
Martin Kemp van Spandau Ballet is trots op zijn succes.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



Eddy Wally’s roem was niet louter te danken aan zijn muzikale prestaties, maar veeleer aan zijn flamboyante persoonlijkheid en memorabele uitspraken.
Gekleed in opvallende glitterkostuums, à la Liberace, presenteerde Wally zich als een onverstoorbare optimist.
Zijn unieke taalgebruik, doorspekt met stopwoorden als “gewéldig” en “wauw”, werd een geliefd mikpunt van imitatie voor komieken en droeg bij aan zijn iconische status.
Dit komische imago leverde hem talrijke gastrollen op in amusementsprogramma’s, waaronder FC De Kampioenen (aflevering “Chérie”), Samson en Gert (aflevering 163, 1992) en Wie ben ik?, waar hij een team vormde met Daisy Van Cauwenbergh en Urbanus.
De vraag of Eddy Wally een typetje was, bleef lange tijd onbeantwoord.
Jan Van Rompaey, die hem meermaals interviewde, waaronder voor het programma Echo, meende dat Wally geen rol speelde, alhoewel hij zijn gedrag mogelijk enigszins aandikte.
Zijn woordenschat was volgens Van Rompaey beperkt.
Kamagurka, die meermaals met Wally samenwerkte, deelde een vergelijkbare visie.
Hij suggereerde echter dat Wally’s excentriciteit mede voortkwam uit de verwachtingen die aan een beroemdheid werden gesteld.
Kamagurka concludeerde uit hun samenwerkingen dat Wally een vorm van dyslexie had, wat bleek uit zijn fonetische schrijfwijze en moeite met het onthouden van eenvoudige teksten.
Een van Wally’s meest iconische televisierollen was die van Kapitein Wally in de absurdistische comedyreeks Lava (1989) van Kamagurka en Herr Seele.
In de rubriek “Wally in space”, een parodie op Star Trek, speelde hij een ruimtekapitein die bij dreigend gevaar steevast begon te zingen, want “als de kapitein zingt wijkt het gevaar.”
Later werkte hij samen met Kamagurka en Herr Seele aan het radioprogramma Studio Kafka op Studio Brussel.
Ook op de radio was Wally een bekende stem.
Van de tweede helft van de jaren 70 tot de jaren 80 presenteerde hij zijn eigen radioshow, “Onvergetelijk”, bij Omroep Oost-Vlaanderen.
In de jaren 2000 verzorgde hij een wekelijkse rubriek in het programma van Erwin Deckers en Sven Ornelis op Q-music.
In 2014 liet Wally zich interviewen door Eric Goens voor de documentairereeks Kroost. Dit gaf een inkijk in het leven achter de glitter en glamour.
In maart 2011 werd Wally getroffen door een hersenbloeding, met een lichte verlamming tot gevolg.
Zijn echtgenote meldde dat hij aan de linkerkant verlamd was en dat een terugkeer naar het podium onwaarschijnlijk was.
In juli van dat jaar verhuisde hij naar een rusthuis in Zelzate.
Het jaar 2012 bracht zowel verdriet als een laatste glimp van glorie., want op 6 oktober overleed Wally’s echtgenote, Mariëtte Roegiers, op 80-jarige leeftijd.
Kort daarna, op 14 en 15 december, maakte Eddy Wally een emotionele comeback tijdens de Nacht van de Schlagers in Kortrijk, waar hij definitief afscheid nam van het podium.
Op 6 februari 2016 overleed Eddy Wally in het rusthuis in Zelzate na een nieuwe hersenbloeding.
Zijn uitvaartplechtigheid vond plaats op 13 februari in de Sint-Laurentiuskerk in Zelzate, waar fans en vrienden afscheid namen van een onvergetelijk icoon.


In de 16e eeuw ontstonden in Italië de zogenaamde “Bergen van Barmhartigheid”. Deze liefdadigheidsinstellingen boden een oplossing voor de woekerrentes die arme mensen moesten betalen aan pandjeshuizen. Het idee was simpel: mensen konden tegen een lage rente geld lenen, met een waardevol voorwerp als onderpand.
Ook Gent kreeg in 1618 zijn eigen Berg van Barmhartigheid, enkele jaren vóór die in Kortrijk. Al in de 14e eeuw bestond er in Gent een vergelijkbare instelling, het “Dondersteen”, een soort pandjeshuis. Wenceslas Cobergher, een sleutelfiguur in de oprichting van dergelijke instellingen, kocht het Dondersteen in 1620 en liet het slopen.
Op de locatie in de Abrahamstraat, voorheen bekend als de Ser Symoenstraate, verrees een nieuw gebouw in de stijl van een Italiaans palazzo. De straat, vernoemd naar een verdwenen gevelbeeld van de aartsvader Abraham, is een oud tracé dat parallel loopt met de Burgstraat, van het Prinsenhof naar de Bonifantenstraat. Het nieuwe complex bestond uit drie delen: een conciërgewoning, het huis van de intendant, en het pandhuis zelf. De gevel domineert tot op de dag van vandaag het straatbeeld. In 1930 sloot de Gentse Berg van Barmhartigheid de deuren.
In Kortrijk werd de Berg van Barmhartigheid in 1627 opgericht door Wenceslas Cobergher, die ook de Berg in Brussel ontwierp. De bouw, in een conservatieve, gotische stijl, startte in 1629 en de instelling opende officieel in 1630.
Als openbare kredietinstelling bood de Berg de mogelijkheid om anoniem geld te lenen tegen een lage rente. Lenen gebeurde op basis van onderpand, zoals juwelen, boeken, kunstvoorwerpen of zilverwerk.
Pagadoren, of indragers, fungeerden als tussenpersonen tussen de Berg en de beleners. Ze brachten de eigendommen naar de Berg en haalden ze later weer op, waardoor de identiteit van de belener anoniem bleef.
Voor deze dienst betaalden de beleners een extra vergoeding. Oorspronkelijk werden pagadoren door de stad aangesteld, maar door misbruik kwam hier in de 18e eeuw verandering in. Voortaan werden ze beëdigd en aangesteld door de Bergen zelf. Het merendeel van de pagadoren was vrouwelijk, zo ook in Kortrijk.
De vier draaitrommels van de Kortrijkse Berg staan bij velen bekend als “vondelingenschuiven”, maar dit is een hardnekkige stadslegende.
Twee van de trommels hebben een uitsparing, maar deze dienden om discreet een pand te deponeren, niet om baby’s achter te laten. De trommels waren in feite draaideuren die toegang gaven tot het bureau waar men geld kon lenen.
De Berg van Barmhartigheid in Kortrijk sloot in 1922 door een gebrek aan kapitaal.
De Brusselse vestiging is de enige die vandaag de dag nog steeds bestaat in België.
Na de sluiting deed het gebouw in Kortrijk dienst als Rijksarchief.
Tijdens een bombardement op 21 juli 1944 werd het gebouw zwaar beschadigd, maar de kelders bleven gespaard. In 1960 werd het herbouwd en in 1964 nam het Rijksarchief er opnieuw zijn intrek.
Sinds 2009 is het als Rijksarchief en huis archivaris met stedelijke diensten aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed.
In 2018 werd het complex verkocht aan Konvert Service.
Samen met aanpalende panden in de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de Handboogstraat werd het omgebouwd tot het luxehotel “Cobergher Hotel”, een eerbetoon aan de bouwmeester.
Het Rijksarchief blijft wel aanwezig, met een huurcontract tot 2031.
(De Stad 25 januari 1934, diverse bronnen, Inventaris Vlaanderen erfgoed, Gent Geprent en Wikipedia)


Gisteren nog vandaag


Sapho uit 1934 werd geregisseerd door Léonce Perret en de hoofdrollen werden gespeeld door Mary Marquet als Fanny Legrand (Sapho), Jean-Max als Jean Gaussin en Marcelle Praince als Divonne.
Het verhaal is gebaseerd op de roman Sapho van Alphonse Daudet uit 1884 en gaat over Fanny Legrand, een courtisane die bekend staat onder de naam Sapho.
Ze wordt verliefd op de jonge Jean Gaussin, maar hun relatie wordt geteisterd door Sapho’s verleden en de sociale conventies van die tijd.
Uiteindelijk offert Sapho haar eigen geluk op om Jean een kans te geven op een betere toekomst.
Sommige critici prezen het acteerwerk van Mary Marquet, anderen vonden de film te melodramatisch en gedateerd.
Het verhaal van Sapho is meerdere keren verfilmd en dit zowel in Frankrijk als in de Verenigde Staten.
De bekendste versie is wellicht de Amerikaanse stomme film uit 1917 met Pauline Frederick in de hoofdrol (De Stad 25 januari 1935, diverse bronnen en Wikipedia)



Gisteren nog vandaag


Gaby Morlay werd geboren als Blanche Pauline Fumoleau op 8 juni 1893 in Angers, Maine-et-Loire, Frankrijk.
Haar vader was Adolphe Jean Fumoleau, een zeeman en handelaar, en haar moeder was Marie Pauline Boursereau.
Ze bracht haar jeugdjaren door in Angers en later in Parijs.
Haar ouders overleden toen ze nog jong was; haar moeder in 1903, haar vader in 1907.
Ze had twee zussen, Léonie en Georgette.
Na de dood van haar ouders verhuisde ze naar Parijs en volgde ze zang- en acteerlessen.
Ze begon haar carrière als danseres en trad op in revues in Parijs en ze werd ontdekt door een filmregisseur die haar zag optreden en haar een rol aanbood in een stomme film.
Ze debuteerde in 1914 in de stomme film Les Frères ennemis.
Ze speelde in meer dan 20 stomme films in de jaren 1910.
Ze maakte met succes de overstap naar geluidsfilms in de jaren 1930 en werd een van de populairste Franse actrices van die tijd.
Haar grootste successen waren onder meer:
Le Scandale (1934)
Les Perles de la Couronne (1937)
Entente cordiale (1939)
Le Voile bleu (1942)
Gigi (1949)
Le Plaisir (1952)
Papa, maman, la bonne et moi… (1954)
Naast haar filmcarrière was ze ook een succesvolle theateractrice.
Ze was twee keer getrouwd:
Eerste huwelijk: met acteur Max Maxudian van 1917 tot 1927 (scheiding).
Ze kregen samen een zoon, Claude.
Tweede huwelijk: met graaf Max de Zogheb in 1939, maar dit huwelijk was naar verluidt een verstandshuwelijk om politieke redenen en ze scheidden kort daarna, maar het huwelijk werd pas in 1949 ontbonden.
Ze stond bekend om haar elegante verschijning, charme en komisch talent.
Ze werd beschouwd als een van de grootste Franse actrices van haar generatie.
Ze was een icoon van de Franse cinema in de jaren 1930 en 1940.
Ze was bevriend met vele beroemdheden, waaronder Sacha Guitry, die verschillende films speciaal voor haar schreef.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderhield ze een lange relatie met een Duitsgezinde minister van de Vichy-regering, wat haar na de oorlog in opspraak bracht, maar haar carrière niet schaadde.
Gaby Morlay overleed door kanker op 4 juli 1964 in Nice, Frankrijk, op 71-jarige leeftijd.

