45 jaar geleden, het repertoire van de eerste soulkoning Sam Cooke is nog altijd goed voor hits.

Sam Cooke, op 22 januari 1931 geboren als Samuel Cook in Clarksdale, Mississippi, was een van de acht kinderen van een dominee.

Zijn muzikale reis begon al vroeg in het kerkkoor van zijn vader, nadat het gezin naar Chicago verhuisde.

Samen met zijn broers en zussen vormde hij de groep ‘The Singing Children’, waarmee ze religieuze liederen zongen.

Als tiener zette hij zijn stappen in de gospelwereld voort bij groepen als The Teen Highway QC’s.

De overstap naar popmuziek volgde in 1960 met een contract bij RCA.

Met het werkkampnummer ‘Chain Gang’ brak hij definitief door bij het grote, blanke publiek.

Cookes talent als songschrijver was uitzonderlijk; hij schreef zowel meeslepende ballads als opzwepende dansnummers voor een jonger publiek, zoals ‘Twisting The Night Away’ en ‘Another Saturday Night’. Klassiekers als ‘Bring It On Home To Me’, ‘Sad Mood’ en het visionaire ‘A Change Is Gonna Come’ bevestigen zijn status als een van de invloedrijkste soulzangers aller tijden.

Op het hoogtepunt van zijn roem, op 11 december 1964, sloeg het noodlot toe.

Cooke vierde in Los Angeles het succes van zijn live-lp, die net de top 30 van de Billboard-albumlijst had bereikt.

Een ontmoeting met de 22-jarige Elisa Boyer leidde tot een gezamenlijk vertrek naar het Hacienda Motel.

Wat zich precies in de kamer afspeelde, blijft onduidelijk, maar het eindigde met een halfnaakte en woedende Cooke die de manager van het motel, Bertha Franklin, confronteerde.

Hij geloofde dat Boyer zich in haar kantoor had verstopt nadat ze er met zijn kleren vandoor was gegaan.

In de daaropvolgende confrontatie werd hij door Franklin doodgeschoten.

Franklin verklaarde uit zelfverdediging te hebben gehandeld, een verklaring die door de rechtbank werd aanvaard.

De zaak werd afgesloten als ‘gerechtvaardigde doding’. Toch zijn er altijd twijfels blijven bestaan. Velen geloven dat cruciale feiten in de doofpot werden gestopt en dat de ware toedracht nooit aan het licht is gekomen.

De erkenning voor zijn immense talent kwam pas na zijn dood.

Zo werd hij in 1987 opgenomen in The Songwriters Hall Of Fame en ontving hij in 1999 postuum zowel de Pioneer Award van The Rhythm And Blues Foundation als een Grammy Lifetime Achievement Award.

Sam Cooke werd slechts 33 jaar.

Het gedicht ’11 november’ van de Vlaamse dichter en prozaschrijver Fritz Francken.

Na zijn studies aan de normaalschool in Lier begon Fritz Francken in 1913 als onderwijzer.

Zijn loopbaan werd echter al snel onderbroken door de Eerste Wereldoorlog. Aan het IJzerfront klom hij als soldaat op in de rangen van korporaal en sergeant tot adjudant.

Tijdens de oorlogsjaren was Francken tegelijkertijd zeer actief in het literaire leven achter de frontlinie.

Hij was een regelmatige bezoeker van ‘Swiss Cottage’, de kunstenaarsvilla van Marie-Elisabeth Belpaire, en werd redactielid van haar tijdschrift Dietsche Warande en Belfort.

Uit zijn briefwisseling met Belpaire blijkt hun gedeelde, strenge veroordeling van de collaboratie met de Duitsers.

Hoewel Francken een voorstander was van Vlaams zelfbestuur, wees hij samenwerking met de bezetter resoluut af als middel om dat doel te bereiken.

Dit standpunt verwoordde hij scherp in een brief aan Lode Baekelmans in 1919: ‘In princiep keuren we de meeste veranderingen door de activisten tijdens de oorlog uitgevoerd goed.

Maar wat we veroordelen: ze hadden de bescherming van de vijand niet mogen inroepen om hun programma op te dringen.’ Ondanks deze duidelijke afwijzing van het activisme, groeide na de oorlog zijn sympathie voor Vlaams zelfbestuur.

Francken engageerde zich voor het Vlaams-nationalistische tijdschrift De Schelde en het radicaal flamingantische uitgeversfonds De Regenboog.

Deze geleidelijke radicalisering kwam hem in liberale kringen op het verwijt te staan een ‘politieke springer’ te zijn.

Zijn bekendste literaire werk ontstond aan het front. Net voor de oorlog was hij gedebuteerd met de dichtbundel ‘Festijnen uit een Bruidsgetij’.

In 1918 verscheen zijn tweede bundel, ‘Het heilige schrijn’, gevolgd door ‘De vijf glorierijke wonden’ en ‘De blijde kruisvaart’ in 1919.

Kenmerkend voor zijn frontgedichten is de opvallend lichte en opgewekte toon die door de sombere oorlogsthematiek heen schemert.

Na de oorlog verschoof zijn focus van poëzie naar het korte verhaal, al bleef de oorlog een belangrijk thema in werken als ‘De Antwerpsche volksjongen op het oorlogspad’ (1937) en de roman ‘De Bonnefoy’s trouwen uit’ (1939).

Zelfs in 1959 blikte hij terug met ‘Met de Ransel op de Rug’, een verzameling gedichten uit de loopgraven.

Na de demobilisatie keerde Francken niet terug naar het onderwijs. Hij vond werk in de Stedelijke Volksbibliotheek in Antwerpen, schreef een monografie over Pol de Mont en werkte mee aan dagbladen als De Schelde en De Volksgazet.

Onder zijn echte naam, Frederik Edward Clijmans, publiceerde hij diverse gidsen over Antwerpen, wat in 1934 leidde tot zijn aanstelling als hoofd van de Dienst voor propaganda en toerisme.

Fritz Francken overleed op 15 augustus 1969 en werd begraven op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen.

Vandaag, herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Het is een dag om stil te staan bij de talloze slachtoffers. Op deze dag deel ik graag een foto die voor mijn familie een heel persoonlijke betekenis heeft.

Dit is Maurice Stepman. Hij was de broer van Jozef Stepman, de man die later de vader van mijn ‘marraine’ zou worden.

De foto is genomen op 20 juni 1913. De locatie, is het Kamp van Beverlo.

Dit enorme militaire oefenterrein ten oosten van Leopoldsburg was (en is) met 55 km² het grootste van België.

Het lot van Maurice werd bezegeld door deze oorlog.

Hij is namelijk gesneuveld, 10 dagen na het begin van de gevechten tijdens die Grote Oorlog die we vandaag herdenken.

40 jaar geleden, Beverly Hill beeft voor Jackie Collins.

acqueline “Jackie” Jill Collins groeide uit tot een van ’s werelds bekendste bestsellerauteurs, met drieëndertig romans op haar naam.

Ze werd geboren in een wereld vol showbizz; haar vader was een theateragent die artiesten als Shirley Bassey, The Beatles en Tom Jones vertegenwoordigde.

Ze was ook de jongere zus van actrice Joan Collins, wereldberoemd door haar rol in de tv-serie “Dynasty”.

Hoewel Jackie als kind al verhaaltjes schreef en een dagboek bijhield, ambieerde ze aanvankelijk een carrière als actrice.

Uiteindelijk koos ze toch voor het schrijverschap. Die keuze bleek een schot in de roos: haar eerste boek, “The World is Full of Married Men” (1968), werd onmiddellijk een bestseller.

Haar boeken doken in het leven van rijke en beroemde personages, met een focus op de glamoureuze wereld van Hollywoodfilmsterren.

Met “Hollywood Wives” (1983) brak ze internationaal definitief door.

Collins verkocht tijdens haar carrière meer dan 500 miljoen boeken in 40 landen.

Haar werk legde haar financieel geen windeieren; in 2011 werd haar vermogen geschat op zo’n 85 miljoen euro.

Diverse romans werden bovendien verfilmd of bewerkt tot succesvolle miniseries.

Haar expertise over de glitterwereld verzilverde ze in 1998 ook op televisie met haar eigen dagelijkse programma, “Jackie Collins’ Hollywood”.

Daarin ontving ze gasten die rechtstreeks uit haar boeken leken te komen: acteurs, actrices en andere beroemdheden uit Hollywood.

Jackie Collins overleed op 77-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker.

50 jaar geleden, Afric Simone, hoe zijn wonderbare reis van Mozambique naar Europa begon.

Henrique ‘Afric’ Simone werd in Brazilië geboren als zoon van een Braziliaanse vader en een moeder uit Mozambique.

Wanneer hij 9 jaar is, verhuist hij met zijn moeder (na de dood van zijn vader) naar haar thuisland.

Daar krijgt hij de muziekmicrobe te pakken en begint hij met zingen.

Wanneer een manager hem in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, ziet optreden biedt hij zijn diensten aan en stelt voor om naar Londen te komen.

Afric gaat in op het aanbod en doet zo ervaring op in heel wat Europese hoofdsteden. Zijn eerste single ‘Barracuda’ wordt een hit in Zuid-Amerika.

In Europa gaat Simone in zee met de invloedrijke Franse producer Eddie Barclay.

Onder zijn hoede neemt multi-linguïst Afric Simone het nummer ‘Ramaya’ op.

Kenmerkend voor zijn liedjes zijn de verschillende talen die hij door elkaar gebruikt.

De muziek wordt dan European Happy Sound genoemd. ‘Ramaya’ wordt in Vlaanderen en Nederland een top 3-hit in de zomer van 1975.

Hij werkt zich o.a. in de kijker met zijn acrobatische optreden in Toppop. Hij wordt door velen zelfs gezien als pionier in het breakdancen en beatboxen nog voor die termen bestonden.

Het Franse succes van ‘Ramaya’ brengt hem vier weken naar de Parijse Olympia.

Er verschenen ettelijke coverversies van, o.a. ‘Rammen Maar’ (André Van Duin) en ‘De Soep Is Aangebrand’ (Anja Yelles).

Ook de tweede hit ‘Hafanana’ (n°7 in Nederland en n°18 in Vlaanderen) kreeg verschillende covers, o.a. van The Booming People en Dennis (‘Gewoon Een Vrolijk Liedje’).

Na een derde hitje ‘Playa Blanca’ verdween Afric Simone van de radar.

Hij woont de laatste jaren met zijn Russische echtgenote in Berlijn en is nog vaak te gast in tv-shows in de Duitstalige landen en Zuid-Europa (Met dank aan Denis Michiels)