Van Stübben tot Samyn: de evolutie van het kloppend hart van Knokke-Zoute

De ontwikkeling van Het Zoute nam een hoge vlucht in het begin van de twintigste eeuw, grotendeels gestuurd door de in 1908 opgerichte Compagnie

De ontwikkeling van Het Zoute werd grotendeels gestuurd door de ontwerpen van de befaamde Duitse stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben.

Zowel het Albertplein, in de volksmond vaak de Albertplaats of Place m’as-tu-vu genoemd, als de Elisabethlaan behoren tot de kern van dit ambitieuze stedenbouwkundige project dat vanaf 1909 werd gerealiseerd.

De Elisabethlaan vormde al snel een belangrijke oost-westverbinding en een centrale verkeersas voor de luxueuze uitbreiding van de kustgemeente Knokke.

Langs en rond deze laan verrezen statige hotels, exclusieve appartementen en villa’s in de voor de streek typerende Anglo-Normandische cottagestijl.

Een illuster stukje geschiedenis speelde zich af aan het einde van de Elisabethlaan in 1954, toen wereldberoemde schrijvers als Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Bertolt Brecht in alle stilte logeerden in het toenmalige Linkshotel tijdens een poging om Oost- en West-Europese intellectuelen samen te brengen midden in de Koude Oorlog.

Vlakbij groeide het iconische hotel La Réserve uit tot een luxueuze trekpleister voor internationale sterren.

Het mondaine karakter van deze as vond zijn absolute hoogtepunt op het nabijgelegen Albertplein.

Dit plein werd eveneens in 1909 aangelegd en groeide vooral in de jaren vijftig uit tot dé plek waar de internationale beau monde zich verzamelde.

Grote sterren zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Charles Aznavour en Jacques Brel dronken er een aperitief, gadegeslagen door het flanerende publiek.

Aan het plein opende in 1923 ook het befaamde Hotel Memlinc, ontworpen door architect Jozef Viérin, dat met zijn jazzconcerten en theedansen de roaring twenties aan de kust extra kleur gaf.

Op het kruispunt bij het plein werd in de jaren zestig bovendien het opvallende bronzen beeld De Poëet van de Frans-Russische kunstenaar Ossip Zadkine geplaatst, waarvoor later een definitieve plek werd gevonden.

Hoewel het plein in de decennia daarna wat van zijn oorspronkelijke grandeur verloor, onderging het recent een spectaculaire transformatie.

In 2023 werd een vernieuwd Albertplein onthuld, gekenmerkt door een gigantisch dambordpatroon van zwarte en witte tegels.

Een bijzonder detail is dat in de zwarte tegels duizenden oude munten zijn verwerkt die door inwoners en bezoekers werden geschonken.

De absolute blikvanger van het vernieuwde plein is een innovatieve glazen koepel, ontworpen door ingenieur-architect Philippe Samyn.

Dit architecturale hoogstandje zonder interne steunpilaren vormt vandaag het nieuwe kloppende hart van de badplaats en verbindt de rijke geschiedenis van de plek naadloos met de eenentwintigste eeuw.

Postkaart van Knokke-Zoute (1968)

Gisteren nog vandaag

Het veelzijdige acteertalent van Claude Rich, van Panoramix tot Talleyrand.

Claude Rich werd op 8 februari 1929 geboren in Straatsburg en groeide uit tot een van de meest herkenbare en geliefde acteurs van de Franse film en het theater.

Na het verlies van zijn vader op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn moeder naar Parijs, waar hij de liefde voor het acteren ontdekte.

Hij begon zijn opleiding aan het bekende Conservatoire national supérieur d’art dramatique en maakte daar deel uit van een uitzonderlijke lichting, samen met andere latere grootheden zoals Jean-Paul Belmondo en Jean Rochefort.

Zijn filmcarrière kwam in de vroege jaren zestig echt van de grond. Met zijn ietwat hese stem en kenmerkende fijne glimlach werd hij vaak gecast als charmante aristocraat, intellectueel of sluwe politicus.

Een mooi weetje over zijn beginjaren is zijn geweldige komische timing in de film Oscar uit 1967, waarin hij als aanstaande schoonzoon op onnavolgbare wijze tegenspel bood aan de energieke Louis de Funès.

Slechts een jaar later liet hij een heel andere kant van zichzelf zien in de melancholische sciencefictionfilm Je t’aime, je t’aime van regisseur Alain Resnais, een rol die zijn enorme veelzijdigheid bewees.

Zijn absolute meesterwerk volgde in 1992 met de film Le Souper.

Hij speelde hierin de doortrapte Franse diplomaat Talleyrand en won voor deze vertolking in 1993 de prestigieuze César voor Beste Acteur.

Wat het extra bijzonder maakt, is dat hij deze veeleisende rol daarvoor al vele malen met overweldigend succes in het theater had gespeeld.

Later in zijn carrière ontdekte een geheel nieuwe generatie zijn talent toen hij in 2002 in de huid kroop van de wijze druïde Panoramix in de Franse kaskraker Astérix en Obélix: Missie Cleopatra.

Ondanks zijn indrukwekkende filmlijst met meer dan tachtig speelfilms, beschouwde hij de theaterwereld altijd als zijn ware thuis.

Een minder bekend feit is dat hij zelf ook een getalenteerd toneelschrijver was en tot ver in de tachtig op de planken bleef staan.

In 2002 werd zijn uitzonderlijke bijdrage aan de Franse cultuur bekroond met een ere-César voor zijn gehele oeuvre.

Claude Rich deelde zijn leven meer dan achtenvijftig jaar lang met actrice Catherine Renaudin, met wie hij twee dochters kreeg, waaronder actrice Delphine Rich.

Hij overleed op 20 juli 2017 op achtentachtigjarige leeftijd in zijn woning in Orgeval, waarna Frankrijk afscheid nam van een man die bekendstond om zijn zeldzame elegantie.

Vandaag is het precies vijfenzeventig jaar geleden dat in Gent de laatste dag plaatsvond van de herdenking van het driehonderdste geboortejaar van de heilige Johannes Baptist de la Salle.

Tussen 7 en 10 juni 1951 sloegen de oud-leerlingenbonden van de vijf toenmalige Gentse onderwijsgestichten van de Broeders van de Christelijke Scholen de handen in elkaar om luisterrijke feesten op touw te zetten.

Het ging hierbij om de bekende instituten Sint-Amandus, Sint-Lucas, de Kunstdrukschool, het Instituut de La Salle in de Holstraat en Sint-Jan-Baptist in de Reinaertstraat.

Deze indrukwekkende viering was een eerbetoon aan een bijzondere man die een stempel heeft gedrukt op ons onderwijssysteem.

De la Salle was afkomstig uit een welgestelde juristenfamilie, maar hij koos bewust een spiritueel pad. In 1667 werd hij benoemd tot kanunnik aan de kathedraal van Reims, waarna hij vanaf 1670 theologie ging studeren in Parijs.

Na zijn priesterwijding in 1678 en de succesvolle oprichting van een eerste armenschool in 1679, promoveerde hij in 1680 tot doctor in de theologie.

Zijn roeping voor het onderwijs was zo sterk dat hij in 1683 zijn prestigieuze kanunnikspost definitief opgaf.

Een jaar later, in 1684, stichtte hij de congregatie van de Broeders van de Christelijke Scholen, een orde die zich volledig zou toeleggen op het onderwijs aan de armen.

De officiële benaming van deze geestelijke orde luidt Fratres Scholarum Christianorum, wat vaak wordt afgekort tot FSC.

Als leraar en pedagogisch vernieuwer zette de la Salle zich zijn hele leven met hart en ziel in voor de geestelijke en intellectuele ontwikkeling van de armen.

Een van zijn meest ingrijpende vernieuwingen was de beslissing om het Latijn als voertaal in het onderwijs af te schaffen en te vervangen door het Frans.

Hierdoor werd kennis plotseling toegankelijk voor gewone kinderen uit de lagere sociale klassen.

Bovendien zijn er nog enkele interessante feiten over zijn leven en werk die zijn grote invloed aantonen.

Zo was de la Salle de pionier van het klassikaal lesgeven; voor zijn tijd kregen leerlingen uitsluitend individueel onderricht, wat veel tijd en middelen kostte.

Door leerlingen van hetzelfde niveau samen in een klas te plaatsen, kon het onderwijs veel efficiënter worden georganiseerd.

Ook richtte hij de allereerste kweekscholen op om onderwijzers professioneel op te leiden, wat hem feitelijk de grondlegger van de moderne pedagogiek maakt.

Vanwege zijn immense bijdrage aan het onderwijs werd hij in 1900 heiligverklaard door paus Leo XIII.

Vijftig jaar later, in 1950 en vlak voor de grote Gentse herdenkingsfeesten, werd hij door paus Pius XII zelfs uitgeroepen tot de universele patroonheilige van alle leerkrachten en opvoeders (foto’s met dank aan Erik Dekeyser)

60 jaar geleden bracht Billy Stewart zijn cover van het nummer Summertime uit.

In 1966 scoorde Billy Stewart een grote hit in de Amerikaanse Billboard Hot 100 met zijn eigenzinnige versie van Summertime, een klassieker van George Gershwin en DuBose Heyward.

Op deze opname, die ook terug te vinden is op zijn album Unbelievable, wordt Stewart op drums begeleid door Maurice White, die later wereldberoemd zou worden als de drijvende kracht achter Earth, Wind & Fire.

Hoewel het nummer in Vlaanderen de hitlijsten niet haalde, was het in Nederland wel succesvol met een zeventiende plaats in de Top 40.

Slechts enkele maanden later wist de groep The Shake Spears met ditzelfde nummer wel de Vlaamse hitparade te bestormen.

Deze band, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Rhodesië (het huidige Zambia), had in 1964 een platencontract getekend in België en bereikte met hun uitvoering de vijftiende positie.

Het succes van de groep kreeg jaren later nog een staartje toen ze in 1978 een nieuwe versie van Summertime uitbrachten.

Deze keer werd het een nog grotere hit, met een zesde plaats in de BRT Top 30 als resultaat.

Gisteren nog vandaag

Vandaag, precies dertig jaar geleden, werd de skyline van de stad opgeschrikt door een wel heel ongebruikelijk ongeval.

Een heteluchtballon vloog op 9 juni 1996 rond 21.30 uur ongewoon laag boven het centrum en kwam uiteindelijk hardhandig tot stilstand tegen de torenspits van de Sint-Jacobskerk.

Terwijl de buurt rond de kerk direct uitliep voor dit bizarre schouwspel, hingen de drie inzittenden in grote onzekerheid hoog boven de grond.

De reddingsoperatie die volgde, zou de geschiedenis ingaan als een van de meest memorabele interventies van de lokale brandweer.

Onder de toegestroomde hulpverleners bevond zich de toen 25-jarige Yves Pieters, die pas enkele maanden in dienst was.

Hij herinnert zich het incident als het absolute hoogtepunt in zijn carrière.

De uitdaging voor het team was enorm: de standaardladderwagen was met een lengte van dertig meter simpelweg te kort om de mand te bereiken.

Er moest dus een creatieve oplossing komen om de passagiers veilig naar beneden te krijgen.

Uiteindelijk besloot de brandweer de toren van binnenuit te benaderen.

Door een gat in de constructie te maken, slaagden de spuitgasten erin om de drie inzittenden één voor één in veiligheid te brengen.

Hoewel de redding een groot succes was en iedereen er als door een wonder zonder kleerscheuren vanaf kwam, bleven de sporen van het ongeval nog jaren zichtbaar.

De torenspits raakte tijdens de botsing en de daaropvolgende reddingsactie zo zwaar beschadigd dat het karakteristieke kruis voor de veiligheid direct verwijderd moest worden.

Het zou nog jaren duren voordat de skyline van Gent op dit punt hersteld werd en er een nieuw exemplaar in de plaats kwam.

In de volksmond wordt nog steeds gefluisterd dat een van de passagiers die avond een aanzoek wilde doen, een romantisch plan dat door de botsing met de kerk een wel heel onverwachte wending kreeg.

Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, James Brown met zijn klassieker It’s A Man’s Man’s Man’s World.

James Brown, vaak The Godfather of Soul genoemd, was een van de meest invloedrijke artiesten van de twintigste eeuw.

Hij werd in 1933 geboren in grote armoede in South Carolina en groeide op in een ruwe omgeving.

Ondanks deze moeilijke start wist hij zijn rauwe energie en ongekende muzikale talent te bundelen tot een compleet nieuw geluid.

Waar eerdere rhythm-and-bluesartiesten vooral focusten op de melodie, verschoof Brown de nadruk naar het ritme en de eerste tel van de maat.

Deze innovatie zou uiteindelijk de fundering vormen voor de funkmuziek.

Zijn dynamische, explosieve optredens en uiterst strikte leiding over zijn muzikanten maakten hem tot een absolute legende op het podium, waarbij hij het publiek avond aan avond wist te overdonderen.

In 1966 bracht hij een van zijn meest bekende en emotioneel geladen nummers uit, getiteld It’s A Man’s Man’s Man’s World.

Dit nummer, mede geschreven op basis van ideeën van zijn toenmalige vriendin Betty Jean Newsome, wijkt sterk af van de snelle, opzwepende nummers waar hij vaak mee geassocieerd wordt.

Het is een intense, zwaarmoedige soulballad met een rijke orkestratie van strijkers en blazers.

De tekst somt allerlei grote, praktische uitvindingen op die door mannen zijn gedaan, zoals de auto, de trein en de elektrische verlichting.

De ware kracht van het lied zit echter in de krachtige climax van het refrein. Daarin zingt Brown met hart en ziel dat deze door mannen opgebouwde, moderne wereld absoluut niets voorstelt en volledig leeg is zonder de aanwezigheid van een vrouw.

Het werd een gigantische internationale hit en is door de decennia heen uitgegroeid tot een klassieker die de unieke vocale intensiteit van James Brown perfect weet vast te leggen.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat Drafi Deutscher overleed.

De Duitse zanger en componist, geboren als Drafi Richard Franz Deutscher, kende een rijke muzikale carrière vol hits en pseudoniemen.

Zo bracht hij in 1983 onder de naam Masquerade het Engelstalige nummer ‘Guardian Angel’ uit, dat hij samen met de in 2022 overleden Christopher Evans-Ironside schreef en produceerde.

Het werd een groot Europees succes met eerste plaatsen in Oostenrijk en Denemarken, een derde plek in de Vlaamse BRT Top 30 en een negende positie in de Nederlandse Top 40.

De Duitse zanger Nino de Angelo scoorde vervolgens een gigantische hit met de Duitstalige cover ‘Jenseits von Eden’, die hij later ook als ‘La valle dell’Eden’ in het Italiaans uitbracht.

In de Lage Landen behaalde deze versie eveneens de hitlijsten, met een dertiende plaats in Vlaanderen en een zeventiende plek in Nederland.

Deutscher werd geboren in het Berlijnse stadsdeel Charlottenburg. Zijn vader, de Hongaarse pianist Drafi Kálman, keerde kort na de geboorte terug naar zijn vaderland, waardoor Drafi door zijn moeder werd opgevoed en zijn vader nooit heeft gekend.

Zijn muzikale talent viel al vroeg op: op elfjarige leeftijd nam hij deel aan een talentenjacht en in 1962 richtte hij zijn eerste band op.

Een jaar later scoorde hij met ‘Teeny’ zijn eerste hit in West-Duitsland, in 1965 gevolgd door de evergreen ‘Marmor, Stein und Eisen bricht’.

Dit nummer werd in het Nederlands vertaald door Trea Dobbs als (Marmer, staal en steen vergaan(, en kreeg later zelfs een punkjasje dankzij de Heideroosjes.

Een ander opvallend nummer uit die tijd was Der Hauptmann von Köpenick uit 1967, gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de werkzoekende schoenmaker Friedrich Wilhelm Voigt, die begin twintigste eeuw het gemeentehuis van Köpenick beroofde.

Gedurende zijn loopbaan maakte Deutscher veelvuldig gebruik van schuilnamen.

Als Mr. Walkie Talkie scoorde hij in de zomer van 1977 een tweede plaats in Vlaanderen met ‘Be my boogie woogie baby’.

Onder de meisjesnaam Renate Vaplus schreef hij in 1976 het nummer ‘Mama Leone’ voor Ruth Handel.

Hoewel die eerste versie flopte, werd het in 1978 in de uitvoering van de Italiaanse zanger Bino een enorme hit in Duitsland, Vlaanderen en Nederland.

Deutscher schreef daarnaast, samen met Jimmy Bilsbury en Joe Menke, de wereldhit Belfast voor Boney M. Bilsbury, geboren als James Robert Bilsbury, was een van de voormalige leadzangers en de songwriter van de Les Humphries Singers.

Hij kreeg destijds echter nooit het respect en de erkenning voor zijn schrijfwerk, omdat de platenmaatschappij de nadruk uitsluitend op Les Humphries wilde leggen. Bilsbury overleed in 2003 in diepe geldnood als gevolg van zijn alcoholisme.

Mede-auteur Josef Menke was een Duitse componist, producer en geluidstechnicus. Hij werd geboren op 1 april 1925 in het Duitse Greven en overleed op 6 februari 2001.

Eind jaren vijftig en begin jaren zestig schreef Menke talloze Duitse schlagers.

Hij boekte met name grote successen als producer van de band Truck Stop. Veel van zijn nummers en producties bracht hij uit onder de naam Edition Joe Menke. Later, in 1983, richtte hij samen met Harald Gutowski de uitgeverij GuM audio Media op.

Een bijzondere mijlpaal in zijn carrière vond plaats in 1964. In dat jaar richtte Menke Studio Maschen op, de allereerste particuliere geluidsstudio in Duitsland, die hij in de kelder van zijn eigen huis installeerde.

Op persoonlijk vlak was hij de echtgenoot van Karin Menke en de vader van Alexander Menke en Franziska Menke, die ook wel bekendstaat onder haar artiestennaam Frl. Menke.

In 1987 boekte Deutscher opnieuw groot succes, ditmaal als onderdeel van het duo Mixed Emotions met Oliver Simon.

Hun single ‘You want love (Maria Maria)’ bereikte de tweede plaats in Vlaanderen en werd een nummer 1-hit in Nederland.

De Duitse zanger Andreas Martin maakte hier later nog een Duitstalige versie van.

Ook voor zijn toenmalige echtgenote, schlagerzangeres Isabel Varell, schreef hij muziek.

Met de door hem gecomponeerde ‘Melodie d’amour’ werd zij in 1990 zesde tijdens de Duitse voorronde voor het Eurovisiesongfestival.

Op persoonlijk vlak was Drafi Deutscher drie keer getrouwd.

Zijn huwelijk met Isabel Varell duurde van 1989 tot 1991.

Daarvoor was hij van 1966 tot 1976 getrouwd met zijn eerste echtgenote, met wie hij in 1965 een tweeling kreeg: Drafi junior en René.

De veelzijdige zanger en componist overleed op 9 juni 2006 op zestigjarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

De verrassende wendingen in het leven en de carrière van Morgan Fairchild

Morgan Fairchild werd op 3 februari 1950 in Dallas, Texas, geboren als Patsy Ann McClenny.

Als verlegen kind werd ze door haar moeder ingeschreven voor acteerlessen, waarna ze al op tienjarige leeftijd in kindervoorstellingen begon te spelen.

Na wat kleine opdrachten in Texas verhuisde ze in 1973 naar New York, waar ze al snel de rol kreeg van de wispelturige Jennifer Pace in de soapserie Search for Tomorrow.

Haar ware doorbraak bij het grote publiek kwam eind jaren zeventig, toen ze naar Los Angeles trok en gestalte gaf aan Jenna Wade in de immens populaire reeks Dallas.

Deze rol zette de toon voor haar verdere carrière, waarin ze vaak werd gecast als de glamoureuze, ambitieuze en soms meedogenloze vrouw.

Ze schitterde in de jaren tachtig in succesvolle producties zoals Flamingo Road, waarvoor ze een Golden Globe-nominatie ontving, Paper Dolls, Hotel en Falcon Crest.

Bij een latere generatie kijkers werd ze bijzonder geliefd door haar komische gastrol als Nora Tyler Bing, de extravagante schrijfster en moeder van Chandler in de populaire sitcom Friends.

Wat veel mensen niet weten over haar beginjaren, is dat haar allereerste klus in Hollywood die van body double was.

In de filmklassieker Bonnie and Clyde uit 1967 viel ze in voor hoofdrolspeelster Faye Dunaway tijdens de autorijscènes, simpelweg omdat Dunaway niet met een handgeschakelde versnellingsbak overweg kon.

Haar inmiddels beroemde voornaam Morgan leende ze van de Britse film Morgan: A Suitable Case for Treatment.

Naast de glitter en glamour van Hollywood heeft de actrice ook volkomen onverwachte intellectuele interesses.

Zo is ze al van jongs af aan enorm gefascineerd door dinosauriërs en paleontologie, een wetenschappelijk veld waarin ze had willen werken als haar acteercarrière niet van de grond was gekomen. Nog opvallender is haar diepgaande interesse in epidemiologie en virussen.

Tijdens de vroege jaren van de aids-epidemie verdiepte ze zich uitgebreid in de medische materie en was ze een van de weinige bekende gezichten die weigerde te zwijgen over de ziekte.

Ze trad op als voorvechter en gaf destijds op nationale televisie zelf wetenschappelijke uitleg over retrovirussen om de heersende paniek en stigma’s aan te pakken, ook al gelooft ze dat deze openhartigheid en haar uitgesproken activisme haar in die tijd bepaalde acteerrollen hebben gekost.

Wat haar privéleven betreft, stapte de actrice op zeventienjarige leeftijd in 1967 in het huwelijksbootje met muzikant en zakenman Jack Calmes.

Dit huwelijk hield niet stand en eindigde in 1973 in een scheiding, waarna ze naar New York vertrok om zich volledig op haar carrière te storten.

De grote liefde van haar leven vond ze in 1980 bij filmproducent Mark Seiler. Mark Seiler, geboren op 2 mei 1948, was een invloedrijke Amerikaanse filmproducent en leidinggevende in Hollywood.

Hij bouwde een indrukwekkende carrière op waarin hij onder meer fungeerde als president van de bekende filmstudio RKO Pictures in de jaren tachtig en later als CEO van het productie- en distributiebedrijf Capella Films.

Binnen de filmindustrie stond hij bekend om zijn scherpe zakelijke inzicht en zijn betrokkenheid bij de financiering en distributie van diverse grote internationale filmprojecten.

Hoewel Morgan Fairchild en Mark Seiler er bewust voor kozen om nooit officieel te trouwen, bleven ze meer dan veertig jaar onafscheidelijk en vormden ze een buitengewoon hecht paar tot aan zijn overlijden in juli 2023, na een jarenlange strijd tegen de ziekte van Parkinson en latere complicaties door het coronavirus.

Morgan Fairchild heeft zelf geen kinderen gekregen en heeft later in interviews openhartig verteld dat ze in het verleden meerdere miskramen heeft moeten verwerken.

Haar moedergevoelens uitte ze deels in haar enorme liefde voor dieren.

Ze is al decennialang een fanatieke pleitbezorger voor dierenrechten en heeft door de jaren heen talloze honden en katten uit asielen geadopteerd en een liefdevol thuis gegeven.

Vandaag, 65 jaar geleden, waren koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast op de Belgische ambassade in Rome.

Op deze receptie was toen ook kanunnik Lucien De Bruyne aanwezig. (foto 1)

Lucien De Bruyne was een vooraanstaand Belgisch geestelijke en een internationaal gerespecteerd deskundige op het gebied van vroegchristelijke archeologie.

Zijn kerkelijke loopbaan begon in 1928, het jaar waarin hij tot priester werd gewijd.

Al snel trok hij naar Rome, het historische hart van het christendom, waar hij in 1931 aan het Pauselijk Instituut voor Christelijke Archeologie met de hoogste onderscheiding, summa cum laude, zijn doctoraat behaalde.

In de jaren die volgden, specialiseerde hij zich verder en schreef hij diverse academische bijdragen over vroegchristelijke kunst, oude Romeinse sarcofagen en de catacomben.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg zijn carrière binnen het Vaticaan verder gestalte.

In 1946 werd hij benoemd tot directeur van de Pauselijke Commissie voor Gewijde Archeologie, een uiterst prestigieuze functie waarbij hij de verantwoordelijkheid kreeg over het beheer, het behoud en de studie van de eeuwenoude catacomben in en rond Rome.

Daarnaast was hij als censor verbonden aan de Pauselijke Academie voor Oudheidkunde, wat getuigt van zijn grote wetenschappelijke autoriteit.

Naast zijn academische werk speelde hij een centrale rol voor de Belgische gemeenschap in Rome.

Hij werd benoemd tot rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen, een plek die fungeerde als een spiritueel en cultureel ankerpunt voor landgenoten in de Eeuwige Stad.

Als erkenning voor zijn uitzonderlijke verdiensten voor de kerk en de wetenschap werd hij in 1965 door de paus verheven tot apostolisch protonotaris, een hoge eretitel waardoor hij als monseigneur mocht worden aangesproken.

Ondanks zijn indrukwekkende loopbaan in Italië behield hij een sterke band met zijn thuisland.

Zo was hij verbonden aan het bisdom Gent als lid van het prestigieuze Sint-Baafskapittel.

Na een leven dat volledig in het teken stond van de kerkgeschiedenis en de archeologische wetenschap, bracht hij zijn laatste jaren door in België.

Hij overleed op 12 mei 1978 in de Oost-Vlaamse gemeente Waarschoot.

Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast waren bij prinses Colonna en haar echtgenoot in hun indrukwekkende Palazzo Colonna in Rome.

Dit gebeurde tijdens hun officiële staatsbezoek aan Italië en Vaticaanstad, dat in zijn geheel plaatsvond van woensdag 7 juni tot en met zaterdag 10 juni 1961.

Dit paleis is de historische residentie van de beroemde familie Colonna. Volgens de overlevering stamt deze adellijke dynastie af van de graven van Tusculum, met Pieter de Columna (1099-1151) als eerste telg.

Hij was de zoon van graaf Gregorius III en eigenaar van het kasteel Columna in de Albaanse Heuvels.

Hun stamboom gaat via Italo-Romeinse adel, kooplieden, geestelijken en Lombarden terug tot in de vroege middeleeuwen.

De familie beweerde zelfs dat hun wortels bij de Julio-Claudiaanse dynastie lagen, de bloedlijn van Julius Caesar en keizers als Augustus, Caligula en Nero.

Net als hun voorvaderen uit Tusculum speelden de Colonna’s een sleutelrol binnen de rooms-katholieke kerk.

Ze traden door de eeuwen heen op als felle tegenstanders, maar ook als trouwe verdedigers van de paus.

De familie bracht de zalige Margaritha Colonna, paus Martinus V en maar liefst drieëntwintig kardinalen voort.

Giovanni Colonna di Carbognano beet in 1206 de spits af als allereerste kardinaal van de familie.

Hoewel hun pauselijke prinsentitel pas uit 1854 dateert, vervult de familie wel al sinds 1710 de rol van prins-assistent van de pauselijke troon.

Het was de eerder genoemde paus Martinus V die in de vijftiende eeuw de opdracht gaf voor de bouw van het Palazzo Colonna.

Het paleis ontsnapte in 1527 aan een verwoestende plundering, omdat marchesa Isabella d’Este er destijds verbleef; zij was toevallig de moeder van de commandant van de plunderende troepen.

In de zeventiende eeuw begon kardinaal Girolamo Colonna met een grondige restauratie van het gebouw.

Hij liet een prachtige galerij aanleggen voor de kunstcollectie die zijn vader Filippo bijeen had gebracht.

Later werd het palazzo nog verder uitgebreid door Lorenzo Onofrio en Fabrizio Colonna.

Tegenwoordig herbergt deze indrukwekkende galerij meesterwerken van onder meer Titiaan, Guercino en Reni.

Bezoekers kunnen er beroemde doeken bewonderen, zoals Venus en Cupido van Bronzino, Narcissus bij de vijver van Tintoretto en De boneneter van Annibale Carracci.

Daarnaast is er ruim baan voor kunstenaars uit onze streken, met werken van Paul Bril, Jan Brueghel, Joos de Momper, Jan Frans van Bloemen, Antoon van Dyck en Jean Boulogne.

Liefhebbers die deze historische familieresidentie en de bijbehorende kunstschatten zelf willen ontdekken, kunnen elke zaterdagochtend in het Palazzo Colonna terecht wanneer de deuren voor het publiek openstaan.

Aan dit boeiende stukje geschiedenis zijn nog enkele opmerkelijke details toe te voegen.

De naam Colonna is bijvoorbeeld niet zomaar gekozen. Het familiewapen toont een opvallende zuil, wat in het Italiaans vertaald wordt als colonna.

Dit is een klassiek voorbeeld van een sprekend wapen, waarbij de afbeelding direct verwijst naar de familienaam.

Door de eeuwen heen was deze familie bovendien verwikkeld in een van de meest beruchte vetes uit de Italiaanse geschiedenis.

Eeuwenlang streden de Colonna’s met de rivaliserende familie Orsini om de absolute macht in Rome.

Deze bittere strijd liep zo vaak uit de hand dat verschillende pausen moesten ingrijpen om de vrede in de stad te herstellen.

Een van de meest dramatische momenten vond plaats in 1303, toen Sciarra Colonna tijdens een hoogoplopend conflict paus Bonifatius VIII in het gezicht zou hebben geslagen, een gebeurtenis die bekendstaat als de aanslag van Anagni.

Ook het Palazzo Colonna zelf heeft nog een mooie verrassing in petto, vooral voor liefhebbers van de klassieke filmgeschiedenis.

De weelderige Galleria Colonna, met zijn schitterende fresco’s en indrukwekkende architectuur, diende in 1953 als majestueus decor voor een van de bekendste scènes uit de filmklassieker Roman Holiday.

De onvergetelijke slotscène, waarin Audrey Hepburn als prinses Ann een persconferentie geeft, werd precies in deze galerij opgenomen.

Dit gedenkwaardige filmmoment gaf het zeventiende-eeuwse gebouw voor altijd een bijzondere plaats in de internationale filmgeschiedenis. (Ter info: de ontvangst in het Romeinse stadspaleis vond plaats in de begindagen van deze reis; volgens sommige bronnen op woensdag 7 juni en volgens andere op donderdag 8 juni 1961).

De Canadees-Amerikaanse actrice en sopraan Deanna Durbin, geboren als Edna Mae Durbin.

Al op jonge leeftijd veroverde Deanna Durbin de wereld.

Tegen de tijd dat ze eenentwintig jaar oud was, mocht ze zich de bestbetaalde vrouwelijke filmster ter wereld noemen.

Haar ongekende talent bleef niet onopgemerkt, want in 1938 werd ze bekroond met een speciale Academy Juvenile Award, ook wel de kinder-Oscar genoemd, voor haar grensverleggende bijdrage aan het witte doek.

Naast haar succes als actrice oogstte ze veel lof met haar klassieke crossover-muziek.

Ze verkocht miljoenen platen met prachtige vertolkingen van zowel populaire liedjes als operastukken, waaronder het bekende ‘Un bel dì, vedremo’ uit de opera Madama Butterfly.

Wat veel mensen niet weten, is dat haar debuutfilm uit 1936, ‘Three Smart Girls,’ zo’n gigantisch kassucces was dat het de beroemde filmstudio Universal Studios eigenhandig redde van een dreigend faillissement.

Ze had bovendien fans over de hele wereld en in de meest opmerkelijke kringen.

De Britse premier Winston Churchill was bijvoorbeeld een enorm groot bewonderaar en eiste regelmatig om haar nieuwste films in een privébioscoop te mogen bekijken, nog voordat ze officieel voor het grote publiek in première gingen.

Ondanks haar wereldwijde roem en aanhoudende succes koos Durbin er op 27-jarige leeftijd voor om Hollywood en de filmwereld abrupt de rug toe te keren.

Ze wees alle verdere filmaanbiedingen af en vertrok naar Frankrijk om daar samen met haar man een rustig, anoniem leven te leiden, ver weg van de pers en de schijnwerpers.

In datzelfde land is ze uiteindelijk vele decennia later, in april 2013, op 91-jarige leeftijd in alle rust overleden.