Het is inmiddels alweer 45 jaar geleden dat Elton John het nummer Nobody Wins uitbracht, afkomstig van zijn album The Fox uit 1981.

Voor zover ik weet, was het de eerste keer dat Elton zich waagde aan een Franstalige cover.

Het origineel, ‘J’veux d’la tendresse’, werd geschreven door Jean-Paul Dreau en destijds gezongen door de Franse zangeres Janic Prevost.

Op uitdrukkelijk aandringen van Elton voorzag zijn toenmalige schrijfpartner Gary Osborne de track van een Engelse tekst.

Het resultaat is een aangrijpend nummer dat de scheefgegroeide verhoudingen in het mislukte huwelijk van zijn ouders beschrijft, en de diepe impact die deze situatie op hem had.

Een leuk detail is dat Elton het nummer ook met de originele Franse tekst heeft opgenomen; deze versie werd uitsluitend in Frankrijk op single uitgebracht.

Het was overigens niet de eerste keer dat Elton John in het Frans zong.

Een jaar eerder, in 1980, scoorde hij in Frankrijk al een enorme hit met de Franstalige duetten ‘Les Aveux’ en ‘Donner Pour Donner’, samen met de Franse zangeres France Gall.

Die nummers waren destijds echter speciaal voor hen geschreven door Michel Berger en Bernie Taupin.

The Fox wordt vaak beschouwd als een minder commercieel en daardoor sterk ondergewaardeerd album in zijn repertoire.

Voor mij persoonlijk behoort het echter tot zijn absolute topwerk.

Dat kan ook haast niet anders, zeker met het prachtige eerbetoon aan ons land in de vorm van het nummer ‘Just like Belgium’, voor mij het absolute meesterwerk van de plaat.

Dit vrolijk klinkende popnummer is voorzien van een sterk nostalgische tekst van zijn vaste schrijfpartner Bernie Taupin over maatschappelijke buitenbeentjes die troost bij elkaar zoeken.

De tekst leest tegelijkertijd als een vluchtig, weemoedig reisverslag over de herinneringen aan een jeugdige, ietwat wilde trip naar Brussel. Taupin beschrijft heel specifieke beelden, zoals het rondhangen op de trappen van het museum als zorgeloze avonturiers, het kopen van souvenirs met de laatste paar franken, en de ruwere kant van het nachtleven met goedkope kroegen, straatprostituees en opstootjes in de rosse buurt.

In het nummer wordt die herinnering bovendien gebruikt als een metafoor.

De zanger bevindt zich in een situatie met een vrouw die afstandelijk, chaotisch of berekend overkomt, waardoor hij zingt dat haar gedrag hem precies doet denken aan dat rauwe België van toen.

Het is in de kern een lied over reisherinneringen, vervlogen jeugd en de prijs die je betaalt wanneer je een beetje buiten de lijntjes kleurt.

Wat de opname muzikaal extra interessant maakt, is dat de Franse actrice Colette Bertrand een gesproken stukje toevoegt en Jim Horn een opvallende saxofoonsolo speelt.

Hoewel het buiten de Verenigde Staten destijds als tweede single werd uitgebracht, wist het geen notering in de BRT Top 30 te bemachtigen. Trouwens, ook in Nederland bereikte de single de Top 40 niet.

Een mooi detail in de popgeschiedenis is nog dat het nummer eigenlijk was geschreven met Rod Stewart in gedachten.

Toen hij het echter afwees, besloot Elton John er zelf mee aan de slag te gaan.

Daarnaast staat het album vol met andere pareltjes.

Zo is er Carla/Etude, een schitterend klassiek instrumentaal stuk dat hij componeerde als eerbetoon aan zijn toenmalige vrouw Carla.

Deze compositie vloeit naadloos over in Chloe, een werkelijk heerlijke vocale ballad.

Tot slot is er Elton’s Song, een nummer met een zwaar strijkersarrangement.

Voor dit muzikaal briljante nummer schreef Elton de muziek, terwijl de tekst werd geleverd door de Britse zanger en bekende voorvechter van LGBTQ-rechten Tom Robinson.

Het nummer gaat over een tienerjongen die ontdekt dat hij homoseksueel is en in het geheim worstelt met een diepe verliefdheid op een oudere jongen bij hem op school.

De tekst beschrijft heel puur en kwetsbaar de verwarring, de eenzaamheid en het onbeantwoorde verlangen dat bij zo’n verborgen liefde komt kijken.

Omdat homoseksualiteit, en zeker de ontdekking daarvan door een jongere in een schoolomgeving, in die tijd nog een behoorlijk taboe was, bracht het nummer aanzienlijke controverse met zich mee.

Dit werd nog versterkt door de bijbehorende videoclip, geregisseerd door Russell Mulcahy.

Deze video bracht de verhaallijn van de tekst duidelijk in beeld, wat er destijds voor zorgde dat zenders zoals de BBC weigerden om de clip uit te zenden.

Ondanks deze censuur en het feit dat het geen commerciële hit werd, wordt het nummer vaak geprezen om de eerlijke, emotionele lading en de moedige keuze om dit onderwerp in het begin van de jaren tachtig zo openhartig aan te snijden.

In de zomer van 1976 deelde Elton John in de Joepie heel wat persoonlijke weetjes, die een fascinerende mix vormden van waargebeurde feiten, lichte overdrijvingen en zijn typische droge humor.

Hij had toen een heel duidelijke droomwens: hij wilde ooit Elvis Presley persoonlijk ontmoeten.

Opvallend genoeg is dat vlak voor de publicatie van dit lijstje ook echt gelukt.

Op 27 juni 1976 woonde Elton samen met zijn moeder een concert van The King bij in Maryland en werd hij na de show backstage uitgenodigd.

Het werd echter een trieste ervaring, want Elvis was toen al fysiek enorm afgetakeld.

Elton vertelde later in interviews dat de ontmoeting hem diep raakte en dat hij huilde, omdat hij besefte dat het niet lang meer goed zou gaan met zijn grote idool.

Ondanks dat verdrietige moment had zijn eigen sterrenstatus hem toen al ver gebracht, want een paar jaar eerder was hij als speciale gast uitgenodigd voor een diner bij prinses Margaret.

Op muzikaal vlak zong hij destijds liever dan dat hij nummers schreef, en hij was volop bezig met het nemen van gitaarlessen.

Hoewel hij zelf geen noten kon lezen, koesterde hij grote ambities.

Zo wilde hij dolgraag een duo-album vol liefdesliedjes opnemen met Kiki Dee. Dat klopte overigens helemaal met de realiteit, want die wens resulteerde exact in die periode in de gigantische wereldhit ‘Don’t Go Breaking My Heart’.

Verder wilde hij zich graag verdiepen in de countrymuziek, beweerde hij de grootste platenverzameling ter wereld te bezitten en luisterde hij naar klassieke muziek om te kalmeren als hij zenuwachtig was.

Zijn favoriete componist in die tijd was Randy Newman.

Elton had een uitgesproken levensstijl met opmerkelijke voorkeuren en afkeren.

Hij had een hekel aan vliegen en reisde veel liever met de trein, deels door zijn hoogtevrees.

Hij had een bloedhekel aan scheerapparaten en verafschuwde alles wat met plastic en namaak te maken had.

In plaats van zich in het nachtleven te storten of feestjes af te schuimen, ging hij liever vroeg naar bed, steevast aan de rechterkant, om er vroeg weer uit te komen.

Hij rookte niet en begon elke ochtend met het slikken van vitaminen.

Daarnaast was hij dol op de zon, kookte hij ontzettend graag en was hij een echte zoetekauw met een zwak voor chocolade en vruchtensap.

Urenlange telefoongesprekken voeren was een favoriete bezigheid.

Als hij een dochter zou krijgen, vond hij Umbrella de mooiste meisjesnaam, al klinkt dat veeleer als een typisch plagerijtje tijdens een interview.

Dat geldt wellicht ook voor zijn bewering dat hij erg bijgelovig was en exact 96 boeken over de Tweede Wereldoorlog had, al was hij wel een enorme filmliefhebber met Katharine Hepburn als favoriete actrice.

Het geld dat hij verdiende, spendeerde hij het liefst aan kunstwerken.

Ook had hij de luxueuze gewoonte om alles in het dubbel te kopen voor zijn verschillende peperdure huizen, een extreem koopgedrag dat destijds beroemd en berucht was.

In zijn Engelse stulpje had hij in elke kamer een kleurentelevisie staan.

Mensen verraste hij het liefst met honden als geschenk.

Zijn eigen vrienden waren erg belangrijk voor hem.

Tot een paar maanden voor juli 1976 woonde hij op nog geen honderd meter van zijn beste vriend Alice Cooper, totdat diens woning afbrandde, een hechte vriendschap die doorheen de jaren goed gedocumenteerd bleef.

Acteur Steve McQueen was dan weer een van Eltons grootste fans.

De zanger, die al op negentienjarige leeftijd het ouderlijk huis had verlaten, zat destijds vol veranderingen.

Hij had net een haartransplantatie achter de rug om zijn beginnende kaalheid te bestrijden en had even overwogen om onder een andere naam te gaan optreden.

Omdat hij niets geschikts bedacht, liet hij dat plan uiteindelijk varen.

Al deze feitjes en aangedikte details samen gaven uiteindelijk een verrassend sfeervol beeld van de flamboyante popster die hij in dat decennium was.

Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat de vooraanstaande Franse industrieel ontwerper Raymond Loewy overleed.

Na zijn studietijd in Parijs tussen 1910 en 1914 diende hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als tweede luitenant in het Franse leger.

In 1919 maakte hij de oversteek naar New York, waar hij aanvankelijk aan de slag ging als etaleur voor warenhuizen en als mode-illustrator voor bekende tijdschriften zoals Vogue, Harper’s Bazaar en Vanity Fair.

Tien jaar later, in 1929, richtte hij zijn eigen ontwerpbureau op.

Zijn filosofie was even simpel als doeltreffend, getuige de tekst op zijn visitekaartjes: als twee producten in prijs, functie en kwaliteit gelijk zijn, dan verkoopt het mooiste beter.

Dit bewees hij al snel met zijn eerste grote succes: het restylen van de Gestetner-stencilmachine.

Hoewel het apparaat technisch vrijwel identiek bleef aan zijn voorganger, zorgde de vereenvoudigde en strakkere vormgeving voor een efficiëntere productie en hogere verkoopcijfers.

In de decennia die volgden, leek het alsof Loewy alles ontwierp wat er maar te ontwerpen viel.

Van gestroomlijnde stoomlocomotieven, auto’s en vliegtuigen tot frisdrankautomaten, ijskasten en het interieur van NASA’s Skylab; hij stond altijd vooraan.

Hij werkte voor giganten als Pennsylvania Railroad, Greyhound, Coca-Cola en Studebaker.

Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het ontwerpen van verpakkingen voor Lucky Strike en beeldmerken voor grote bedrijven als Spar, Exxon en Shell.

Bij Shell bewees hij bovendien zijn scherpe zakelijke inzicht door niet alleen het logo af te leveren, maar ook strikte wereldwijde richtlijnen voor het uniforme gebruik ervan op te stellen.

Zijn benadering van het vak legde hij vast in zijn autobiografie Never Leave Well Enough Alone uit 1951.

Loewy’s invloed was op het hoogtepunt van zijn carrière zo groot dat naar schatting meer dan vijfenzeventig procent van de Amerikanen dagelijks met zijn ontwerpen in aanraking kwam.

Dit bracht hem ongekende roem, die vergelijkbaar was met die van een filmster, wat in 1949 resulteerde in een coververhaal in Time Magazine.

In de jaren zeventig kreeg zijn loopbaan een diplomatiek tintje toen hij, op verzoek van de Amerikaanse regering, voor de Sovjet-Unie ging werken in een poging de spanningen van de Koude Oorlog te verzachten.

Hij ontwierp voor hen onder meer een motorfiets, auto, tractor en diverse huishoudelijke apparaten, al zijn deze plannen helaas nooit gerealiseerd.

Ondanks zijn fenomenale staat van dienst eindigde zijn verhaal in mineur.

Waar zijn kantoor rond 1960 nog honderdtachtig werknemers telde, moest hij in 1977 wegens financiële problemen zijn Amerikaanse vestiging sluiten.

Toen Raymond Loewy in 1986 stierf, liet hij een onuitwisbare stempel achter op de moderne vormgeving, maar was hij zelf volledig bankroet.

De Nederlands-Surinaamse actrice Alida Neslo.

De Nederlands-Surinaamse actrice en theatermaakster Alida Neslo groeide op in Suriname in een intellectueel gezin en is de zus van de bekende surinamiste Ellen Neslo.

Al op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de kunsten dankzij balletlessen van haar oom, de balletpedagoog Percy Muntslag.

Na het afronden van het Atheneum A koos ze aanvankelijk voor een talenstudie.

Ze vertrok naar Vlaanderen en behaalde aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen haar bachelor in Spaans en Engels.

Toch ontdekte ze dat haar ware passie ergens anders lag.

Ze besloot haar talenstudie niet te vervolgen en schreef zich in aan de befaamde theateropleiding Studio Herman Teirlinck in dezelfde stad.

Haar studententijd was niet alleen leerzaam, maar ook avontuurlijk.

Om haar opleiding te bekostigen, trok ze als danseres door Vlaanderen met een drive-inshow, waarbij ze het podium deelde met bekende artiesten als Vader Abraham, Jacques Herb, De Kermisklanten en Mieke.

In 1980 studeerde ze succesvol af.

Haar carrière nam al snel een vlucht toen ze zich aansloot bij Tiedrie, het Theater van de derde wereld onder leiding van Tone Brulin.

Hier schitterde ze in stukken als Kapai-Kapai, Charkawa, Gilgamesj en het door Edgar Cairo geschreven Ba Anansi.

Daarnaast deed ze ruime podiumervaring op bij Mudra Afrique, waar ze werkte met de gerenommeerde choreografen Maurice Béjart en Germaine Acogny, en stond ze op de planken bij de Zwarte Komedie, met teksten van onder meer Tom Lanoye en Bert Verhoye, en bij het Nederlands Toneel Gent.

Voor het grote publiek in Vlaanderen werd Alida in 1983 een bekend en geliefd gezicht dankzij haar rol als panellid in het televisieprogramma TV-Touché.

Nog generatie-overstijgender was haar verschijning als Alida in het educatieve kinderprogramma

De Boomhut op de VRT, het huidige Ketnet. Dit programma was een groot succes en werd in 1998 zelfs bekroond met de Prijs voor het beste jeugdprogramma van de Vlaamse Gemeenschap.

Haar televisiewerk omvatte verder de presentatie van Het einde van de wereld en de creatie van diverse documentaires, wat haar brede inzetbaarheid als mediamaker onderstreept.

Haar onberispelijke taalgevoel kwam in 2003 prachtig tot uiting toen ze deelnam aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Halverwege de jaren negentig verlegde ze haar werkterrein naar Nederland.

In 1995 werd ze artistiek leider bij De Nieuw Amsterdam, een theatergroep en toneelopleiding die oorspronkelijk was opgezet door Rufus Collins.

Vijf jaar later, in 2000, volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van de theateropleiding DasArts, een door hem opgezette tweede fase-opleiding voor reeds afgestudeerde theaterstudenten.

Ondanks haar successen in Europa bleef Suriname trekken.

In 2006 besloot ze terug te keren naar haar geboorteland met een duidelijke missie: het opzetten van een hoogwaardige toneelopleiding, vergelijkbaar met de Studio Herman Teirlinck waar zij zelf haar vak had geleerd.

Naast deze feiten over haar rijkgevulde loopbaan zijn er nog enkele bijzondere weetjes over Alida Neslo.

Met haar rol in TV-Touché was ze een van de eerste opvallende vrouwen van kleur op de Vlaamse televisie die structureel in een intellectueel en satirisch panel plaatsnam, wat destijds een ware doorbraak was in de media.

Bij haar terugkeer in Suriname beperkte ze zich bovendien niet tot het reguliere kunstonderwijs.

Ze startte bijzondere theaterprojecten met gedetineerden, onder andere in de gevangenis van Santo Boma, om hen via creatieve expressie te helpen bij hun rehabilitatie en terugkeer in de maatschappij.

Daarnaast groeide ze al snel uit tot een onmisbare stem in de Surinaamse cultuursector, waar ze onder meer optrad als adviseur voor het Directoraat Cultuur.

Vandaag 45 jaar geleden: eerste aflevering van de Knokke Cup op BRT 1 en Nederland 2

Zou het ooit nog eens worden zoals vroeger, met een tierende Lou van Rees en een woedende Willem O. Duys?

Kregen we na jaren weer een echt rel-festival terug met keiharde, door en door gemene Belgen- en Hollander-grappen?

Of werd het Knokke-festival ook dit jaar weer een zouteloos liedjesgedoe waarin iedereen lief was voor iedereen?

Ach, had de oude heer Gustaaf Nellens nog maar geleefd.

Ivo Niehe was de kapitein van de ploeg en samen met Lori Spee, Suzanne Michaels en Wim Hogenkamp probeerde hij het Nederlandse team naar een goede prestatie te leiden.

Ivo Niehe was toen kapitein van de ploeg.

Lori Spee blonk dit jaar uit met haar zang.

Als kind zong Lori al opvallend hoog en goedbedoelde kennissen brachten haar en Ruud Jacobs (broer van Pim Jacobs, zwager van Rita Reys en ex-vriend van Liselore Gerritsen) bij elkaar.

Lori bleek over een schitterende stem te beschikken en mocht een heuse langspeelplaat volzingen met als titel “Behind those eyes”.

Lori schreef al haar teksten zelf en dat was in het hitgevoelige wereldje geen voordeel, want onzichtbare krachten wonnen meestal.

Maar misschien werden we eindelijk wakker en hoorden we dat Lori heel mooie liedjes schreef.

Suzanne Michaels leek het sprookje van ieder schoolmeisje te beleven: zo van de klas naar de platenstudio.

Haar eerste single werd eind 1979 een succes: “It should be Christmas every day”. In één keer werd dat plaatje opgenomen, omdat Suzanne het lied in één keer hemels zuiver zong.

In de platenindustrie hadden ze nog nooit eerder zoiets meegemaakt.

In 1981 zong ze onder meer “It’s you” en “Love me tender”.

Het werden geen dikke hits, maar ze had net haar diploma gehaald aan het begin van haar zesde jaar atheneum.

Eerst een diploma, vond haar moeder, en zo gebeurde het.

Maar wie weet lag straks heel België plat aan haar voeten.

Wim Hogenkamp, helaas ook al overleden in 1989, was het derde lid van de Holland-equipe, en hij werd door een klein aantal liefhebbers op handen gedragen.

Wim schreef ooit het liedje “De mallemolen” voor Heddy Lester, die er tijdens het Eurovisie Songfestival slechts weinig punten mee behaalde.

Aangespoord door dit “succes” stortte Wim Hogenkamp zich als uitvoerend artiest op zijn eigen werk.

Er werd een langspeelplaat gemaakt met de titel “Heel gewoon”, waarvoor hij een Edison ontving.

Toen droeg hij eenmaal de Louis Davids-ring om de ringvinger; de zanger zat helemaal gebeiteld.

Niets kon hem een tweede langspeelplaat meer in de weg staan en die kwam er dan ook, met als titel “Punt uit”.

Zoiets deed je vermoeden dat het de laatste plaat van Wim was.

Maar nee, volgens de biografie van de platenmaatschappij was de nabije toekomst voor Wim van groot belang: hij was met zoveel dingen tegelijk bezig dat het hem vaak moeilijk viel zijn gedachten op één activiteit te concentreren.

Plannen voor de toekomst waren er in ieder geval genoeg.

Nederland wist de Knokke Cup in 1981 niet te winnen.

De hoofdprijs ging dat jaar naar het Vlaamse team met Sofie (Sofie Verbruggen).

Ze vertegenwoordigde dat jaar ons land samen met haar collega-artiesten Johan Verminnen en actrice en zangeres Liliane Dorekens.

Liliane Dorekens, geboren op 29 oktober 1950 te Antwerpen, studeerde in 1972 af aan de Studio Herman Teirlinck als onderdeel van de allereerste lichting van de opleiding kleinkunst.

Ze deed dit samen met onder andere Connie Neefs en Luc Appermont.

Haar bekendste rollen zijn Melanie in de populaire komische serie Slisse & Cesar en Micheline Hoefkens (de vriendin van Rita) in de soap Familie.

Ze had daarnaast gastrollen in onder andere Thuis.

Ze speelde mee in grote producties zoals de musicals Je Anne (Koninklijk Ballet van Vlaanderen) en Fiddler on the Roof.

Recent vierde ze nog haar 55-jarige vriendschap met Connie Neefs in de muzikale theatervoorstelling Vrienden voor het leven.

De oorspronkelijke, grote zangwedstrijd De Knokke Cup (voorheen bekend als het Songfestival van Knokke of de Europabeker voor Zangvoordracht) liep jaarlijks van 1959 tot en met 1973.

In de jaren 80 werd er in het Casino van Knokke nog vijf keer een kleinschaligere versie onder de naam ‘Knokke Cup’ georganiseerd.

De allerlaatste editie van deze reeks vond plaats in 1986.

Als chef d’équipe (kapitein van de ploeg) deed Lou van Rees vanaf 1959 voor Nederland maar liefst 15 keer mee aan het befaamde Knokkefestival.

Regelmatig mondde dit uit in een relletje, maar volgens Van Rees was dat altijd weer goed voor de publiciteit.

Nederland won onder zijn leiding in 1964 met Willeke Alberti, Shirley, Trea Dobbs, Ilonka Biluska en Rita Hovink en in 1965 met Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Conny van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Willem O. Duys schreef in diverse muziekbladen en werd wegens zijn grote vakkennis uitgenodigd om een optreden van Johnnie Ray voor de AVRO aan te kondigen.

Zo maakte hij op 1 juli 1959 zijn debuut als televisiepresentator en volgden er meer opdrachten.

In die tijd liet hij zich Willem ‘O’ Duys noemen.

Het was trouwens Willem Duys die Nederland in 1975 liet kennismaken met een nieuw fenomeen, namelijk Lee Towers.

Gustave (Gustaaf) Nellens (1907–1971) was een visionaire Belgische kunstverzamelaar en de legendarische directeur van het Casino Knokke.

Onder zijn leiding groeide de kustgemeente uit tot een internationale ontmoetingsplaats voor de absolute wereldtop uit de kunst- en muziekwereld.

Hij haalde iconen zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Jacques Brel en Nat King Cole naar het podium.

In 1952 bestelde hij de destijds grootste kristallen kroonluchter ter wereld (7 ton zwaar) voor de grote feestzaal.

Hij onderhield nauwe vriendschappen met meesters zoals Pablo Picasso, Salvador Dalí en Max Ernst, die er allemaal exposeerden.

Zijn meest permanente nalatenschap in het casino is de opdracht aan de surrealistische schilder René Magritte.

In 1953 realiseerde Magritte er de monumentale, 71 meter lange 360°-muurschildering Het betoverde rijk (Le Domaine Enchanté) in de zaal die vandaag de dag de Magrittezaal heet.

Na zijn onverwachte overlijden in 1971 werd het artistieke roer overgenomen door zijn zonen Jacques en Roger Nellens.

Zij zetten de familietraditie voort door onder andere popart-icoon Keith Haring naar Knokke te halen.

Ter nagedachtenis aan Gustave werd in 1974 het iconische stenen beeld Eva van Eugène Dodeigne in Knokke ingehuldigd.

De familie Nellens droeg de concessie van het casino in de jaren 90 van de vorige eeuw over aan de Franse casinogroep Partouche.

Hiermee kwam een einde aan de rechtstreekse creatieve en familiale leiding.

De Belgische gokgroep Napoleon Games nam de exploitatie in 2013 over. Het casino draagt vandaag de dag ook de naam Napoleon Casino Knokke.

Het gebouw zelf is eigendom van de gemeente Knokke-Heist.

De gemeente heeft recent grote plannen goedgekeurd voor een volledige vernieuwing en uitbreiding van de site.

Aan de renovatie van het casino hangt een stevig prijskaartje van 95 miljoen euro.

De bedoeling is dat de werken klaar zijn tegen 2032.

40 jaar geleden, Madonna met haar hit ‘Papa Don’t Preach’.

De videoclip bij Papa Don’t Preach uit 1986 is een legendarisch moment in de carrière van Madonna en markeerde een belangrijke stijlverandering.

De regie van de videoclip was in handen van James Foley, die destijds ook de clip voor Live to Tell regisseerde.

In de video introduceerde Madonna een nieuwe look die bekend kwam te staan als de gamine-stijl, geïnspireerd op actrices als Audrey Hepburn en Shirley MacLaine.

Dit was een bewuste breuk met haar eerdere imago van zware make-up en opzichtige sieraden.

Ze droeg kort, platinablond haar en een atletisch, gespierd figuur, vaak gekleed in eenvoudige jeans of een zwarte bustier met capribroek.

Een opvallend element is het T-shirt dat Madonna in de clip draagt met de tekst Italians Do It Better.

Dit was een duidelijke verwijzing naar haar eigen Italiaanse afkomst en droeg bij aan het rebelse, maar zelfverzekerde imago dat ze wilde uitstralen.

De rol van de vader in de clip werd gespeeld door de bekende acteur Danny Aiello.

De clip wisselt af tussen scènes waarin Madonna als tomboy door het leven gaat en momenten waarin ze een meer volwassen, sensuele kant van zichzelf laat zien terwijl ze danst in een verduisterde studio.

Deze afwisseling benadrukte de innerlijke strijd van het personage in het nummer: een tiener die geconfronteerd wordt met een onverwachte zwangerschap en een besluit moet nemen waarvoor ze de goedkeuring van haar vader zoekt.

De videoclip veroorzaakte, net als het nummer zelf, veel maatschappelijke discussie.

Door het onderwerp tienerzwangerschap en de keuze om het kind te houden, werd het nummer door verschillende groepen verschillend geïnterpreteerd.

Terwijl sommige conservatieve groepen de pro-life-boodschap in de video prezen, zagen feministen en andere organisaties het als een gevaarlijke verheerlijking van tienerzwangerschappen.

Madonna zelf hield zich op de vlakte en benadrukte vooral dat het nummer ging over een meisje dat voor haar eigen keuzes durft te staan en de band met haar vader wil behouden.

De single was in Vlaanderen goed voor een eerste plaats in de BRT Top 30 en dat voor drie weken lang. In Nederland bereikte het nummer de tweede plaats in de Top 40.

Brian Elliot baseerde de tekst op tienerroddels en gesprekken die hij hoorde buiten zijn opnamestudio in Los Angeles, waar schoolmeisjes vaak even stopten om hun haar te doen en te kletsen.

In eerste instantie schreef Elliot het nummer voor een zangeres genaamd Christina Dent.

Zij werkte toen vooral als backing vocal in de platenstudio.

In 1980 was ze lid van de groep The Friends Band.

Andere leden van deze groep waren Barbara Paige, Deborah Morton, Larry Fulcher, Peter Dobson, Ron Rhoades en Ruthie Lewis.

Deze groep heeft één album uitgebracht met als titel ‘All Kinds Of People In Every Room’ in 1980.

Een platenbaas van Warner Bros. hoorde de demo en vond dat het perfect bij Madonna paste.

Madonna paste na ontvangst kleine delen van de songtekst aan. Ze bracht het in de zomer van 1986 uit als de tweede single van haar succesvolle derde studioalbum, True Blue.

40 jaar geleden, de klacht van Pa (Danny Aiello)

Danny Aiello begon pas op latere leeftijd met acteren. Om in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien, werkte hij aanvankelijk in uiteenlopende functies, zoals bij een busdienst en als uitsmijter in een nachtclub.

Pas rond zijn veertigste kreeg hij voet aan de grond in de acteerwereld en in 1973 beleefde hij zijn filmdebuut, onder meer in Bang the Drum Slowly.

In de jaren daarna bouwde Aiello een veelzijdige carrière op in films, op televisie en in het theater.

Halverwege de jaren zeventig maakte hij diepe indruk in Chicago met een rol in het toneelstuk That Championship Season van Jason Miller, wat hem verschillende prijzen en nominaties opleverde.

In 1981 werd zijn werk voor televisie bekroond met een Daytime Emmy Award voor zijn vertolking in ‘A Family of Strangers’.

Zijn grote doorbraak op het witte doek volgde in 1987, toen hij de verloofde van Cher speelde in Moonstruck.

Twee jaar later volgde zijn iconische rol als pizzeriaeigenaar Sal in de film Do the Right Thing van Spike Lee, een prestatie die hem een nominatie voor een Academy Award voor beste mannelijke bijrol opleverde.

Aiello speelde ook de rol van de vader in de bekende videoclip van Madonna bij het nummer ‘Papa Don’t Preach’.

Hij was zo overtuigd van zijn personage dat hij later een antwoordnummer uitbracht onder de titel ‘Papa Wants the Best for You’, waarin het verhaal vanuit het perspectief van de vader werd verteld.

Er waren plannen voor een videoclip bij dit nummer, maar omdat Madonna weigerde haar rol als dochter opnieuw te spelen, werd voor de video een dubbelganger ingezet (Joepie 12 oktober 1986).

Vandaag 40 jaar geleden werd eerste wachtmeester André Goeman doodgeschoten tijdens een routinecontrole op het klaverblad in Zwijnaarde.

Die nacht bracht de wachtmeester Luc Schuddinck door op zijn knieën in een polderweide in Wenduine.

Gangsters hadden hem daar met zijn eigen handboeien vastgeketend aan een omheiningspaal.

Enkele uren voordien hadden ze zijn collega André Goeman voor zijn ogen koudweg met een nekschot afgemaakt.

Nog eenmaal blikt Luc Schuddinck achterom naar de langste en verschrikkelijkste nacht van zijn leven.

André was een vaderfiguur voor mij, zoals ik nu ben voor mijn jongere collega’s hier op de Verkeerspost van Wetteren”, zegt Luc Schuddinck.

Hij was elf jaar ouder dan ik en was mijn monitor geweest tijdens mijn opleiding. ‘Ik had veel van hem geleerd.’

Die zondag 13 juli 1986 was ik met hem om 21 uur de nacht opgegaan.

We waren net begonnen te patrouilleren toen we in de onderbrugging van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een motorfiets zagen staan met twee mannen.

Ze spraken Frans.

Al snel bleek dat de motorfiets niet was ingeschreven of verzekerd en dat er iets niet pluis was met hun identiteitskaarten.

André had hen gevraagd een document in te vullen.

We stonden met zijn vieren in een halve cirkel over de motorkap gebogen toen een van hen plots een wapen naar me trok.

Ik stak mijn handen omhoog en op dat moment greep André Goeman naar zijn eigen pistool.

De gangster was hem echter te snel af en schoot hem van op een afstand van minder dan twee meter in de nek.

Hij was op slag dood.

Ze lieten hem liggen, de schutter sprong in de politiewagen, ik moest naast hem plaatsnemen en de andere kerel ging achter me zitten met een geladen pistool tegen mijn hoofd.

In volle vaart vertrokken we langs de E40 richting kust.

De gangsters waren in paniek en wisten niet waarheen.

Nu eens doofden ze de lichten, daarna staken ze ze weer aan.

De bestuurder zette mijn kepie op om de indruk te wekken dat hij een agent was.

Over de politieradio was duidelijk te horen dat men met man en macht op zoek was naar mij.

Ik stelde voor de radio buiten te gooien, maar ze wilden dat ik zou vertalen wat er gezegd werd.’

Ik heb veel met hen geconverseerd.

Ik vroeg wat ze van plan waren met mij en smeekte hen om mij in leven te laten.

Niet voor mezelf, maar voor mijn drie kinderen van zes, vier en twee jaar.

Ondertussen wikte ik mijn ontsnappingskansen.

Toen we in Wenduine voor een rood licht stonden, overwoog ik de deur te openen en uit de wagen te springen, maar ik had schrik dat ik al dood zou zijn nog voor ik op straat lag.

Uiteindelijk verplichtten ze me aan een verlaten weide uit te stappen.

Op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik nog maar enkele seconden te leven had.

Wat je dan voelt, is pure doodsangst.

Maar ze ketenden me vast aan een zware paal, gooiden mijn fluo-jas over me tegen de regen en reden weg.

Pas na twee uur begon ik een beetje hoop te krijgen dat ik zou overleven.

In de verte zag ik een boerderij staan.

Ik heb urenlang tevergeefs de ziel uit mijn lijf geschreeuwd.

Mijn stembanden waren zo ver uitgerekt dat het nooit meer is goedgekomen.

Uiteindelijk heeft een schapenboer mij om 8.45 uur ’s morgens bevrijd.

Hij kwam langsgereden met zijn wagen.

Het was de man van de boerderij.

Hij zei dat hij wel had horen roepen, maar dat er in het zomerseizoen met al die toeristen altijd nachtlawaai was.

Zijn vrouw is teruggereden om een kniptang en ze hebben me naar het politiebureau gevoerd.

Mijn eerste telefoontje was naar mijn vrouw om haar gerust te stellen dat ik nog leefde.

Dezelfde dag nog werden de twee gangsters aangehouden in Luik.

Het bleek te gaan om Philippe Gonda en Christian Karko die uit de gevangenis van Hoei waren ontsnapt.

Ik stond erop om het hele proces bij te wonen.

Ze hebben allebei de doodstraf gekregen.

Karko is vermoedelijk al tien jaar vrij, maar Gonda niet, denk ik.

Ik hoor er niks meer van en het interesseert me ook niet echt.

Het waren zware jongens.

Gonda zou zelfs een cipier gecastreerd hebben in de gevangenis.’

Na drie maanden na de feiten heb ik terug de draad weer opgepikt

Ik heb achteraf de weerbots gekregen, maar ik ben uit het dal geklauterd door me op mijn nieuwbouw in Deinze te werpen.

Slachtofferhulp bestond toen nog niet.

Er was zelfs geen sociaal assistente, er was niks.

Soms denk ik: wat zou er gebeurd zijn als André Goeman zijn wapen niet had getrokken?

Wellicht leefde hij dan nog.

Maar zijn reactie was normaal.

Hij heeft gehandeld vanuit een beschermende reflex.

Als je partner in gevaar is, dan doe je iets.”(Diverse bronnen, Geert Neyt, Nieuwsblad juli 2006 en De Post 27 juli 1986)

Meer dan 35 jaar geleden, dankzij de hulp van Jools Holland, scoorden de Fine Young Cannibals een hit met hun nummer Good Thing.

Het nummer verscheen in 1989 op het gigantisch succesvolle album The Raw and the Cooked, en de tijdloze energie ervan blijft na al die decennia volledig overeind.

Het nummer is geschreven door David Steele en Roland Lee Gift.

Jools Holland nam voor Good Thing de iconische boogie-woogie-pianopartij voor zijn rekening.

Het was precies deze opzwepende, ritmische en virtuoze piano-inbreng die het nummer zijn kenmerkende retro soul-vibe gaf.

In combinatie met het unieke en direct herkenbare stemgeluid van frontman Roland Gift zorgde het pianospel van Holland voor een onweerstaanbare dynamiek.

Deze samenwerking bleek een schot in de roos, want de single schoot wereldwijd naar de top van de hitlijsten en bereikte zelfs de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Ook in de Lage Landen wist de single door te dringen tot de hitparades. In Vlaanderen bereikte het nummer de dertiende plaats in de Ultratop 50. In Nederland deed het nummer het minder en strandde het daar op de zesentwintigste plaats in de Top 40.

Good Thing versterkte de reputatie van de Fine Young Cannibals als een van de meest stijlvolle en vernieuwende groepen van die periode.

Tot op de dag van vandaag blijft de aanstekelijke melodie die Jools Holland uit zijn toetsen toverde een perfect voorbeeld van hoe de expertise van een meesterlijke gastmuzikant een sterk nummer kan transformeren tot een onbetwiste popklassieker.

De invloed van deze specifieke pianopartij reikt overigens verder dan alleen de hitlijsten.

Dankzij dit nummer verklaarden jonge pianotalenten, zoals de destijds zestienjarige Jack Carter, serieus piano te zijn gaan spelen na het horen van Good Thing.

De nu 41-jarige Jack Carter heeft van zijn jeugdpassie zijn beroep gemaakt. Hij werkt als professioneel sessiemuzikant, keyboardspeler en arrangeur in de Britse muziekscene.

In plaats van solo-optredens tourt hij al jaren op grote Europese festivalpodia en in studio’s als de vaste toetsenist en achtergrondzanger voor bekende pop- en soulartiesten, waaronder JP Cooper.

Voor Jools Holland zelf was het schrijven van deze partij een betekenisvol moment, waarbij hij geïnspireerd werd door de memorabele pianolijnen van nummers zoals Lady Madonna van The Beatles.

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat Herman Brood een einde aan zijn leven maakte.

Herman Brood, die op 11 mei 1946 in Zwolle het levenslicht zag, begon zijn muzikale carrière in 1964.

Hij vergaarde grote roem met zijn begeleidingsband Wild Romance, wat leidde tot hits als Saturday Night, Still Believe en Never Be Clever.

Ook scoorde hij in 1984 een groot succes met het nummer “Als je wint”, een samenwerking met voormalig Doe Maar-bassist Henny Vrienten.

In zijn latere jaren verlegde hij zijn focus en was hij voornamelijk actief als beeldend kunstenaar.

Op persoonlijk vlak was hij in 1968 vader geworden van zijn zoon Marcel Buissink, die werd geboren na een onenightstand met het Groningse model Tekie Buissink.

Op 18 juli 1985 werd zijn dochter Lola geboren.

In 1994 kreeg zijn toenmalige vrouw Xandra Jansen een dochter, Holly Mae Brood, van wie Herman overigens niet de biologische vader was.

Tegen het jaar 2001 was zijn lichaam volledig uitgeleefd door een leven vol genotmiddelen.

Brood gebruikte sinds zijn zeventiende speed, een middel dat energie geeft, maar tevens voor de afbraak van het lichaam zorgt.

Voor de juiste balans dronk hij daarnaast dagelijks zo’n twee liter sterke drank of mierzoete likeur.

Doorgaans sliep hij telkens één op de twee nachten.

Hoewel hij na dertig jaar met succes was afgekickt van zijn speedverslaving en drugs hem weinig effect meer gaven, bleek het onmogelijk om definitief met alles te stoppen.

Zijn alcoholconsumptie nam duizelingwekkende proporties aan, waardoor zijn voorheen schijnbaar onverwoestbare gezondheid in een razend tempo verslechterde.

Dit alles leidde tot de tragische beslissing op 11 juli 2001, toen de vierenvijftigjarige Brood om 13.28 uur van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong.

In zijn binnenzak droeg hij een afscheidsbriefje met de tekst: “Xandra & alle skatjes, Deze snelheid in plaats van opbranden dat laat ik aan de crematie over. … Rous door zoals ik deed… en treur niet ! maak er een feest van. Ik zie jullie nog weleens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade – pappa “

Naast zijn bekende hits en turbulente levensstijl zijn er nog enkele opvallende details over deze unieke artiest.

Zo was hij opmerkelijk genoeg kleurenblind, wat meteen zijn voorkeur voor ongemengde, heldere primaire kleuren in zijn schilderijen verklaart.

Hij beperkte zijn kunst overigens niet tot traditionele doeken, maar beschilderde ook auto’s, bussen, trams en talloze muren in zijn volstrekt eigen stijl.

In 1979 haalde hij bovendien de internationale pers door een kortstondige en uiterst spraakmakende romance met de Duitse punkzangeres Nina Hagen, een relatie die destijds door velen als een slimme publiciteitsstunt werd gezien.

Om hun film te promoten, want in het echt is er nooit een romance geweest en zeker geen huwelijk.

Voordat hij de gevierde frontman van zijn eigen Wild Romance werd, maakte hij ook nog deel uit van de succesvolle en invloedrijke bluesband Cuby & the Blizzards, een periode die cruciaal bleek voor zijn verdere muzikale ontwikkeling.

Cha Cha: een stunt die de kranten haalde

Cha Cha haalde destijds de voorpagina’s van alle grote kranten en vormde het gesprek van de dag.

Dit kwam vooral door het huwelijk dat destijds tussen Herman Brood en Nina Hagen plaatsvond.

Achteraf bleek het een opzet van de manager van Brood te zijn om op die manier zijn film onder de aandacht te brengen.

Hoewel de film door deze publiciteitsstunt volop in de belangstelling stond, bleef een groot commercieel succes in de bioscoop uit.

De regie van de film was in handen van Herbert Curiel en de hoofdrollen werden vertolkt door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich.

De bijrollen waren weggelegd voor Ramses Shaffy, Simon Vinkenoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Amsterdamse Hells Angels. (Hitkrant Juni 1979)

46 jaar geleden, wedstrijd met Herman Brood in de Hitkrant

Het is inmiddels al vijfentwintig jaar geleden dat Kylie Minogue de wereld veroverde met haar gigantische hit Can’t Get You Out Of My Head.

Dit aanstekelijke nummer werd geschreven door de Britse zangeres, componiste en producer Cathy Dennis, samen met oude rot in het vak Rob Davis.

De wat oudere muziekliefhebbers zullen Davis misschien nog wel herkennen uit zijn tijd als gitarist van de legendarische Britse glamrockband Mud.

De samenwerking bleek een schot in de roos, want de single veroverde moeiteloos de eerste plaats in de Vlaamse Ultratop 50 en wist die positie maar liefst zes weken lang vast te houden.

In de BRT Top 30 deed het nummer het zo mogelijk nog beter door daar maar liefst acht weken lang de absolute eerste plaats te bezetten.

Eveneens in Nederland en in vrijwel de rest van de wereld domineerde het nummer de hitlijsten en behaalde het overal de nummer één-positie.

De pers was destijds laaiend enthousiast over deze fenomenale comeback en schreef dat Kylie er weer helemaal mocht zijn.

Het kon inderdaad verkeren, want nog niet zo heel lang daarvoor werd ze gezien als een simpel tienersterretje met zo weinig geloofwaardigheid dat zelfs de Joepie of de Hitkrant er zijn neus voor zou ophalen.

Ze onderging echter een indrukwekkende transformatie tot een ware vamp en bouwde aan een heel nieuw imago.

Ze had een spraakmakende relatie met INXS-frontman Michael Hutchence, zong een onvergetelijk duet met Nick Cave, werkte samen met de Manic Street Preachers en nam muziek op met Robbie Williams.

Haar geloofwaardigheid steeg naar zulke grote hoogten dat popkoningin Madonna destijds zelfs met een T-shirt met de naam van Kylie erop rondliep.

Om haar nieuwe, zelfverzekerde imago nog wat extra in de verf te zetten, poseerde ze in die periode regelmatig met zo min mogelijk kleding aan voor diverse vooraanstaande fotografen.

Naast deze opmerkelijke feiten over haar megahit en transformatie, is de carrière van de Australische zangeres rijk aan nog veel meer bijzondere details.

Wat veel mensen zich wellicht nog herinneren, is dat ze haar doorbraak niet in de muziek beleefde, maar als actrice in de populaire Australische soapserie Neighbours.

Daar vertolkte ze de rol van de stoere monteur Charlene Robinson, en haar bruiloft op het scherm met Jason Donovan behoort nog altijd tot de best bekeken televisiemomenten uit die tijd.

Het beroemde en onweerstaanbare la-la-la-gedeelte uit Can’t Get You Out Of My Head was overigens in eerste instantie bedacht als een tijdelijke opvulling voor de melodie, maar bleek zo aanstekelijk dat het ongewijzigd werd behouden en uitgroeide tot de grootste hook van het decennium.

Ook de futuristische muziekvideo, geregisseerd door Dawn Shadforth, droeg enorm bij aan het wereldwijde succes.

In deze clip is Kylie onder meer te zien in een sportieve wagen tegen een futuristische achtergrond en voert ze samen met haar dansers een strakke choreografie uit, bedacht door Michael Rooney, die hiervoor in 2002 zelfs een MTV Video Music Award voor Best Choreography won.

Minstens zo memorabel was haar kleding in de clip: een uiterst opvallende witte jumpsuit met diepe uitsnijdingen en een kap, speciaal voor haar ontworpen door de Londense modeontwerpster Fee Doran onder het label Mrs Jones.

Bovendien is Kylie niet de enige ster in de familie; haar jongere zus Dannii Minogue heeft eveneens een enorm succesvolle carrière opgebouwd als zangeres en televisiepersoonlijkheid.

Misschien wel het meest bewonderenswaardige aan Kylie is haar immense veerkracht, want na een zware strijd tegen borstkanker in 2005 keerde ze wonderbaarlijk snel en succesvol terug naar het podium om haar unieke status in de popmuziek verder voort te zetten.

Dat de inmiddels 58-jarige zangeres nog absoluut geen zin heeft om te stoppen met haar passie, bewees ze onlangs nog maar eens.

Op 1 juli van dit jaar bracht ze namelijk in samenwerking met Snow Control de nieuwe single ‘These Alarm’ uit.

Ook op andere vlakken blijft ze volop actief, want ook dit jaar verscheen er een gloednieuwe documentaire over haar leven op Netflix, simpelweg getiteld Kylie.

Na bijna dertig jaar in Londen te hebben gewoond, is ze inmiddels teruggekeerd naar haar roots en geniet ze tegenwoordig van het leven in haar thuisland Australië, waar ze zich nabij Melbourne heeft gevestigd.

Een passend eerbetoon aan een icoon: de muzikale erfenis van Bonnie Tyler

Gisteren is de zangeres Bonnie Tyler op 75-jarige leeftijd overleden. Haar verhaal begon in 1953, toen ze als Gaynor Hopkins ter wereld kwam in het Zuid-Welshe Skewen.

Ze groeide op met de muziek van Tina Turner en Janis Joplin, die ze gedurende haar hele leven als haar twee grote voorbeelden bleef zien.

Haar muzikale talent bleek al vroeg, toen ze op 17-jarige leeftijd deelnam aan een zangwedstrijd.

Dankzij een indrukwekkende vertolking van het nummer Those Were The Days van Mary Hopkin behaalde ze de tweede plaats.

De sensatie van het optreden en de waardering van het publiek gaven haar zoveel voldoening dat ze besloot voluit voor een zangcarrière te gaan.

Na een succesvolle auditie sloot ze zich aan bij Bobby Wayne And The Dixies. Deze formatie verliet ze na twee jaar om haar eigen band, Imagination, op te richten.

Omdat Hopkins vond dat haar geboortenaam te weinig uitstraling had voor een artiest, nam ze de artiestennaam Bonnie Tyler aan.

Later gaf ze overigens toe dat ze spijt had van die keuze. Als Bonnie Tyler trad ze aanvankelijk op in diverse bars en clubs in Zuid-Wales.

Daar werd ze ontdekt door Ronnie Scott en Steve Wolfe.

Deze producers en liedjesschrijvers namen haar direct onder hun hoede en bleven tot 1981 actief als haar managers, schrijvers en producers.

Zij wisten een platencontract voor haar te regelen bij RCA Records, waar haar allereerste single My My Honeycomb verscheen.

Dit typische popnummer deed echter erg denken aan de dertien-in-een-dozijn-popsongs uit de vroege jaren zeventig en wist de hitlijsten dan ook niet te bereiken.

Tyler zelf dacht later liever zo min mogelijk aan deze debuutsingle terug.

In 1976 kreeg de zangeres te maken met fysieke tegenslag en moest ze een keeloperatie ondergaan.

Na de ingreep kreeg ze het dwingende advies om zes weken lang volledig te zwijgen, waardoor ze zich alleen via geschreven briefjes verstaanbaar kon maken.

Omdat ze zich niet aan deze rustperiode hield, hield ze permanent een karakteristieke, schorre stem over aan de operatie.

Kort na deze medische ingreep scoorde ze haar eerste hit met ‘Lost in France’.

Dit nummer was nog voor de operatie opgenomen, waardoor luisteraars haar oude stemgeluid hoorden.

In Nederland behaalde de single een bescheiden 24e positie, in Vlaanderen was de single goed voor een vijftiende plaats in de BRT Top 30 en in haar thuisland Groot-Brittannië reikte het nummer tot de 9e plaats.

Haar grootste succes met deze plaat beleefde ze echter in Duitsland, waar het nummer ruim een half jaar in de Top 10 genoteerd stond.

De opvolger ‘More Than A Lover’ slaagde er vervolgens niet in om dit succes te evenaren.

Dat lukte haar derde single ‘It’s A Heartache’ daarentegen wel. Dit nummer groeide uit tot een internationale hit die in Groot-Brittannië de 4e plaats bereikte, in Nederland doorstootte naar de 3e positie en ook in de Verenigde Staten de Top 5 behaalde.

Toch bleek het lastig om deze populariteit vast te houden, want de zeven daaropvolgende singles flopten stuk voor stuk.

Tyler nam in totaal vier albums op voor RCA Records, waarbij ze door de maatschappij steeds nadrukkelijker in de richting van de countrymuziek werd gestuurd.

Mede door deze muzikale koers en het feit dat ze uitsluitend materiaal van Scott en Wolfe mocht opnemen, besloot ze in 1981 te breken met haar managers, producers en platenlabel.

Ze moest op zoek naar een volledig nieuw team, dat ze vond in CBS Records, manager David Aspden en producer Jim Steinman.

Hun samenwerking leidde tot het album Faster Than The Speed Of Night, waarmee ze resoluut brak met haar muzikale verleden en een compleet nieuwe sound introduceerde.

Op dit album stond de wereldhit ‘Total Eclipse Of The Heart’, die Tyler haar allereerste nummer 1-hit opleverde in zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten, hoewel het nummer in Nederland vreemd genoeg bleef steken op de 24e plek.

In Vlaanderen was de single goed voor een zestiende plaats in de BRT Top-30.

Ondanks het beperkte succes in Vlaanderen en Nederland, blijft ‘Total Eclipse Of The Heart’ voor de meeste mensen nog altijd het nummer dat zij het meest associëren met Bonnie Tyler

Op Spotify is het nummer inmiddels al meer dan 1 miljard keer gestreamd.

Het album zelf bereikte eveneens de top van de hitlijsten.

Nieuwe hitsingles bleven daarna echter uit en ook het daaropvolgende album Secret Dreams And Forbidden Fire werd geen commercieel succes.

Zelfs de inzet van een andere producer, Desmond Child, kon het tij niet keren; hoewel Secret Dreams goede kritieken ontving, liet de promotie vanuit de platenmaatschappij te wensen over.

Wat veel mensen niet weten, is dat ‘The Best’ van Tina Turner een cover was.

Bonnie Tyler bracht het nummer namelijk al in 1988 uit, een jaar voordat Tina Turner met haar versie kwam.

Het nummer was geschreven door de bekende producer en componist Mike Chapman, in samenwerking met Holly Knight, die geboren werd als Holly Erlanger.

Om haar carrière nieuw leven in te blazen, besloot de zangeres in 1991 tot een radicale koerswijziging en verhuisde ze naar Duitsland, het land waar ze historisch gezien altijd veel succes had gehad.

Deze stap wierp al snel zijn vruchten af, want haar albums Bitterblue en Angelheart werden in diverse Europese landen bekroond met goud of platina.

Opvallend genoeg werden deze platen destijds niet eens uitgebracht in Groot-Brittannië.

In 1995 bracht ze het album Free Spirit uit via East West in Europa en Atlantic Records in de Verenigde Staten.

Ondanks uitstekende recensies vielen de verkoopcijfers van het album erg tegen.

De single ‘Making Love Out Of Nothing At All’ werd daarentegen wel populair.

In Engeland miste het nummer de hitlijsten, omdat er simpelweg te weinig fysieke exemplaren in de winkels lagen, maar in Nederland wist de single wel door te dringen tot een mooie 12e positie in de Top 40.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitparade.

Het nummer ‘Making Love (Out Of Nothing At All)’ is geschreven door Steinman en voor het eerst uitgebracht door Air Supply in 1983.

In maart 2013 lanceerde Tyler haar album Rocks And Honey.

Dit project was opgenomen in de Amerikaanse muziekstad Nashville, waarmee de zangeres na vele jaren weer bewust terugkeerde naar haar oude country-roots.

Op haar 62e vertegenwoordigde Tyler in 2013 het Verenigd Koninkrijk tijdens het Eurovisiesongfestival in Malmö met het nummer Believe In Me, waarmee ze uiteindelijk op de 19e plaats eindigde.

Gedurende haar carrière werd Bonnie Tyler in totaal drie keer genomineerd voor een Grammy, de belangrijkste Amerikaanse muziekprijzen.

Daarnaast werd ze opgenomen in de Orde van het Britse Rijk voor haar grote verdiensten voor de muziek.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan bracht de Welshe zangeres 18 studioalbums en 83 singles uit, waarmee ze wereldwijd meer dan 100 miljoen platen wist te verkopen.