Vandaag, 45 jaar geleden, op 10 september 1980 kreeg Rob de Nijs uit handen van Cliff Richard een platina plaat voor zijn album “Met Je Ogen Dicht”.

Het kwam op 22 maart de lp Top 50 binnen en stond vanaf 14 juni maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats.

Ook in Vlaanderen was het album een groot succes.

Tijdens een diner, georganiseerd door platenmaatschappij EMI, kreeg De Nijs de onderscheiding uit handen van de Britse zanger Cliff Richard.

Het album, geproduceerd door Gerard Stellaard, bevatte bekende nummers als “Zondag”, geschreven door Stellaard, Bill van Dijk en Tineke Beishuizen, die al eerder teksten schreef voor Rob De Nijs en die in augustus 2023 overleed.

Ook de covers “Alleen Is Maar Alleen” met Nederlandse tekst van Benny Neyman en “Foto Van Vroeger” (oorspronkelijk van Udo Jürgens en de tekst van “Foto Van Vroeger” was van Joost Nuissl, die in totaal voor vijf nummers de tekst schreef voor het album) droegen bij aan de populariteit van het album.

90 jaar geleden, de verbazende bloei van de gemeente Anderlecht

Aan het einde van de negentiende eeuw kampte Brussel met zijn gemeentelijk slachthuis.

De verouderde installaties veroorzaakten ernstige hygiënische problemen en de lozing van afval in de Zenne vervuilde de rivier.

Daarom werd in 1887 besloten om het gebouw te vervangen.

De oplossing kwam een jaar later, in 1888, toen de gemeente Anderlecht een concessie verleende voor de bouw en uitbating van een nieuw slachthuis met een veemarkt. Hiervoor werd de vennootschap “Abattoirs et Marchés d’Anderlecht-Cureghem” opgericht, waarin naast banken ook industriëlen en handelaars investeerden.

Architect Emile Thiron kreeg de opdracht en liet zich voor zijn ontwerp inspireren door de beroemde “Grande Halle de la Villette” in Parijs.

Op een drassig terrein van zo’n twintig hectare, dat eerst opgehoogd moest worden, verrees een indrukwekkende overdekte markthal van 100 bij 100 meter.

De constructie is een parel van industriële architectuur, met een gebogen staalstructuur die rust op gietijzeren pilaren.

Zelfs vandaag nog wordt de hal overeind gehouden door 218 ton gietijzer en 640 ton ijzer.

De monumentale hoofdingang, ontworpen door architect Henri Rieck, werd in 1901-1902 toegevoegd en wordt gesierd door twee iconische bronzen stieren van de hand van Isidore Bonheur.

In 1920 nam de gemeente Anderlecht de leiding over.

Na een periode van economische moeilijkheden werd het domein in 1980 verkocht aan een coöperatieve vereniging van handelaars en slachters die de renovatie op zich namen.

Hieruit ontstond in 1983 de vennootschap die we vandaag kennen als Abattoir.

Vandaag is de site veel meer dan enkel een slachthuis. De historische hal is een levendige overdekte markt voor voeding en een populaire rommelmarkt.

Op het terrein bevinden zich ook de Kelders van Kuregem, die sinds een renovatie in 1992 dienstdoen als evenementenlocatie voor beurzen en tentoonstellingen.

Daarnaast herbergt het domein ook een ijskelder en een paddenstoelenkwekerij.

De oorspronkelijke functie van de site loopt echter op zijn einde.

De slachtlijn, die vandaag vooral voor rituele slachtingen wordt gebruikt, zal na het aflopen van de milieuvergunning in 2028 definitief sluiten.

Hiermee komt een einde aan een belangrijk tijdperk voor het slachthuis van Anderlecht.

50 jaar geleden, waarom zanger Peter West ook voor andere artiesten een goede promotor kan zijn.

De muzikale reis van Paul Nijs, bij het grote publiek beter bekend als zanger Peter West, begon al op jonge leeftijd met een opleiding klassieke gitaar aan de plaatselijke muziekschool.

Als zestienjarige zette hij onder de naam Paul Robbins zijn eerste stappen in de showbizz met een eigen plaat.

Al snel sloot hij zich aan bij de groep “Les Jeunes”, waar hij samenspeelde met een jonge Paul Michiels.

Daarna werd hij lid van “The Hit Boys”, een in de streek zeer bekend orkest waar hij het podium deelde met artiesten als Bobby Prins en Luc Derdin.

Een cruciale wending kwam er tijdens zijn legerdienst in 1968.

In Turnhout ontmoette hij commandant Karel Van Herck, die op dat moment de manager was van gevestigde waarden als Marc Dex, Juul Kabas en Micha Marah.

Onder de vleugels van Van Herck en met topproducer Roland Kluger lanceerde hij in 1969 zijn eerste single als Peter West: “Santo Domingo”.

Vanaf dat moment kwam zijn carrière in een stroomversnelling.

Hits als “Met jou wil ik leven”, “Lieveling”, “Zoon van mijn vader”, “Zeg aan Carina” en “Zonder vrees” volgden elkaar in hoog tempo op. “Zeg aan Carina” was een compositie van Leo Caerts, de man achter “Eviva Espana”, en met “Zonder vrees” stond Peter West drie weken lang op nummer één in de Tele top tien.

In deze topperiode verzorgde een toen nog onbekende Ann Christy zijn voorprogramma, nog voor ze zelf doorbrak via Canzonissima.

In 1974 besloot Paul Nijs een andere weg in te slaan en werd hij producer bij Monopole Records. In die rol toonde hij zijn talent om andere artiesten te lanceren.

Hij zorgde ervoor dat Claire haar superhit “Vreemde Vogels” kon opnemen, waarmee ze zes weken op nummer één stond in Nederland.

Ook de eerste opnames van Judy Mc Queen (Sonia Pelgrims) waren producties van zijn hand; haar single “Moving Along” werd in 1975 een hit die tien weken in de BRT Top 30 stond.

Dankzij uitstekende contacten in de Duitse muziekwereld verhuisde Peter in 1976 definitief naar Düsseldorf.

Dit betekende het einde van zijn loopbaan als zanger.

Toch was zijn invloed nog niet voorbij.

Zijn voormalige begeleidingsband, “The Classic Illustration”, scoorde in 1977 met een productie van Peter West een nummer die de Top 5 bereikte in verschillende landen met het nummer “Darling I Love You”.

Paul Nijs, de man achter de artiest Peter West, overleed in mei 2023.

Deze week, precies 95 jaar geleden, werd Netta Duchâteau gekroond tot Miss België.

Het was de opmaat naar een nog groter succes: een klein jaar later, op 16 juni 1931, won ze als tot op heden enige Belgische de internationale titel van Miss Universe.”

Netta Duchâteau, geboren als Annette Netta Duchâteau, in 1910, in een welgestelde Naamse familie, werd een van de eerste Belgische bekende gezichten.

In 1930 schreef ze zich met een simpele brief en foto in voor de Miss België-verkiezing, die toen pas voor de tweede keer werd georganiseerd, en wist de jury, met daarin onder meer Stijn Streuvels, te overtuigen.

Met haar titel op zak vertrok de twintigjarige Netta, samen met haar moeder, naar Texas voor de Miss Universe-verkiezing.

Ondanks dat ze geen Engels sprak, blonk ze uit tijdens de zware proeven, zoals een urenlange parade in badpak.

Tot ieders verbazing versloeg ze de Amerikaanse favoriete en werd ze gekroond tot Miss Universe.

Ze verdiende daarmee 2500 Amerikaanse dollar en een zilveren aandenkplaat ter waarde van 1000 dollar

De internationale pers omschreef haar als een “flashing brunette” en prees haar moedige karakter. Die reputatie was terecht, want op haar negentiende had ze al haar vliegbevet gehaald in een wereld die volledig door mannen werd gedomineerd.

Na haar overwinning keerde ze terug naar België, waar ze haar roem verzilverde.

Ze werd het gezicht van talloze producten, van tandpasta tot voor chocoladepasta van Kwatta, en poseerde voor de auto-industrie en krijgt daarvoor zelfs een Citroën cadeau.

Haar beeltenis werd misschien wel het onvergetelijkst als het ondeugende meisje op de

-sigarettenpakjes, hoewel ze zelf nooit heeft gerookt.

Ze trouwde in 1932 met Henri Van Den Bossche, met wie ze een zoon, Charles, kreeg.

Het huwelijk eindigde echter in een scheiding en hierna richtte ze zich op het acteren.

Hoewel haar filmrol in “Grains de beauté” geen succes werd, vond ze wel haar plek op de theaterplanken.

Zelfs tijdens de oorlog speelde ze in Parijs, en later vertolkte ze in Brussel rollen in klassiekers als “Cyrano de Bergerac”.

Later week Netta Duchâteau uit naar Monaco, waar ze op 24 mei 1994, op 83-jarige leeftijd overleed.

Tot op heden is ze de enige uit ons land die de Miss Universe heeft gewonnen.

Vanavond, 95 jaar geleden, Miss Belgium in de feestzaal van de Wereldtentoonstelling in Antwerpen.

De winnares was de Naamse actrice Netta Duchâteau, die later dat jaar in Texas ook de titel van Miss Universe zou winnen.

De geschiedenis van de wedstrijd was op dat moment nog jong en kende een opmerkelijke evolutie.

Het hele avontuur begon in 1919 als een promotiestunt van de Waalse krant ‘La Dernière Heure’.

De verkiezing werd bewust aan de kust georganiseerd, omdat men daar niet vreemd opkeek van vrouwen in badpak. Omdat de oproep enkel in de organiserende krant verscheen, waren de meeste deelneemsters afkomstig uit Wallonië.

Opmerkelijk genoeg werd de wedstrijd gewonnen door een Britse toeriste die toevallig aan de kust op vakantie was.

Het evenement was een commercieel succes, en dus werd het de volgende jaren herhaald. Omdat de locatie steevast een kustplaats was, kreeg de winnares de titel ‘Miss Kust’ of ‘Miss Litoral’.

Dit veranderde in 1928, toen de eerste Miss Europa-verkiezing van start ging, mocht België niet deelnemen.

De reden was simpel: ons land had geen officiële Miss België, enkel een Miss Kust.

De naam moest dus veranderen. Journalist Jean-Jacques Fortis nam de organisatie over, maar hield vast aan de traditie om het evenement aan zee te organiseren, ditmaal in Blankenberge.

De winnares, de Waalse Ann Koyaert, werd daardoor onbedoeld nog ‘Koningin van het strand’ genoemd in plaats van Miss België.

De eerste echte, officiële Miss België-verkiezing vond plaats in 1929.

De titel ging naar de Brusselse Jenny Vanparays.

Een vast onderdeel van de wedstrijd was de badpakronde, die destijds als bevrijdend voor de vrouw werd beschouwd.

Daarnaast werden de deelneemsters in een speciale kast opgemeten om te controleren of hun maten voldeden aan het toenmalige ideaalbeeld.

Een van de eredames was de Gentse Alice de Rammelaere. Ik heb niet veel terug kunnen vinden dan dat ze geboren is op 25 maart 1913 en dat ze trouwde op 26 oktober 1935 met Luis Albornoz.

Eind 1967 bundelden drie grote textielbedrijven—Union Cotonnière, Louisiane-Texas (Loutex) en Etablissements Textiles Fernand Hanus—hun krachten tot één nieuwe textielgigant: UCO.

De leiding van de nieuwe groep was een complex web van de grote Gentse textielfamilies.

René Hanet werd voorzitter van het directiecomité, terwijl de Generale Maatschappij als tweede aandeelhouder de Raad van Bestuur voorzat.

De directie zelf was verdeeld over de families Hanet, Braun, Voortman en Hebbelynck, waarbij zonen en schoonzonen de belangrijkste commerciële en technische posten bezetten.

Op haar hoogtepunt was UCO een waar imperium. Het bedrijf beschikte over meer dan twintig fabrieken, waaronder spinnerijen, weverijen en chemische bedrijven die aan textielveredeling deden, zoals het verven, bleken en waterafstotend maken van textiel., en stelde bijna 7000 mensen te werk.

Met een kapitaal van meer dan 1,6 miljard Belgische frank en enorme reserves controleerde UCO na de fusie bijna de volledige Gentse katoenindustrie.

De kantoren waren gevestigd in een modern pand aan de snelweg, met op de bovenverdieping zelfs een appartement voor baron Braun om belangrijke gasten te ontvangen.

Wat het hoogtepunt leek, zou echter het begin van het einde blijken.

In 1989 werd UCO opgesplitst in divisies en werden de innovatieve afdelingen voor onderzoek en ontwikkeling gesloten.

Een fusie met het Indiase Raymond Ltd. in 2006 kon het tij niet keren: in 2008 sloot de denimfabricage in Gent, wat 393 banen kostte.

De genadeslag volgde in 2009 met de sluiting van de modernste fabriek, Cotonnière E.J. Braun. Zo verdween niet alleen UCO, maar met het bedrijf ook bijna de gehele katoenindustrie uit Gent.

95 jaar geleden, uit het leven van de Amerikaanse actrice Alice White.

Alice White groeide op in New Haven, Connecticut, waar ze een opleiding tot stenografie volgde.

Toen haar grootouders naar Californië verhuisden, zette ze haar studie voort aan Hollywood High School.

Daar was Mary Brian, de latere bekende actrice, een van haar medeleerlingen.

Na haar opleiding had ze verschillende banen, waaronder typiste, telefoniste, verkoopster en etaleur.

Een vriendin van haar, die bij Universal werkte, wees haar op een auditie.

Regisseur Joseph Von Sternberg zag direct haar levendigheid, maar vond haar lach ‘zowel vreselijk als meeslepend’.

Hij bood haar een contract aan bij de publiciteitsafdeling en later als zijn persoonlijke secretaresse.

Een kantoorbaan was echter niet genoeg voor Alice, want ze droomde van een filmcontract.

Na een conflict met Von Sternberg stapte ze over naar Charlie Chaplin, die haar uiteindelijk een rol voor de camera gaf.

Ze speelde met succes rollen als ‘flapper’ – een zelfbewuste vrouw die zich niets aantrok van de gangbare normen – of als geldgierige vrouw.

Hiermee trok ze de aandacht van regisseur Mervyn LeRoy, die veel potentieel in haar zag.

Door haar opvallende persoonlijkheid werd ze vaak vergeleken met actrice Clara Bow.

Met de opkomst van de geluidsfilm werd White populairder dan ze in de periode van de stomme film was.

Haar carrière raakte echter beschadigd door een schandaal: ze had een relatie met haar vriend Jack Warburton en haar toekomstige echtgenoot Sidney Bartlett tegelijk.

Dit leidde ertoe dat ze geen hoofdrollen meer kreeg en genoegen moest nemen met bijrollen.

Haar laatste film was ‘Flamingo Road’ uit 1949.

Alice White overleed in 1983 aan een beroerte.