Say You, Say Me’ tot energieke funk en reggae.
Voor dit project werkte hij opnieuw samen met producer James Anthony Carmichael.
Daarnaast schakelde hij Sheila E. in voor het slagwerk op Don’t Stop; zij had jaren voordien al in zijn begeleidingsband gespeeld voordat ze via Prince internationale faam verwierf als soloartieste.
Ook gitaarlegende Eric Clapton werkte mee en speelde op het nummer ‘Tonight Will Be Alright’.
De twee kenden elkaar al langer, en telkens wanneer ze elkaar ontmoetten, grapte Clapton dat hij eens met Richie wilde vissen.
Richie verzekerde hem dat hij een belabberde visser was, maar dat hij wél aardige liedjes kon schrijven.
Tijdens het benefietconcert Live Aid in de zomer van 1985 bood Clapton vervolgens spontaan aan om een bijdrage te leveren op de nieuwe plaat.
Het merendeel van de opnames voor Dancing on the Ceiling vond plaats in de vertrouwde Motown-studio’s in Los Angeles, al gaf Richie zelf steevast de voorkeur aan zijn eigen thuisstudio.
Hij werkte het liefst in een ontspannen, vertrouwde omgeving en maakte optimaal gebruik van de nieuwste opnametechnieken.
Zo nam hij ‘Say You, Say Me’ gewoon in zijn eigen woonkamer op.
Richie toonde zich een groot voorstander van digitaal opnemen en trad op als een fervent pleitbezorger van de compactdisc.
Hij zag de cd als een enorme vooruitgang voor songwriters, omdat artiesten op traditioneel vinyl gebonden waren aan de maximale speelduur van zo’n achttien tot twintig minuten per kant.
De cd bood onbeperkte vrijheid qua songlengte en garandeerde bovendien een sublieme geluidskwaliteit.

In zijn werk liet Richie zich vooral leiden door persoonlijke ervaringen uit het dagelijks leven.
Zo schreef hij het nummer ‘Ballerina Girl’ voor zijn destijds vierjarige geadopteerde dochtertje, dat hij voor het eerst in een balletstudio had gezien en dat hem diep had geraakt door haar puurheid en verwondering over de wereld om haar heen.
Wanneer dergelijke inspiratie toesloeg, wachtte hij nooit tot hij weer in zijn studio was.
Bij gebrek aan papier schreef hij zijn ideeën meteen neer op zijn eigen overhemd, een tafellaken of een servet, zelfs in chique etablissementen zoals The Ritz.
Die impulsieve kliederpartijen op linnengoed dwongen hem geregeld tot excuses en hij stuurde herhaaldelijk keurig gestoomde servetten terug naar veeleisende restauranthouders, terwijl zulke gesigneerde memorabilia met de eerste aanzet tot een wereldcompositie op veilingen juist grof geld waard waren.
Naast de release van zijn nieuwe langspeler keek Richie in september 1986 vol enthousiasme uit naar zijn plannen voor het podium.
Waar hij bij eerdere bezoeken aan Europa louter tijd had gehad voor promotieverplichtingen, bereidde hij zich nu voor op zijn allereerste grote Europese tournee, gepland voor april 1987.
Voorheen, in zijn tijd bij The Commodores, konden de verplichtingen nog onder zes bandleden worden verdeeld, maar als soloartiest vroeg alles aanzienlijk meer tijd.
Voordat hij naar Europa zou afreizen, stond er tussen september en december 1986 eerst een uitgebreide concertreeks in de Verenigde Staten op het programma, gevolgd door een korte winterpauze.
Daarbij hoopte hij gastmuzikanten zoals Eric Clapton en Sheila E. ook live aan zijn zijde te krijgen om het podium om te toveren tot een waar muzikaal spektakel.
Veertig jaar na die triomfantelijke periode is de op 20 juni 1949 geboren zanger op 77-jarige leeftijd nog altijd zeer actief in de muziekwereld.
Hoewel hij de afgelopen jaren geen albums met volledig nieuw studiomateriaal heeft uitgebracht – zijn laatste studioalbum Tuskegee dateert van 2012 – blijft hij zijn toonaangevende positie behouden, onder meer als vast jurylid bij het populaire televisieprogramma American Idol.
Gedurende zijn sololoopbaan verkocht Richie wereldwijd tussen de 100 en 125 miljoen platen.
Telt men daar de verkoopcijfers van The Commodores en grote projecten zoals We Are the World bij op, dan ligt dat aantal nog aanzienlijk hoger.
Richie staat nog altijd volop op de planken en reist momenteel rond met zijn Sing a Song All Night Long Tour, samen met Earth, Wind & Fire.
Wel zorgde zijn gezondheid recent voor enige bezorgdheid. Eind augustus 2026 werd hij tijdens het slotnummer van zijn concert in St. Louis in de staat Missouri onwel door vermoedelijke uitdroging, waarna hij uit voorzorg werd opgenomen in het ziekenhuis.
Het was de tweede keer in korte tijd dat zijn fysieke gestel opspeelde, nadat hij in juni 2026 in Minnesota al een optreden voortijdig moest afbreken wegens hevige duizeligheid.
Inmiddels stelt de zanger het weer goed en heeft hij het ziekenhuis verlaten.
De ingehaalde concerten in onder meer San Francisco, Chicago en Columbus staan gepland voor september en begin oktober 2026, waarna hij doorreist naar Las Vegas voor een vaste concertreeks in oktober en november 2026.
Een gepland optreden op 18 augustus 2026 in de Ta’ Qali Concert Area op Malta moest wegens onvoorziene omstandigheden worden uitgesteld naar 2027.
De exacte datum daarvan wordt uiterlijk eind oktober 2026 bekendgemaakt.
Hoewel zijn focus op dit moment volledig op de Noord-Amerikaanse tournee ligt, is de verwachting dat hij rondom het ingehaalde concert op Malta in 2027 extra Europese data zal aankondigen.









Hij is de derde zoon van groothertog Henri van Luxemburg en groothertogin María Teresa en draagt de titels prins van Luxemburg, prins van Nassau en prins van Bourbon-Parma.
Zijn peetouders zijn prinses Margaretha van Luxemburg en Xavier Sanz.
Zelf is hij peetvader van zijn neef, prins Charles van Luxemburg.
Binnen het groothertogelijke gezin groeide hij op met drie broers en een zus: erfgroothertog Guillaume (1981), prins Félix (1984), prinses Alexandra (1991) en prins Sébastien (1992).
Zijn schooltijd bracht hij door aan de internationale school in Luxemburg en aan de Soleil-kostschool in het Zwitserse Villars-sur-Ollon.
Tijdens een troepeninspectie in Kosovo ontmoette hij Tessy Antony, die daar op militaire missie was.
Hun relatie werd in 2005 openbaar toen bekendgemaakt werd dat zij in verwachting was van hun eerste kind.
Op 29 september 2006 stapte het paar in het huwelijksbootje in Gilsdorf.
Samen kregen ze twee zonen: Gabriel Michael Louis Ronny op 12 maart 2006 en Noah Etienne Guillaume Gabriel Matthias Xavier op 21 september 2007.
Vanwege het huwelijk gaf prins Louis zijn rechten op de troon op, net als die van zijn zoon Gabriel. Hijzelf behield zijn titel, terwijl zijn echtgenote en zoon aanvankelijk de achternaam van Nassau kregen zonder verdere aanspreektitels.
In 2009 verleende een groothertogelijk besluit Tessy alsnog de titels prinses van Luxemburg, prinses van Nassau en prinses van Bourbon-Parma, en werden hun zoons prins van Nassau.
Op 18 januari 2017 werd aangekondigd dat het koppel ging scheiden, een echtscheiding die op 4 april 2019 officieel werd uitgesproken.
In april 2021 maakte het paleis vervolgens bekend dat prins Louis zich had verloofd met de Franse advocate Scarlett-Lauren Sirgue.




Wat deze attractie in Walt Disney World zo uniek maakte, was het ongekende droomteam achter de schermen.
Niemand minder dan Michael Jackson speelde de hoofdrol, terwijl Francis Ford Coppola de regie op zich nam en George Lucas tekende voor de productie.
Met baanbrekende effecten, opzwepende muziek en Jackson op de toppen van zijn kunnen werd het meteen een cultfavoriet onder pretpark- en muziekliefhebbers.
Rondom de productie en de vertoningen ontstonden tal van opmerkelijke weetjes.
Met een speelduur van amper zeventien minuten en een geschat budget tussen de 17 en 23 miljoen dollar gold Captain EO destijds als de duurste film per minuut ooit gemaakt.
Het project bracht twee speciaal geschreven Jackson-nummers voort: Another Part of Me, dat later op zijn succesalbum Bad belandde, en We Are Here to Change the World.
De naam EO werd bedacht door George Lucas en verwijst naar Eos, de Griekse godin van de dageraad.
Bovendien was het een van de allereerste echte 4D-ervaringen, waarbij synchroon met de beelden echte lasers, rook en hydraulische effecten in de zaal werden geactiveerd.
De belangstelling voor de sciencefictionmusical was gigantisch. Vanaf het openingsweekend stroomden tienduizenden fans toe; in Disneyland bleef het park tijdens de openingsdagen zelfs zestig uur onafgebroken open om de enorme menigten aan te kunnen.
Uit bevragingen bleek dat meer dan negentig procent van de bezoekers speciaal voor de film naar het park kwam.
Gedurende de oorspronkelijke vertoningen tussen 1986 en eind jaren negentig passeerden vele tientallen miljoenen bezoekers de speciaal ontworpen zalen in Florida, Californië, Tokio en Parijs.
Wij in Europa moesten overigens nog enkele jaren geduld hebben, want de première in Disneyland Parijs vond pas plaats op 12 april 1992, tegelijk met de feestelijke opening van het resort.
Na het overlijden van Michael Jackson in 2009 keerde de film in 2010 nog eens tijdelijk terug naar de verschillende Disney-parken wereldwijd als een bijzonder eerbetoon.


Deze Britse popsensatie bestond uit vijf talentvolle broers en zussen en werd opgericht door hun vader, Buster Pearson, die zelf ooit nog muzikant was bij Wilson Pickett.
Buster trad niet alleen op als hun manager, maar bracht hun muziek ook uit via zijn eigen onafhankelijke platenlabel, Tent Records.
Al snel werd de groep gezien als het Britse antwoord op The Jacksons, en de successen lieten niet lang op zich wachten.
In 1986 beleefden ze hun grote doorbraak met een indrukwekkende reeks top 10-singles, waaronder ‘System Addict’, ‘Can’t Wait Another Minute’, ‘Find the Time’ en het door Denise geschreven ‘Rain or Shine’.
De zegetocht zette vlot door in 1987 met de release van het album Between the Lines, dat hits bevatte zoals ‘Stay Out’, ‘My Life’ en ‘The Slightest Touch’.
Als kers op de taart mochten ze datzelfde jaar een prestigieuze BRIT Award in ontvangst nemen voor beste Britse groep.
Met de roem kwam ook de onvermijdelijke aandacht van de roddelpers, die smulde van het privéleven van de familie Pearson.
Vooral de verrassende verloving van zangeres Lorraine met niemand minder dan filmster Eddie Murphy in 1988 haalde breed de voorpagina’s.
Tot een huwelijk tussen de twee zou het uiteindelijk echter nooit komen.

