Vandaag 45 jaar geleden, lanceerde David Geffen zijn nieuwe platenfirma Geffen Record.

David Geffens carrière in de entertainmentindustrie begon bescheiden in 1964, op de postkamer van het William Morris Agency.

Hij klom snel op tot talentscout, en hoewel zijn ambitie in de filmwereld lag, werd hij vanwege zijn jonge leeftijd richting de rockmuziek gestuurd.

Na een succesvolle periode bij Ashley Famous Agency, waar hij de muziekafdeling hielp uitbouwen, startte hij samen met Elliot Roberts het managementbureau Geffen-Roberts.

Hun bureau boekte een enorm succes door voor Atlantic Records de supergroep Crosby, Stills & Nash (& Young) te contracteren.

Toen Geffen vervolgens probeerde om artiest Jackson Browne bij Atlantic onder te brengen, gaf Atlantic-baas Ahmet Ertegün hem de gouden tip: begin je eigen platenlabel.

Met de belofte van Ertegün voor productie en distributie werd in 1972 Asylum Records geboren.

Het label kreeg al snel een neus voor talent; na Jackson Browne contracteerde Geffen ook diens huisgenoten J.D. Souther en Glenn Frey, de latere oprichter van de Eagles.

Tussen 1972 en 1975 bracht Asylum een reeks iconische albums uit, waaronder werk van de Eagles, Joni Mitchell en Bob Dylan.

In 1975 verkocht Geffen het label voor 7 miljoen dollar aan Warner, waar het fuseerde met Elektra Records.

Geffen bleef aan als hoofd van de nieuwe divisie en werd later benoemd tot vicevoorzitter van de filmtak, Warner Bros. Pictures.

Zijn uitstap naar de filmwereld was echter van korte duur. Na een botsing met de bureaucratie en een aantal minder succesvolle films, besloot hij terug te keren naar de muziek.

Op 22 september 1980 lanceerde hij zijn nieuwe label, Geffen Records, en tekende diezelfde dag nog John Lennon en Elton John als zijn eerste artiesten.

Voor Lennon betekende dit het einde van een zes jaar durende stilte, wat resulteerde in het album ‘Double Fantasy’, dat kort voor zijn tragische dood verscheen.

In deze periode produceerde Geffen ook de succesvolle Broadwaymusicals ‘Dreamgirls’ en ‘Cats’.

In 1990 verkocht hij Geffen Records voor 550 miljoen dollar aan MCA, een bedrag dat een jaar later bij een overname zelfs opliep tot 670 miljoen.

Nadat hij het label in 1995 verliet, richtte hij daarvoor al 1994 samen met Steven Spielberg en Jeffrey Katzenberg de filmstudio DreamWorks SKG op.

Deze studio zou verantwoordelijk worden voor Oscarwinnaars als ‘American Beauty’, ‘Gladiator’ en de animatiehit ‘Shrek’.

Naast zijn zakelijke successen kwam Geffen ook in de media door zijn relatie met Cher in de jaren zeventig.

Later kwam hij openlijk uit voor zijn homoseksualiteit en werd hij een belangrijke filantroop, met name door grote donaties aan het wetenschappelijk onderzoek naar aids (foto Wikipedia)

40 jaar geleden, Tina Turner, waar blijft de grote liefde in mijn leven

Na decennia in de schijnwerpers, vond Turner rust en geluk in Zwitserland, waar ze sinds de jaren negentig woonde.

Haar grote liefde was de Duitse muziekmanager Erwin Bach, die ze in 1985 ontmoette.

Hij was haar onvoorwaardelijke steun tijdens de ernstige gezondheidsproblemen die haar leven teisterden, waaronder een hoge bloeddruk, een beroerte en darmkanker.

Toen enkel een orgaantransplantatie haar nog kon redden, doneerde hij een nier. In 2013 bekroonden ze hun lange relatie met een bruiloft in Zürich en ruilde ze haar Amerikaanse nationaliteit in voor de Zwitserse.

Tina Turner overleed op 24 mei 2023 op 83-jarige leeftijd in haar huis in Zwitserland.

Deze namiddag, precies 45 jaar geleden (zaterdag 20 september 1980), was de film The African Queen te zien op de brt.

Waar is de tijd gebleven dat we zaterdagnamiddag konden genieten van zo’n oude filmklassieker? Het is zo jammer dat de VRT deze mooie traditie na jaren heeft stopgezet.

Een artikel uit Joepie van 14 september 1980 blikt terug op deze iconische film uit 1951, geregisseerd door John Huston.

Destijds beschouwd als een groots avontuur, bracht de film steracteurs Humphrey Bogart en Katharine Hepburn samen in het toenmalige Belgische Congo, een periode waarin ze beiden op het hoogtepunt van hun roem waren.

Het artikel belicht de enorme uitdagingen van het filmen op locatie in die afgelegen natuurlijke omgeving, ver verwijderd van alle Hollywoodse gemakken.

De cast en crew moesten niet alleen omgaan met intense hitte en vochtigheid, maar ook met een geïmproviseerde filmset die volledig in de buitenlucht was opgebouwd (Joepie 14 september 1980)

45 jaar geleden, John Travolta, ik geniet van mijn vrijgezellenbestaan.

John Travolta’s leven kent zowel de schittering van Hollywood als de diepte van persoonlijk verlies.

Zijn hart was bijna drie decennia lang verbonden met dat van actrice Kelly Preston.

Ze trouwden in 1991 en hun huwelijk was een van de langere in de filmwereld, tot een tragisch einde kwam met haar overlijden aan borstkanker in 2020.

Samen bouwden ze een gezin op en kregen drie kinderen: zoon Jett, dochter Ella Bleu en zoon Benjamin.

Hun leven werd echter getekend door het hartverscheurende verlies van hun oudste zoon Jett in 2009.

Na het heengaan van zijn vrouw heeft Travolta zich vooral op zijn twee andere kinderen gericht en is hij, voor zover bekend, single gebleven.

Voor zijn thuisbasis koos Travolta een plek die zijn passie voor vliegen weerspiegelt.

Hij woont in een uniek landgoed in Ocala, Florida dat deel uitmaakt van Jumbolair Airport.

Dit is een zogeheten ‘fly-in’ gemeenschap waar de startbaan letterlijk tot aan zijn voordeur reikt.

Dit stelt de fervent piloot in staat om zijn vliegtuigen net zo makkelijk te parkeren als een auto, een directe link tussen zijn huis en de open lucht.

Vandaag 55 jaar geleden, overleed Jimi Hendrix, op 27-jarige leeftijd en werd daarmee een van de eerste en bekendste leden van de beruchte ’27 Club’.

Hij bracht zijn laatste uren door in het appartement van zijn toenmalige vriendin, de Duitse kunstschaatsster en schilderes Monika Dannemann, in het Samarkand Hotel.

Hoewel zij de ambulance belde, zijn de precieze omstandigheden van zijn dood altijd in nevelen gehuld gebleven, wat de deur openzette voor talloze theorieën en speculaties.

De officiële lezing, zoals die destijds door de media werd verspreid, was dat Hendrix was gestikt in zijn eigen braaksel.

Hij zou in een diepe coma zijn geraakt na het innemen van een overdosis slaappillen in combinatie met rode wijn.

Een tragisch detail hierbij is dat de Britse slaappillen die hij had genomen, aanzienlijk sterker waren dan de Amerikaanse varianten die hij gewend was.

Deze versie wordt echter tegengesproken door verschillende bronnen. Mitch Mitchell, de drummer van The Jimi Hendrix Experience, opperde in zijn boek ‘Inside the Experience’ een schrijnend alternatief.

Volgens hem stierf Hendrix pas op een brancard in de gang van het Londense ziekenhuis.

Mitchell suggereerde dat er, omdat Hendrix Afro-Amerikaans was of omdat niemand hem onmiddellijk herkende, niet adequaat naar hem werd omgekeken.

Een ander hardnekkig gerucht was een overdosis heroïne. Dit werd echter al snel ontkracht door de autopsie, waaruit bleek dat er geen sporen van heroïne in zijn bloed zaten.

Bovendien was het in zijn directe omgeving algemeen bekend dat Hendrix, anders dan vele rocksterren uit die tijd, een uitgesproken afkeer van naalden had en geen heroïne gebruikte.

De sensationeelste theorie kwam pas decennia later aan het licht. James ‘Tappy’ Wright, een voormalige roadie, beweerde in 2009 dat Hendrix werd vermoord door zijn eigen manager, Michael Jeffery.

Jeffery zou in dronken toestand hebben bekend dat hij Hendrix met hulp van anderen had volgegoten met drank en pillen.

Het motief? Angst dat zijn grootste ster, die hij vreesde, kwijt te raken, zou overstappen naar een andere manager.

Deze zware beschuldiging kan helaas niet meer op haar waarheid worden getoetst. Jeffery kwam namelijk in 1973, kort na zijn vermeende bekentenis, om het leven bij een vliegtuigcrash.

Alsof het mysterie nog niet complex genoeg was, voegde de documentaire ‘Jimi Hendrix: The Last 24 Hours’ uit 2004 er een politieke dimensie aan toe.

Hierin wordt gesuggereerd dat de CIA betrokken was bij zijn dood. Hendrix’ banden met de Black Panther Party en zijn openlijke kritiek op de Vietnamoorlog zouden hem tot een doelwit hebben gemaakt. In enkele jaren was hij uitgegroeid tot een wereldwijd icoon met een enorme invloed op de Amerikaanse jeugd.

Zijn vervormde versie van het Amerikaanse volkslied op Woodstock in 1969 wordt nog steeds gezien als een krachtig cultureel statement.

Ongeacht de ware toedracht, de wereld verloor een muzikaal genie. De man die als linkshandige speler een rechtshandige gitaar bespeelde (na de snaren in omgekeerde volgorde te hebben gezet), had de gitaarmuziek voorgoed veranderd.

Jimi Hendrix werd uiteindelijk begraven op het Greenwood Memorial Park in Renton, een stadje nabij zijn geboortestad Seattle.

Zijn plotselinge overlijden was niet alleen een muzikaal verlies, maar ook het begin van een gecompliceerde strijd om zijn nalatenschap.

Jimi Hendrix had namelijk geen testament opgemaakt. Volgens de wet ging zijn volledige vermogen daardoor naar zijn dichtstbijzijnde familielid: zijn vader, Al Hendrix.

Voor zijn eigen dood in 2002 liet Al het beheer van het miljoenenbedrijf, Experience Hendrix LLC, na aan zijn geadopteerde dochter Janie Hendrix, de stiefzus van Jimi.

Dit leidde tot een jarenlange juridische strijd met Jimi’s biologische broer, Leon Hendrix, die door deze beslissing grotendeels werd buitengesloten van de erfenis.

Uiteindelijk besliste de rechter in het voordeel van Janie, die tot op de dag van vandaag de controle heeft over de nalatenschap van Jimi Hendrix.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, The Bride, Sting betoverd door Jennifer Beals

Het klassieke horrorverhaal van Frankenstein kreeg in 1985 een opmerkelijke herwerking in de film ‘The Bride’ van regisseur Franc Roddam.

Het verhaal pikt de draad op waar het origineel eindigt. Baron Frankenstein, gespeeld door popster Sting, schept een perfecte vrouw, Eva.

De rol van Eva werd vertolkt door Jennifer Beals, die toen razend populair was na haar doorbraak in “Flashdance”.

In tegenstelling tot het oorspronkelijke verhaal, krijgt de bruid hier een eigen wil.

Ze wijst haar monsterlijke ‘partner’ (gespeeld door Clancy Brown) onmiddellijk af, waarna hij op de vlucht slaat.

Wat volgt is een dubbel verhaal: terwijl Frankenstein zijn creatie opvoedt tot de ideale vrouw en hopeloos verliefd op haar wordt, trekt het verstoten monster de wereld in.

Daar vindt hij onverwachte vriendschap bij een dwerg, Rinaldo, een rol van David Rappaport.

De film, met verder nog bekende namen als Geraldine Page en Cary Elwes, ging op 16 augustus 1985 in de Verenigde Staten in première.

De hoge verwachtingen werden echter niet ingelost. “The Bride” was een financiële flop, met een opbrengst van slechts 3,6 miljoen dollar tegenover een budget van 13 miljoen.

Ook de critici waren niet mals; de film werd vaak omschreven als traag en onsamenhangend, en de acteerprestatie van Sting werd niet altijd even warm onthaald.

Ondanks de koude ontvangst heeft “The Bride” door de jaren heen toch een zekere cultstatus verworven, gewaardeerd om zijn unieke visuele stijl en de ambitieuze poging om een feministische draai te geven aan het legendarische monsterverhaal.

Vandaag, 25 jaar geleden, overleed meestervervalser Konrad Paul Kujau. Hij werd vooral bekend door zijn vervalsing van de dagboeken van Adolf Hitler in 1983.

Via een groep oude nazi’s kwam Kujau in contact met de Hamburgse journalist Gerd Heidemann.

Het lukte hem om Heidemann 62 vervalste delen van de dagboeken van Hitler te verkopen aan het blad ‘Stern’.

De publicatie veroorzaakte een enorme sensatie.

De dagboeken suggereerden onder andere dat Hitler niet op de hoogte was geweest van de Kristallnacht, wat in de Bondsrepubliek lange tijd het publieke debat domineerde.

In totaal verdiende Kujau 9,3 miljoen Duitse mark met zijn vervalsingen.

De fraude kwam aan het licht op 5 mei 1983.

In juli 1985 werd Kujau veroordeeld tot vier en een half jaar gevangenisstraf, maar hij werd na drie jaar vrijgelaten vanwege kanker aan het strottenhoofd.

Na zijn vrijlating maakte Kujau gebruik van zijn bekendheid om een publieke figuur te worden.

Na de mysterieuze dood van Uwe Barschel in 1988 trad hij op als expert in vervalsingen in een reportage van ‘Spiegel TV’.

In 1992 was de vervalsingszaak van de Hitler-dagboeken het onderwerp van de film ‘Schtonk!’.

Samen met de Rock & Roll Junkies bracht Kujau in 1995 een album uit, getiteld ‘Rebellen der Kunst’.

In de politiek was hij minder succesvol: in 1994 stond hij op de lijst van de Autofahrer- und Bürgerinteressenpartei Deutschlands en in 1996 stelde hij zich kandidaat voor het burgemeesterschap van Stuttgart, maar kreeg slechts 901 stemmen.

In zijn laatste levensjaren werkte Kujau in zijn schildersatelier en hield hij tentoonstellingen in Pegnitz.

Hij overleed op 12 september 2000, op 62-jarige leeftijd.