De witte jurk van Marilyn Monroe en de verspreiding van de legendarische collectie van Debbie Reynolds.

Het beeld van Marilyn Monroe in haar witte jurk is onlosmakelijk verbonden met de filmgeschiedenis, mede dankzij het ontwerp van William Travilla voor de productie The Seven Year Itch uit 1955.

De bewuste scène bij het metrostation, waar de luchtstroom uit het ventilatierooster de rok doet opwaaien, groeide uit tot een universeel symbool van Hollywood-glamour.

Interessant is dat de iconische pose waarbij zij de jurk met beide handen omlaag drukt, eigenlijk niet exact zo in de uiteindelijke film voorkomt.

Dat specifieke beeld is vooral gebaseerd op de talloze persfoto’s die werden gemaakt tijdens de eerste opnames in de straten van Manhattan.

Omdat de enorme menigte fans en fotografen destijds voor te veel rumoer zorgde, moest de scène later in de gecontroleerde omgeving van een filmset opnieuw worden opgenomen.

De culturele waarde van dit kledingstuk werd in juni 2011 nogmaals bevestigd toen de jurk tijdens een veiling voor een recordbedrag van 5,6 miljoen dollar van eigenaar wisselde.

Sinds die bewuste veiling is de exacte verblijfplaats van de jurk niet meer publiekelijk bekendgemaakt.

Het kledingstuk werd door actrice en verzamelaar Debbie Reynolds verkocht aan een anonieme bieder die telefonisch deelnam, waardoor de jurk nu deel uitmaakt van een private collectie.

Hoewel er vaak verwarring ontstaat met de nauwsluitende, met kristallen bezette jurk die Monroe droeg tijdens haar legendarische verjaardagsserenade voor president Kennedy, is dat een ander stuk.

Die bewuste jurk is wel in publieke handen; deze werd in 2016 gekocht door de museumketen Ripley’s Believe It or Not!.

De opwaaiende witte jurk van Travilla blijft echter verborgen voor het grote publiek.

De veiling in 2011 markeerde het einde van de droom van Debbie Reynolds om een officieel Hollywood-museum op te richten.

Doordat de financiering hiervoor nooit rondkwam, raakte haar unieke collectie definitief verspreid.

Zo werden de zeldzame Arabian test-schoenen van Dorothy uit The Wizard of Oz verkocht, terwijl een ander paar uit de film via een schenking door onder andere Leonardo DiCaprio en Steven Spielberg terechtkwam in het Academy Museum of Motion Pictures.

Ook de beroemde Ascot-jurk van Audrey Hepburn uit My Fair Lady bracht miljoenen op en verdween, net als de jurk van Monroe, in een anonieme privécollectie.

Zelfs de garderobe van Gene Kelly uit Singin’ in the Rain werd opgesplitst, waarbij bijpassende kostuums door verschillende bieders werden gekocht.

Hoewel veel van deze stukken nu achter gesloten deuren worden bewaard, blijft de herinnering aan de scène op het metrostation een van de meest krachtige beelden uit de westerse cultuur.

De artistieke gedaanteverwisseling van Romy Schneider in maart 1961

Vandaag 65 jaar geleden, op 29 maart 1961, vond in het Théâtre de la Renaissance in Parijs de spraakmakende première plaats van het toneelstuk ‘Dommage qu’elle soit une putain’, de Franse vertaling van het originele Britse stuk ‘Tis Pity She’s a Whore van John Ford uit de zeventiende eeuw.

Romy Schneider stond hierin samen met Alain Delon op de planken onder regie van Luchino Visconti.

Dit klassieke drama over een gedoemde liefde tussen broer en zus markeerde een definitief omslagpunt in haar carrière.

De actrice, die wereldberoemd werd in de rol van de jonge en onschuldige vorstin, nam hiermee bewust afstand van haar eerdere suikerzoete imago.

Hoewel het grote publiek haar na films als Monpti en Die Halbzarte even uit het oog leek te verliezen, bewees zij hiermee haar transformatie tot een serieuze, Europese karakteractrice.

Deze artistieke ontwikkeling ging hand in hand met een uiterlijke verandering.

Onder invloed van Coco Chanel ruilde Romy haar vroegere stijl in voor die van een elegante Parijse vrouw.

In deze periode van maart 1961 werkte zij ook met Visconti aan het filmproject Boccaccio 70.

Ondanks haar groeiende professionele status bleef haar privéleven de gemoederen bezighouden.

Terwijl zij en Alain Delon veelvuldig samen werden gezien, weigerden zij hun relatie officieel te bevestigen.

De pers speculeerde volop over hun verbintenis, mede door geruchten over de charmes van Claudia Cardinale, die op dat moment met Delon werkte aan de film Rocco e i suoi fratelli, vertaald als Rocco en zijn broers.

Romy Schneider ontweek in maart 1961 behendig de nieuwsgierige vragen over haar toekomstplannen en haar liefdesleven.

Het was duidelijk dat zij zich niet langer liet beperken door de verwachtingen die voortkwamen uit haar vroege successen.

Zij koos resoluut voor haar eigen artistieke weg en persoonlijke groei, ongeacht de aanhoudende stroom aan geruchten in de media.

Met haar optreden in Parijs liet zij zien dat zij vastberaden was om haar eigen koers te blijven varen in de internationale film- en theaterwereld.

Van de filmset van Bresson naar het testament van Epstein: het bewogen levenspad van Caroline Lang

Het leven van Caroline Lang, de dochter van de Franse politicus Jack Lang, is een opmerkelijke reis geweest door de werelden van kunst, recht en internationale media.

In 1984 werd zij geportretteerd als een veelzijdige eenentwintigjarige die haar tijd verdeelde tussen haar rechtenstudie, een rol in de film L’Argent van Robert Bresson en haar politieke ambities voor de socialistische partij in Parijs.

Destijds woonde ze nog in het ouderlijk huis in het Quartier Latin, waar ze de maaltijden verzorgde voor haar vader, die op dat moment minister van Cultuur was.

Haar vader, geboren in 1939, was een van de meest invloedrijke figuren in het Franse culturele beleid onder president Mitterrand en bleef tot begin 2026 actief als voorzitter van het Institut du monde arabe.

Na deze vroege start in de filmwereld en de politiek koos Caroline voor een loopbaan achter de schermen van de internationale amusementsindustrie.

Ze bouwde een indrukwekkende carrière op bij de Amerikaanse filmstudio Warner Bros., waar ze opklom tot de positie van Senior Vice President.

In deze hoedanigheid was ze jarenlang verantwoordelijk voor de distributie en productie in Frankrijk en andere Franstalige gebieden, waarmee ze haar juridische achtergrond combineerde met haar passie voor de filmsector.

Daarnaast ontwikkelde zij zich tot een gerespecteerd expert en verzamelaar op de internationale kunstmarkt.

Begin 2026 nam haar loopbaan een onverwachte wending toen ze werd benoemd tot gedelegeerde bestuurder van het Syndicat des producteurs indépendants.

Kort na deze aanstelling raakte zij echter betrokken in een publieke discussie, nadat bekend werd dat zij werd genoemd in documenten rondom de Amerikaanse zakenman Jeffrey Epstein.

Caroline Lang werd in het testament van de zakenman aangewezen als een van de begunstigden die een aanzienlijk bedrag zou ontvangen.

Uit de dossiers bleek dat zij en Epstein gedurende langere tijd een persoonlijke relatie onderhielden die terugging tot de jaren tachtig en negentig.

In die periode was zij werkzaam in de internationale film- en mediawereld, een sector waarin Epstein vaker contacten zocht met invloedrijke personen en hun familieleden.

De documenten suggereerden dat er sprake was van een langdurige vriendschap, waarbij zij ook op verschillende van zijn eigendommen was gezien.

Toen deze informatie begin 2026 publiekelijk bekend werd, leidde dit tot grote verontwaardiging in de Franse cultuursector, mede vanwege de ernstige misdrijven waarvan Epstein werd beschuldigd.

Hoewel er geen bewijs naar voren kwam dat zij betrokken was bij zijn illegale activiteiten, zorgden de directe financiële link en de aard van hun verstandhouding voor een onhoudbare situatie.

De aanhoudende publieke druk leidde ertoe dat zij begin 2026 besloot al haar functies bij de producentenorganisaties neer te leggen.

Hiermee kwam een abrupt einde aan haar formele rol binnen de Franse cultuurwereld, die zij decennialang mede had vormgegeven.

Syreeta Wright, de ex van Stevie Wonder, hij wilde me alleen zien als huisvrouw.

Syreeta Wright werd geboren in 1946 in Pittsburgh en begon al op vierjarige leeftijd met zingen.

Haar jeugd werd getekend door het verlies van haar vader, Lordian Wright, die sneuvelde in de Koreaanse Oorlog.

Samen met haar zus Kim werd ze opgevoed door haar moeder Essie en haar grootmoeder.

Het gezin verhuisde regelmatig tussen Detroit en South Carolina, om zich uiteindelijk definitief in Detroit te vestigen toen Syreeta naar de middelbare school ging.

Hoewel ze droomde van een carrière in het ballet, zorgden financiële problemen ervoor dat ze haar focus verlegde naar de muziek.

Na bij verschillende zanggroepen te hebben gezongen, vond ze in 1965 een baan als receptioniste bij Motown. Binnen een jaar klom ze op tot secretaresse van Mickey Stevenson.

Mickey Stevenson was een cruciale figuur binnen Motown als de allereerste A&R-directeur van het label.

Hij was verantwoordelijk voor het vormen van de artistieke richting en stelde de beroemde studioband de Funk Brothers samen.

Stevenson schreef en produceerde talloze hits, waaronder Dancing in the Street, en hielp bij het opzetten van de carrières van grote namen als Marvin Gaye en Martha Reeves.

Voor Syreeta was het werken als zijn secretaresse, net zoals Martha Reeves dat voor haar had gedaan, een directe ingang in de creatieve kern van het bedrijf.

Haar zangtalent bleef niet onopgemerkt; Edward Holland van het beroemde schrijversteam Holland-Dozier-Holland hoorde haar zingen en zette haar in voor demo’s van nummers voor de Supremes.

In deze periode bij Motown in Detroit ontmoette ze Stevie Wonder. De twee vonden elkaar in een diepe artistieke harmonie en stapten op 14 september 1970 in het huwelijksbootje.

Syreeta bood hem niet alleen vocale steun, maar ook zakelijk en muzikaal advies, terwijl hij haar hielp haar talent aan de wereld te tonen.

Hoewel ze in 1972 na een huwelijk van achttien maanden als vrienden uit elkaar gingen, bleef hun professionele band ijzersterk.

Samen met Stevie Wonder schreef Syreeta mee aan grote successen zoals Signed, Sealed, Delivered (I’m Yours) en If You Really Love Me, beide grote hits voor Stevie zelf.

Ook It’s A Shame, een hit voor de Spinners, kwam van hun hand. Stevie produceerde haar eerste twee soloalbums en schreef mee aan nummers als Your Kiss Is Sweet, Spinnin’ And Spinnin’ en Harmour Love.

Ondanks deze successen kende hun huwelijk een moeizame dynamiek door de verwachting dat zij zich zou schikken in de rol van traditionele huisvrouw, wat botste met haar eigen ambities.

Midden jaren zeventig woonde ze korte tijd in Ethiopië, waar ze werkte als lerares in transcendente meditatie.

Syreeta trouwde in totaal drie keer en kreeg vier kinderen.

Na haar huwelijk met Stevie Wonder trouwde ze met bassist Curtis Robertson Jr., met wie ze twee kinderen kreeg: Jamal en Hodari.

Dit huwelijk eindigde in 1982 in een scheiding.

Haar muzikale carrière bleef echter bloeien, met als absoluut hoogtepunt het duet With You I’m Born Again met Billy Preston uit 1980, dat internationaal grote successen behaalde in de hitlijsten.

In totaal nam ze zes soloalbums op bij Motown en bracht ze duetalbums uit met Billy Preston en G.C. Cameron.

In 1983 verscheen haar laatste album, waarna ze de showbusiness verliet om zich volledig op haar gezin te richten in Los Angeles. Syreeta Wright overleed op 6 juni 2004 op 58-jarige leeftijd aan hartfalen, een gevolg van de behandelingen tegen borst- en botkanker.

65 jaar geleden, De Amerikaanse actrice Sue Lyon is verkozen om de rol van Dolores Haze te spelen in de film Lolita van de Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick

De film Lolita uit 1962 is een zwart-witdrama, geregisseerd door Stanley Kubrick, gebaseerd op de gelijknamige en destijds veelbesproken roman van Vladimir Nabokov.

Dit boek werd uitgebracht in 1955 en is een van de meest controversiële en meest gelezen werken van die tijd.

In de editie van Piccolo van 19 maart 1961 werd al vooruitgeblikt op de verfilming met de eerste foto van de jonge actrice Sue Lyon.

Nabokovs beroemdste werk veroorzaakte een groot schandaal; de roman kreeg het predicaat pervers opgeplakt en de auteur werd voor pornograaf uitgemaakt.

Dit leidde ertoe dat het boek van 1956 tot 1958 verboden werd in Frankrijk en ook in de Verenigde Staten pas in 1958 gepubliceerd kon worden.

In het Verenigd Koninkrijk nam de douane zelfs alle exemplaren in beslag die het land binnenkwamen, tot de officiële publicatie daar in 1959.

Inmiddels wordt het boek echter beschouwd als een van de hoogtepunten van de moderne romankunst.

Lyon werd op pas veertienjarige leeftijd gecast voor de rol van Dolores Haze in de verfilming van Kubrick.

Ze speelde een twaalfjarig meisje op wie een oudere man, de Europese professor Humbert Humbert, smoorverliefd wordt.

De film was daardoor, en gecombineerd met het feit dat Lyon zelf minderjarig was, indertijd vrij controversieel.

In diverse landen werd de productie met de destijds gewaagde beelden dan ook gecensureerd.

Zo moesten in de Australische en Britse versies bepaalde scènes worden ingekort of aangepast.

In de Verenigde Staten probeerde de katholieke kerk de film maandenlang tegen te houden, wat Kubrick dwong om extra aanpassingen in de montage te maken.

De casting van Sue Lyon was groot nieuws, aangezien zij uit achthonderd kandidaten werd gekozen voor de felbegeerde rol.

Tijdens de première was de actrice, die overigens ook de nummers Lolita Ya Ya en Turn Off the Moon inzong voor de soundtrack, nog altijd maar vijftien jaar oud.

De rol leverde haar in 1963 een Golden Globe op.

James Mason nam de uitdagende rol van de getroebleerde Humbert Humbert op zich, een personage dat door andere grote acteurs zoals Laurence Olivier en David Niven werd geweigerd vanwege de gevoelige aard van de film.

Naast Mason leverde Peter Sellers een gedenkwaardige prestatie in de bijrol van de mysterieuze Clare Quilty.

Vanwege de strikte filmcensuur in die tijd, de zogenaamde Hays Code, moest Kubrick veel van de expliciete thema’s uit het boek subtieler aanpakken door de nadruk te leggen op zwarte humor en psychologisch drama.

Hoewel het verhaal zich afspeelt in de Verenigde Staten, vonden de opnames onder leiding van Kubrick plaats in de Associated British Studios in Elstree, Engeland.

De film werd uiteindelijk geprezen om de visuele stijl en ontving een Oscarnominatie voor het beste aangepaste scenario, dat door Nabokov zelf was geschreven.

Serge Gainsbourg en de artistieke blik van zijn nieuwe muze Bambou.

In de beginjaren tachtig bevond de Franse cultfiguur Serge Gainsbourg zich in een nieuwe fase van zijn leven, zowel artistiek als persoonlijk.

Na de breuk met Jane Birkin vond hij een nieuwe muze en partner in Bambou, een jonge vrouw die een rustgevende maar ook fascinerende invloed op hem had.

Hun relatie werd gekenmerkt door een contrast tussen de publieke provocatie waar Gainsbourg om bekendstond en de intimiteit die zij deelden tijdens hun gezamenlijke reizen en werkprojecten.

Tijdens een verblijf in Gabon voor de opnames van de film Équateur kwam de dynamiek tussen het paar duidelijk naar voren.

Terwijl Gainsbourg zich concentreerde op zijn rol als regisseur, paste Bambou zich moeiteloos aan de lokale omgeving aan.

Haar verschijning en spontaniteit maakten indruk op de mensen om haar heen, waarbij ze zelfs traditionele vlechtjes in haar haar liet maken.

Voor Gainsbourg was zij niet alleen een partner, maar ook een dankbaar onderwerp voor zijn fotografie en filmkunst, waarbij hij haar schoonheid in diverse producties vastlegde.

Gainsbourg reflecteerde in deze periode ook op zijn eigen karakter, waarbij hij erkende dat er een zekere donkerte en onvoorspelbaarheid in hem school.

Hij zag zijn kunst, of het nu muziek, schilderkunst of film was, als een noodzakelijke uitlaatklep voor zijn innerlijke onrust.

Tegelijkertijd begon hij afstand te nemen van het hectische nachtleven van de Parijse clubs en gaf hij de voorkeur aan de ingetogen luxe van gerenommeerde hotelbars, waar hij in de namiddag kon genieten van een zorgvuldig bereide cocktail.

Zijn veelzijdigheid als kunstenaar bleef de kern van zijn bestaan.

Hij beschouwde zichzelf als een man die door vele disciplines was gevormd, van de piano en gitaar tot de architectuur en de literatuur.

Een bijzonder bezit dat hij koesterde en dat een centrale plek op zijn piano in Parijs innam, was een filmzoeker die hij jaren eerder van Brigitte Bardot had gekregen.

Dit optische instrument, waarmee een regisseur shots kan bepalen zonder de zware camera te verplaatsen, stond symbool voor zijn passie voor het visuele.

Het was een kostbaar kleinood dat zijn voortdurende drang om de wereld door een artistieke lens te bekijken bevestigde, een passie die hem tot aan het einde van zijn carrière zou blijven drijven.

De Italiaanse actrice Laura Antonelli

Laura Antonelli was een van de meest bekende gezichten van de Italiaanse cinema in de jaren zeventig en tachtig.

Ze werd geboren als Laura Antonaz in 1941 in Pola, een stad die destijds tot Italië behoorde maar tegenwoordig in Kroatië ligt.

Voordat ze haar weg naar het witte doek vond, werkte ze als lerares lichamelijke opvoeding, een achtergrond die haar hielp bij haar gracieuze verschijning in latere rollen.

Haar grote internationale doorbraak kwam in 1973 met de film Malizia, geregisseerd door Salvatore Samperi.

In deze film speelde ze een huishoudster die de harten van een weduwnaar en zijn drie zonen op hol bracht.

De film was een gigantisch commercieel succes en maakte van Antonelli op slag een wereldberoemde verschijning.

Ze werd geprezen om haar vermogen om onschuld te combineren met een sterke sensuele uitstraling, wat haar de bijnaam de goddelijke schepping opleverde.

Gedurende haar carrière werkte ze samen met enkele van de grootste regisseurs van die tijd, waaronder Luchino Visconti in L’Innocente uit 1976 en Ettore Scola in Passione d’amore uit 1981.

In deze films bewees ze dat ze meer was dan alleen een mooie verschijning en dat ze over een aanzienlijk dramatisch talent beschikte.

Ook haar persoonlijke leven trok veel aandacht, met name haar jarenlange relatie met de Franse acteur Jean-Paul Belmondo, met wie ze in verschillende films schitterde.

Helaas kende haar leven vanaf de jaren negentig een tragische wending.

Na een mislukte cosmetische ingreep voor de opnames van de film Malizia 2000 veranderde haar uiterlijk ingrijpend, wat leidde tot een diepe persoonlijke crisis.

Tegelijkertijd raakte ze verwikkeld in juridische problemen en kampte ze met een tanende gezondheid en eenzaamheid.

Ze trok zich volledig terug uit de openbaarheid en leefde de laatste jaren van haar leven in de buurt van Rome, waar ze in 2015 op 73-jarige leeftijd overleed.

De Franse actrice, zangeres en fotomodel Arletty, geboren als Léonie Marie Julie Bathiat, de stem en de ziel van de Franse cinema.

Voor velen was Arletty de stem van de Franse cinema zelf, een vrouw die door een simpele voornaam en enkele beroemde filmzinnen een onuitwisbare indruk achterliet in de filmgeschiedenis.

Ze stond bekend om haar rollen als Garance in Les Enfants du Paradis en Madame Raymonde in Hôtel du Nord, personages die zij verrijkte met een mengeling van waardigheid, trots en een vleugje brutaliteit.

Ondanks dat ze door visuele problemen gedwongen werd de wereld van film en theater te verlaten, behield ze in haar appartement aan de Rue Rémusat de sprankelende energie van een jonge vrouw.

Ze lachte om haar eigen tegenstrijdigheden, zoals haar vermeende luiheid, terwijl ze in werkelijkheid decennialang onafgebroken op de planken en voor de camera stond.

In een interview in maart 1981 vertelde ze over haar herinneringen aan haar eerste draaidag voor La douceur d’aimer, wat naar haar eigen zeggen een complete mislukking was, ondanks de aanwezigheid van de door haar bewonderde acteur Victor Boucher.

Ze sprak destijds ook over haar honkvastheid; ze speelde twintig jaar lang uitsluitend in Parijs en weigerde lange tijd om op tournee te gaan.

Pas na het overlijden van de schrijfster Colette stemde ze in met een tournee voor het stuk Gigi, uit respect en genegenheid voor de overleden auteur.

Arletty sprak met veel bewondering over deze excentrieke schrijfster en over de schilderes Marie Laurencin, twee vrouwen die een blijvende indruk op haar hadden gemaakt.

Ook Mistinguett kon op haar respect rekenen vanwege haar enorme werklust.

Arletty herinnerde zich geamuseerd hoe Mistinguett door het publiek werd aanbeden, maar ook hoe nuchter en spontaan de ster zelf reageerde op die aandacht tijdens hun wandelingen door Parijs.

Hoewel ze aanvankelijk dacht dat haar tijd in het theater slechts een kortstondig avontuur zou zijn, raakte ze na L’école des cocottes echt aan het vak verknocht.

Ze observeerde alles en iedereen om het vak zo snel mogelijk onder de knie te krijgen.

Ze gaf aan dat ze niet echt plannen maakte voor de toekomst, omdat ze liever ruimte liet voor verrassingen. Haar jeugd in Puteaux omschreef ze als een droomtijd, ondanks de bescheiden omstandigheden.

Haar vader gaf haar belangrijke lessen mee over integriteit en de waarde van het gesproken woord.

In die periode speelde ze veel samen met grootheden als Raimu en Michel Simon.

Ze herinnerde zich hoe Raimu haar waarschuwde nooit recensies te lezen en hoe Michel Simon haar op het podium kon verrassen door onverwacht in een kast te gaan staan.

Ze ontmoette Marcel Carné voor het eerst op de set van Pension Mimosas, waar hij assistent was van Jacques Feyder, een regisseur die volgens haar de kunst verstond om acteurs echt te laten spelen.

Het was tijdens deze periode dat ze waardevol advies kreeg van Françoise Rosay over haar uiterlijk, een gebaar van vrouwelijke solidariteit dat ze enorm waardeerde.

Later werkten Carné en Arletty samen aan het legendarische Hôtel du Nord.

Ze herinnerde zich de onmiddellijke vriendschap met Louis Jouvet en de briljante dialogen van Henri Jeanson.

Over de beroemde scène met de uitspraak over atmosfeer merkte ze op dat dit een pure vondst van de dichter Jeanson was; hoewel het publiek de zin omarmde, besloot ze zelf om deze later nooit meer uit te spreken om het niet grotesk te maken.

In Le jour se lève werkte ze samen met Jean Gabin en Jules Berry.

Ze bewonderde het unieke spel van Berry, die ze omschreef als een van de meest bijzondere acteurs die ze ooit had gezien.

Over Gabin vertelde ze hoe hij gefascineerd kon kijken naar het spel van zijn collega’s.

Ondanks de verhalen over moeizame samenwerkingen tussen schrijvers als Jeanson en Prévert, herinnerde Arletty zich vooral hun wederzijdse bewondering en de kwaliteit van hun scenario’s.

Ze werkte het liefst op instinct en had weinig op met regisseurs die tientallen takes nodig hadden; voor haar was de eerste opname vaak de juiste.

Haar naasten hadden haar grote succes nooit volledig kunnen meemaken.

Haar vader overleed kort nadat ze haar eerste stappen op het toneel zette en haar moeder zag haar nooit optreden.

Arletty volgde haar eigen pad in alle vrijheid.

Haar doorbraak kwam niet zozeer door haar stem, maar door haar silhouet, dat de aandacht trok van invloedrijke figuren zoals Paul Guillaume.

Dankzij een snelle opeenvolging van rollen in verschillende revues en haar ervaring als mannequin bij Poiret, leerde ze al vroeg wat echte elegantie en chic inhielden.

Ze bewaarde ook bijzondere herinneringen aan Yvonne Printemps, die na het zien van haar eigen filmbeelden besloot dat Arletty haar moest opvolgen.

Deze afkeer van meelopers en haar liefde voor vrijheid en authenticiteit vormden de rode draad in het leven van deze vrouw die zowel koningin als arbeider was in de wereld van de kunst.

In 1963 werd Arletty gedeeltelijk blind als gevolg van een ongeluk. Acteren was daardoor niet meer mogelijk.

Ze stierf in 1992 in Parijs op 94-jarige leeftijd.

Vijfenveertig jaar geleden, op 2 maart 1981, bereikte de verkiezingscampagne van de Franse komiek Coluche een cruciaal kookpunt.

Opmerkelijk genoeg werd hij al voor zijn eerste politieke persconferentie door zanger Gérard Lenorman genoemd in het liedje Si j’étais président uit 1980.

Daarin werd hij lachend omschreven als Coluche notre ministre de la rigolade, oftewel de minister van de lach. Wat in dat liedje nog een onschuldige grap leek, groeide echter uit tot een serieuze politieke beweging die de gevestigde orde deed wankelen.

In een overvolle zaal in Parijs hield hij die dag een persconferentie die het establishment op zijn grondvesten deed daveren.

Coluche wierp zich op als de spreekbuis voor alle kandidaten die werden buitengesloten en kondigde de oprichting aan van een federatie van kleine kandidaten.

Zijn voornaamste strijdpunt was de afschaffing van de regel van de 500 handtekeningen, een systeem waarbij presidentskandidaten steun moesten krijgen van vijfhonderd burgemeesters of verkozenen om officieel op het stembiljet te mogen staan.

Hij noemde dit een ondemocratische grendel, bedoeld om de macht bij de grote partijen te houden.

De reacties van traditionele politici als François Mitterrand en zittend president Valéry Giscard d’Estaing waren niet langer lacherig, maar grensden aan paniek toen peilingen hem tot 16% van de stemmen toedichtten.

De sfeer werd steeds grimmiger, met lastercampagnes en doodsbedreigingen tot gevolg.

De druk werd uiteindelijk onhoudbaar, en slechts twee weken na deze strijdbare persconferentie trok hij zich op 16 maart 1981 terug.

De turbulente gebeurtenissen rond zijn presidentscampagne werden later verfilmd in Coluche, l’histoire d’un mec (Coluche, ’t verhaal van een vent).

In deze film uit 2008, geregisseerd door Antoine de Caunes, wordt de rol van de komiek gespeeld door François-Xavier Demaison.

Michel Colucci, beter bekend onder zijn pseudoniem Coluche, zou uiteindelijk vijf jaar na dit politieke avontuur te overlijden komen op 19 juni 1986.

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden dat de Franse zanger en muzikant Serge Gainsbourg dood is teruggevonden in zijn appartement in Parijs.

Serge Gainsbourg was een markante figuur in de Franse cultuur, een man die provocatie tot kunstvorm verhief en wiens leven onlosmakelijk verbonden was met muziek en passie.

Na de harde oorlogsjaren en zijn legerdienst nam hij de artiestennaam Serge Gainsbourg aan, met de ambitie om het te maken als kunstschilder.

Hij hoopte in de voetsporen te treden van zijn idool Francis Bacon en leermeester Fernand Léger, maar toen een succesvolle schilderscarrière uitbleef, stortte hij zich volledig op de muziek.

In de jaren zestig groeide hij uit tot een van de meest productieve songleveranciers voor de jonge, vrouwelijke sterren van het Franse chanson.

Hij schreef voor grootheden als Juliette Gréco, Françoise Hardy en Petula Clark.

Zijn bekendste wapenfeit uit die periode is Poupée de cire, poupée de son, waarmee France Gall in 1965 het Eurovisiesongfestival won in Napels.

Nadat zijn tweede huwelijk op de klippen liep, trad Gainsbourg zelf steeds meer op de voorgrond.

Samen met Brigitte Bardot nam hij nummers als ‘Bonny and Clyde’ en ‘Harley Davidson’ op voor het album ‘Initials B.B.’.

De internationale doorbraak kwam met de schandaalhit Je t’aime, moi non plus.

Hoewel de versie met Bardot op haar verzoek werd geschrapt, nam hij het nummer op met zijn nieuwe verovering Jane Birkin.

De single werd in verschillende landen gecensureerd, wat het succes en de status van ook het nummer ’69 année érotique’ alleen maar vergrootte.

De jaren zeventig markeerden zijn innovatiefste en meest creatieve periode. Conceptalbums zoals ‘Histoire de Melody Nelson’ en de lp’s ‘Vu de l’extérieur’, ‘Rock around the bunker’ en ‘L’homme à tête de chou’ waren vernieuwend voor het Franse chanson, hoewel ze op dat moment geen verkoopsuccessen waren.

Zijn provocaties, variërend van verwijzingen naar het nazisme tot het openlijk bezingen van de liefde in al zijn vormen, leverden hem een cultstatus en het etiket van enfant terrible op.

Gainsbourg beperkte zich niet tot één genre en verweefde jazz, pop, rock en new wave in zijn werk.

Eind jaren zeventig reisde hij naar Kingston in Jamaica om een reggaeversie van de Marseillaise op te nemen.

Het nummer op het album Aux armes et caetera veroorzaakte alweer veel controverse; het oneerbiedige gebruik van het volkslied werd hem door rechts Frankrijk niet in dank afgenomen.

In de jaren tachtig bracht hij nog drie studioalbums uit: ‘Mauvaises nouvelles des étoiles’, ‘Love on the beat’ en ‘You’re under arrest’, waarop hij experimenteerde met elektronische muziek.

Ondanks zijn artistieke drang ging het halverwege dit decennium bergafwaarts met zijn gezondheid door een leven vol alcohol en sigaretten.

Na zijn breuk met Jane Birkin verscheen hij steeds vaker dronken in talkshows, waar hij onder meer een biljet van vijfhonderd Franse frank in brand stak uit protest tegen de belastingdruk en Whitney Houston schoffeerde met boude uitspraken voor de camera.

Gainsbourg was de vader van vier kinderen, van wie Charlotte Gainsbourg uit zijn relatie met Jane Birkin de bekendste is.

Zij maakte al vroeg carrière als actrice, met onder meer een controversiële rol in de door haar vader geregisseerde film ‘Charlotte for ever’ uit 1986.

Later trad ze in zijn muzikale voetsporen met de albums ‘5:55’, ‘IRM’ en ‘Rest’, waaraan artiesten als Beck, Air en Jarvis Cocker meewerkten.

Begin jaren negentig werd kanker vastgesteld bij Serge Gainsbourg.

Hij overleed uiteindelijk op 2 maart 1991 aan de gevolgen van zijn vijfde hartfalen.

Hij werd begraven in het familiegraf van de Ginsburgs op de begraafplaats van Montparnasse, waar ook Simone de Beauvoir en Charles Baudelaire rusten.

Anita Louise was een Amerikaanse actrice die vooral bekendheid verwierf tijdens de gouden jaren van Hollywood in de jaren dertig en veertig.

Zij werd op 9 januari 1917 geboren als Anita Louise Fremault in New York en werd al als kind op de planken gezet.

Op zesjarige leeftijd was zij voor het eerst op Broadway te zien in het stuk Peter Ibbetson.

Haar filmdebuut volgde in 1922 met een ongenoemde rol in Down to the Sea in Ships.

Vanwege haar delicate gelaatstrekken en blonde haar werd ze vaak omschreven als een van de mooiste vrouwen in de filmindustrie, wat haar de bijnaam de koningin van de Hollywoodfeestjes opleverde vanwege haar talent voor het organiseren van sociale evenementen.

Hoewel haar ouders oorspronkelijk voor ogen hadden dat zij onderwijzeres zou worden, kwam zij in aanraking met de filmwereld in Hollywood.

In plaats van haar studie te vervolgen, koos zij definitief voor een loopbaan als filmspeelster en tekende zij een contract bij de studio Warner Bros.

Eenmaal een tiener was zij een geliefde verschijning die door het publiek als een stijlicoon werd beschouwd.

In 1931 werd ze dan ook uitgeroepen tot een WAMPAS Baby Star.

Dit was een prestigieuze promotiecampagne van de Western Association of Motion Picture Advertisers, waarbij jaarlijks dertien jonge actrices werden geselecteerd van wie men verwachtte dat ze zouden uitgroeien tot grote filmsterren.

Haar grote doorbraak kwam inderdaad in de jaren dertig met rollen in verschillende bekende films en prestigieuze kostuumdrama’s.

Ze speelde gedenkwaardige rollen in producties zoals Madame DuBarry uit 1934, A Midsummer Night’s Dream uit 1935, waarin ze Titania vertolkte, en The Story of Louis Pasteur. Andere bekende titels uit deze periode zijn Anthony Adverse, Call it a Day, That Certain Woman, Marie Antoinette, The Sisters en The Little Princess.

Ze stond erom bekend dat ze een aristocratische elegantie naar het witte doek bracht, waardoor ze vaak werd gecast als gracieuze dames of historische figuren.

In de jaren veertig verloor zij echter haar populariteit, al behaalde zij later nog enkele successen op televisie.

De meeste mensen herinneren zich haar uit die tijd waarschijnlijk het beste als de moeder, Nell McLaughlin, in de serie My Friend Flicka, waarin zij van 1956 tot en met 1958 te zien was.

Hierna ging zij met pensioen. Naast haar acteercarrière was ze een begaafd harpiste, een talent dat ze af en toe in haar films liet zien.

In haar privéleven was zij twintig jaar lang getrouwd met de invloedrijke filmproducent Buddy Adler.

Adler was een succesvolle figuur in de filmindustrie en werkte als productiechef bij 20th Century Fox, waar hij verantwoordelijk was voor grote successen en zelfs een Academy Award won voor de film From Here to Eternity.

Samen kregen zij hun enige kind, een dochter genaamd Melanie Adler.

Na het overlijden van haar man in 1960 bleef zij nog enkele jaren actief in het sociale leven van Hollywood.

Anita Louise overleed zelf in 1970 op 55-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte.

De carrière van Julien Clerc begon op 4 oktober 1947 in Parijs.

Julien Clerc, geboren als Paul Alain August Leclerc, groeide op in een wereld van uitersten.

Aan de ene kant was er de gedisciplineerde opvoeding in een groot landhuis in Bourg-la-Reine bij zijn vader, een professor bij UNESCO, waar discipline en traditie de boventoon voerden.

Aan de andere kant was er het bruisende Parijs van zijn moeder, waar de jonge Paul zich pas echt vrij voelde.

De wortels van zijn moeder in Guadeloupe gaven hem de bron voor zijn temperament en de creativiteit die later zijn muziek zou kenmerken.

Tijdens zijn middelbareschooltijd vond hij een zielsverwant in Maurice Momo Vallet, met wie hij de liefde voor sport, literatuur en muziek deelde, variërend van Charles Aznavour tot The Beatles.

Wanneer Paul in 1966 in Parijs rechten gaat studeren aan de Sorbonne, ontmoet hij in een café tekstschrijver Etienne Roda-Gil.

Het drietal droomt van succes, maar daarvoor moet er eerst een artiestennaam komen.

Na suggesties als Paul Le Rock en Joe Leclerc valt de keuze definitief op Julien Clerc.

Na een aanvankelijke afwijzing bij CBS Records zorgt een toevallige ontmoeting op een feest van UNESCO voor de ommekeer.

Julien mag auditie doen bij Pathé-Marconi en krijgt zijn eerste contract.

In 1968 verschijnt zijn eerste single La Cavalerie en niet veel later staat hij in het voorprogramma van Adamo.

De echte grote doorbraak volgt in 1970 wanneer hij de hoofdrol speelt in de Franse versie van de musical Hair.

Het publiek is verkocht en Julien Clerc groeit uit tot een waar tieneridool dat wekenlang in een steevast uitverkocht Olympia in Parijs staat.

In de jaren zeventig verovert Julien ook Nederland en Vlaanderen. Na successen als Ce Nest Rien en Si On Chantait bereikt hij in 1976 de absolute top met This Melody, dat op nummer een belandt in de hitlijsten.

Hij trouwt met actrice Miou Miou, met we wie hij twee dochters krijgt, en knipt zijn iconische wilde krullen af.

Hoewel hij later breekt met zowel zijn vrouw als zijn vaste schrijvers Momo en Roda-Gil, blijft het succes aanhouden.

Hij werkt samen met iconen als Serge Gainsbourg en Françoise Hardy, terwijl albums in Frankrijk met platina worden bekroond.

In 1987 scoort hij bij ons opnieuw een grote hit met het vrolijke Helene, een weerspiegeling van het geluk in zijn nieuwe huwelijk met Virginie Couperie.

Juliens leven blijft in beweging, zowel muzikaal als persoonlijk.

Na een reis door Afrika wordt hij in 2003 benoemd tot speciaal ambassadeur van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Hij vindt uiteindelijk nieuw geluk bij de schrijfster Helene Gremillon en wordt op 61-jarige leeftijd opnieuw vader van zoon Leonard.

Rond die tijd neemt hij met Rob de Nijs, die in dezelfde levensfase ook weer vader wordt, een nieuwe versie op van zijn oude hit This Melody.

Naast zijn eigen werk blijft hij zich inzetten voor Les Enfoirés en de daklozenorganisatie Restos du Coeur.

Met zijn nieuwste album Une Vie uit 2025 bewijst hij dat zijn passie onverminderd groot is.

Om zijn vijftigjarige carrière te vieren, start hij in 2026 een grote tournee die hem langs de grootste zalen van Frankrijk en België voert, een ode aan een leven dat volledig in het teken staat van de muziek.

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc is roddelpraatjes beu (Joepie 16 april 1975)

Gisteren nog vandaag

Kluizenaar Julien Clerc in de Joepie van 23 oktober 1978

Gisteren nog vandaag

Julien Clerc, klagen is dom en puur tijdverlies (Joepie 6 maart 1983)

Gisteren nog vandaag

In de Hitkrant, 1978, Julien Clerc

Gisteren nog vandaag

De Britse actrice Jill Ireland bouwde een veelzijdige carrière op met rollen in films als Simon and Laura, The Big Money, Hell Drivers en Three Men in a Boat.

Sciencefictionfans herinneren haar zich wellicht ook van die ene gedenkwaardige aflevering in Star Trek.

Daarin speelde ze Leila Kalomi, de vrouw die het onmogelijke presteerde: ze wist het hart van de logische Mr. Spock te veroveren.

Haar liefdesleven leest haast als een filmscript met een profetisch randje. Ireland was aanvankelijk getrouwd met David McCallum, met wie ze later te zien zou zijn in zijn hitserie The Man from U.N.C.L.E.

Het huwelijk kwam echter onder druk te staan na een ontmoeting op de set van de film The Great Escape in 1963. McCallum speelde daarin samen met Charles Bronson.

Tijdens de opnames zou Bronson tegen zijn collega McCallum gezegd hebben: “Ik ga met je vrouw trouwen.” Wat toen klonk als een brute grap, werd jaren later werkelijkheid.

Na haar scheiding van McCallum vormde ze met Bronson een onafscheidelijk duo, zowel privé als op het witte doek.

Ze speelde in maar liefst vijftien films aan zijn zijde, waaronder klassiekers als The Mechanic, Assassination en Death Wish II.

In latere jaren werkte ze ook achter de schermen als co-producente van hun gezamenlijke films.

Haar status in Hollywood werd vereeuwigd met een ster op de Walk of Fame, die symbolisch genoeg vlak naast die van Bronson ligt.

De laatste jaren van haar leven stonden in het teken van een zware strijd, maar ook van grote daadkracht.

Nadat in 1984 borstkanker bij haar was vastgesteld, ontpopte Ireland zich tot een belangrijk boegbeeld voor lotgenoten.

Ze doorbrak taboes door in haar boek Life Wish openhartig te schrijven over haar ziekte en ze getuigde zelfs voor het Amerikaanse Congres over de kosten van kankerbehandelingen.

Vlak voor haar eigen einde kreeg ze echter nog een verschrikkelijke klap te verwerken: haar geadopteerde zoon Jason overleed in 1989 op 27-jarige leeftijd aan een overdosis drugs.

Ze legde haar verdriet en zijn strijd vast in het aangrijpende boek Life Lines.

Uiteindelijk verloor Jill Ireland in 1990 zelf de strijd tegen kanker; ze werd slechts 54 jaar oud.