90 jaar geleden, het nieuwe Diocesaan Museum in de Schoutetstraat 7, in Mechelen (De Stad van 28 december 1934).

Het museum sloot de deuren in 1986, gelukkig bestaat vandaag nog wel het Archief van het Diocesaan Museum, Mechelen.

Het archiefbestand bestaat in de eerste plaats uit stukken in verband met de oprichting van het diocesane museum en de administratieve commissie in 1933.

Voorts zijn vergaderverslagen en briefwisseling van de commissie bewaard, evenals stukken betreffende de betrekkingen met de stedelijke en provinciale overheden.

Andere bescheiden betreffen de tentoonstellingen die in het museum werden georganiseerd en de weerklank ervan in de pers.

Rafaël Tambuyser, geboren en getogen in Mechelen, werd in 1927 tot priester gewijd en was één van de oprichters van het museum.

Vier jaar later behaalde hij in Leuven een diploma als licentiaat in het kerkelijk recht.

Datzelfde jaar benoemde kardinaal Van Roey hem tot secretaris van het aartsbisdom en tot assistent van diocesaan archivaris Jozef Laenen.

Na de dood van Laenen in 1940 werd Tambuyser archivaris en conservator van het diocesaan museum. E

en jaar later volgde de benoeming tot erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel.

Intussen was Tambuyser ook actief aan de kerkelijke rechtbank in Mechelen.

Met zijn aanstelling tot hulparchivaris en vervolgens hoofdarchivaris van het Aartsbisschoppelijk Archief groeide bij Tambuyser de interesse voor Mechelse geschiedenis.

In 1931 werd hij lid van de Mechelse oudheidkundige kring. Later volgde het lidmaatschap van diverse andere historische commissies en verenigingen.

In 1939 trad Tambuyser toe tot het bestuur van de oudheidkundige kring van Mechelen. Een jaar later werd hij voorzitter, een functie die Tambuyser tot aan zijn dood in 1966 bleef uitoefenen.

In het gebouw vestigde zich daarna het Koninklijke Manufactuur De Wit die over een van de prestigieuste privécollecties van wandtapijten ter wereld beschikt.

De “Manufacture de Tapisseries d’Art” werd in 1889 opgericht door Theo De Wit en vernoemd naar diens zoon, tapijtwever Gaspard De Wit.

Ook is er een werkplaats waar men werk verricht op het vlak van conservatie en restauratie van oude wandtapijten voor musea (De Stad van 28 december 1934, site Koninklijke Manufactuur De Wit, Wikipedia en Site Odis)

35 jaar geleden, reclame voor de whisky Whyte and Mackay (december 1989)

Whyte & Mackay wordt opgericht in 1844, in Glasgow en begint met het blenden en verkopen van whisky.

Whyte & Mackay staat bekend om zijn “double marriage” proces.

Dit houdt in dat de whisky twee keer gerijpt wordt: eerst rijpen de single malts 8 maanden op sherryvaten, daarna worden ze gemengd met graanwhisky’s en volgt een tweede rijping.

Dit zorgt voor een volle, ronde smaak.

Begin de 20e eeuw, Whyte & Mackay Special wordt een succes in het Verenigd Koninkrijk en andere Engelssprekende landen.

Medeoprichter Charles Mackay overlijdt in 1919.

In de jaren zestig, Whyte & Mackay introduceert nieuwe blends en single malts.

Het merk wordt in 2001 gekocht door Kyndal Spirits.

United Breweries Group, een Indiaas conglomeraat onder leiding van Vijay Mallya, neemt Whyte & Mackay over in 2007.

7 jaar later, in 2014, Emperador Inc., een Filipijns bedrijf, koopt Whyte & Mackay van United Breweries Group.

Het merk was sponsor van verschillende sportteams, waaronder Leeds United, Hibernian FC en Force India Formule 1 team.

Whyte & Mackay heeft vandaag een breed scala aan whisky’s, waaronder blends, single malts (zoals Dalmore, Jura en Fettercairn) en limited editions.

Priscilla Presley in verschillende tijdschriften

Priscilla Presley in de Joepie van 15 februari 1981

Gisteren nog vandaag

Priscilla Presley wil onafhankelijkheid bewijzen (Joepie 12 februari 1984)

Priscilla Presley over Elvis Presely (zomer 1984)

Gisteren nog vandaag

Priscilla Presley in de Joepie van 16 april 1979

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, Priscilla Presley steenrijk na uitspraak van echtscheiding (Joepie 31 oktober 1973)

40 jaar geleden, Priscilla Presley bijna gewurgd door reuze boa (Joepie 5 oktober 1980)

Gisteren nog vandaag

Dallas, kunnen Chris Atkins en Priscilla Presley de tv-reeks nog redden

40 jaar geleden, de onthulling van de laatste brief van Elvis Presley (Mei 1979)

Gisteren nog vandaag

Priscilla Presley op de cover van ‘De Post’ 1977

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Priscilla afgedankt (Joepie van 16 april 1984)

35 jaar geleden, Koen Crucke met zijn kerstnummer Vrolijk Kerstfeest.

Het nummer is geschreven door Bart Peeters en Hugo Matthysen. Maar voor de melodie gaan ze terug naar een nummer van de Amerikaanse componist Scott Joplin.

Joplin werd geboren in Linden, Texas, als zoon van Jiles en Florence Joplin, voormalige slaven.

Hij leerde als kind piano spelen en toonde al vroeg muzikaal talent.

Hij kreeg muziekles van de Duitse immigrant Julius Weiss, die hem kennis liet maken met de Europese klassieke muziektraditie.

Joplin verliet zijn ouderlijk huis als tiener en reisde door het zuiden van de Verenigde Staten als rondreizend muzikant.

Hij vestigde zich uiteindelijk in Sedalia, Missouri, waar hij piano speelde in bordelen en clubs en zijn eerste ragtime-composities schreef.

Zijn doorbraak kwam in 1899 met de publicatie van “Maple Leaf Rag”, een van de populairste en invloedrijkste ragtime-nummers aller tijden.

Joplin componeerde talloze andere ragtime-nummers, waaronder “The Entertainer”, “Elite Syncopations” en “Solace”.

Hij schreef ook twee opera’s, “A Guest of Honor” en “Treemonisha”, en een ragtime-ballet.

Joplin streefde ernaar om ragtime te verheffen tot een serieuze kunstvorm en werd door zijn tijdgenoten beschouwd als een serieuze en respectabele componist.

Joplin was dan ook een van de eerste Afro-Amerikaanse componisten die brede erkenning kreeg in de Verenigde Staten.

Hij was een pionier in de uitgeverswereld en richtte zijn eigen uitgeverij op, “Scott Joplin Music Company”.

Hij was een voorvechter van de rechten van Afro-Amerikaanse muzikanten en componisten.

De muziek van Joplin beleefde in de jaren 70 een heropleving, mede dankzij de film “The Sting” (1973), die zijn muziek populair maakte bij een nieuw publiek.

Joplin overleed op 1 april 1917 in New York aan de gevolgen van syfilis.

Hij was 48 of 49 jaar oud.

In 1976 ontving Joplin postuum de Pulitzer Prize voor zijn bijdragen aan de Amerikaanse muziek. Deze onderscheiding was een erkenning van zijn belang en invloed op de ontwikkeling van de Amerikaanse muziek.