Barry Blue (geboren als Barry Ian Green) is niet de eerste de beste.

Het nummer Dancing On A Saturday Night bereikte de tweede plaats in de Britse hitparade.
In Vlaanderen was de single goed voor een twintigste plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte hij de eenentwintigste plaats in de Top 40.

Het nummer werd geschreven door Barry Blue zelf, samen met Lynsey de Paul, die ook de achtergrondzang verzorgde.

De producer was Gerry Shury, die we leren kennen dankzij zijn samenwerking met Biddu (geboren als Biddu Appaiah) en als lid van The Armada Orchestra.

Dankzij zijn arrangementen werden nummers als Kung Fu Fighting (Carl Douglas), Sugar Baby Love (The Rubettes), I’ll Go Where The Music Takes Me (Jimmy James en Tina Charles) en Right Back Where We Started From (Maxine Nightingale) wereldhits.

Ook schreef hij onder meer de nummers Dance Little Lady Dance voor Tina Charles, That’s The Way Love Grows voor Sweet Dreams (1976) en Jean Terrell (1979), Saving All My Love voor Charity Brown en Guilty voor The Pearls en First Choice (1974)

Het nummer is ook terug te vinden op Barry Blue’s debuutalbum Barry Blue dat in 1974 verscheen.

Zijn tweede single Do You Wanna Dance dat hij samen schreef met Gerry Shury en Ron Roker was succesvoller in Vlaanderen en Nederland.
Zo was de single in Vlaanderen goed voor een negende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland een veertiende plaats in de Top 40.
De opvolgers Miss Hit And Run en Hot Shot bereikten niet meer de hitparade.
Als producer of componist werkte hij onder meer samen met Heatwave, Dana, Cheryl Lynn, The Dooleys, Toto Coelo, Bananarama en Amazulu.

Barry Blue bracht een nieuw album uit in 2020, getiteld Songs From The Heart Book. (Joepie 3 oktober 1973)

Vandaag 75 jaar geleden, inhuldiging van het standbeeld van generaal Emile Storms in Elsene (17 oktober 1948).

Dit ging samen met verschillende demonstraties om de veertigste verjaardag van de annexatie van Congo bij België en de twintigste verjaardag van de Vereniging van Koloniale Veteranen te vieren.

Op het Square de Meeus (voorheen Square de l’Industrie, en is een plein en park in de Leopoldswijk in Brussel.) werd de buste van generaal Storms, oprichter van Pala en architect van de slavernijcampagne, op zijn basis teruggeplaatst.

De vorige buste van deze man werden tijdens de oorlog door de Duitsers verwijderd om te gebruiken als grondstop voor de oorlogsindustrie.

Toen kreeg die man nog steeds lof voor zijn strijd tegen de slavernij en beschreef men hem in de Belgische pers als de bevrijder van de Congolese bevolking. Dit gezien zijn jacht op plaatselijke slavendrijvers.

Generaal Storms was een Belgische militair die vooral bekend is om zijn rol in de kolonisatie van Congo.

Hij werd geboren in 1840 in Antwerpen en trad in 1859 toe tot het Belgische leger.

Hij nam deel aan verschillende veldtochten in Europa en Afrika, waaronder de Frans-Duitse Oorlog, de Mahdi-opstand in Soedan en de Congolese verovering van Leopold II.

Generaal Storms en Lusinga Lwangombe waren dan ook twee belangrijke figuren in de koloniale geschiedenis van Congo.

Storms was een Belgische militair die in 1884 de opdracht kreeg om het gebied rond het Tanganyikameer te veroveren en te pacificeren.

Lusinga werd rond 1840 geboren in Buluba, het land ten noordoosten van Lubanda, bewoond door de oostelijke Luba.

Op een gegeven moment schijnt Lusinga Unyanyembe, bij Tabora in het huidige Tanzania, te hebben bezocht, waar hij zich bewust werd van de waarde die aan slaven en ivoor werd gehecht.

Hij bewapende zich en was de eerste die vuurwapens gebruikte in de streek ten westen van het Tanganyikameer.

Met deze superieure bewapening versloeg hij al snel de stamhoofden van de regio Kaap Tembwe, een belangrijk punt in de handelsoversteek van het Tanganyikameer, en vestigde zich daar in een versterkt dorp.

Nadat hij de plaatselijke bevolking door slavenarbeid had uitgedund, en onder druk van andere slavendrijvers, verhuisde hij naar een nieuwe basis op twee dagen lopen van Lubanda in het Mugandja-gebergte, aan de oevers van de Muswe, een zijrivier van de Lufuko.

Aan het eind van zijn leven had Lusinga zestig vrouwen.

Deze leverden nuttige arbeidskrachten voor landbouwwerkzaamheden, waardoor Lusinga zijn rijkdom nog verder zag toenemen.

Hij stond ook bekend om zijn verzet tegen de Europese indringers.

De confrontatie tussen Storms en Lusinga vond plaats op 4 december 1884, toen Storms met een kleine troepenmacht de heuvel bestormde waar Lusinga zijn versterkte dorp had gebouwd.

Na een kort gevecht werd Lusinga gedood en onthoofd door Storms, die zijn schedel als trofee meenam naar Europa. Toen hij terugkeerde, gaf hem aan de antropoloog Émile Houzé, die een verhandeling over het onderwerp schreef waarin hij de “degeneratie” in de schedel zag.

De schedel wordt nog steeds bewaard in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.

Storms liet ook het dorp platbranden en nam veel vrouwen en kinderen gevangen.

Deze gewelddadige actie maakte een einde aan de onafhankelijkheid van de Tabwa en opende de weg voor de Belgische kolonisatie van het gebied.

Hij stond bekend als een meedogenloze en ambitieuze leider, die geen genade toonde voor de inheemse bevolking.

Hij was verantwoordelijk voor talrijke wreedheden, zoals het afhakken van handen, het verbranden van dorpen en het uitbuiten van dwangarbeiders.

Hij werd door sommigen beschouwd als een held en door anderen als een schurk.

In 1895 keerde hij terug naar België, waar hij werd bevorderd tot luitenant-generaal en lid werd van de Senaat. Hij overleed in 1918 in Brussel.

Zijn standbeeld staat sinds 1923 in het Meeûssquare in Elsene, maar is al jaren het onderwerp van controverse en protesten.

Sommigen willen het standbeeld verwijderen of aanpassen, omdat het een symbool is van het koloniale verleden en het lijden van de Congolezen.

Anderen willen het standbeeld behouden of beschermen, omdat het een deel is van de Belgische geschiedenis en cultuur.

Sinds hij in 2018 burgemeester van Elsene werd, maakte Christophe Doulkeridis (Ecolo) duidelijk dat hij het beeld, een kopie van het marmeren origineel uit 1906 van Marnix D’Haveloose, wilde verwijderen.

De plannen raakten in een stroomversnelling door de Black Lives Matter-protesten.

“Het zou een vergissing zijn om alles te verwijderen, maar het zou ook een vergissing zijn om niets te verwijderen,” aldus de burgemeester. “Hier hebben we ervoor gekozen om de buste te verwijderen van iemand die bekendstond voor zijn barbaarsheid, iemand die hoofden afhakte.

De buste hoort niet meer thuis op het voetstuk waarop ze werd geplaatst,” aldus Doulkeridis.

“De opfrissing van het geheugen gebeurt op verschillende bevoegdheidsniveaus, zowel federaal als gewestelijk.

Ook onze gemeente Elsene neemt haar verantwoordelijkheid op in deze zaak en voert op initiatief van burgemeester Christos Doulkeridis dit laakbaar historisch personage af,” zegt Romain De Reusme, PS-fractieleider in het schepencollege.

Al in 2020 diende de gemeente een aanvraag van stedenbouwkundige vergunning in om de buste van luitenant-generaal Storms en de sokkel op de Meeûssquare af te breken.

Daarvoor moest onder andere een volledige historische analyse gemaakt worden van de square om de oorspronkelijke samenstelling te bepalen.

Gezien de originele buste in 1943 werd gestolen door de Duitsers en vervangen door een marmeren kopie, behoort de buste niet tot het oorspronkelijk beschermd geheel.

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en het Museum van Elsene hebben aangeboden om het standbeeld te ontvangen en in zijn historische context te plaatsen.

In afwachting van een beslissing zal het door de gemeente in bewaring worden gehouden.

Wat betreft Lusinga Lwangombe, die krijgt nu alle positieve aandacht en heeft in de emblematische Grote Rotonde in het vernieuwde Afrikamuseum, een beeld gekregen in 2020, ontworpen door de Congolese kunstenaar Aimé Mpane dat de schedel van chef Lusinga voorstelt.

David Bowie was niet alleen een beroemde zanger, maar ook een getalenteerde schilder.

Hij begon al op jonge leeftijd te tekenen en te schilderen, en bleef dat zijn hele leven doen.

Hij liet zich inspireren door verschillende kunststromingen, zoals expressionisme, surrealisme en popart.

Hij schilderde vooral portretten, soms van zichzelf of van andere muzikanten, maar ook van fictieve personages of historische figuren. Hij gebruikte vaak felle kleuren en geometrische vormen om zijn visie uit te drukken.

Zijn schilderijen werden tentoongesteld in verschillende galerijen en musea over de hele wereld, en werden zeer gewaardeerd door critici en publiek.

Vandaag 85 jaar geleden, de geboorte van actrice en zangeres Christa Päffgen, beter bekend onder haar artiestennaam Nico.

Nico wordt geboren op 16 oktober 1938 in Keulen als Christa Päffgen, maar het kan evengoed 15 oktober 1943 in Boedapest zijn.

Nico heeft er altijd geheimzinnig over gedaan. Zeker is dat ze opgroeit zonder vader, die tijdens de oorlog soldaat is in de Wehrmacht en waarschijnlijk is gesneuveld, al zou Nico zelf later het verhaal in de wereld brengen dat hij is vermoord door de nazi’s.

Nico’s moeder, Margaret Päffgen vertrekt na de oorlog met haar dochter naar Berlijn.

Nico werkt op 15-jarige leeftijd tijdelijk op een basis van Amerikaanse luchtmacht, waar ze slachtoffer wordt van een verkrachting door een Amerikaanse sergeant die vervolgens ter dood wordt veroordeeld door de krijgsraad.

De rest van haar leven blijft Nico getraumatiseerd door de verkrachting en voelt zich tegelijkertijd schuldig voor de dood van de sergeant.

Op 16-jarige leeftijd wordt ze in Berlijn ontdekt als fotomodel en mannequin. Via haar werkgever krijgt ze in 1960 een kleine rol in Federico Fellini’s film La Dolce Vita.

Inmiddels is Nico naar Parijs verhuisd, waar ze haar artiestennaam Nico aanneemt.

Dankzij het vele werk voor tijdschriften en bekende firma’s als Coco Chanel wordt ze het eerste supermodel en de lieveling van de jet set.

Ze raakt bevriend met artiesten als Bob Dylan en Brian Jones en krijgt een verhouding met acteur Alain Delon, die de vader van haar zoon Ari (Christian Aaron Boulogne) is, iets wat Delon altijd ontkend heeft.

Vreemd want Delons moeder Edith heeft Boulogne opgevoed en uiteindelijk geadopteerd in 1977 met haar tweede man Paul Boulogne, die de jongen ook zijn familienaam gaf.

In 1964 maakte ze kennis met Andy Warhol, die haar adopteert als zijn protege.

In 1965 verschijnt haar eerste single I’m Not Saying en in 1967 speelt ze in Warhol’s film Chelsea Girls.

Datzelfde jaar wordt ze als ‘chanteuse’ toegevoegd aan de band The Velvet Underground, waar ze eerst de avances van Lou Reed afslaat om vervolgens een verhouding met John Cale te beginnen.

Het eerste album van de band bevat een aantal nummers die door Nico worden gezongen.

Met name door de jaloerse en door Nico afgewezen Lou Reed wordt haar een grotere rol in de band geweigerd.

Een aantal nummers die ze al heeft ingezongen worden door Lou Reed uit wraak opnieuw ingezongen, en verschijnen in die versie uiteindelijk op het album.

Nico is levenslang verslaafd aan heroïne en overlijdt uiteindelijk aan een hersenbloeding op 18 juli 1988 als gevolg van een val van haar fiets tijdens een afkicksessie op het eiland Ibiza. Nico is 49 jaar geworden.

Toen zijn moeder was gestorven, zei haar zoon Ari het volgende over zijn moeder: “Voor mij was ze een heel goede moeder. Ze gaf me alles. Zelfs drugs, ik heb het met haar ten volle ervaren zonder dat het een probleem was. Vanaf mijn zestiende tot het einde deelden we medicijnen, dezelfde spuit. Het was een manier van samenzijn.

Ook na haar dood blijft Nico tot de verbeelding spreken.

James Young schrijft in 1992 de biografie Songs They Never Play On The Radio.

In 1995 verschijnt Nico Icon, een documentaire van de Duitse televisie over haar leven. Onder de titel Nico wordt in 1997 een ballet opgevoerd van choreograaf Ed Wubbe, waarvoor John Cale de muziek schrijft.

In 2014 liet Wubbe zich opnieuw inspireren door Nico en de Velvet Underground voor zijn choreografie “ICON/NICO”.

Haar zoon, Ari Boulogne werd in de nacht van 19 op 20 mei 2023 dood aangetroffen in zijn appartement.

Zijn lichaam werd in een vergevorderde staat van ontbinding ontdekt door zijn partner Yasmina, die met haar zoon Fadhil, 21 jaar oud, was teruggekeerd van een verblijf in de provincies.

Vreemd om haar partner alleen te laten wetende dat hij door een hersenbloeding verlamd was en gebruikmaakte van een rolstoel.

Op 22 mei 2023 werd Yasmina dan ook aangeklaagd wegens niet helpen van een persoon in gevaar, onvrijwillige doodslag en overdracht van verdovende middelen.

Ari Boulogne werd op 18 juli 2023 begraven, bijna twee maanden na zijn dood, vanwege vertragingen bij het onderzoek naar de oorzaken van zijn dood door deskundigen. (diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 100 jaar geleden, de openingsplechtigheid van het academiejaar op 16 oktober 1923, sprak Jean-François Heymans (Hij verkoos de naam Jan Frans Heymans) de rectorale rede uit in het Nederlands.

Zijn toespraak werd door de Franstalige staf van de universiteit ernstig verstoord.

Halverwege zijn toespraak ging geleidelijk het elektrisch licht uit, volgens Elaut door sabotage vanuit de stadscentrale, zodat men zich een half uur lang met kaarslicht moest behelpen.

De voorgaande rector had uit protest tegen de gedeeltelijke vernederlandsing van de universiteit ontslag genomen, en als oudste hoogleraar van de medische faculteit was Heymans rector geworden.

In augustus 1924, op het 23e Vlaams Natuur- en Geneeskundig Congres te Aalst, verklaarde hij in een toespraak dat de toenmalige door minister Nolf tot stand gebrachte tweetaligheid van de Gentse universiteit (bekend als de “Nolfbarak”) “schoenlapperswerk” was.

En meteen na het einde van zijn rectoraat uitte hij op 7 november van dat jaar in een interview met De Standaard de vaste overtuiging dat het hogeschoolprobleem enkel door een algehele vervlaamsing van deze universiteit kon worden opgelost; ook verklaarde hij daarbij dat hij pas tijdens zijn rectoraat echt Vlaamsgezind was geworden omdat hij toen had kunnen vaststellen hoezeer alles wat Vlaams was werd tegengewerkt.

Jan Frans Heymans was een zoon van bescheiden landbouwers uit het Pajottenland, die nog in een lemen huisje woonden.

Door de opmerkzaamheid van een plaatselijke onderwijzer en tussenkomst van de pastoor kon hij met een studiebeurs verder studeren.

Heymans deed zijn humaniora aan het kleinseminarie in Hoogstraten en ging nadien geneeskunde studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven te Leuven.

Heymans was in 1885 ook de medeoprichter van de Brabantse Gilde, de koepel van regionale katholieke studentenclubs uit Vlaams-Brabant in Leuven.

Dankzij beurzen en de morele steun van professor Carnoy trok Heymans eerst naar Parijs om verder te studeren, nadien naar Berlijn, daar werd hij vier jaar assistent van professor Raymond Dubois.

Jan Frans Heymans werd in 1892 te Gent de pas opgerichte leerstoel in de farmacodynamiek aangeboden, een onderdeel van de farmacologie of de kennis der geneesmiddelen, anders gezegd het experimenteel onderzoek naar geneesmiddelen.

Het opsporen van de werkingswijze van een geneesmiddel, gewoonlijk eerst bij de dieren, en ook de therapeutische werking van het geneesmiddel, dus de genezende kracht die het bezit.

Het is dus een onderzoek dat direct bij de fysiologie aansluit.

Het instituut werd later naar hem genoemd en werd nadien geleid door zijn zoon Corneel Heymans.

Voor dit werk behaalde zijn zoon in 1938 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde met als officiële vermelding: “Voor het aantonen hoe de bloeddruk en het zuurstofgehalte van het bloed door het lichaam worden gemeten en hoe dit wordt overgedragen naar de hersenen”.

Ondertussen was vader Jan Frans Heymans overleden, maar iedere wetenschapper is ervan overtuigd dat hij mede aan de basis lag van het succes van zijn zoon.

De Prijs Jan-Frans Heymans is een vijfjaarlijkse prijs die sinds 1942 toegekend wordt aan een doctor in de geneeskunde, voor een oorspronkelijke verhandeling, in het Nederlands, Engels of het Frans, die moet handelen over experimentele of klinische farmacologische wetenschappen.

De prijs bedraagt tegenwoordig 2.500 euro.